(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verhandelingen van het Bataviaasch Genootschap der Kunsten en Wetenschappen"



?£> 



' A 



«f % 



tëm&^VFM 








# ^* ^' 7 * 


>yT'j 






'•'*V 


i E^HRp'^^H^^BSF^ 


L ■ •« ^ ' 


kiribS R^9B 


» :; ^*«ft-vï 










T»*- ^ 


&f - ; ^^'iSL -* 


W''Udfc *- 






:* y ^ & * . s 




P^^ : ^ *' ' '^ ^ ' ' * ** 




£>:: Aa 


' >-*-S>ïfc**V * :*' T 


v jfcs 


l ■;• ■ 


* 


: *V* 


ifS^Ét» 


! v r ^ 



^: 






- .4. 

- 



L 'tl: 7 - 






i 



■> tK 



ir , j^&£ 



ï i X 



Hr/v*^ . 



0, X 



* ; • ■'. * 



HARVARD UNIVERSITY. 




LIBRARY 



OF THE 



MUSEUM OF COMPARATIVE ZOOLOGY. 




t ^l!^ 





%VV\Wo 



MAH 31 1916 



VERHANDELINGEN 



VAN HET 



BATAVIAASCH GENOOTSCHAP 



* 



VAN 



KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN. 



DEEL LX. 



Batavia, 
ALBRECHT & Co. 



'S H A G E, 

M, NIJHOFF. 



1913. 



^ 



o 



:^c 



^</ 



\ 






Oud=Javaansche Oorkonden. 

Nagelaten Transscripties 

YAX WIJLEK 

Dr. J. L, A. BRANDES, 



Uitgegeven 

DOOR 

Dr. N. J. KROM. 



INHOUD. 



Blz. 

Inleiding VII. 

Gedateerde inscripties I 

I. Steen van Dinaja, 682 1 

II. Steen van den Diëng, 731 2 

III. Steen van Gandasoeli, 769 3 

IV. Steen van Karang-tengab, 769 4 

V. Steen van Tjandi Perot, 774 6 

VI. Steen van onbekende afkomst (Pikatan ?), 775. . 6 

VII. Steen van Kali beber, 783 8 

VIII. Steen van Tjandi Argapoera, 786 10 

IX. Koperplaten van Kebóan-pasar, 795 „ . 10 

X. Steen van Magelang, 796 . . . 13 

XI. Zuiltje van Tjandi Asoe, 796. .. 13 

XII. Koperplaat van Ngabean, 801 14 

XIII. Koperplaat van Ngabean, 801 16 

XIV. Zuiltje van Prambanan, 804 17 

XV. Zuiltje van Nangoelan, 804 18 

XVI. Koperplaat van onbekende afkomst, 805 18 

XVII. Steen van Magelang, 806 19 

XVIII. Zuiltje van Boeloes, 808 21 

XIX. Steen van Singasari, 813 22 

XX. Ganeca van Singasari, 813. 24 

XXI. Steen van Penampiban, 820 . . 25 

XXII. Steen van Bara-tengab, 823 . 27 

XXIII. Koperplaten van Ponorogo (?), 823 28 

XXIV. Koperplaten van onbekende afkomst, 824 , 31 
XXV. Steen van Goenoeng Kidoel, 828 32 

XXVI. Ganeca vau onbekende afkomst (tbans Blitar), 829. . . 33 

XXVII. Steen van Oost- Java (Matèsih?), 830 35 

XXM1I. Koperplaat van Djedoeng, 832. 36 

XXIX. Koperplaat van onbekende afkomst (Verz. Dieduksman), 833. 37 



II 



Blz. 

XXX. Steen van Singasari, 837 .• 37 

XXXI. Steen van Soerabaja (Minto-steen), 846 42 

XXXII. Steen van Tandjong Kalang, 849 49 

XXXIII. Steen van Djëdoeng, 848 (?) 49 

XXXIV. Steen van Blota, vóór 851 51 

XXXV. Steen van Gata, 693 Saüjaya 53 

XXXVI. Steen van onbekende afkomst (Tadji?), 694 Sanjaya . . 54 

XXXVII. Steen van Modjokerto, 851 58 

XXXVIII. Steen van Singaaari, 851 63 

XXXIX. Steen van Lawadjati, 851 * 69 

XL. Steen van Glagahan, 851 71 

XLI. Steen van Soetji, 851 72 

XL1I. Koperplaten van Djenggala, 851 (?) 73 

XLIII. Steen van Singasari, 852 76 

XLIV. Steen van Bakalan, 856 .... 81 

XLV. Steen van Tengaran, 857 82 

XLVI. Steen van Tjandi Lor, 857 84 

XLV1I. Steen van Koedjon Manis, 859 89 

XLVIII. Steen van Siman, 865 94 

XLIX. Koperplaten van Malang, 865 (?) 103 

L. Koperplaten van Malang, 865 105 

LI. Steen van Malang, 866 108 

LIL Steen van Soerabaja, 8... 110 

LM. Steen van Dinaja, 8 113 

L1V. Steen van Dinaja, 8 115 

LV. Koperplaat van Trawoelan, 888 116 

LVI. Koperplaten van Pelëm, 893 . 117 

LVII. Steen van Sendang Kamal, 913. . 119 

LVIII. Steen van Soerabaja (?), 943 120 

LIX. Steen van Soerabaja (?), 943 (?) 125 

LX. Steen van Soerabaja, 956 128 

LXI. Steen van Këlagen, 959 134 

LXII. Steen van Soerabaja (Calcutta-steen), 963 137 

LXM. Koperplaten van Këboan-pasar, 961 14 L 

LXIV. Steen van Troeneng, 8 143 

LXV. Koperplaten van Podjok, 1022 147 

LXVI. Steen van Sirah Këting, 1026 149 



III 

Blz. 

LXVIL Steen van Pikatau, 1038 151 

LX VIII. Steen vau Ngantang, 1057 154 

LX1X. Steeu vau Ploembaugau, 1062 159 

LXX. Steeu vau oubekeude afkomst (Soengkoep ?), 1068. . . 163 

LXXI. Steen vau Djaring, 1103 164 

LXXII. Steeu van Tjëkër, 1107 169 

LXXIII. Steen van Këmoelan, 1116 172 

LXXIV. Steen van Panataran, 1119 177 

LXXV. Steen vau Tjandi Përtapan, 1120 179 

LXXVI. Steeu van onbekende afkomst (Zuid-Këdiri), 11 181 

LXX VIL Steen van Watës, 11 , . . . . 183 

LXXVI1I. Steen vau Tadji, 1126 187 

LXXIX. Koperplaten van Pënampihan, 1191 188 

LXXX. Steen van Petoeng-amba, 1191 193 

LXXXI. Koperplaten van Goenoeng Boetak, 1216 195 

. LXXXII. Steen van onbekende afkomst (thans Blitar), 1236 . 198 

LXXXIIL Koperplaten van Sidotëka, 1245. . 198 

LXXXIV. Steen van Soerabaja, 12 ... . 205 

LXXXV. Koperplaten van Bendosari, 12 207 

LXXXVI. Badkuip van Nabo, 1275. ......... 211 

LXXXVIL Badkuip van Nabo, 1277 . 211 

LXXXVIIL Steen van Selabradja, 1336 (?) 211 

LXXXIX. Beeld van Tamiadjeng, 1380 212 

XC. Steen van Pënampihan, 1382 ........ 212 

XCI. Steen van Padoekoehan Doekoe, 1408 . . . . - . . 212 

XCIL Steen van Djijoe (Modjodjedjer), 1408 . . . . . . 216 

XCIII. Steen van Djijoe, 1408 . 216 

XCIV. Steeu vau Djijoe, 1408 (?)..... 218 

XCV. Steen vau Djijoe, 1408 (?) 223 

Ongedateerde inscripties 227 

XCVI. Steen van den Diëng (Bat. 11) 227 

XCVII. Steen van den Diëng (Bat. 15) 228 

XCVIII. Steen van den Diëng (Bat. 30) 228 

XC1X. Steen van den Diëng (Bat. 57) 229 

C. Gouden plaatjes van den Pënauggoengan . . . . . 230 

CL Steen van onbekende afkomst (Bat. 43) 230 



IV 

Blz. 

CII. Koperplaat van onbekende afkomst 231 

CIII. Koperplaat van onbekende afkomst 233 

CIV. Koperplaten van Bandjarnëgara (Bat. 17) 234 

CV. Steen van Gandasoeli 236 

CVT. Koperplaat van Magëlang (Bat. IS). 238 

CVII. Koperplaat van Ternanggoeng (Bat. 14) '239 

CVIII. Koperplaat van onbekende afkomst (Bat. 19) . . . . 240 

CIX. Zuiltje van T.jandi Bongkol (Bat. 83) 2 42 

CX. Onbekende inscriptie 242 

CXI. Koperplaat van onbekende afkomst 243 

CXII. Koperplaten van onbekende afkomst (Wimalacrama) . . 243 

CXIII. Steen van Lawan 247 

CXIV. Steen van Bangle 24S 

CXV. Koperplaten van Soerabaja (Britseh Museum) .... 250 

CXVI. Monsterkop van Tamiadjeng 251 

CXVII. Onbekende koperplaat (?) 251 

CXVIII. Steen van Toeban (Bat, 23) 252 

CXIX. Koperplaat van Pëlëm (Bat. 36) 255 

CXX. Koperplaat van Tjandi Gambar (Bat. 37) 255 

Inscripties van buiten Java 257 

CXXI. Steen van Kota Kapoer (Bangka), 608? 257 

CXXII. Steen van Boekit Gombak (Suni. Westk.). 1278 . . . 258 

CXXIII. Steen van Lima Kaoem (Sum. Westk.) 259 

CXXIV. Steen van Soeroeaso (Sum. Westk.) 260 

CXXV. Steen van Kapalo Boekit Gombak (Sum. Westk.). . . 260 

Reeds gepubliceerde transscripties 261 

CXXVI. Steen van Kalassan, 700 261 

CXXVII. Payung van Mandang, 765 261 

CXXVIII. Steen van Berabol, 788 201 

CXXIX. Zuiltje van Goenoeng Gondang, 803 261 

CXXX. Koperplaat von onbekende afkomst, 849 202 

CXXXI. Steen van den Tjitjatili, 952 262 

CXXXII. Steentje uit Soerabaja, 1125 262 

CXXXIII. Ganeca van Diembeb, 1161 202 

CXXXIV. Aksobbya van Kandang Gadjab, 1-ill 262 

CXXXV. Rotsinscriptie van Andjoek, 1212 262 



('XX XVI. 

CXXXVII, 

('XXXVIII. 

CXXXIX. 

('XI, 

CXLI. 

CXLII. 

OXLIII. 

CXLIV, 

CXLV. 

('XL VI. 

CXLVIT. 

CXLVII1. 

CXLIX. 

('I, 

CLL 

('1,11. 
('MM. 
OLIV. 

CLV. 
CL VI, 

Aai 

van 

v;i ii 
v;ui 



, 'llll-l' 



platen van Goenoeng Boetak, 1210 



29) 



Badli mij, van Modjokerto, 1 25. . . 

Steen van Singa ari, 1 273 

Steen van Nglawang, vóór L287 

Koperplaai van Sëkar, oa 1287 . 

Poort vjiii Djëdoeng, 1307 

Steen van Karanglo, L319 

Steen van Wangkal, L324 . . 

ELoperplaai van Wonodjojo, 1327 

Steen van Tjandi Botjok, 1358. 

Steen van Djëdoeng, L378 . 

Steen van onbekende afkom I (Bat, 

Steen van Tjandi Sewu . 

Steenen platen van Tjand i Sewu . 

Steen van Singasari (Bat, 112) . 

Baksteen van Pesantren (Bat. 52) 

Bronzen Lokanatha van Goenoeng 

Zuiltje van Sorik Mërapi (Tapanoeli), L294 of 1194 

Zuiltje van Sorik Mëntpi (Hui. 85) 

/uiltje van Sorik Mërapi (Bat, 65) 

Zuiltje vuil Sorik Mërapi (Bat, '>'■'>) ..... 

teekeningen op door anderen uitgegeven trans- 
scripties 

Dr. A. B. Cohen Stuurt. . . . 
Prof. Dr. J. II. C, Kern . . . 
Prof, Dr. J. S. Speyer .... 



foewa, 94 



6 



20:5 



Blz. 

20:; 
263 
263 
263 
263 
)'■>> 
204 
204 
204 
204 
201 
201 
20 1 
205 
265 
205 
205 
265 
205 
205 
265 



200 

266 

200 

207 



LIJST DER PLATEN. 

1. Steen van 682 Qaka (no. I). 

2. Steen van 775 (no. VI). 

3. Steen van 779. 

4. Koperplaat van 801 (no. XII). 

5. Koperplaat uit het begin der negende eeuw (no. CYI). 

6. Steen van 813 (no. XIX). 

7. Steen van 828 (no. XXV). 

8. Steen van 851 (no. XXXIX). 

9. Steen van 943 (no. LVIII). 

10. Steen van 1057 (no. LXVIÜ). 

11. Steen van 1125 (no. CXXXII). 

12. Koperplaat van 1245 (no. LXXXIII). 

13. Koperplaat van 1272 — 1286 (no. LXXXV). 

14. Steen van 1408 (no. XCII). 



INLEIDING, 



Gelijk elke uitgave van opera postuma is ook deze er één, welke niet 
zonder grooten schroom ondernomen is. En deze zelfs in bijzondere mate, want 
waar degeen, die een nagelaten werk voor den druk gereed maakt, zich in 
vele gevallen vleien kan met de gedachte, dat de arbeid zóó is uitgegeven, 
als de overleden schrijver dat zelf gewenscht en uitgevoerd zou hebben, daar 
was in dit geval voor zulk een gedachte geen plaats. Integendeel, men kan zelfs 
met zekerheid beweren, dat Dr. Brandes een uitgave zijner transscripties, gelijk 
die hier gegeven is, nimmer bedoeld heeft en zij dan ook, ware bij in leven 
gebleven, een geheel ander karakter gedragen zou hebben. 

De bundels transscripties toch, aangetroffen in de wetenschappelijke na- 
latenschap van Dr. Brandes er geïnventariseerd als no. 242 a — d J ) waren 
bestemd den grondslag te vormen voor een Corpus In. scriptionu m 
Javanarum, waarvan de samenstelling vermoedelijk .in Nederland plaats 
zou hebben, nadat de schrijver daar, na afloop van zijn ambtelijken loopbaan 
in Indië, zou zijn teruggekeerd. Hoewel Brandes zich, voorzoover mij bekend, 
er nooit over uitgelaten heeft, hoe hij zich zulk een publicatie in bijzonderheden 
voorstelde, ligt het voor de hand, dat zij zooveel mogelijk overeengekomen zou 
zijn met die van het door Cunningham begonnen Britsch-Indische Corpus. Aan 
de transscripties zouden dus, waar mogelijk, nauwkeurige vertalingen, en in 
elk geval de vereischte wetenschappelijke commentaar zijn toegevoegd. Doch 
daar Brandes zich met dit deel van zijn arbeid in Indië nog niet had bezig 
gehouden, werden thans bij de transscripties geen sporen van vertalingen of 
commentaar aangetroffen. 

Hoezeer het te betreuren is, dat door Brandes' ontijdigen dood naast 
zooveel ander werk op oudheidkundig gebied ook bet tot stand komen van 
het Javaansche Corpus Inscriptionum voor onbepaalde!) tijd weer van de baan 
was, zal ieder begrijpen, die weet, welk een ongelnksgeschiedenis die van 
dit Corpus is en hoe het wel schijnt, of een zeker noodlot op de samen- 
stelling ervan rust. En dat niet uit onverschilligbeid of omdat men niet bijtijds 
de groote belangrijkheid van een dergelijk werk zou hebben ingezien. Reeds 



1) Deze nalatenschap, en daarmede ook de transscriptie -s, werd na Brandes' doo'1 afgestaan 
aan de Directie van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. De inventarisi 
van de hand van Dr. Ph. S. van Konkel, is opgenomen in Notulen Bat. Gen. 1906. Bijlage III. 



VIII 

Raffles had de aandacht gevestigd op het hooge belang, dat de inscripties voor 
de studie van Java's verleden hadden *) en zelf het voorbeeld gegeven van het 
bijeenbrengen van gegevens daaromtrent. Sedert bleef, bij tusschenpoozen, de 
belangstelling wakker, doch eerst in 1843 kon Dr. W. R. van Hoëvell als vice- 
president van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in 
zijn jaarverslag mededeelen 2 ), dat het Genootschap zich bezig hield n met de 
uitgave van een Corpus inscriptionum Javanaruui, hetwelk al de inscripties zal 
bevatten, die op het eiland gevonden en ter kennisse der Directie gekomen 
zijn. Het Genootschap stelt zich voor van die opschriften een getrouwe litho- 
graphische afteekening te geven, .... De text van het werk zal bestaan in 
eene beschrijving van de plaats waar en de wijze waarop ze gevonden ziju, 
en eene opgave van al hetgeen men omtrent de inschriften heeft kunnen opsporen 
en dat kan dienen, om de geleerden, in het verklaren, van eenigen dienst te 
wezen". De uitgave zou bij afleveringen geschieden en in 1845 werd nog aan- 
gekondigd 3 ), dat de Directie er gedurig mee voortging. Het overlijden van den 
Heer van den Ham, op wiens medewerking men gerekend had, in 1847, deed 
de zaak echter niet verder komen dan de vervaardiging 1 van eenige lithogra- 
phieën. Ook een rondschrijven der regeering uit 1859 had geen verdere resul- 
taten en hoewel eenige inscripties in den loop der jaren gepubliceerd werden, 
was van een verzameling ervan geen sprake vóór Cohen Stuart in 1875 in zijn 
Kawi-Oorkonden een dertigtal opschriften vereenigde, uitgegeven in facsimile 
met inleiding en transscriptie. Hoewel langzamerhand, vooral ook door toedoen 
van Kern, de inscripties meer en meer wetenschappelijk bearbeid werden, was 
de eerste nieuwe poging tot samenstelling van een volledig Corpus die van 
Brandes zelf, welke zich dadelijk na zijn komst in Indië met groote voorliefde 
op dit deel van zijn studie toelegde. Doch ook hij heeft zijn plannen in dit 
opzicht niet teneinde kunnen voeren. 

Terwijl nu, gelijk boven werd vermeld, niet bekend is, hoe Dr. Brandes 
zich precies de uitgave van zijn Corpus Inscriptionum heeft voorgesteld, stond 
men, toen eenmaal tot publicatie der nagelaten transscripties besloten was, 
voor de keus : moet getracht worden daarvan toch nog een Corpus samen te 
stellen, al is het dan niet zeker, dat dit precies den door Dr. Brandes gevvensch- 
ten vorm zal hebben, of is het beter de transscripties zooals ze daar liggen uit 
te geven? Principieel ware ongetwijfeM de wetenschap niet het eerste het 



1) Zie o. a. A Discourse. delivered on the Uth September 1815. Verband. Bat. Gen. VIII (1816) 
p. 35-37. 

2) Verhand. XIX (1843) p. XLVII. 

3) Verhand. XX (1844) p. 33. 



IX 

meest gebaat, en zoo zou dan ook zeker deze weg gevolgd zijn, indien niet 
andere oorzaken dat onmogelijk gemaakt hadden. 

Vooreerst was er een piëteits-grond. Ieder, die met dit soort werk bekend 
is, weet dat bij de uitgave eener inscriptie bet transscribeeren niet het voor- 
naamste is, dat weliswaar bij het lezen van onduidelijke passages of het aan- 
vullen van lacunes groote scherpzinnigheid vereischt wordt, doch dat verder, 
met name als men met duidelijke inschriften te doen heeft en vooral waar het 
letterschrift zich, betrekkelijk gesproken, zoozeer gelijk gebleven is als dat van 
het Kawi, de groote moeielijkheden zich vooral gaan voordoen bij het vertalen 
en commentarieeren. Zoodoende zou dan ook een zoo groot gedeelte van den 
arbeid aan het Corpus op den vertaler-commentator neergekomen zijn, dat deze 
zich met eenig recht had kunnen beschouwen als den eigenlijken samensteller: 
het was dan een werk geworden van iemand anders, met gebruikmaking der 
nagelaten transscripties van Brandes. Doch een werk van Brandes alleen of 
van Brandes in hoofdzaak zou het dan nietmeer geweest zijn. En de bedoeling, 
die zoowel de Directie van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en We- 
tenschappen, welke de beschikking over de transscripties gekregen had, als de 
met de uitgave te belasten persoon hadden en wilden uitvoeren, was niet slechts 
Let openbaar maken van dezen schat van epigrafisch materiaal op zichzelf, 
maar ook en voornamelijk een uitgave van de epigrafische nalatenschap van 
Dr. J. L. A. Brandes. 

De tweede reden was een zuiver practische. Waar of hoe zou de man 
de vinden zijn, in staat om binnen afzienbaren tijd de transscripties van de 
vereischte vertaling en commentaar te voorzien ? In Britsch-Indië beschikt 
men over een gouvernements-epigraaf, die met dergelijk werk belast zou kun- 
nen worden; ten onzent hebben de zeer enkele Kawi-epigrafen allen als hoofd- 
bezigheid andere werkzaamheden te verrichten, zoodat ze zeer weinig tijd voor 
den hier bedoelden arbeid beschikbaar zouden hebben en reeds uit dien hoofde 
de. uitgave slechts uiterst langzaam zou kunnen geschieden. Doch bovenal zou 
een groot bezwaar zijn de nog onvoldoende kennis van het Kawi der inscripties, 
waarover wij op het oogenblik beschikken. Zooals de zaken thans staan, is het 
niet mogelijk van elke Oud-Javaansche inscriptie zoo maar een nauwkeurige 
vertaling te leveren, men stuit gedurig op niet volkomen op te lossen passa- 
ges en met de onmogelijkheid eener vertaling in zulke gevallen houdt die van 
een behoorlijken commentaar uit den aard der zaak nauw verband. Het natuur- 
lijk gevolg hiervan is, dat de eventueele vertaler-commentator het eerst die 
inscripties onder handen neemt, waarvan de beteekenis reeds nu met de voor- 
handen zijnde hulpmiddelen is vast te stellen, in de hoop, dat langzamerhand 



X 

de gegevens voldoende zullen toenemen om het mogelijk te maken de andere 
inscripties te laten volgen. En dan zijn er natuurlijk twee mogelijkheden: of. 
hij houdt alles in portefeuille, totdat de laatste inscriptie behandeld is en geeft 
dan het geheel uit — dat wordt dan natuurlijk een werk van lange jaren, 
voor het zoover is. Of hij geeft telkens uit was hij klaar heeft, zoodat er lang- 
zamerhand een amalgama van inscripties, noch chronologisch, noch geografisch 
geordend, ontstaat, die dan later toch weer opnieuw tot een Corpus vereenigd 
moeten worden. Maar een overzicht van een bepaald gewest of een bepaald 
tijdperk krijgt men op die manier gedurende de bewerking nooit, daar er altijd 
nog een lastig exemplaar heel op zijn laatst kan nakomen. 

Beide mogelijkheden waren dus uitgesloten. De eerste is alleen uitvoer- 
baar, wanneer een bevoegd persoon, die over al zijn tijd beschikken kan, zich 
met het werk bezighoudt en dit onafgebroken kan voortzetten — en zulk een 
persoon was niet beschikbaar De tweede, om bovengenoemde reden opzichzelf 
al ongewenscht, moest eveneens opgegeven worden, daar ook hier het feit, dat 
niemand zich al was het maar gedeeltelijk aan dit werk kon geven, het gereed 
komen van het Corpus tot een onberekenbaar ver tijdstip zou verschuiven. 

Zoodoende bleef het eenig doenlijke, de transscripties, zooals ze daar 
lagen, direct te publiceeren. Dat zulk een handelwijze toch niet zoo geheel en 
al tegen Brandes' eigen opvatting zou indruischen, kon aangenomen worden 
tengevolge van een particuliere uitlating, reeds uit 1898 dateerend, waarin hij, 
over het zoogenaamde corpus schrijvend, de afschriften vermeldde als datgene, 
„ waarom het dan toch in de eerste plaats te doen moet zijn". ] ) De voorname 
plaats, die hij dus blijkbaar aan de transscripties toedacht, maakt het aannemelijk, 
dat hij eventueel, als de omstandigheden daartoe noodzaakten, een afzonderlijke 
publicatie van dit voorname onderdeel toch niet zoo geheel en al verwerpelijk 
geacht zou hebben. 

Naast de genoemde bezwaren tegen een uitgave op andere wijze, dan 
thans geschied is, bestaat er een zeer belangrijk en zeer zwaarwegend voordeel 
van de publicatie op de thans gevolgde manier. Eu wel de snelheid, waarmede 
deze zou kunnen plaats hebben. De tijd benoodigd om de transscripties voor 
den druk gereed te maken, was in maanden te berekenen en zoodoende zou 
binnen een naar verhouding kort tijdsverloop deze hoogst belangrijke verza- 
meling studiemateriaal in handen van alle belangstellenden kunnen zijn. Dit 
feit was het, wat bij ons zelven het zwaarste woog ; waar wij ons in onze 
studie veel met deze zaken bezighielden, drukte het ons altijd eenigszins als een 



l) Zie de Herdenking door G. P. Uouffaer, Tjandi Singasari U9<>9) p. XVII*, noot 1. 



XI 

soort van unfair voordeel boven anderen, dat wij door onze aanwezigheid te 
Batavia ongestoord gebruik konden maken van deze in manuscript aanwezige 
bouwstoffen, waar voor auderen geen bijkomen aan was. En juist door het veel- 
vuldig in handen hebben dier transscripties bleek ons telken male duidelijker, 
met welk een hoogst belangrijk studiemateriaal wij te doen hadden en werden 
wij er ook telken male meer van overtuigd, dat het noodzakelijk was, het zoo 
spoedig mogelijk in aller handen te doen komen en het zóó rijker vruchten 
te doen dragen dan mogelijk was bij een soort van monopolie van wie toevallig 
in Batavia werkte. Dit argument klemde te meer, waar niet alleen te verwach- 
ten was, dat door deze publicatie de studie der Javaausche epigrafie op zichzelf een 
belangrijken stap voorwaarts zou doen, doch op deze wijze tevens een schat 
van gegevens op taalkundig en historisch gebied gemeengoed zouden worden 
en de beoefenaar der Javaausche oude geschiedenis er niet minder door gebaat 
zou worden dan de Kawi-philoloog en de Malayo-polynesische f aal vergelijke-r. 
In alle opzichten was het dus zaak, dat ieder, die hier iets van zijn gading 
vinden zou, zoo spoedig mogelijk in staat gesteld zou worden uit deze rijke 
bron te putten. 

Nog een ander gevolg van een dadelijke uitgave der transscripties alleen 
bood, juist in verband met het niet beschikbaar zijn van een aangewezen per- 
soon om de verdere bearbeiding der inscripties op zich te nemen, zijn eigen- 
aardige voordeden. Namelijk dit, dat op deze wijze meerdere personen zich 
met de verdere bewerking der inschriften zouden kunnen gaan bezig houden 
en, hetzij onafhankelijk van elkaar, hetzij na een wel omschreven arbeidsver- 
deling, ieder voor zich een deel van de taak op zich konden nemen, welke 
door één persoon in de gegeven omstandigheden niet aanvaard kon worden. 
Het zou dan later kunnen blijken, in hoeverre op die manier als het ware 
corpuscula van een bepaald tijdvak of een bepaalde streek tot stand zouden 
zijn gekomen, welke men dan altijd toch nog desgewenscht tot één geheel zou 
kunnen vereenigen om zoo het groote Corpus tot stand te brengen. Ook bestond 
altijd de mogelijkheid nog, dat, wat nu niet te voorzien is, over eenigen tijd 
een persoon zich zou voordoen, beschikkende over de vereischte bekwaamheid 
en tijd, om, hetzij zelfstandig, hetzij ook al weer met behulp van andere arbeids- 
krachten, op dit deel transscripties een tweede deel vertaling en commentaar 
te doen volgen, zoodat de nu gegeven publicatie dan toch weer als de pars 
prior van het Corpus op zou treden. Alles bij elkaar genomen was er dus met 
een uitgave der transscripties op zichzelf niets verloren : óf ze zouden te zijner 
tijd nog wel door de bijbehoorende wetenschappelijke bewerking gevolgd worden, 
hoe dan ook tot stand gekomen, óf ze zouden in elk geval een belangrijk 



XII 

hulpmiddel vormen, ook al bleef het bij deze enkele publicatie, voor de studie 
van de oud-Javaansche epigraphie, geschiedenis en taalkunde. 

Toen dus vaststond, dat vooralsnog uitsluitend een publicatie der trans- 
scripties zou plaats hebben, deed zich opnieuw een moeielijkheid voor. In 1898 
schreef Brandes, dat de afschriften „op een aanvulling en collatie na" gereed 
lagen. l ) Klaarblijkelijk is na dat jaar de verzameling nog weer aanmerkelijk 
toegenomen, wat ook wel de reden zal zijn, dat de bedoelde collatie niet heeft 
plaats gehad. Uit Brandes' laatste mededeeling omtrent de afschriften, uit 1903, 
dat ze ,,op een betrekkelijk klein gedeelte na, in portefeuille in de kast liggen" 3 ), 
blijkt niet, welke werkzaamheden hij zelf nog noodig geacht zou hebben, alvo- 
rens ze voor den druk geschikt waren. 

Een feit is het in elk geval, dat, ook nadat de Heer G. P. Rouffaer 
een chronologische ordening van dat gedeelte, dat zich daartoe leende, had tot 
stand gebracht en tevens voor bijvoeging van litteratuuropgaven gezorgd had, 3 ) 
de bevinding van uitgever dezes bij zijn eerste kennisneming in 1910 de vol- 
gende was, gelijk in het Oudheidkundig Rapport over dat jaar werd medegedeeld : 

„De verschillende gevonden trausscripties verkeeren in zeer onderschei- 
den stadia van voorbereiding . . . verscheidene inscripties (zijn) geheel voor den 
druk gereed ; andere daarentegen zijn klaarblijkelijk niet anders dan een eerste 
nog niet nader gecontroleerde opname, waarvan publicatie, zooals ze daar liggen, 
zeer zeker niet in de bedoeling van den geleerden samensteller heeft gelegen. 
Eén en ander maakt het gebruiken en verwerken der hier verzamelde hoogst 
belangrijke gegevens tot een werk van groote voorzichtigheid" i ). 

De vraag was dus deze : moeten de transscripties, in het bijzonder die, 
welke klaarblijkelijk niet af zijn, worden gecollationeerd en zoo noodig aange- 
vuld, ja dan neen. Het gold hier een principieele kwestie, waarvan de beslis- 
sing intusschen op practische gronden vergemakkelijkt werd. Vooreerst was 
namelijk een collatie met de origineelen vrijwel ondoenlijk: om nog niet eens 
te spreken van exemplaren, die zich in Schotland, Denemarken en Calcutta 
bevonden, stonden ook in den Archipel zelf vele dier steenen op zeer moeielijk 
bereikbare plaatsen, zoodat een collatie met zeer veel bezwaren gepaard zou 
gaan : zelfs al wilde men zich met abklatschen vergenoegen voor het eigen- 
lijke vergelijkingswerk, dan waren om die abklatschen te verkrijgen toch weel- 
de origineelen noodig. Ook waren er inscripties, o. a. koperplaten uit particulier 



1) Herdenking', pag. XVII*, noot 1. 

2) ibidem, pag. XIX*, noot 1. 

3) Zie Notulen Bat. Gen. 1909 pag. 179. 

4) Rapporten der Oudheidk. Commissie, 1910, pag. 5. 



XIII 

bezit, waarvan de verblijfplaats in het geheel niet meer bekend was, Daast 
andere, waarbij op de transscriptie elke aanwijzing ontbrak, met wat voor 
opschrift men eigenlijk te doen had. Een consequent doorgevoerde collatie was 
dus onmogelijk, zij was veroordeeld half werk te blijven. 

Zwaarder woog echter het argument, dat ook waar wel gecollationeerd 
kon worden en wellicht afwijkingen gevonden zouden worden, geen voldoende 
vrijheid gevonden zou worden, die afwijkende lezingen in den tekst op te nemen. 
Uit den aard der zaak zou het juist onzekere plaatsen gelden en wie waarborg- 
de daar, dat de eventueele collator het bij het rechte eind had en hij zich niet 
bij het aanbrengen zijner wijziging aan een Schlimmbesserung schuldig maakte? 
Zekerheid zou eigenlijk alleen te verkrijgen zou in duidelijke gevallen, waar 
natuurlijk ook de kans op afwijkende leziugen het geringst was en hoogstens 
eens geconstateerd zou kunnen worden, dat op de transscriptie ergens een 
interpunctie of zoo overgeslagen was. Doch op twijfelachtige plaatsen zou altijd 
min of meer onzekerheid blijven bestaan en geen consciëntieus collator er ooit 
toe komen zijn lezing voor die van een autoriteit als Brandes in de plaats te 
stellen, zelfs in die gevallen, waar hij, indien hij zelf de inscriptie uitgaf, aan 
eigen opvatting de voorkeur zou geven. Daarenboven heelt het tegenover elkaar 
stellen van verschillende lezingen eigenlijk alleen daar practisch nut, waar men 
tevens de argumenten voor en tegen kan bespreken, en tot een dergelijke be- 
handeling, bij de volledige uitgaaf eener inscriptie op haar plaats, leende zich 
een publicatie als deze vanzelf toch niet. 

Deze practische overwegingen werkten mede de schaal te doen overslaan 
naar die zijde, waarop wij ons principieel reeds meenden te moeten plaatsen. 
Het komt ons namelijk voor, dat in het algemeen postume arbeid ongerept 
gelaten moet worden en voor geen aanvullingen of verbeteringen vatbaar is. 
Acht men het nagelaten werk, zooals men het vindt, ongeschikt, welnu, 
niemand dwingt tot publicatie. Doch besluit men eenmaal tot de uit- 
gave, dan geve men het ook precies zooals men het gevonden heeft. Zoo 
ergens dan past hier de grootste deferentie tegenover den overleden auteur, die 
zich niet meer verdedigen kan tegen wat, al is het ook met de beste bedoelingen, 
aan zijn werk „verbeterd" wordt. Er ligt altijd iets pijnlijks in datgene aan 
de openbaarheid prijs te geven, wat door den auteur daarvoor nog niet geschikt 
geacht werd en men zal daartoe dan ook slechts overgaan, als groote weten- 
schappelijke belangen op het spel staan. Maar men vermijde dan toch zoo veel 
mogelijk aan wat niet af is den valschen schijn te geven dat wel te zijn. Als 
men een torso opgraaft en dat ten toon zal stellen, voorziet men het niet eerst 
van gerestaureerde armen en beenen. 



XIV 

Zoo werden dus de transscripties uitgegeven, geheel overeenkomstig het 
manuscript, onverschillig of ze al gereed of nog niet gereed waren. Wij ont- 
veinzen ons niet, dat Dr. Braudes zelf ze, ware hij in staat geweest de uitgave 
nog in persoon te bezorgen, zeker niet in dezen vorm had doen afdrukken. 
Doch wij zijn er aan den andereu kant evenzeer van overtuigd dat hij, met 
zijn breede opvattingen waar het de belangen der wetenschap gold, in ons geval 
precies hetzelfde gehandeld zou hebben. 

Toen eenmaal in principe was aangenomen, dat van het manuscript niet 
zou worden afgeweken, volgden daaruit vanzelf de regels, waaraan wij ons bij 
de uitgave gehoudeu hebben, en waarvan bij den druk van het eerste deeltje 
reeds met een enkel woord werd melding gemaakt. 

Een enkele afwijking, die wij noodzakelijk achtten, betrof verschrijvingen, 
die met zekerheid als zoodanig aan te wijzen waren, en die, waren ze niet 
hersteld, tot verwarring aanleiding gegeven zouden hebbeu. Hoofdzakelijk betrof 
het gevallen, waarin e voor ë was blijven staan of waar in der haast c voor c 
geschreven was. Men zal geen opgave van die gevallen verlangen; waar er ook 
maar de minste twijfel bestond of het werkelijk wel een verschrijving was, hebben 
wij voor alle zekerheid de schrijffout maar liever laten staan. 

Een tweede verandering in de spelling moest noodzakelijkerwijze daar 
worden aangebracht, waar (wat in de het eerst vervaardigde transscripties voor- 
kwam) een weifeling bestond, soms in dezelfde inscriptie, tusschen twee letter- 
teekens, die beiden denzelfden klank moesten weergeven. In die gevallen moest 
natuurlijk uniformiteit ingevoerd worden, en daar in de overgroote meerderheid 
der afschriften Brandes een vast transscriptie-systeem gevolgd heeft, waarvan 
hij verder niet meer is afgeweken (het voor het Sanskrit gebruikelijke, met 
opname van re en lë en met vervanging van de v door de w), was het niet 
twijfelachtig, welke van de twee letterteekens behouden moest blijven. Op dien 
grond werd eenige malen sh in s veranderd; in de oudste transscripties kwamen 
verder somtijds oe, tj, dj en nj voor, die tot u, c, j en 11 gewijzigd werden, 
terwijl ten slotte in hoogst enkele gevallen de lingualeu door een punt boven 
de letter aangeduid waren, welke punt, eveneens in overeenstemming met het 
systeem der latere afschriften, door ons onder het letterteeken geplaatst werd. 

Voor het overige hebben wij ons aan de letter van het manuscript 
gehouden met een angstvalligheid, die in elk ander geval misplaatst zou zijn 
geweest. Zoo is b. v. nergens, waar op het eind van een woord de h voorkwam, 
daarvan een h gemaakt, ook al veronderstellen wij, dat in zeer veel gevallen 
het ontbreken van die punt niet zoo bedoeld is. Maar er bestond natuurlijk 



XV 

geen zekerheid, dat hier en daar niet wel degelijk de gewone h op de inscriptie 
stond, niet name waar het volgend woord met een klinker begon. Bij die 
onzekerheid meenden wij ons van alle verandering te moeten onthouden. In 
dit verband zij er tevens op gewezen, dat Dr. Brandes geen onderscheid maakt 
tusschen ng en n, zooals Prof. Kern dit doet bij zijn transscripties; doorgaans 
wordt steeds het teeken ng gebruikt, terwijl de n niet voorkomt, doch in een 
enkele transscriptie juist weer overal de n, met vermijding van de ng. Ook 
hierin hebben wij zonder meer het manuscript gevolgd. 

Datzelfde geschiedde voor zoover doenlijk ook bij de woordafscheiding 
en bij het aanduiden der lacunes. Enkele malen, vooral daar waar tusschen 
verschillende lezingen geweifeld was, werd niet duidelijk aangegeven, waar het 
ééne woord eindigde en het andere begon, waarschijnlijk met opzet, daar het 
in die gevallen den schrijver zelf nog niet duidelijk was, waar de afscheiding 
moest worden aangebracht. Natuurlijk is in den druk die onzekerheid behouden. 
In andere gevallen is de onduidelijkheid onopzettelijk, in het bijzonder daar, 
waar de transscriptie klaarblijkelijk vlug van een kladje in het net geschreven 
is; zoo veel mogelijk is bij den druk nagegaan, waar het de bedoeling was, 
dat een afscheiding stond, doch veelal ontbrak de zekerheid en moest gedeci- 
deerd worden in dezen of genen zin. Van veel belang is deze zaak natuurlijk 
niet, daar, behalve bij als zoodanig aangegeven interpuncties, in de origineele 
stukken van woordaf&ckeiding in het geheel geen sprake is. Wat de interpunctie 
betreft, deze werd in enkele transscripties door punten, in de meeste door 
komma's aangegeven ; bij den druk is ter voorkoming van verwarring overal het 
laatste systeem gevolgd 1 ). Van eenig verschil tusschen zwaardere en lichtere 
interpunctie bleek alleen bij de bekende aanvangs- en sluit-teekens, die, waar 
ze in het manuscript voorkwamen, dienovereenkomstig door || en || o || zijn aan- 
geduid in den gedrukten tekst. De enkele streep | duidt afscheiding van regels 
aan, daar waar de regels in den tekst doorloopen; een enkele maal wordt er 
echter klaarblijkelijk een eveneens op de oorspronkelijke inscriptie door een 
streep aangeduide zware interpunctie door weergegeven. 

Bij lacunes heeft het manuscript, en dus ook de druk, geen haak- 
jessysteem toegepast, doch eenvoudig ruimte opengelaten. Alleen moest 
in zoover daarvan worden afgeweken, dat een duidelijke aanwijzing zou 
worden verkregen van de lacunes van één of twee letters (in het manu- 
script door kleine streepjes aangeduid), waar open ruimte twijfel zou teweeg 
brengen of men te doen had met twee van elkaar gescheiden woorden, 



l) In enkele transscripties, waar de interpunctie niet consequent doorgevoerd was, is zij 
geheel weggelaten. 



XVI 

zonder lacune, of met één woord, waarin wel een lacune voorkwam, met andere 
woorden in die gevallen, waar de open ruimte zóó gering zou zijn, dat zij voor 
den gewonen afstand tusschen twee woorden gehouden kon worden. In die 
gevallen is gebruik gemaakt van bet teeken ( ); uitgezonderd natuurlijk daar, 
waar door het voorkomen eener interpunctie voor of na de lacune alle moge- 
lijkheid tot verwarring ontbrak. Bij grootere lacunes is zooveel mogelijk ook 
in den gedrukten tekst naar verhouding evenveel opengelaten, als in het ma- 
nuscript het geval is. Het bleek intusschen, dat in dit laatste de open ruimte 
niet altijd volgens den zelfden maatstaf en niet altijd met minutieuse nauw- 
keurigheid berekend was: in sommige gevallen was namelijk door Brandes zelf 
de lacune later aangevuld en dan besloeg veelal het ingevulde woord of woor- 
den meer of minder plaats dan de lacune. Ook hier zou natuurlijk de eind- 
collatie volkomen nauwkeurigheid gebracht hebben, doch zooals de zaken nu 
staan behoeft men bij eventueele aanvulling der lacunes een geopperde gissing 
niet af te keuren, omdat die niet precies in de opengelaten ruimte zou passen. 
Met deze eigenaardigheid van het manuscript hangt een andere samen : soms 
heeft bij lastige stukken Brandes eerst opgeschreven, wat hij direct lezen kon, 
met openlating van eenige ruimte voor het nog onduidelijke, later werd dan 
ook de rest gelezen en opgeschreven, doch wanneer nu de open plaats te ruim 
berekend was, bleven natuurlijk op papier stukken „lacune" open, die in wer- 
kelijkheid bij de origineele oorkonde niet bestonden. De transscriptie zou daar, 
ware zij nog eens overgeschreven geworden, een aaneengesloten geheel gevormd 
hebben; nu dit niet plaats gehad heeft, zijn er van die kunstmatige lacunes 
blijven staan. Hier en daar kan dan ook geconstateerd worden, dat de eerste 
letters, op een open ruimte volgend, onmiddelijk aansluiten bij de laatste aan 
die open ruimte voorafgaande: daar behoort dan natuurlijk eigenlijk geen 
lacune voor te komen. Hetzelfde is ongetwijfeld ook het geval bij enkele andere 
lacunes, waar de samenhoorigheid van het voorafgaande en volgende niet zoo 
duidelijk blijkt en alleen met behulp van de oorkonde zelf of de abklatsch vast 
zou zijn te stellen. Daar het ondoenlijk was een grens te trekken en zulk soort 
open ruimten gedeeltelijk te doen verdwijnen, gedeeltelijk te laten staan, werd 
besloten ook in dit opzicht de eenmaal aangenomen gedragslijn: de druk vol- 
komen volgens het manuscript, consequent door te voeren en al dergelijke la- 
cunes, als zoodanig bedoelde en niet bedoelde, te handhaven. De plaatsen, waar de 
zekerheid bestaat, dat de lacune behoort te vervallen, zullen den gebruiker 
der transscripties natuurlijk dadelijk in het oog vallen. 

Onder onzekere woorden en letters was in de trausscriptie een streep 
gezet; in den gedrukten tekst zijn ze door cursiveering weergegeven. Van tijd 



XVII 

tot tijd waren variae lectiones bovengeschreven ; deze zijn in een voetnoot aan- 
gegeven ] ), waar men ook de zeer enkele door Brandes aan de transscriptie 
toegevoegde korte aanteekeningen vinden zal. Niet aangegeven is alleen de 
twijfel tnsschen i en ë ; op grond van het weinige verschil tusschen de teekens 
voor die beide klanken in het Kawi-schrift, deed zich die twijfel natuurlijk 
passim voor en eenig practisch nut leek ons de telkens herhaalde vermelding 
daarvan niet te hebben. Enkele malen stond in de transscriptie, niet als bo- 
venschrift of aanteekeni ng, doch opgenomen in den doorloopenden tekst, achter 
zeker woord: {lees ....). Ook in dit opzicht is de gedrukte tekst in overeen- 
stemming met die van het manuscript gebleven. 

De transscripties, zooals ze door Brandes waren nagelaten, bevatten 
slechts zeer korte, sommige zelfs in het geheel geen, aanduidingen omtrent de 
origineele oorkonde, waarvan ze afkomstig waren. Later had, zooals boven reeds 
vermeld werd, de Heer Rouffaer er nog korte litteratuuropgaven bijgevoegd. 
Het lag voor de hand, dat ze niet zoo maar afgedrukt konden worden, zonder 
dat de eventueele gebruiker eenigszins wegwijs gemaakt was, met wat voor 
stuk hij te doen had en waar hij er wat meer over vinden kon. Om die reden 
werden de korte overzichtjes, die men aan elke transscriptie ziet voorafgaan, 
samengesteld. Daarbij zijn uit de over elk stuk bestaande litteratuur die plaat- 
sen, welker kennisneming tot recht begrip der inscriptie wenschelijk was, in 
extenso of slechts met weglating van wat niet ter zake deed of te veel plaats- 
ruimte zou vorderen, afgedrukt, terwijl bij mededeelingen, die niet op den 
inhoud van de oorkonde betrekking hadden, doch uitsluitend de uiterlijke ge- 
schiedenis van het stuk betroffen (b.v. verplaatsing), met een verwijzing naar 
de desbetreffende plaatsen werd volstaan 2 ). In het bijzonder is telkens Brandes 
zelf, wanneer hij één of ander over den inhoud van eenige inscriptie gepubli- 
ceerd had. zoo veel mogelijk woordelijk geciteerd, ten einde ook in dit opzicht 
de geheele uitgave zooveel doenlijk het karakter te doen dragen van Brandes' 
eigen arbeid. 

Gelijk men ziet zijn eerst in chronologische volgorde de gedateerde 
inscripties van Java afgedrukt, daarna de ongedateerde, alleen in zooverre 
eenigermate chronologisch, als eerst de volgens afkomst en lettertype oudste 
Midden-Javaansche opschriften, en aan het slot de latere Oost-Javaansche gegeven 



1). De cursiveering ia de noten moest in enkele gevallen achterwege blijven, waar de druk- 
kerij niet over alle vereischte lettertypen beschikte. 

2). De gebruikte afkortingen zullen wel geen aanleiding tot misverstand geven. Ten over- 
vloede zij vermeld, dat met Not. en Tijdschr. de Notulen en het Tijdschrift van het Bataviaasch 
Genootschap bedoeld zijn, Rapp. zijn de Rapporten der Oudheidkundige Commissie. Verbeek is de 
aanduiding van Dr. R. D. M. Verbeek's bekende Oudheden van Java, in Verhandel. Bat, Gen, XI<Vt 
Uö9i), De andere aangehaalde werken vereischen geen afzonderlijke aanduiding. 



XVIII 

zijn. Vervolgens komen enkele exemplaren van de Bnitenbezittingen. Diegene 
der transscripties, welke reeds elders gepubliceerd waren, hetzij door Brandes 
zelf, hetzij door anderen, zijn niet nog eens herdrukt, doch wel is een opgave 
ervan achter de thans voor het eerst uitgegeven transscripties te vinden. Ook 
bij deze opgave is uitsluitend opgenomen, wat Brandes zelf voor het Corpus 
verzameld had, m. a. w. alleen de in de transscriptie-portefeuilles aangetroffen 
stukken worden vermeld, niet ook eventueele elders uitgegeven oorkonden, niet 
door den auteur in die bundels verzameld. Tot slot volgt dan een lijstje van 
afwijkende lezingen van Brandes, blijkende uit aanteekeningen van zijn hand, 
op inscripties, welke door andere personen waren gepubliceerd. 

Een oogenblik rees de vraag, of het soms wenschelijk zou zijn ook de 
vroeger reeds elders uitgegeven transscripties in herdruk bij deze verzameling 
op te nemen. Van dat idee werd echter afgezien uit overweging, dat waar die 
vroegere uitgaven door Brandes zelf grootendeels met voortreffelijke vertaling 
en commentaar geschied zijn, ieder die ze voor zijn studie noodig heeft, toch 
naar die volledige uitgave grijpen zal en de in z'n eentje herdrukte transscriptie 
zou laten voor wat zij is. Op die wijze zou dus die herdruk toch geen nut 
stichten. Wel zou het overweging verdienen te zijner tijd alle elders verspreid 
gepubliceerde Oud-Javaansche oorkonden in één boekje te vereenigen, dan echter 
niet alleen die van Brandes, maar ook die van Cohen Stuart, Kern en anderen. 
Een dergelijke verzameling ligt intusschen buiten het bestek van de thans 
ondernomen uitgave. 

Ook ter zake van de illustratie bestonden verschillende mogelijkheden 1 ). 
Men kon besluiten tot volledige fotografische weergave van alle behandelde 
inscripties, hetgeen zou neerkomen op een driehonderdtal platen. De onkosten, 
daarmede gemoeid — niet slechts die van de reproductie zelf, maar vooral die 
van de fotografische opname op allerlei moeielijk bereikbare plaatsen — werden 
te aanzienlijk geoordeeld, dan dat er toe mocht worden overgegaan. Zulk een 
volledige reproductie zou wellicht op haar plaats zijn in een standaai-d-publicatie, 
een volledig Oorpus met vertaling en commentaar, niet bij de toch altijd een 
voorloopig karakter dragende uitgave van transscripties alleen. Eu zelfs in dat 
eerste geval zou het nog de vraag zijn, of het eigenlijk geen overbodige luxe 
was, die hooge onkosten te maken, gezien het feit, dat model-uitgaven als de 
Corpora Inscriptionum Graecarum en Latinarum, die toch wezenlijk wel aan alle 
wetenschappelijke eischen voldoen, de inscripties niet van reproducties vergezeld 
doen gaan. Te minder zou volledige reproductie noodig zijn, waar het Kawi- 



l). Vergelijk hierover de Nota in Notul. Bat. Gen. 1912 p. 30-35. 



XIX 

schrift zichzelf zoowel op Midden- als Oost-Java betrekkelijk zoo gelijk gebleven 
is — in tegenstelling met de menigte afwijkende lettervormen in Britsch-Indië, 
die bij de uitgave der Epigraphia lndica het publiceeren van reproducties door- 
gaans onvermijdelijk maken. De transscripties van Brandes hebben, op een zeer 
enkel exemplaar in Wenggi- of Nagari-schrift na, alle betrekking op Kawi- 
inscripties, zoodat zeer goed volstaan kon worden met het ter illustratie geven van 
karakteristieke specimina van schriftsoorten op steenen en koperplaten uit de 
verschillende eeuwen van de geschiedenis, die het Kawi-schrift doorloopen heeft. 
Voor zoover de steenen betreft, is dat geschied met behulp van foto's van 
abklatschen, niet van de origineele oorkonden zelf, een methode, die in de 
practijk de duidelijkste bleek en dan ook b. v. in de Epigraphia lndica steeds 
toepassing vindt. Ten einde de lettervormen op eenigszins groote schaal te 
kunnen afbeelden, zijn slechts kleine gedeelten van de steenen genomen, waaruit 
ook al vanzelf volgt, dat de hierachter opgenomen platen niet te beschouwen 
zijn als hulpmiddel ter controle of iets dergelijks, doch uitsluitend als illustratie, 
ten einde een denkbeeld te geven van de verschillende stadia van het Kawi-schrift. 
Een volledige en nauwkeurige vergelijking der onderscheiden lettertypes van 
dit schrift in den loop der eeuwen en over geheel Java heeft nog nooit 
plaats gevonden en dient het onderwerp van een afzonderlijk, zuiver epigra- 
fisch, onderzoek te zijn. Zoolang dat nog niet ondernomen is en daardoor 
ook betrouwbare vergelijkingstabellen ontbreken, zou het nog van weinig nut 
zijn het illustratiemateriaal verder uit te breiden dan thans geschied is, nu 
slechts de hoofdtypes van het Kawi-schrift in zijn opeenvolgende periodes aan- 
gegeven zijn. 

Met het bovenstaande meeneii wij voldoende, zij het slechts in hoofd- 
zaken, te hebben aangeduid, op welke gronden de uitgave van Brandes' nagelaten 
transscripties heeft plaats gehad op de wijze, zooals zij hierbij aan het weten- 
schappelijk publiek worden aangeboden. Aan de correctie is, zooveel in ons 
vermogen lag, de grootste zorg besteed, zoodat, naar wij hopen, de drukfouten, 
die er natuurlijk toch in zijn achtergebleven, niet tot de hinderlijke be- 
hooren. Voor de gevallen, waarin wij het manuscript zouden hebben mis- 
verstaan, roepen wij de toegevendheid van den gebruiker in; waar het op 
twijfelachtige punten natuurlijk onmogelijk was zekerheid te verkrijgen om- 
trent de bedoeling, moesten wij de moeielijkheid wel zelf naar ons beste weten 
oplossen. 

Indertijd werd het plan geopperd, als hulde aan Brandes' nagedachtenis 
een herdruk te doen plaats hebben van zijn werken. Van dat plan is ten 



XX 

slotte afgezien, en terecht: juist tengevolge van zijn eigen verbazingwek- 
kende werkzaamheid heeft de Javaansche archaeologie (in den ruiinsten zin) 
een zoodanige evolutie doorgemaakt, dat zij bij zijn dood eigenlijk een geheel 
andere geworden was, dan toen hij zijn eerste artikelen schreef. Men zou 
zich dus bepalen tot publicatie van de epigrafische nalatenschap. Het zou 
niet aangaan hier nog van een hulde te spreken : wie kennis neemt van 
deze honderd en twintig nog nooit bekend gemaakte oorkonden met hun 
bijna onuitputtelijke gegevens op epigrafisch, historisch en taalkundig ge- 
bied, beseft ten volle, dat niet wij epigonen hier een daad van hulde verrich- 
ten, doch integeudeel de grondlegger der Javaansche archaeologie ons opnieuw 
aan zijn nagedachtenis verplicht door een hulpmiddel van niet licht te overschat- 
ten waarde voor de studie, die zijn levenswerk was, laatste bewijs tevens van 
een gemakkelijker te bewonderen dan na te volgen werkzaamheid. 

N. J. Keo m. 



November. 1913. 



MAR 31 1916 

Oud=Javaansche Oorkonden. 

Nagelaten Transscripties 

VAN WIJLEN 

Dr. J. L. A. BRANDES. 

Uitgegeven 

DOOR 

Dr. N. J. KROM. 



I. 



VERHANDELINGEN 



VAN HET 



Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. 



Deel LX. 



Eerste stuk. 



Batavia, 
ALBRECHT & Co. 



'S H A G E, 

M. NIJHOFF. 



1913. 



31 1916 



Oud=Javaansche Oorkonden. 

Nagelaten Transscripties 



VAN WIJLEN 



Dr. J. L. A. BRANDES. 

Uitgegeven 

DOOR 

Dr. N, J. KROM. 



VERHANDELINGEN 



VAN HET 



Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. 



Deel LX. 



Eerste stuk. 



Batavia, 
ALBRECHT & Co. 



'S H A G E, 

M. NIJHOFF. 



19 13. 



L. S. 

Aangezien het bleek, dat de verzorging van Dr. Brandes' epigraphische 
nalatenschap een hoogst tijdroovend werk was en het daardoor ongewenscht 
lang zon duren, alvorens dit zoo belangrijk werk in handen der belangstellen- 
den kwam, werd besloten de uitgave te splitsen. Zoodoende worden thans als 
eerste stuk de gedateerde inscripties van vóór 1000 Qaka, dus tot en met de regee- 
ring van Ahdangga, aangeboden. 

Bij het tweede stuk hoopt ondergeteekende een Inleiding te voegen, 
waarin de wijze van uitgave enz. zal worden verantwoord. Voorloopig zullen 
de volgende mededeelingen kunnen volstaan. 

De transscripties zijn volkomen volgens het manuscript afgedrukt; alleen 
in die gevallen, waarbij in eenzelfde oorkonde het zelfde Oud-Javaansche letter- 
teeken op verschillende plaatsen door een verschillend Latijnsch karakter was 
weergegeven, is ter voorkoming van verwarring uniformiteit ingevoerd. Voor 
het overige zijn geen veranderingen aangebracht (een enkele verschrijving, die 
hersteld kon worden, natuurlijk daargelaten), zoodat als men b.v. in de ééne 
regel patih en in de volgende patih leest, het weglaten van die punt niet te 
wijten is aan slordige correctie, doch aantoont, dat die schrijfwijze ook in het 
manuscript afwijkt. 

Woorden en letters, waaromtrent bij Dr. Brandes onzekerheid bestond, 
zijn cursief gedrukt. Bijgeschreven variae lectiones worden in een voetnoot 
aangegeven, met verwaarloozing noch thans van de passim voorkomende 
twijfel tusschen i en ë, waarvan het vermelden practisch van geen belang 
werd geacht. 

Wat de woordafscheiding betreft, was het manuscript niet altijd even 
duidelijk, zoodat in enkele gevallen het doen van een keuze tusschen twee 
mogelijkheden onvermijdelijk was. De grootte der lacunes is ook zooveel mogelijk 
overeenkomstig die in het manuscript, hoewel dit laatste in het aangeven van 
het ontbrekende de afstanden niet altijd naar denzelfden maatstaf gerekend 
bleek te hebben; wanneer men dus de lacunes e conjectura aan wil vullen, 
behoeft men zich niet angstvallig aan de in het manuscript en dus ook in de 
gedrukte transscriptie opengelaten ruimte te houden. Bij lacunes van één of 
twee letters is het teeken ( ) gebruikt. 



II 

Eindelijk dient er ook rekening mee gehouden te worden, dat Dr. Bran- 
des somtijds eerst opschreef wat duidelijk te lezen was, en het minder duide- 
lijke later aanvulde. Dit heeft tengevolge, dat, als de voor die latere aanvulling 
opengelaten plaats wat te ruim berekend was, stukken openbleven op papier, 
terwijl de transscriptie feitelijk één aaneengesloten geheel kon en moest vormen. 
Een voorbeeld daarvan is no. XXXIII, waar in verscheiden regels blijkt, dat 
de onmiddellijk op de eerste lacune volgende letters aan behooren te sluiten bij 
de aan die lacune voorafgaande. Op diezelfde wijze kunnen ook elders lacunes 
in de transscriptie voorkomen, die niet als zoodanig bedoeld zijn; daar echter 
slechts in enkele gevallen zekerheid te verkrijgen was, is ook in dit opzicht 
het manuscript overal volkomen getrouw weergegeven. 

De bovenschriften zijn van de hand van ondergeteekende ; zooveel mo- 
gelijk is daarbij echter Dr. Brandes zelf geciteerd. 



N. J. Keo 



M. 



I 

GEDATEERDE INSCRIPTIES. 



Steen. Gevonden in 1904 door den Heer Leydie Melville te Dinaja, 
res. Pasoeroehan. 

In Rapp. 1904 p. 9 verklaart Dr. Krandes, dat deze steen „uiterst 
belangwekkend is, omdat liet opschrift dateert uit 682 Caka = 760 A. D. 
Terwijl het zoo de oudste ons bekende inscriptie is in oud-Javaansch schrift, 
voert het tegelijkertijd de oudste oud-Javaansche periode van Oost-Java weer 
een heel eind hooger op, hooger zelfs dan die van Midden-Java, wat ons voor 
een nieuw raadsel stelt. Tengevolge van het onduidelijke schrift is het stuk 
niet gemakkelijk te ontcijferen". 

De steen is thans als D. 113 opgenomen in het Museum te Batavia en 
afgebeeld op Foto Oudheidk. Comm. no. 743. 

1. asït 

2. tapawan yena gust(i) 

3. rapawita [| limwah apitana 

4. iti smrtah sa swargga geta te pu 

5. limwasya duhitajajnepradaputra(s)ya 

6. na iti mahisija nam yasya wïmatah || a 

7. je bhagawatim agastyebhaUah dwrjatihita krpa gaja 

8. ponaih sanayakaganaih samatara yanadhaca ramya ca maha 

9. rsi bhawana a/walahajiri-yah || purwwaih krtan tu sura danumayï 

10. samïksyakïrttipriyah talagam prati mam manaswï ajna 

11. pyacilpinam aram sah dïrghadarccl krsnadbhutopalama 

12. yïm nrpatihcakara || rajnagastyah cakabde nayana wasu 

13. rase marggacïrse camase ardn7rtthe eukraware pratipa 

14. dadiwase paksa sandhodhruwe suktwibhbhihwedawidbhih ya ti para 

15. sahitaih sthapakadyaih saho/(aih karmmajnaih kumbhalaiica sudr 

16. matimatas//(api/ah kumbhayonih | kselram gawa/i supuptah mahisa 

17. ganayutah dasadasï purögah datta rajrïa maharsi prawara caru ha 



6 wimatah-wiMatah ; 7 kypa-kywa ; 8 yana-yaga; 10 talaga/n-talagama . 
Verhandelingen Bat. Gen, Dl. LX. 



18. wi s/Aana sarwwadhanadiwyapa sarwam dwijanam bhawanarn piwrda 

19. ramca adhhïïtarn cawisrambaya atiptinam yawa yawi 

20. ka/m yyaccbadanaih suprayuktam || ye bandbawah nrpasutab ca 

21. samantrimukhyah datto nrpasya yadi do pratikulacittah nasti || 

22. krdoma kutilah narake pateyuh na acutra ca 

23. laganma wicyah nrpasya nuwidhah yadi riatti wrddho astakya 

24. /Jiijah danapya punya yajana ddbyayana 

25. m'patih yatha ewam. 

Van regel 9 (half) tot 22 (half) zijn de verzen de volgende: 

pürwwaih krtan tu suradanumayï samïksya 
kïrttipriyah talagam apratimam manaswï 
ajnapya ^ilpinam aram sah — dïrghadar^ï 
krsnadbhutopalamayïïn nrpatih cakara 

rajnagastyah cakabde nayana wasu rase marggacirse ca mase 
ardrarthe cukraware pratipadadiwase paksa sandbodhruwe 
suktwibhbhih wedawidbhih yatiparasahitaih sthapakadyaih sahonaib 
karmmajnaih kumbhalancasudr matirnatasthapitah kumbbayonih 
ksetram gawah supuptab mahisaganayutah dasadasïpurogah 
dattarajna maharsiprawara caruhawisthana sarwwadbanadi 
wyapasarwam dwijanam bhawanam piwrsaramca adbhutamca 
wisrambaya atiphi naai rawayawikakayyaccbadanaih suprayuktaui 
ye bbandhawah nrpasutah ca samantrimukhyah datto 
nrpasya yadi do pratiknlacittah nasti 
krdoma kutilah narake pateyuh 

II. 

Steen, afkomstig van het Diëng-plateau. 

Over de inscripties daarvandaan zie men Notulen 1886 p. 29 sq., 186 — 
189; Tijdschr. 31 p. 250 sqq., Not. 1887 p. 15, 61 sq. en 85 sq., 1888 p. 2 
sq., 25, 41, 62 en verder het opgegevene bij Verbeek p. 125 sqq. Deze steen 
is no. 4 van de in Not. 1887 p. 85 sq. door Dr. Brandes gegeven lijst. Hij 
komt daarop voor als: ,,nog staande in de pasanggraban", doch is blijkens 
Notulen 1888 p. 2 sq., 41, 62 sq. overgebracht naar Batavia en als D. 58 in 
het Museum aldaar opgenomen, gelijk blijkt uit de definitieve lijst in Not. 1889 
p. 131. De steen is afgebeeld op foto 145 en 146 van Van Kinsbergen en 
wordt naar de woorden, waarmee de inscriptie op de achterzijde begint, dik- 
wijls aangeduid als ,,hanasima-steen'', abklatsch Oudh. Bnr. no. 93, 94 en 
340, afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2990 (Cat. Juynboll p. 228). In Tijdschr. 
32 p. 108 noot, deelde Dr. Brandes mede, dat het jaartal 731 is. 



22 acutra-awmtra ; ca-ioa; in de zelfde regel is later toegevoegd achter ca: iw ha tra ga twi, 
waarbij als mogelijke lezing voor na: na, voor twi: tri aangegeven is. 



V o o r z ij d e. 

1. jagaddhita 

2. sati caka warsatita 731 jyestamasa 

3. mi krsnapaksa a po tu wara wuruku(ng) ma 

4. tatkala sang painagat tiga nggir si dama manima 
5. 

6. 

7. 

8. drwya 4 

9. 

ning hulun haji wa 

10. 4 dang i pauglipa 

t 4 

11. ? padamaran 

12. 1 caranti tambra 4 
dpa a 

13. pangkur 

14. 
15. 

A c h t e r z ij d e. 

1. hana sïnia i crï mangcrala watak hino sawah lamwit | hana 

2. sïma i wukawatu watak wantil savfah tampah 3 hana sïma 

3. i panulingan watak pikatan sawah tampah 1 blah 1. 

Er bestaat een tweede, klaarblijkelijk oudere, transscriptie, welke van de 
bovengegevene slechts daarin verschilt, dat overal b in plaats van w staat. 

III. 

Steen, hoog 49 cM., breed 20/21 cM., afkomstig van Gandasoeli (afd. 
Temanggoeng, res. Kedoe), later overgebracht naar desa Dewa Karajan (Diwak), 
welke intusschen in den inventaris der oudheden in de residentie Kedoe (Rapp. 
1911) niet te vinden is. Volgens Dr. Verbeek (p. 139) zijn van Gandasoeli 
drie beschreven steenen afkomstig, waarvan ééne, een ruwe riviersteen van 14 
(lees 15) regels, het jaartal 769 zou bevatten. Deze mededeeling is onjuist; niet 
op den nog ter plaatse zich bevindenden riviersteen staat dit jaartal, doch op 
de hier volgende van 19 regels, welke later naar de controleurswoning te 
Magelang is overgebracht, en waarvan de verblijfplaats op het oogenblik niet 
bekend is. Abklatschen worden vermeld Not. 1869 Bijl. N, 1876 Bijl. I no. 
17, II no. 18; thans is er geen meer te Batavia aanwezig; afgietsel Leiden 
Ethn. Mus. no. 2993 (Cat. Juynboll p. 233). 

1. swasti cakawarsatïta 

2. 769 jyestamasa ti 



12 het tweede cijfer onduidelijk; ook in 11 staat op de plaats van het vraagteeken een onduide- 
lijk cijfer. 



3. thi astami cuklapaksa 

4. wagai wara /tri pa 

5. hing tatkala (ta) ndda pu ha 

6. wang glis anakwbi sipiraklnt 

7. I wTki (nga) naya hu 

8. minamahkan ^angli wattan 

9. 1 padamaran 1 pamapi(r)nya 

10. ngan 6 curi(ng) 1 ni/tan praca 

11. ktinda dang puhawa(ng) glis 

12. tatra saksï dapunta likha 
18. dapunta curadrï hyang guru 

14. gawai hyang guru gow&r 

15. likhita kubfradangan 

16. di pabwaya y da 

17. dang pu wang glis cihna 

18. ndati palupa di sima 

19. nda || 

Bij regel 4 teekent Dr. Brandes aan: „wrhaspati ?" 

IV. 

Steen, afkomstig van desa Karang-tengah (afdeeling Temanggoeng, res. 
Kedoe), gebroken in vijf fragmenten (zie de schematische voorstelling). 

Daarvan zijn a, c en d verloren gegaan ; a en d zonder eenig 
spoor achter te laten, terwijl c eenigen tijd bij het controleurshuis 
te Magelang gestaan heeft, blijkens Hoepermans bij Verbeek p. 138. 
Dit is het hieronder gegeven midden-fragment, welks afmetingen 
zijn: van boven 50 van onder 46 c.M., op zij 21 en 45 c.M. Voor 
de abklatschen zie men Notulen 1869 Bijl. N 1876 Bijl. Tno. 18, 
Il no. 17 en hieronder; afgietsel Leiden Ethn. Mus. No. 2994 
(Cat. Juynboll p. 233). Begin, rechterzijde en benedenstuk ontbreken dus. Dr. 
Brandes teekent verder aan „schijnt met verzen in 't Sanskriet te beginnen ; regel 
15 van dit fragment begint een pracasti". De fragmenten b en e zijn respec- 
tievelijk als D 27 en 34 in het Museum te Batavia opgenomen. Van de eerste 
is geen transcriptie aanwezig, abklatsch Oudh. Bur. no. 235 en 236; de tweede 
waarvan abklatschen 113 en 219 op het Oudh. Bur. en afgietsel no. 2982 
(Cat. Jnynboll p. 232) in het Ethn. Mus. te Leiden, wordt door Dr. Brandes 
in den Catalogus (p. 384) aldus beschreven: 

„Fragment van een steen, benedengedeelte. Vaal grijs. Verweerde andesiet. 
17 Regels zeer klein oud-Javaansch schrift van Midden-Jav'a. Afkomst onbekend. 
Hoog 39, breed 58, dik 10. 

Bevat slechts namen van getuigen, met hunne titels en de hun geschonken 
getuigengiften". 



CL 


^ 


>Oi 


-e 



10) praca-praW<a. 



Midden fragment (c.) 

gamacirahitakarunatmikacara .... jyate 

tisakti ntificandrama so tincahangsa nca kala 

ste crï ghananatha haryyadahitaru 

rikrya tasyanupunya 

1 5. swasti cakawarsatïta 769 jyestamasa dacamï krsnapaksa tunglai umanis 
wrhaspati wara tatkala 

16. n pu pal'dr sang lakilaki pu sang anakaM mawaih sawah sima 

17. k winihnya ha 1 iki sima lmah ni kayumbramjan winihnya ha 1 
wha 1 kanang lwah i ti winihnya ha 5 i kali 

18. winihnya ha 5 ingkuli winihnya ha 4 lmah ri trihaji ekapinda 
winih ha 19 wa 1 tatra saksï sang nawar sang 

19. sih winaih takurang yu 1 simsim 1 suhansunan i simandaksa sang 
Ixiapandan anakbanwa i 

20. takurang ja 1 simsim 1 si musangka niryyan anak banwa i calibi 
watak 

21. wadwa sang makudur kina umadaggananga naka i gawai ni 
hawuryyan 

22. kar hyang winaih takurang yu 1 si baha ramani 

23. kalima si haba 

De cijfers 4, 5 en 9 zijn in de transscriptie in het oud-Javaansch karak- 
ter blijven staan. Er onder staat nog: „crïman aryyasamarottungga iti". 

Onder-fragment (e.), Mus. Bat. D. 34. 

2. manjan rama ni winaih takurang yu 1 juru si jati 
rama ni swara winaih 

3. takurang yu 1 i sukun si madhawa rama ni gawana winaih takurang 
yu 1 i waringin juru si lanca rama 

4. ni nari winaih takurang yu 1 wua ta si mangga rama ni napal 
winaih takurang yu 1 i panda 

5. kyan juru si rindang rama ni gunung winaih takurang yu 1 i pti. 
juru si wikrama rama ni dhara winaih takurang 

6. yu 1 ma si pingul rama ni ambari winaih takurang yu 1 kalima si 
kunguruma rama ni taji winaih takurang yu 

7. 1 putih hlai 1 kalambi 1 punukan 1 suhansuhan 1 i lwapandar kalima 
si halap rama ni wi 



Middenfr. begin: so-he. 



6 

8. naih takurang yu 1 putih hlai 1 kalambi 1 punukan 1 suhan suhan 1 
juru si janaka rama ni rong winaih 

9. takurang yu i parwuwus si rama ny awak winaih takurang yu 1 i 
ihaji pabyaya ni tbang winaih takurang yu 1 si 

10. lili juru si cangkara rama ni dharm(m)a winaih takurang bang 1 par- 
wuwus si gunnng rama ni nasak winaih takurang yu 1 parwuwus 

11. si kuwil rama ni buwi winaih takurang yu 1 wariga si sumbak rama 
ni sindhu winaih takurang yu 1 juru matuha sy awit rama 

12. ni ayat winaih takurang yu 1 kalima si pamu rama ni bamu winaih 
takurang yu 1 si saïica rama ni winaih takurang yu 1 

13. putih hlai 1 kalambi 1 lakai 1 punukan wadung 1 patuk kris 1 parwu- 
wus sang kayumangan si haras rama ni 

14. wikrami anak wanwa i tyusan winaih takurang yu 1 parwuwus sang 
mantyasih sang kirta punta ni naga anak wanwa ri 

15. cri haji winaih takurang yu 1 parwuwus sang lwa pandak si kwak rama 
ni jamin anak wanwa ri hihaji winaih takurang 

16. yu 1 tuhalas ri haluluwasti rama ni yada winaih takurang yu 1 
tuhalas ri kandangan lambas si 

17. saruh rama ni kuting winaih takurang yu 1 kinon ra/rai patapan 

V. 

Steentje, afkomsiig van Tjandi Perot (afdeeling Temanggoeng, residentie 
Kedoe), in 1819 naar Magelang overgebracht, thans (Not. 1890, p. 11 sq., 52) 
als D 80 in het Mnseum te Batavia. Abklatschen worden vermeld Notulen 1869 
Bijl. N, 1876 Bijl. II no. 21; Oudheidk. Bureau no. 119-122, 379. 

Voor de verdere litteratuur over den tempel zie men Verbeek p. 137 
en 150, benevens Rapp. 1903 p. 8 sq.; 1907 p. L sqq;. 1911 p. 273. In Notulen 
1890 p. 52 vermeldt Dr. Brandes, dat op dezen steen, hoog 111 c.M., breed 
62, dik van boven 32, beneden 35 c.M., het jaartal 774 voorkomt. 

swasti tita 

774 asadhamasa tithi dwitiya 
suklapaksa, tu, pwa, a wara ta 

tkala rake patapan pu manukü manusuk 

VI. 

Steen van onbekende afkomst; volgens een conjectuur van den Heer 
Rouffaer in Notulen 1909 p. LXXVIII afkomstig van Pikatan bij Temanggoeng, 
volgens het afschrift in de Rijksuniversiteits-bibliotheek te Leiden (zie Tijdschr. 
47 p. 455) van Perot, afd. Temanggoeng, res. Kedoe, waarvandaan de steen 



11, SumbaA>sumba<. 



7 • 

in 1819 naar het residentiehuis te Magelang gebracht zou zijn. Hij is thans 
opgenomen als D 7 in het Museum te Batavia. Abklatschen Oudheidk. Bureau 
no. 245 en 335; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2986 (Cat. Juynboll p. 232). 
Dr. Brandes schrijft als volgt in den Catalogus (p. 374): 

„Van boven rond, doch van voren eenigszins gespitst. De inscriptie 
staat op een verdiept vlak in een rand. Zwart. Poreuse verweerde andesiet. 
Een zijde beschreven met oud-Javaansch schrift van Midden-Java. Van de 37 
regels zijn de onderste rechts en links beschadigd. Afkomst onbekend. — Hoog 
in het midden 111, aan de zijden 91, breed van boven 60, beneden 59; dik 
van boven 25, van onderen 23. 

Caka 773 (= A. D. 851). Oorkonde, waarbij Rakai patapan pu Manukü 
tot Sima (sema) verklaart de desa Tulang air ratu". 

Volgens de transscriptie is het jaartal, zooals men ziet, niet 773, doch 775. 

I swasti cakawarsatita 775 asadha masa tithi dwitiya 

3. süklapaksa tu. pa. a. wara hana yyumahnya tatka 

4. la rakai patapan pu manukü manusuk sema i tulang ai 

5. r ratu tatkala rake pikatan patih rake wka pu pulung watu 

6. sirikan pu sarwwa t'ruan pu mantara manguhuri pu manduta halaran pu 

7. manawang palarhyang pu bairawa wlahhan pu tugü dalinan pu manu 
* pangkur pu 

8. gra tawan pu mulung tiri(p) pu gada lang pisumanglaksa wadihati 
i 

pu manawan ma 

9. dur pu gada anung mangasö i patapan milu si lalan karua pu bhadra 
pu tuma 

10. k datar pu aku wadwa rakarayan mapatih milu sang pu kalang i siri- 
kan sang garawuy ga i (ti) 

11. ruan sa talaga i mangnguhuri sang katudaing i halaran sang jiwana i 
palarhyang sang da 

1 2. milihhan i wlahhan sang dakukap i dalinan sang hrtan i pangkur sang 
da kampa 

1 3. t i tawan sang da gumlar i tirip sang kamalagyan i lampi 
sang da ma(ng)yung wahu 

14. ta makudur sang katuwuhhan sang da(ng) raga wadwa rakarayan 
patapan tatka 

15. la matanda si mandi tuhan ning nayakarua si bhant» si damo parwwuwus 
si mangdana tuhan 

16. wadwa rarai si yridhara tuhanni kalula si niha tuhan ni manapal 
syulihan wa 

17. nua kayumwungan si gantan mantyasih mi rlilcha parwuwusnya 
punta pramana si gandha pu 



7 èairawa-cairawa ; 8 pisumang u -pipumang°. 



18. sthang pimurabalwa pandak si manniha wahuta patir hayu jurunya si 
saisa 

19. rama si rota pandakyan si sana jurunya si masi kalima si uahan i 
tulang air ju 

20. ru limus si balubu rama si tarawana kalima si janasili juru si rgga 
parwuwus si pa 

21. t wariga sincu i tulang air juru kunci si sayut rama si kesawa kalima si 

22. ganungsili juru si kala parwuwus si wuii wariga si dhasa tuha wauua 
si wancung si ba 

23. sang si wara si danda inara si jantra(r)liulair si layar matambak si 
tamuy 

24. si tagub padahimanggala si manüfc mapakan si mïïlya tubalas sy awit bulu 

25. tangah si ma ru si nara | jumput i crï mandakini juri (lees 
juru) kunci si siga i 

26. prasifia i limut si krahu i sarang si sana ing pa»« si tawang ing kaka- 
byan si mi 

27. lih ing tibran si haysima anak ni si si dhura i airpa 

28. pi si pagar si panga ing kakar si datar ing limut sanjana i 
talang ai 

29. r si malini ing na si guna 
ndangan si mu 

30. lya i gu u y an g prasada si 

sa kalima si 

31. siga parwuwus si sabasa juru la sawar la 

32. gi si si pangsat 

33. kalima si jati juru i wungha sa 
nasalapa mapakan i 

34. munggu antan si laya k matya i prasada 
ing kabanyagan si ka 

35. luwas si mabang wadura i aipyal si huwus rama si nutus 
juru i ai 

36. r bulu si milar rama si tagub juru i salangkung ni si bantal i 
mam la 

37. talay i lu (einde) 

VII. 

Steen afkomstig van Kali beber (tegenwoordig district Garoeug der afd. 
Wonosobo, res. Kedoe) volgens Hoepermans, Verbeek p. 87, 120; daarna over- 
gebracht naar Kendal en blijkens Notulen 1874 p. 121 vandaar naar Batavia 



gezonden, waar hij als D. 20 in het Museum is opgenomen; een abklatsch 
wordt vermeld Notulen 1809 bijlage N en is thans als no. 337 op het Oudheidk. 
Bureau te vinden ; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2989 (Cat. Juynboll p. 233). 
Dr. Brandes beschrijft den steen als volgt in den Catalogus (p. 379): 

„Van boven pajongvormig. Grijs. Zeer verweerde andesiet. De legenden 
op een verdiept vlak in een rand, van boven lofwerk, en op de zijden rozetten. 
Oud-Javaansch schrift van Midden-Java op de voor- en op de achterzijde beiden, 
16 regels. Vooi-al aan de voorzijde zeer beschadigd. Afkomstig van Kendal. 
Hoog in het midden 116, aan de zijden 105; breed 49; dik van boven 12, 
van onderen 11. 

Caka 783 (= D. D. 861). Pracasti. Noch de naam van den schenker, noch 
die van den begiftigde, die de sawah in vrijdom erlangt, is meer te herkennen". 

V o o r z ij d e. 

1. I swasti cakawarsatïta 783 masamagha 

2. tithi pratipada cuklapaksa wa. a. wara 

3. tatkala pitamaha i nusuk 

4. sima sawah ga, si 

5. si sang da 

6. tu pinghe n ga 

7. njar haji yu 

8. pa, i sira haji i kaha. sang 

9. tuhan ni janaya alih haji pu ma 

10. gdha, raga kang bungle pu yanta sangmatanda na 

11. yaka i tamyang woh i sira angsit yu 

12. 1 ma 1 ku sowang sowang, mwang parwuwus sang kuku 

13. ya tuhanning kalu 

14. lu sang ma sang tuhanning la 

15. angsit 

16. ma 

A c h t e r z ij d e. 

1. publunuh sang(ma)ngasiakan madmak i talaga ta 

2. njung sang citralekha madmak para paweh i sira ang 

3. si(t) yu 1 ku 4 sowang sang wahuta alih tatapa 

4. pu diwü, pasaranak pu indu, paweh i sira ragi 

5. yu 1 ku 4 sowang sowang sang pangurang pu langhawa swa 

6. mi wulung katak pu madhawa, swami kayuwangi pu sukri, pawe 

7. h i sira angsit yu 1 ma 1 sowang sowang, anakwi sang pa 

8. ngurang pu simpë paweh i sira ken atinaraksa sawlah sisim 

9. wrat su ma 1 anakwi swami kayuwangi pu dimit paweh i 
10. sira ken a ra sawlah sisim wrat ma 1 pa 



10 

11. rujar swawi kayuwangi parujar swanii wulung katak pu gu 

12. winda juru luwangantan baruna juru ing pandai gangsa, 

13. patinghalan pu mamang, paweh i sira ragi yu 1 so 

14. wang sowang, lawan juru i tamwalang panjang pu pradhana juru ta 

15. tawwangntas pu wang ramanta i linio susu tuha wanu 

16. a sang pratyaya hyang 

VIII. 

Steen, afkomstig van Tjandi Argapoera (afd. Temanggoeng, res. Kedoe), 
volgens Hoepermans bij Verbeek p. 135 later naar Temanggoeng overgebracht 
(zie Verbeek 140 sq.) en vandaar blijkens Notulen 1890 p. 11 en 52 naar 
Batavia, waar hij als D. 81 in het Museum is opgenomen. Een abklatsch ver- 
nield in Notulen 1869, Bijlage N, thans zie men no. 114 en 293 van het 
Oudheidkundig Bureau. 

swasti sakawarsatïta 786 jïstamasa tithi paficami saklapaksa, pa, ka, 
wr, wara hanayyumanya tatkala rakai pikatan pu manukïï manusuk sïma ri 
wanua tangngah sawah. 

IX. 

Twee koperplaten, laatstelijk van Keboan-pasar (afd. Sidoardjo, res. 
Soerabaja), zie Notulen 1882 p. 17 en 63, waarschijnlijk echter, volgen Dr. 
Brandes in Tijdschr. 32 p. 112 noot, van Midden- Java afkomstig. De tweede 
zijde van beide platen vertoont denzelfde tekst. 

Van de indertijd door Holle in Tijdschr. 28 p. 483 sq. gegeven trans- 
scriptie wijkt die van Dr. Brandes genoegzaam af, om een afzonderlijke uitgave 
te dezer plaatse te rechtvaardigen. De platen zijn thans als E 3 opgenomen 
in het Museum te Batavia (zie Not. 1911; Bijlage II). Op p. 358 van den 
Catalogus deelt Dr. Brandes het volgende omtrent deze platen mede: 

„Een oorkonde op koper van Caka 791 [lees 795] in twee bladen, waar- 
van blad 1 het begin en het einde van een pracasti, en blad 2 het midden 
en het einde van dezelfde pracasti te lezen geeft (op eenzelfde wijze als zoo 
iets ook het geval is met de Bandjar Nëgara'sche platen, zie Tijdschr. Ind. T. 
L. en Vk., XXV en Verh. XXXIX; iets soortgelijks ziet men ook bij Cohen 
Stuart, K. O., XVI en XiX). Het schrift van deze oorkonde, en ook het 
uiterlijk is midden-Javaansch, ook komt de inhoud ervan meer, doch niet in 
alle deelen, overeen met dien van een midden-Javaansch stuk. Daar zij van 
Oost-Java afkomstig heet, wordt zij hier genoemd [nl. onder de Oost-Javaansche 
van vóór 850], onder opmerking dat een stuk als een oud-Javaansche oorkonde 
op koper, gemakkelijk vervoerbaar is, en het dus zeer wel mogelijk zou zijn 
dat het door den een of ander naar een streek is overgebracht, waar het 
oorspronkelijk niet thuis behoorde. Het tegenovergestelde bijv. is geschied met 
de platen van Këndal (Tijdsch. Ind. T. Lv en Vk., XXVII," 541), die van Oost- 
Java afkomstig moeten zijn". 

la. Swasti cakawarsatita 795 waicakhamasa tithi pancami krsnapaksa, ma, 
pa, , manahil mülanaksatra siddhiyoga, tatkala sanghadyan Kuluptiru 



11 

kapwanakan rakryan tolobong (?) mariusuk sïma lniah waharu pinda ni ukurnya 
lima(ng) tampah. hinganya wetan irikang ing kalor, hinganya kidul tngahing 
lmah, hinganya kulwan satapëlwatës lawan i ganting, hinganya lor ing killu- 
wur parnnahanya sima kalilirana dening anak 

putu buyut santana pratisantana sanghadyan kuluptiru uniadëgi siranpanusuk 
sima, samgat mpu paji awak wanwa wdihan sayugala hadangan 

prana tunggal sawah matanda sinungan nia 8 sowang sowang 

nmwah drbya rakryan mangaran ganti manusuk 

2 pangurang pangknr mangaran pu kira mangaran rakryan kabeh 

mangaran gintn ntal parujar patih sinungan ma 2 wdihan sayugala 

ri winkasaliniran, panusuk sima, i pan n winkas mangaran sandi 

mapangiring marangke mangaran bukit, tnhalas mangaran ya i pame- 

yan winkas mangaran murah mapangiring snruhan mangaran ha n para 
pinggir siring, i kuwu winkas buyut baloga mapangiring mangaran suratha, 
suruhan mangaran manu, i pamasangan winkas mangaran dhlman, mapa- 
ngiring suruhan mangaran lakwan, kabayan mangaran madas mapangiring 
mangaran samuru kambang, ing këlaran kabayan mangaran galang- 

gang mapangiring suruhan mangaran kabayan mangaran suru- 

han pa suruhan manga 

nikan, maniga sikpan rumban wilang wanwa, wiji kawah, tingkës, mawï, 
sanghiran, tuha dagang, jüru gusali, mangrumbai, manggunje, tuhanambi, 
tuba judi, - tuhan hunjeman, juru jalir, pab(i)sar, pawungkunung, pulung padi, 
mi^ra hino, wli wadung, wli tambang, wli panjut, wli harëng, palamak, paka- 
lungkung, tpung kawung, sungsung, pangurang, pasukalas, payungan sipat 
wilut, jukung panginangin, pamawasya, hopan, panranjan skar takun (1 ees 
tahun), kdi walyan, widu mangidung, mapajahi (lees mapadahi), sambal, sum- 
bul, hulun haji watëk i jro ityewamadi kabeh tan katamana ikanang 

sïma, mangkana ikang sukhaduhkha kadyangganing mayang tanpawwah, walu 
rumambat ing natar, wangke kabunan, rah katëmu ring hawan, wakcapala 
hastacapala duhilatën amijilakëu wuryyaning kikir amuk amungpang, ludan, 
tutau ang^a pratyangr^a danda kodanda mandihaladi tkaring laku lakwan ado- 
haparë pula want/kir sagëm sarakut, sakupang satak palawang pahawuhawu 
lungga (?) narapati bhupati pobhaya saprakara kabeh, tka ring sukla duhkha 
an tan katapaka atah sima sanghadyan kulup tiru irika kunang ikang 
micra manawung, manimbul, mangla,kha mangapus, mamahang, mangubar, 
matarub, manggula, mangdyun, manghapu, manula wungkudu, manglurung, 
magawe rungki, payung wlu, mopih, makajang, mabubut, manganamanam 
mamisanduug manuk, pakalangkang tka ring pandai wsi, pandai mas, 



12 

pandai dang, pandai kawat, an sang hadyan kulup tiru atah pramana 

ri drbyahajinya, tka ri wkawetnira, irikang kala rnangassikën ta sang hadyan 
kul(u)ptiru tadah irikang paglaran maweh manadaha irika sang satna hina- 
naken saki-amaning manadah ring umangsö ta jnn skar manabëh tang 

mapadahi, mangkana rasa ning prasasti sang hadyan kuluptiru kunang ri 
sdanganyan han(a) sira lamlam mangapakarih lumëbura kasutantraning sïma 
sang hadyan kuluptiru yan brahmana, ksatriya, waisya, sudra, sajanmanya, 
yawat ya duracara umulahulaha kasutantran sima sang hadyan kuluptiru salwir 
ni pancamabapataka bhuktinya ring ihatra paratra pjaha tan panggiba ng 
sama iwruhanira kabeh prayatna || o || 

Ha apak, panarikan mangaran batu kandut parwata, jamwal, ahuler ma- 
ngaran adu, agale mangaran lapan, makadi winkas mangaran pandawa, 
samangkana kweh(ni) ramanta i waharu prasiddha saksat hastadhara, tumarima 
ikang pirak pangumbas sang hadyan kuluptiru ikang lmah mahapinda, ma 
ka 38, wariga ikang kala gala, apadahi mangaran nulad, padasin ma 2 wdihan 
sayugala sowang sowang /inakwakën ramanta i waharu makabehan, tan wil 
donya, tan sangga ruginya tke ftalawasanya kabaih ma dir atëhër tekang 

sima kasutantran, tan katamana deni sakwaih nirangilala drbya haji, wuluwulu 
parawulu, buficang haji, saprakara ning mangilala drbya haji ring dangu 
pangkur, tawan, tirip, patih wahuta rama, mifra parami^ra, pangurang kring, 
padëm, manimpiki, paranakan, limus galuh, mangriiici, manghuri, sungka 
dhura, pa^iawukan haji, watu tajëm, sukun, halu warak, rakadut, pingilai, 
katanggaran, erhaji, malandang, lëca, lbëlb, kalangkang, kutak, tangkil, 
salyut, watu kalang, pama 2 ) nikan, maniga, sikpan, rumban, wilang wanwa, 
wiji kawah, tingkës, mawï, tanghiran, tuha dagang, juru gusali, mangrumbai, 
manggnnje, tuha (judi), tuhan hufijëman, juru jalir, pabsar, pawungku- 
nung, pulung padi, mi^ra hino, wli wadung, wli tambang, wli panjut, wli 
harëng, palamak, pakalungkung, urutan, tpung kawung, sungsung pangu- 
rang, pasukalas, payungan, sipat wilut, jukung, panginangin, pamawasya, 
hopan, pa , skar tahun, kdi, walyan, mapadahi widumangidung, 

sambal sumbul, hulun haji, watëk i jro ityewamadi kabeh tan katamana 
ikanang sima, mangkana ikang sukha dukha kadyangga ning mayang tampa 
(wwah) (walu) rumambating natar wangka}» kabunan, rah katëmu ring hawan, 
wakcapala, hastacapala, duhilatën amijilakën wuryyataing kikir, aniuk amung- 
pang, ludan tutan ang^apratyangca danda kudanda mandihaladi tkaring laku- 
lakwau adoh aparë, pulawang/dr, sagëm sarakut, sakupang satak, palawang, 



1) Van hieraf = I, b. 



13 

pahawuhawu nayaka bhupati, pobhaya saprakara kabeh, tka ring sukha 

dukha sakeng alaranya tan katapaka atali sima sang hadyan kulup- 

tiru irika, kunang ikang misra ma manglakka, mangapus, 

mamahang, matarub, ma la, mangdyïïn, manghapïï, manula- 

wungkudu, manglurung, magawe rnngki, payung win, mopih, makajang, ma- 
mubut manganamanam, manawang, manabib, mamisandung manuk, maka 

tka ring mapandai wsi, mapandai mas, mapandai dang, mapandai kawat, 
an sanghadyan kuluptiru atah pramana ring drbya bajinya tka ri sawkanira, 
irikang kala mangasyëkën ta sang hadyan kuluptiru tadah irikang paglaran 
maweh manadaha irika sang sama hinanakenira, sakramanira ring dangu 
umangsö ta juu skar manabeb 

ta sang mapadabi, mangkana rasa ning prasasti sang hadyan kulup tiru, kunang 
ri sdanganyan hana sira lamlam mangapakarih lumebura kasutantran ning sïoia 
sang badyan kuluptiru yan brabmana ksatriya waisya (^udra), (sajanmanya) 
(yawa)t ya duracara umulabulaba kas(wa)tantran sima saug badyan kuluptiru 
salwir ning pancamabapataka bhuktinya ring ibatra paratra pjaba tan pa- 
in anggiba i wrubanira kabaib prayatna [| o || 

X. 

Steen, vroeger bij bet residentiebuis te Magelang staande (Verbeek p. 
149; Notulen 1890 p. 11 sq. en 63 cf. 1889 p. 135), tbans als D. 107 in bet 
Museum te Batavia. Een abklatseb wordt vermeld in Notulen 1869 Bijlage N 
en 1876 Bijlage II, tbans no. 140 van bet Oudheidkundig Bureau. 

1 . I o || swasti cakawarsatita 796 marggasiramasa pa 

2. ncami suklapaksa mawulu mitrakarai^wara tatkala 

3. ^rï kabulunnan manusuk wanwa i tritpussan watak kahu 

4. lunnan sima ni kamalan i bbumi sambbasa sawab kanayaka 

5. n winibnya barnat 1 sawab ni winkas winihnya hamat 

6. 1, 8 ontbreken. 

XI. 

Zuiltje, staande tusscben de Tjandi's Asoe en Loemboeng in de afdeeling 
Magelang der residentie Kedoe. Het werd ontdekt in 1896 door den Heer 
van Aalst (Notulen p. 89) en een abklatsch, thans no. 487 van het Oudheid- 
kundig Bureau, naar Batavia gezonden (Notulen 1897 p. 43). Dr. Brandes deed 
een voorloopige mededeeling in Notulen 1896 p. 112, behelzende de dateerina- 
in 796. 

De transscriptie is niet in regels afgedeeld, daar de inscriptie klaarblij- 
kelijk in de rondte doorloopt. 

3 iritpussan — /tritpussan; 4 sambhasa-sambhawa. 



14 

Swasti cakawarsatïta 796 cetrarnasa dwitïya euklapaksa haryyang kaliwuan 
buddhawara tithi naksatra krtika tatkala sang pamgat liino pu apas manusuk 
sïma lmah dharmmanira i salingeingan pangidulnya patang puluh pat dpanya 
pangawetannya nmang puluh pitu dpa pinanusukkakannya sawah i 91*1 mang- 
gala lawan panghli irikang lmah dharmmanira paknanikana(ng) sawah kawadua 
humma i salingeingan saksï rammanta i salingeingan patih kalang gusti wariga 
winkas parujar tuha wanua nmang rama jataka marhiyang sthapaka upakalpa 
kayastha dewakarmma nmang rama i crï manggala i wanua poh kapua sira 
winaih mamadahha nmang wdihan matangya yapuan kanna umulah ulahha 
ikana(ng) dharmma dlahaning dlaha pancamahapataka muang saluirni(ng) dukha 
kapangguhannya. 

XII. 

Koperplaat van 36X22.5 c.M., afkomstig van Ngabean (afdeeling Ma- 
gelang der residentie Kedoe), sinds 1892 in het Museum te Batavia, waar de 
plaat thans E 6 genummerd is. Dr. Brandes deed in Notulen 1892 p. 23 sq. 
bij gelegenheid van de aanwinst, over deze en het volgend nummer de volgende 
mededeeling na eerst de datum vernield te hebben: „Zij zijn dus uit denzelf- 
den tijd als Cohen Stuart's Kawi-Oorkonden XI — XV. Ook zij vermelden rake 
kayu wangi als mabaraja en rakarayan i we ka pu catura. Zij 
handelen over te gal- velden te Kwak (vgl. XII), die tot sawah zullen 
worden gemaakt, voor de prasada's van Kwak en Upit (vgl. XI, waar evenals 
hier iyupit), in het eerste geval door den koning in het tweede door pu 
Catura geschonken. 

De afkomst van Cohen Stuart XI — XV is betrekkelijk onnauwkeurig 
bekend (Kedoe, regentschap Magelang), en het is dus onzeker of ook die pla- 
ten eens behoorden tot net groote getal (30) platen, dat volgens de opgave, 
ontvangen bij de toezending van de twee hier besprokene, in 1863 gevonden 
werd te Ngabean; om de namen mag men het waarschijnlijk achten. Zij leve- 
ren nieuwe moeielijkheden, bevatten beide opsommingen van gereedschappen, de 
eerste ook een zeer kort gevat eedsformulier, waarbij echter in het oog gehouden 
moet worden dat die eene piagem compleet en de andere onvolledig voorhauden is". 

a. 1. Swasti cakawarsatïta 801 crawanamasa tithi pancamicuklapaksa, wnru- 
kung, umanis, soma, wara tatkala ajfia crï maha 

2. raja rake kayuwangï, tumurun i rakarayan kagnap hino watu tihang 
bawang cirikan umanugrahakna ikanang tgal i kwa 

3. k watak wka, ganagana tampah 5 sinusuk gawayan sawah maparaha 
cïmanikanang prisada i kwak dham rakarayan wka pu ca 

4. tura, buatthajyanya mangraga kamwang ing pastika, akan bisuwa cait- 
rasuji, ujar haji kinon rakarayan wka, mangasëa 

5. kna pasëk pasëk yathanyan mapagëhha i dlahaningdlaha, rake hino pu 
aku, rake watu tihang pu agra, samgat bawang pu pa 



15 

6. rtha, rake sirikan pu purungul, kapua inangsëan mas su 1 wdihan 
kalyaga yu 1 sowang sowang halaran pu dempangkara 

7. panggil hyang püttarasangga, dalinan pa acung, mangburi pu kiti, 
pangkur pu gawa, tawan pu ranjan tirip pu agra pinda, wadihati pu 

8. manu, makudur pu mnang, kapua inangsëan mas ma 8 wdihan bira yu 

1 sowang sowang, tuhan ri wadihati u miramirah mangra 

9. kappi halaran tuhan i makudur wangun sugih, kapua wineh mas ma 
5 wdihan ragi yu 1 sowang sowang wanghuta hyang lu 

10. paku manupuk sang halaran anak wanna i tal warani watak hameas, 
i makudur, sang rawugwug anagwanua i hinpu 

11. watak pëar wineh mas ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang sowang, patih air 
buwung rikang kala si haris rama ni nita patih kalya 

12. n si parama rama ni gesti, kapua wineh mas ma 5 wdihan ragi yu 1 
sowang sowang, parujarning patih airbuwung si maja rama ni warju 

13. k, wahutanya si hali, parujarning patih kalyan si layar rama ni hidëh, 
wariganya si ayuddha rama ni nidhi, kapua wineh ma 

14. s ma 2 wdihan ragi yu 1 sowang sowang, wahuta putat si landa ramani 
kayëm, si ranggal rama ni pëlëm, kapua wineh mas ma 5 wdi 

15. han ragi yu 1 sowang sowang, pitungtung pu sumwara rama ni ham- 
wingmatulak si mangher rama ni santul, kapua wineh mas ma 1 wdihan 

16. ragi yu 1, sowang sowang, anung rama magman i kwak rikang kala 
kalang 2 si pulu rama ni sukam, si hanëng rama ni pawëm, gusti 

2 si hli 

17. rama ni si tam rama ni puluk, tuha banna 2 si cara rama ni 
guwar, si kahuripan rama ni hangü winkas si rawan rama ni 

1. kapua wineh mas ma 2 wdihan ragi yu 1 sowang sowang, wariga 
santaiy parujar 2 si guse rama ni gaja, si jala rama ni angkatan, 

2. hulu kuwu si mandit rama ni wadwan, tuhalas si luat, rama ni palana, 
hungler si brati rama ni pahal kapua wineh mas ma 1 wdi 

3. han ragi yu 1, sowang sowang, marhyang i kawikwan si lanah si 
bharyya rewatëm (?) tuha padahi si dhanam, marëgang si cukla mangla 
si buddha, maga (?) 

4. si kundi, mawuai si pawan kapua wineh mas ma 1 wdihan ragi yu 1 
sowang sowang, rama tpi siring rikang kala, kalang ri waharu si 
warju ra 

5. mani tahun, i halang manuk kalang si cila rama ni guday, i tiga wangi 
kalang si wadwa, gusti si kamwar rama ni cristi, i malanjang gusti 
si bharata 



16 

6. rama ni taytra i hiwas si panca rama ni padang, kring pu bhagya, 
mangilala paranakan, si rakinam si carik, kapua wineh mas ma 1 wdihan 

7. ragi yu 1 sowang sowang, saji ni manguyut mas ma 5 wdihan yu 2 
wulang hulu sang makudnr wdihan yu 1 saji sang hyang watu kulu 

8. mpang mas ma 5 wdihan yu 5 bras pada 1 wsi ikat 10, haluhalu 5 
wtinya ikat 5 wadung 1 rimwas 1, taratarah 1 tampila 

9. n 1 kris 1 tatah 1 landak 1 linggis 5 dang 1 taray 1 padamaran 1 
muang caru tulung tawur satthikaraja sakama sa 

10. mua kumol wdus hayam hantrini, i sampunnya mangkana manadah 
sangwahuta hyang kudur muang patih wahutu, muaug rama tpi si 

11. ring muang rama i kwak rarai matuha manuam kabeh, i sampuning mana- 
dah mangdiridiri sang kudur manapate manawurakan hawu, manambah 

12. ikanang patih wahuta muang rama tpi siring muang rama i kwak 
niuwah i ronyanahan cihnanyan sampun mapagëh ikanang tgal i kwak 

13. sinusuk gawayan sawah cïmanikanang prasada i kwak, kunang aslng 
umulahulah ikeng cïma salwirning sangsara pangguhanya eka pi 

14. ndabyayaning manlma mas su ka 1 su 11 mas ma 5 mas ku 3 |o|| 

In regel a 3, 9, 11, 12, 14 en b 7, 8, 9, 14 is het cijfer voor 5 in de 
transscriptie door het oud-Javaansche teeken weergegeven, waarschijnlijk van- 
wege de onzeherheid, of er ook een 4 mee bedoeld kan zijn. 

XIII. 

Koperplaat van 34X0.5 c.M., afkomstig van Ngabean, thans als E 7 in 
het Museum te Batavia. Voor nadere bijzonderheden zie men het vorig nummer. 

a. 1. cakawarsatïta 801 crawanamasa, pancami cukla, wu u so wara, tatkala 
rakarayan i wka pu catura manusuk lniah manlma i kwak watak wka tga 

2. 1 dadya sawah anung luanya ganagana tampah 5 sïmaning prasada 
i yupit, mangasyakan pasak pasak wyawa sthaning manïma, wahuta 
hyang hala 

3. ran pu krta anak wanua i tal warani watak hamyas, akudur sarawugwug 
pu manggal anak wanna i hinpu watak pëar mas ma 5 wdihan rangga 

4. yu 1 soang soang, sajining manguyut mas ma 5 wdihan rangga yu 

1 sajining watu pinakasïma mas ma 5 wdihan 

5. rangga yu 2 wras pada 1 wsi 1 haluhalu 5 wsi ikat 5 wadung 1 rim- 
was 1 tarahtarah 1 tampilan 1 tatah 1 landak 1 linggis 1 dang 1 tara 

6. y 1 padamaran 1, patih i buwung si haris rama ni nita mas ma 5 wdihan 
rangga yu 1 kain wlah 1 parujarnya si maja rama ni marjuk mas ma 

2 wdiha 



17 

b. 1. n rangga yu 1 wahutanya si haling mas ma 1 wdihan rangga yu 1 
gustinya si kandi rama ni pli mas ku 2 wdihan rangga yu 1, muwah 
patih kalyan si parama rama ni 

2. kastl wdihan rangga yul parujarnya si layar rama ni hidang wdihan 
yu 1 wariganya si ayuddha rama ni nïdhi wdihan rangga hl ai 1 ,wahuta 
pukat si landa rama 

3. ni kalimas ma 1 wdihan rangga yu 1 kain wlah pitungtungnya si sum- 
wara rama ni hamwing mas ma 1 wdihan rangga yu 1 makulak si 
mangher rama ni santul mas ma 

4. 1 wdihan rangga yu 1, muwah wahuta si ranggal rama ni plï 
(plein?) mas ma 2 wdihan rangga yu 1, mangagam kon i kwak kalang 
2 si pulu rama ni sukam si hidang 

5. rama ni pawï(?) mas ma 2 (?) wdihan rangga yu 1 kain wlah sowang 
sowang, gusti 2 si hli rama ni wayuh si taru rama ni pulut, tuha banua 
2 si wara (? cara) rama ni guwar, 

6. si kahuripan rama ni hangu mas ma 2 wdihan rangga yu 1 kain wlah 
1 soang soang, winkas si rawan rama ni agra mas ma 2 wdihan 
rangga yu 1 kain wlah 1 

Voor het cijfer 5 in regel a 2, 3, 4, 5, 6 geldt hetzelfde als bij het vorig 
nummer; eenigszins afwijkend is het tweede cijfer in regel 5. 

XIV. 

Zuiltje, afkomstig uit de buurt van Prambanan (Verbeek p. 164), later 
te Jogjakarta, thans als D 45 in het Museum te Batavia. Twee abklatschen 
worden vermeld Notulen 1869 Bijlage N, thans niet meer aanwezig. Dr. Brandes 
bericht in den Catalogus (p. 389) over dezen steen het volgende : „Rond zuiltje 
met rond hoofd, en vierkant voetstuk, met het zuiltje uit één steen. Zeer ver- 
weerde bazalt. De legende, die boven op den kop begint, loopt in een spiraalvor- 
migen regel om den steen (13 regels). Het schrift is oud-Javaansch van Midden- 
Java. Vrij beschadigd. Afkomstig uit Jogjakarta (omstreken van Prambanan), 
vroeger bewaard bij den Rijksbestierder, Not. XII, 38, 61, 101, 118; XVII, 
157; XVIII, 24. Hoog 46, doorsnede 33; voetstuk hoog 27, breed 32. 

Caka 804 (— A. D. 882). Oorkonde vermeldende dat sang pamgat 
balakas pu Balahara het woud te Salima tot vrij gebied heeft verheven". 

l| o |l swasti cakawarsatlta 804 kartikamasa trtïya cuklapaksa mawulu 
pahing soma wara tatkala sang pamgat balakas pu balahara manusuk sima ing- 
alas ing salima lakan ikanang lmah ramanta i kanding 

gusti si daisi patih si pingul si i ir kalima si raka si si tangkir 

bu ' gusti ing buang lu si pupul parujar si panamuan si mala partaya sang pi 

si tiruan wariga galah si t ir hular si hi si 

haburu si ma 

Verhandelingen Bat. Gen, Dl. LX, 2 



18 

XV. 

Zuiltje, afkomstig van Nangoelan ; (volgens een conjectuur van den Heer 
Rouffaer in Notulen 1909 p. LXXX van Kali Gowok), thans D. 46 in het Mu- 
seum in Batavia. Alklatsch als boven. Dr. Brandes (Catalogus p. 389 sq.) beschrijft 
het aldus : „Rond zuiltje met rond hoofd, en vierkant voetstuk, met het zuiltje 
uit één stuk. Gelijk aan het vorige no., doch iets kleiner. Zeer verweerde bazalt. 
De legende, die boven op den kop begint, loopt in een spiraalvormigen regel om den 
steen (9 regels). Het schrift is oud-Javaansch van Midden-Java, doch de letters 
zijn grooter dan op het vorige no. Afkomstig uit Jogjakarta (Westergebergte 
bij Nangoelan). Vroeger eigendom van Pangeran Soeria Negara. Geschenk van 
Raden Saleh, Not. VI, 60. Hoog 44, doorsnede 31 ; voetstuk hoog 14, breed 29. 

Draagt dezelfde legende als de voorgaande steen, doch korter, daar 
minder getuigennamen zijn vermeld". 

|| o || swasti cakawarsatïta 804 kartikamasa tithi trtiya cuklapaksa ma- 
wulu pahing soma wara tatkala si pamgat balakas pu balahara manusuk sïma 
ing alas i salima mahaka ikanang lniah ramanta i paku wangi kalang si tëman 
gusti si walasaramya kalima si saras si sa i /inawuhan si taji 

s gusti i sükweh si lirnü kalima si tungkak gusti ing kawï si gunya 
parujar si mangën si upawi kung partaya sang bikrama wariga si 

jangka si wuruswata wariga gala si tuduk hulai(r) si ulup si wuwwas 

tuha bang si wurhya si si pmdya(ng) tïïha i tanggil sinungah 

si ulup si warud si la k tuhalas hadyan si panganus i seki sini- 

kaha sikunci hulu wuatan si wurugul wahuta si laing pu lubah 

tuha padahi si nüsa marga si bulah liyang i patahunan si kumbah | o || 

XVI. 

Koperplaat van 34 X 6.5 cM., in 1893 aan het Bat. Gen. ter bezichti- 
ging aangeboden (Notulen p. 90 sq. en 101) door den Heer C. den Hamei- 
onder bijvoeging, dat de plaat vermoedelijk afkomstig was van het Diëugplateau 
en door den Regent van Banjoemas gezonden aan wijlen Pangeran Brata II. 
Dr. Brandes gaf de volgende determinatie (p. 90): „Het begin van een piagëm, 
uitgereikt door den rakryan a patik i we ka pu Catura aan de desa 
Kwak, dus naar alle waarschijnlijkheid weder één der verzameling [die gevonden 
zou zijn te . Ngabean in Kedoe, zie Not. 1892 p. 23]. Dit stuk, dat bij uitzondering 
begint siddhir astu, swasti enz. is uit caka 805 enz. 

Dat de opgave omtrent de herkomst: het Diëng-plateau, twijfelachtig 
is, leert het voorafgaande". 

1. || o I siddhirastu || swasti cakawarsatïta 805 erawanamasa, caturdaci cukla, 
tu, wa, 911, wara, tatkala rakryau apatih i wka pu catura, manu 

2. suk tgal i ratawun, dadya sawah tampah 4 rowangnya sinusuk tgal 
pahalalangan i kwak, dadya sawah tampah 4 muwah rowangnya si(nu)suk 

3. kbuan patapan i mulak dadyanya sawali tampah 4 simaning prasiï la i landa 
tampah 5 simaning dharma umah ing pastika tauq ah 4 kinon manusuka 



19 

4. kna sïma, sang makudur sang kasambyan pu raja kinannan sira pasak 
pasak mas ma 5 wdihan rangga yu 1 pinaka walang halu wdihan yu 
4 sang hyang wra 

5. hma wdihan yu 1 bras kadut 1 wsi ikat 1 sang makalambi haji pn 
manghaling madmak i kuwn, mas rna 5 wdihan rangga yu 1 patih ing 
wanua sang kalya 

6. n pu sandiha parujanya si wurulu wdihan rangga yu 1 wahuta amwul 
si wanda mas ma 5 wdihan rangga yu 1 kain sawlah pitutnrnya syaugga 
mas ma 1 wdihan rangga yu 1 

7. ruuwah wahuta amwul pu canglu asintuk mas ma 1 wdihan rangga yu 
1 kain sawlah, tuha kalang si pahing rama ni andalan mas ma 4 wdihan 

'8. rangga yu 1 ken sawlah, tuha wanua 4 si mangi kaki landa, si kalala 

kaki gi(?)rang, gusti 5 si sangka kaki wada humba si paranji rama ni 

giri, si ngëh rama ni krnir 

9. wariga si paraga rama ni wanda, huler 4 si kanda, rama ni wurutga, si 

auanta rama ni sala, parujar si tunu rama ni ratni mas ma 1 wdihan 

XVII. 

Steen, blijkens een aanteekening op de transscriptie eenmaal staande op 
het residentserf te Magelang, thans als D 39 in het Museum te Batavia ; ab- 
klatsch Oudheidk. Bureau No. 338; afgietsel Leiden Ethn. Mus. No. 2987 (Cat. 
Juynboll p. 232). Dr. Brandes geeft in den Catalogus (p. 387 sq.) de volgende 
beschrijving : 

„Groote ruwe, weinig behouwen, vormlooze steen. Zwart. Andesiet. Aan 
ééne zijde 33, slechts gedeeltelijk te lezen, regels in Oud-Javaansch schrift van 
Midden Java. Afkomst onbekend. Hoog 127, breed 64 en dik 30. 

Caka 806 (= A. D. 884). Schenkingsoorkonde uitgereikt door Crï 
Kahulunnan. De naam van de plaats, het blijkt namelijk dat er een wanwa tot 
sïma wordt verheven, is nergens voldoende duidelijk te lezen. Bevat, behalve 
getuigennamen met vermelding van het hun geschonkene, een kort beëedigings- 
formulier". 

1. || o || swasti cakawarsatïta 806 marggacira masa pancami cuklapaksa 
mawulu wa 

2. crï kahulunnan manusuk wanwa i 
r kahulunnan 

3. 

4. h sawah ni wanwa haj 

9rï kahulunnan manusukka sanda 

5. lakibi sang lakilaki pu widya 

6. lu winaih wdihhan yu 1 civ\ akidang kayu mbu 

kaïidyal winaih wdihhan yu 



20 

7. maudiri winaih wdihhan 
gu yu 1 wanwa 

8. tan sandangwal winaih wdihhan fiwa 
kidang yu 1 purah manga i wanwa sowang 

9. naih wdihhan ^iwakidang yu 1 lawa»ya 
linda n winaih wdihhan yiwakidang yu 1 saksi sang marhyang 

10. i fica winaih wdihhan putih yu l i kariya 
pu masa winaih wdihhan ^iwakidang yu 

11. blah yu winaih wdihhan ^iwakidang yu 1 
kayu mr nsi winaih wdi 

12. han yu 1 Irawan lukai 1 tah 1 samantya 

winaih wdihhan yu 1 lawan 

13. juru i tru i pu mpan sima 
winaih wdihhan yu 1 sang matuha i 

14. naih wdihhan yu 1 rama i lumku si karici winaih wdih- 
han yu 1 suhansuhan 1 ka 

15. la pandak sika winaih wdihhan yu 1 rama i du langai 
si plung winaih wdihhan yu 1 

10. pra luk si banda winaih wdihhan yu 1 juru i wari- 

nenn si agas winaih wdihhan 

17. tatah 1 rama i kdu si kalap winaih wdihhan yu 1 rama 
i hnluwanwa si nagap winai 

18. (h wdih)han yu 1 juru i pamigaran si garu winaih wdihhan yu 1 rama 
i pulunnan si gana wi 

19. naih wdihhan yu 1 rama i wunuk si pa(ng)ga(ng)wa winaih wdihhan 
yu 1. rama i kayumbungan si ta 

20. mbah winaih wdihhan yu 1 juru i mantyasih si kali winaih wdihhan 
yu 1 rama i yrihaji si ma 

21. na winaih wdihhan yu 1 rama i sukun si gana winaih wdihhan yu 1 
juru i wuattan si suka 

22. na winaih wdihhan yu 1 juru i pti sanghap winaih wdihhan yu 1 juru 
i pandakyan sima winai 

23. h wdihhan yu 1 rama i mandan si guwa winaih wdihhan yu 1 rama i 
kalandino-an si raga 

24. winaih wdihhan yu 1 rama i wunta sampingi winaih wdihhan 
yu 1 kaisindining winaih wdihha 

ia lra-la. 



21 

25. anung ginlar crl kahulunnan mu/r7 akasa ning manusuk 
sima anak sandanukap si 

26. nta pu salha sa i nukap || ikana ladai mapapa tadah 
kamung hyang yawat yan hana 

27. suk gri kahulunnan kadi ya 
niking hantlu an wintanga kanya tan tka i 

28. ngngannanya anu umugah 
ugah ya samangkana iking hayam taktakya papa 

29. samangkana hamangnga- 
nanya anuug urnugahugah ya samangkana yan pasukka ing 

30. manganna ya samangka- 
na yan para i tgal ula matukka ya samangkana yan para 

31. mo pya ya samangkana 
yan para i luah wuhaya umanganna ya samangkana ya 

32. wa i dunungnya karu 

mangngannanya anung umulahulah sucuk crï ka 

33. hulunnan likhita tu | 

XVIII. 

Zuiltje, afkomstig van desa Boeloes (distr. Balak, res. Kedoe), later naar 
Magelang overgebracht en van daar blijkens Notulen 1894 p. 62 en 119 naar 
het Museum te Batavia, waarin het als D 93 is opgenomen ; een abklatsch is 
op het Oudheidkundig Bureau, no. 356. 

1. Swasti eakawarsatita 808 pbalgunamasa trayodaci cnkla paksa würukung 
kaliwuan 

2. brhaspati wara pusya naksatra cobhana yoga tatkala sang pamgat mung- 
gu muang arinira sang 

3. hadyan palutungau binihaji sang dewata ing pastika, sumusuk ikeng 
wanua i munggu antan 

4. cïma punpunnana nikanaug wihara i gusali tapah haji punggul sangkari 
prï maharaja rake guru 

5. n wangi tatra ^aksï sang patih singgang pu mang halangi patih wala- 
hingan pu sdang, luwang pu amwarï, ma(ng) dangkpi pu sena 

6. wahuta tumapal pu pi b(?)ang winkas juru pu tirï, gusti i munggu 
antan pu kindong, kalang pu ^rïsti huler 

7. pu ugra winkas pu w('?)epo tuha werëli pu ugrï |' 



26 tadai -^ Aa&ai ; 32 karu -> ka«u. 



22 

XIX. 

Steen, bevattende liet begin eener inscriptie, afkomstig van Singasari 
bij Malang, door den Heer Bik naar Batavia gebracht, langen tijd in den naar 
dezen steen genoemden Gang Batoe Toelis staande en vandaar door betniddelling 
van Dr. Brandes opgenomen als D 54 in het Museum te Batavia. Men zie over 
de geschiedenis van den steen de nota van dien geleerde, opgenomen in Notu- 
len 1887 p. 104 — 108, waar ook naar vroegere litteratuur verwezen wordt 
(cf. Verbeek p. 298—300). Abklatsch Oudheid. Bur. no. 377 en 529. Het 
vervolg van de inscriptie is op den Ganeca, no. XX van deze transscripties, 
teruggevonden. 

V o o r z ij d e. 

1. || awighnam astu swasti cakawarsatïta 

2. 813 baicakhamasa tithi pratipadacukla 

3. wu wa ang wara pürbwasthana tatkala dapunta ramyah muang da 

4. pu hyang bharatï daman tarsa dapu jala manïma lmah ri bali 

5. ngawan tgal ring gurubhakti sambandhanya sinïma sangkari pi 

6. ntakasih nikanang rama ri balm>ao sap( )suk wanna i sang mapa 

7. tih katrïni sangka yan hlat katakut( )ikanang tgal 

8. muang mamuhara duhkha ya iriya yat( )matangyan pama 

9. laku dinatangakan sambahnya i rakryan kanuruka 

10. n pu huntu ikanang rama ri balingawan da sang mapatih 

11. katrïni dumatangakan sambahnya i rakryan mahulu 

12. n an sïman ikanang tgal ring guru bhakti tan winihang 

13. pintakasih nikanang rama de rakryan ya ta matangnya n 

14. sinïma ikanang tgal de dapunta ramyah muang dapu hyang 

Tweede gedeelte, 
a. 1. bharatï damantarsa da 

2. sang jala sangka ri anu 

3. graha rakryan i sang 

4. mapatih katrïni sang 

5. mapatih umanugraha 

6. kanya siman anung la 

7. ya byaya ning manïma 

8. mas tumama i ra 

9. kryan su 4 wdihan 

10. bini yu 1 i rakrya 

11. n anakbi rakai watanga 



Vooiv-ijde 6 baliwan-balifran. Tweede gedeelte a 1 Wsaratl - fearatr. 



23 

12. n nayaka ri limns su 

13. 2 kain blab 1 i pu ku 

14. til nayaka ri tlatla su i 

15. kain blah i pajuru mas 

1. man bungguluh pabhu 

2. kawangyan man do 

3. n muang man indil 

4. anung rama i balingawa 

5. n winkas sang mabama 

6. ntagani juni wanua da 

7. mandyus hulu wua 

8. ttan sang dra^a dapu bu 

9. rkulü tuba buru dama 

10. n sahaja rama kaba 

11. yan daman lama dapu 

12. panginangin daman j/ananta 

13. undahagi sang salara 

14. b wariga man sandu 

15. k tuhalas daman suddba 

A c b t e r z ij d e. 

1. su 2 wdiban yu 4 anung mapa 

2. rnnah ri sang mapatib muang sireng pakaranan ka 

3. mas su 2 i sang wabuta katrïni ma 14 na 

4. ban byaya sang manlma i pingsor ni anugraha rakrya 

5. n ri sang mapatib katrïni juru kanayakan rikang kala sang pa 

6. rbyangan sang rangga mangrangkpi sang balubalub sang rapoh matanda 
sang 

7. /falanggaran parujar sang talagatalaga juru lampuran sang ra 

8. tinggin pu gapaka mangrangkpi sang ratabun dangatuabi 

9. juru badwa ra^a sang balalang mangrangkpi talabung nayaka ri ca(ng)ra 

10. ma manunggu sang subhasita juru ming warakat sang bbarata manmak 

11. ri baryyang mangasëakan sang lamba madwal ri mangin si i 
12.- citralekba sang laksana madmak ri pa wabuta padwa 

13. n sang buntil wungkal raya sang wala pakambangan sang ba 

14. ngalah patib samgat sang butuban m&nghEinbm sang ba 



b, b drafa — draga. Achterzijde 7 A-alanggaran-fcilanggaraii ; 10 ma/nnak-madmak. 



24 

15. kabangyan sang uwag juru banua sang n ma 

16. ngrangkpi sang rantan gusti sang Ui k pauguraug sang panacan (pang 
juru) 

17. an sang gali juru kalang sang kumara asta lalla saru 

18. patih manmatuan muang sang mahainbën 

Boven. 

1. muang dapu held nahan kweh ma?{</óeakan pasatyasat- 
matïta 

2. pinakasaksï an sinlma ikanang tgal i gurnbhakti knak ri balingawan 

3. de dapunta ramyah muang dapu hyang bharali daman tarsa dapu jala 
kuuang a 

4. nugraba rakryan muang sang juru makabaiban umingsor i sang mapa 

XX. 

Geschonden Ganeca-beeld, op welks ruggestuk een inscriptie staat, die 
juist aansluit bij de vorige; deze laatste breekt midden in een woord af, en die 
op de Ganeca begint met de tweede helft van dat woord. Ook deze inscriptie 
moet dus van Singasari afkomstig zijn. Het beeld werd door den Heer Melville 
aangetroffen op het Cbineesche kerkhof te Malang en vandaar door bemidde- 
ling van Dr. Brandes overgebracht naar het Museum te Batavia, waar het 
eerst als A 156c onder de steenen beelden, later als D 109 onder de beschreven 
steenen werd opgenomen; de abklatscben zijn genummerd 460 en 551. Men 
zie over dit stuk Rapp. 1901 p. 7, Notulen 1901 p. 132 sq. en 1902 p. 35— 36 
en p. CC XIII sq., waar de beschrijving van het beeld gegeven wordt. 

1. tih katrïni ri par una 

2. han ikanang sïma tan katamana deni sapra 

3. karaning micra, pangurang kring, tapa haji, makalangkang, mangrumbe, 
pada 

4. mapui, manimpiki, halu warak, limus galuh pangaruhan wungka 

5. 1 tajam ityewamadi sakwaih sang mangilala kabaih tan taina rika 

6. nang sïma kamulan, nahan anugraha rakryan ri denyan 

7. katakutan ikanang tgal lagi panghawattani mangele ya 

8. ta mangde durbbala rikanang anak banna ri balingawan apa 

9. n lana ya manahur dening rah kasawur wangke kabunan ya 

10. ta sambandhanyan inanugrahakan sïman de rakryan, ma 

11. kaphala karaksananikanang hawan gëng, ja danyannaryya (lees donyan) 

12. katakutan, ya ta matangyau sïma kamulan ngara 



15 ka^ans'yan-ka'wang'yaii. Boven l. Op een tweede, klaarblijkelijk vroegere, transscripties luidt 
deze: muang dapu caraki nahan kwel? . . . . i sasa an satya satmaffta. Boven 4. De tweede trans- 
scriptie geeft rakryan. 



25 

13. nya mangasëakan kambang i sang mapatib angkan julung mate 

14. ber pinakawuat phajinja, likkitapatra panuratan 

15. sang wngal kunang asing luinburikanang slma an huwus 

16. inanugrahan bayu de rakryan inuang sang jura niakabai 

17. ban mo sakawnangnganya niyata ya mamangguha duhka magëng ta 

18. rwaraban bhatara süksnia ni pamigrahanïra iriya 

XXI. 

Steen, volgens Rapp. 1908 p. 203, boog 1.(33 M, breed boven 0.82 M., 
beneden 0.69 M., dik 0.37 M., staande op bet erfpachtsperceel Penampiban 
tegen bet Wilis-gebergte in Kediri, en waarvan tbans het schrift vrijwel ver- 
dwenen heet. (Zie Verbeek, p. 261 en Rapp. 1908 1. 1.) Abklatschen worden 
vermeld Not. 1869 Bijl. N, 1876, Bijl. Il no. 31, 1888 p. 11; thans Ondh. 
Bur. no. 435. 

In een als Bijlage II bij de Notulen van 1888 gevoegde nota doet Dr. 
Brandes op p. X — XII, na geconstateerd te hebben, dat de steen tot een groep 
behoort, welks schriftsoort „staat tusschen oud- en nieuw-Javaansch en dus zeer 
belangrijk is", onder meer de volgende mededeeling: 

„Het kwam thans aan den dag, dat dat opschrift een copie (?) of een omwer- 
king (?) moet zijn van een ouder opschrift, dat mogelijk in het jaar 820 Caka, zooals 
het opschrift het laat voorkomen, is uitgereikt. Algeheele inauthenticiteit 
schijnt niet te mogen worden verondersteld. De vorst, die den vrijbrief heet 
geschonken te hebben, draagt in het opschrift den naam hyang sri haji Bali- 
limg hulnng(,adewa. Nu is indertijd door Dr. Cohen Stuart, in zijn Kawi oor- 
konden, een oorkonde bekend gemaakt die te vinden is op bet ruggestuk van 
bet Gane^a beeld te Blitar (K. O., no. XXVI). In dat opschrift, doch niet in 
de door Cohen Stuart uitgegeven transcriptie, die belangrijk aangevuld en 
verbeterd kan worden, vindt men, terwijl dat opschrift dagteekent van Caka 
829, een en maharaja — dyah Wa (of Ba)lüung crï Icwara/tccawasamaroUwig- 
gacleiva. Daarom ligt het voor de band te veronderstellen, dat deze vorstennaam 
aanleiding heeft gegeven tot het, tegenover de wijze waarop vorsten nam en en 
titels in andere inscriptien uit de negende Caka-eeuw gewoonlijk worden aan- 
gegeven, op zich zelf vrij zonderlinge hyang sri haji Balilung hulunggadewa, 
maar tevens mag men de gevolgtrekking maken dat, toen men dat opschrift 
copieerde of omwerkte, het andere stuk niet meer kon worden gelezen, men 
het niet meer verstond of bet niet meer bestond. Daar het schrift van de 
inscriptie overeenkomt met dat van de opschriften in het Surabayasche van 
Caka 1408 en van bet opschrift van C-aka 1383 in het Museum, en men verder 
schijnt te mogen aannemen, dat dit laatste opschrift ook van Pënampihan 
afkomstig is, want onder de beschreven steenen van het Genootschap moet er 
zich een van die plaats bevinden, schijnt de conclusie dat ook het hier bespro- 
ken opschrift van daar, op den steen die zich ook ter plaatse bevindt, in omstreeks 
denzelfden tijd in den steen is gebeiteld, allezins geoorloofd. Dan is dat opschrift 
veel jonger dan het jaartal op den steen zou doen vermoeden, en hebben wij 
dus opnieuw een voorbeeld van iteratie van een oud stuk zooals er reeds meer 
aan den dag zijn gekomen (zie bijv. Groeneveldt Catalogus, bl. 358 en 363, 
no. 31). Uit het opschrift zelf kunnen daarvoor nog verdere argumenten worden 
aangehaald". 



14 pftajinya — tfajinya; 18 ni-ri. 



26 

Voor deze argumenten, welke aan de taal en spelling van het stuk 
ontleend zijn, verwijzen wij naar de Nota zelve. 

1. om guwawu awignamastu wusyapta sa saka warsatita 820 

2. kartikamasa tithi pancadasi cukla paksa, pa, wa, wo, wa 

3. ra julun purwasta, bra sara wesikanaksatra sutra dewata mwa 
sandramanda 

4. la yoga tista yama parwesa metra maha si rasiba i 

5. ta, hyaïi sri baji ïialuntu (lees balitung) hutungadewa kunan radjan 
laniiamok ma 

6. sira yan ma samutra kunan ïw/ya mabisa lalatën umilaïiakën 

ra hyan sri ma 

7. aya mamita» sinu(n) w/ca makaliïianya matungu ndacuuira 
wilis 

8. inaturrakën pan hyan i ke hi/ronca san hyanapa i pu?/an/dti 
ya kunan wna 

9. nasakarma di sunawtï' santa/ci i ko sawipa i yanannitiya 
gyanya pupu 

10. pudupuclu tna pula n awat«atagan kidulinalas 
sakarma na/ca 

11. pramana ha 
satriya kacaturrasarmi 

12. tuwi bramasari tu, wi grhasta biksuka wauaprasta kimu ta wersya 
sudra ca 

13. ndala mleca yadyanana prasta la //a//«rag haxa haji tanda man tri 
kulakula 

14. tuhatuhan rajaputri makadi san pi'abya kunan naggata yawatabar 
mapan mipin 

15. nulahulaha nubaha«a sarasa ra hyan aghda ji prasasti salwirin manula- 
hakën ta 

16. ta pra upata magëh 
i/cutani syata 

17. nta je ringit inadëgakën byan marmanya sinun kmita byan san hyan 
sagdaji prasasti mata 

18. nda bali/-w// utunga dewa ha de'nira kunan 
lannamon makadi ra nina i samu 

19. tra makadi 



3 en 4. wellicht moet in plaats van wtsika en parwesa gelezen worden watsika en parwatsa. 



27 

XXII. 

Steen, afkomstig van Bara tengah (distr. en afd. Poerworedjo der resi- 
dentie Kedoe), sinds 1890 in het Museum te Batavia opgenomen als D. 78. 
(Notulen p. 24 en 44\ Op de laatstaangehaalde plaats deelde Dr. Brandes de 
dateering in 823 mede. 

1. || swasti cakawarsatïta 823 asuji masa pancami kr | snapaksa, wurukung | 
pahing soma wara a stka mrgaciranaksatra ciwayo | ga tatkala rake 

2. wanua poli dyah mala wka sang ratu bajra auak wanna i pariwuta | 
n sumusuk i | kanang wanua i kayu ara hiwang watak watu tibang sa \ 
guha katika 

3. kataganya gaganya ityewammadi sapinasu | knikanang wanua i | 
kayu ara hiwang sinusuk rake wanua poh, sTmanipa | rhyangan 

4. tan mnang gumawaya ikanang nat i pariwutan I sakahalauya pa | 
hayün, tandeyan hadyan 

5. nang anak wanua i kayu ara hiwang mataugyan si | nlma de rake banua 
poh dyah mala, annng panusnkan rake wanu | a poh rikanang ba 

6. nua ri kayu ara hiwang, rakryan i watu tibang pu sang | grama curan- 
dhara, a | nak wanua i gulak watak mamali deca | inangsëan wdiha 

7. n ganja haji patra sisi, yu 1 pirak kati 1, | singsim prasada | woh 1 
brat su 1 rakryan patimpuh pu ramya | anak wanua i 

8. paranggang watak paranggang inasëan kanganja | haji patra sisi | blah 
1 pirak ka 1 ma 2 singsim prasada woh ] 1 brat ma 8 pa 

9. magat wadihati pu rfangjoit anak banwa i pada | muan watak | wadihati 
wdihan rangga yu 1 mas su 1 ma singsi | m prasada woh 1 

10. brat ma 6 tuhan i makudur sang wangun sugih | pumaniksa ana | banua 
mantyasih watak makudur wdihan rangga | yu 1 mas ma 1 

11. singsing prasada woh 1 brat ma 6 mangrangkappi tuhan j sasa/jampan- 
jang pu | frarrnmi anak banwa i mdang watak makudur wdihan | rangga 
yu 1 ma 1 

12. singsing prasada woh 1 brat ma 6 sa(ng) makalambi manu | suk sang 
tulumpu | k pu naru anak banua i pupur watak wadi | hati wdihan 
rangga 

13. yu 1 mas ma 12 hop pangangkat panungsung sang ma | kudur sang 
dalu | k pu tangak rama ni lacïra kaki muding anak wanwa i | taji 
watak taji 

14. wdihan rangga yu 1 mas ma 12 hop pangangkat pa | nungsung tuhan 
ni ka | uayakanya i watn tihang rake waskar tal pu pu | draka anak 
wanua i ka 



28 

15. sugihan watak dagihan wdihan rangga yu 1 | mas ma 6 mangra | ma- 
ngrakappi tuhan ni kanayakan rake pakambingan | pu pandawa anak wa 

16. nwa i lamwar watak waru ranu, wdihan rangga yu 1 mas ma | 6 tuhan 
ni lapu | ran rake wawu hyang lampuran pu manu anak wanwa i | 
panggamulan wata 

17. k manungkuli wdihan rangga yu 1 mas ma 6 waruja | r sang alas galu 

| pu wiryya anak wanwa i lang kyang watak paga wsi | wdihan rangga 

18. mas ma 4 matanda sang dasagar putuan anak wa | nwa i cru ayun | 
watak hino wdihan (ra)ngga yu 1 mas ma 6 | tuhan ni dwaragara 

19. kaisimwat hayu parwwata anak wanwa i sumunn'la | k watak wka | wdi- 
han rangga yu 1 mas ma 4 tuhan ?d dwa | dmit -papa lara 

20. san pu dewa anak wanwa i poha watak wka | wdihan rangga yu | 1 
uias ma 6 tuhan ni matandakan samga | gunung tanayan 

21. pu basu anak wanwa i kolungan watak wka wdi | han rangga yu | 1 
mas ma 6 || o || 

XXIII. 

Vier koperplaten van 48 X 14, 5; 47 X 15; 48 X 15 en 49 X 14,5 
c.M., gevonden nabij Ponorogo in 1868 en thans als E 12 in het Museum 
te Batavia (Mot. 1881 p. 85, 1911 p. XXIII). Eenige bijzonderheden over den 
inhoud zijn medegedeeld door Prof. Kern in Notulen 1882 p. 51 en door Holle 
in Tijdschr. 27 (1882) p. 540, welke zelfde geleerde t. a. p. pag. 544 — 548 
een transscriptie publiceerde. Blijkens aanteekening op de transscriptie van 
Dr. Brandes twijfelde deze er aan, dat Ponorogo de oorspronkelijk plaats van 
afkomst zou zijn. Eveneens teekende hij aan, dat de tweede plaat waarschijnlijk 
no. 3 zou zijn, en de derde no. 6 („mogelijk is 6 na hadangan het cijfer van 
de plaat"), terwijl reeds bekend was, dat de hierbij aansluitende vierde plaat het 
cijfer 7 droeg. De regels zijn niet aangegeven, evenmin als bij Holle, van wiens 
transscriptie die van Dr. Brandes niettemin eenigszins afwijkt. 

1. Swasti cakawarsatïta 823 caitramasa, dwitïya krsnapaksa, wurukung, 
pahïng, budha, wara, adityastha, anuradhanaksatra mitradewata, warlyan 
yoga, taithila karana, tatkala rakryan i watu tihaug pu sanggrama dhu- 
randhara, niauusuk lmah kbuankbuan i taji watëk dinung, ukurnya lam- 
wëan waitan pangidulnya dpa sihua 93 kidul pangabaratnya dpa sihua 112 
kabarat pangalornya dpa sihua 93 lor pangawetannya dpa sihua 1 12 anung 
makalmah ikanang lmah anak wanna i taji, ngarannikanang malmah, si 
tukai rama ni tihang, muang si padas ibu ni siunëg, si mendut ibu ni man^iïs, 
si kandiyut rama ni berëtek, si tawdak rania ni sëmëk, si kucala rama ni 
ndanah, si glo rama ni kulir, si bngal rama ni kaliban, ubhaya sanmata 
patüt ni wuwusnya sakwaihnya, salmah pracama umehakannikanang huah 



29 

muaug ikanang rama i taji kabaih ubhaya ni^cita kapna mangayu bhagyan 
sinusük ikanaug lm ah de rakryan, nahan matangyan sinusak de rakryan 
ginawai kabikuan, ngarannikanang kabikuan ing dewasabba muang sawah 
i taji salamwit sïmanikanang kabikuan ngarannikanang sawah ing nyïï 
nahan parëngnya sinusuk, de rakryan rikanang kala makon rakryan ma- 
ngasëakna pasakpasak i rakryaa mapatih, sawyawastha ning manusuk sïma 
dangü, rakarayan ri hino pu bahubajrapratipaksaksaya, rakryan sirikan pu 
samarawikranta, rakryan i wka pu kutak, sapamgat tiruan sang ciwastra pu 
asauga, kapua inasëan wdihan ganjar haji patra sisi yu 1 simsim prasada 
woh I brat su 1 sowangsowang, rake halaran pu hawang 

3. kulumpang wdihan yu 4 mas ma 4 sanghyang brahma wdihan yu 1 mas 
ma 1 singhal sang makudur arpanguyup wdihan yu 1 tamwakur mesi 
wëas ku 1 wsi ikët 5 mas ma 4 wëas pada 1 wsi ikat 10 wdus 1 tandas 
1 kumol 1 pras mewak salaran 1 skul dinyun 5 mewak sarwwamangsa, 
tawur hantru 1 hayam lanang 4 hantiga 4 hapü salimas hawu salimas, dang 
1 tarai 1 padyusan 1 karantiga 1 saragi pewakan 2 wadung 1 rimbas 1 
patuk 1 tampilan 1 kris l hampit 1 gulumi 1 gurumbhagi 1 pamajha 1 
angkup 1 dan wsi panghatap 1 lukai 1 linggis 4 wangkyul 1 landuk 1 
sandi 1 panginangan 1 kampil 1 srnti 1 dmung irikang kala pu cintya 
anak wanua i guranting watak ranyü, inangsëan wdihau rangga yu 1. sim- 
sim prasada woh 1 brat su 1 sang pamgat anakwi rake ^rl bharu dyah 
dheta inasëan ken buat wetan wlah 1 simsim prasada woh 1 brat ma 8 
tanda rakryan ing burawan tumüt pinakasaksï ning manusuk sïma, samgat 
kayo pu cara, samgat wrigwrik pu lingga, rake kiwa pu narawïra, rake 
padlagan pu tandang, samgat pangharwngan pu galung, samgat putat pu 
jagul, samgat hampungau pu basu, samgat kiniwang pu buat, samgat kaliki 
pu aryya, samgat watu antan pu basa, rake munggang pu swang, samgat 
rimwaflcak pu prsna, samgat pulung kayang pu ananta, kapua winaih 
wdihan rangga yu 1 simsim prasada woh 1 brat ma 4 sowang sowang, 
patih kolungan nayaka 6 pu halaran rama ni kapana, pu dahan rama ni 
manunggang, pu dhanïï, pu buatoh rama ni bolotong, pu wariga rama ni 
surung, pu halading, rama ni komala, winaih wdihan yu 1 mas ma 4 
sowang sowang, anakbinya ken wlah 1 mas ma 2 sowang sowang, patih 
matuha lampuran 2 pu buddha, sang watu mangguï, winaih wdihan yu 1 
mas ma 4 sowang sowang, pu grïdha rama ni nala, pu bayatü rama ni 
gutï, winaih wdihan yu 1 mas ma 4 sowang sowang, patih mangju 

6. pinda praua 392, kapua inagamman wsi wra ruang puluh wsi lima wlas 
wsi sapuluh wsi isor sowang sowang parnnah ning tinadah wëas kadut 57 



30 

hadangan 6 hayam 100 muang saprakara ning asinasin, deng asiri, kadi was, 
kawan, bilunglung, bantiga, rumahan, tuak len sangka ing jnu, muang 
skar campaga, pudak, skar karaman, ron dinanan tainwai ning manaclah 
tanda rakryan ron 6 sang wahuta hyang kudur 1 tarnwiran ron 1, patih 
wahuta, nayaka lampuran, winkas ning wahuta parujar ning patih ron 2, 
humarap kidul lor ning kalangan tpi siring ning wanua 7 ruangnguang 
ing sasiring ronya 14 humarap kabaratwetan ning kalangan tuha padahi 
ron 5 humarap kidul i pungkuran sang mapatih müla wuai ron 4 rania 
magaminan i taji ron 4, wadua rarai ramanta ron 5, pinda ron dinanan 
tamwai ning mawaih manadaha 15, kahlamanya, ing trtïya krsna, pa, po, 
wr, wara, winaih ikanang rama i taji manadaha muwah ron dinanan 10, 
wadua rarai ramanta, ron 5, rama jataka ing kabikuan ron 2, renanta 
matuha manuani ron 12, pinda ron kaping rua nikanang rama manaclah 
29, ika pinda nikanang ron rikanaug pangan ping rua 44, nahan parnnah 
tanda rakarayan ing burawan masamüha, muang ikanang rama i taji, ma- 
mangan manginum majnu, maskar, masiwo, mangigel manawung karung 
hayam, kapwa mahyun tanda rakryan maguyuguywan 
nikanang rama, i sampun tanda rakryan masawungan mangigal ikanang 
rama kabaih molih patikuliling gumanti renanta mangigal, molih patikuli- 
ling, mareryan (lees mararyan) renanta mangigal, umadëg sang makudur 
manguyup umangsö ikanang patih wahuta nayaka lampuran tpi siri(ng) 
muang kalang gusti wariga winkas parujar, sahananing rama magman ka- 
baih muang rama marata, muang renanta matuha rarai hadean hulun 
grhastha wiku, kapua malu 

ngguh kumulilingi sang hyang watu sïma, muang kulumpang ri sor ni 
witana, i nata(r) nikanang kabikuan ring dewasabha, kapua rumengëakan 
de sang makudur manguyup, ri sampun sang makudur manumpa(h) pana- 
pamo (lees manapathe), manamwah ikanang rama kabaih ri sang hyang 
watu sëma, ri sampu«ya manamwah kapua ya kabaih umuwahi ronya, nahan 
lulrning dening sumusuk ikanang kabikuan ring dewasabha, muang slma- 
nya sawah lamwit 1 sampun cuddhaparicuddha kasusukan nikanang kabi- 
kuan ri dewasabha, muang sëmanya de rakryan ri watu tihang pu sang- 
grama dhurandhara, winehakanira ya ri anaknira anakbi samgat dmu(ng) 
pu cintya rake 91'ï bharu dyah dheta, sira rumaksa sang hyang dharmma, 
sira wruha i kayuakna nikanang kabikuan, sira mawnaha karmmanj'a, 
samangkana deya sang karmmanya kabaih kapua sira matguha ri swakar- 
mmanira, yapuan hana mahala rikana iïyatana bhatara, prasama sang kar- 
mmanya kabaih, gumawaya ikanang manaua, yathanyan rahayua, matangya , 



81 

rake crï bharu atah winaih rakryan i watu tihang irikanang kabikuan, 
muang sahanani wka rake crï bharu, ri dlaha ning dlaha siratah pramana 
kumayatnakna sang hyang dharmma, ikana kunang salianan i wka rakryan 
i watu tihang anung len sangka ri rake crï bharu, tar ilua rikanang 
dliarmma muang irikanang sïma, pangaseana nikanang kabikuan, ing parhya- 
ngan haji ing raja, buat thajyanya mangraga kamwang, angkan tahun, muang 
mas ku 2 panumwasa hasap makna ri bhatara ring raja, umtua ing caitra, 
samangkana mas umtua ring acuji, yapuan hana sukhaduhkhanya, sang mar- 
hyang ing raja atah gumunadosaya, yathanyaya 1 ), yapuan kana kilalan uinung- 
gu, rikanang kabikuan, banyaga wantal, undahagi, pandai mas wsi tamra, 
kangsa, macadar mangulang hadaugan sapi wdus andah, pinilai katang- 
garan, samwal mapadahi, mangidnng, ityaiwamadi saprakara ning kilalan, 
pattatah tumama ri bhatara yan pandai prakara patang gusali tumama 
ri bhatara, salwihnya srahakna ri sang mangilala drabya haji, mangka- 
natah parnnahanikanang kilalan kabaih yanunggu rikanang kabikuan 
ring dewasabha, matangyan mangkaiia parnnah nikanang kilalan kabaih 
anugraha §rï maharaja rake watukura dyah balitung i rakryan ri watu ti- 
hang pu sanggrama dhurandhara, nahan lwlr ni kasangskarannikanang 
sïma ing kabikuan ring dewasabha muang simanya sawah matangya deyani- 
kanang sang caturwarnna wuluh panawT patih wahuta kalang gusti wariga 
winkas parujar tuha banna muang sowara ning rama niarata anak wanna 
kabaih katguhaknanta iking sïma i taji kabibuan ning dewasabha, sïma 
rakryan i watu tihang yapuan hana kumirakira kalwurana niking sïma, 
pancamahapa(ta)ka pangguhaiiya, manurat jayapatra citralekha i dmu(ng) 
sang nesti || o || 

XXIV. 

Twee koperplaten, vermoedelijk met elkaar verband houdend, afkomst 
onbekend, thans in particulier bezit te Kopenhagen. In Notulen 1898 p. 88 sq. 
deelt Dr. Brandes hieromtrent mede „dat hij van Prof. Kern te Leiden voor 
het Genootschap mocht ontvangen twee rubbings, ieder van één zijde, van twee 
verschillende koperen platen. De eene vertegenwoordigt het begin van een 
oorkonde van Caka 824, uitgereikt door maharaja rake walu kura, dyah bali- 
tung, crï icwara kecawotsawalungga aan de rama's van Watukura, de andere een 
stuk van een naar alle waarschijnlijkheid andere oorkonde aan de zelfde per- 
sonen, of hunne nakomelingschap of opvolgers, de voargga sïma i watu kura, 
wier chef hier Kalajaya heet, gegeven door een vorst, die de jalasamüha als 
zegel gebruikte. Al zijn deze oorkonden zoo nog slechts gedeeltelijk toegangke- 
lijk, zoo bevestigt de eerste toch reeds verschillende bijzonderheden in het 
opschrift op het ruggestuk van het Graneca beeld van Blitar (van Kinsbergen's 



1) tha of wa. Noot van Dr. Brandes, 



32 

photo's no. 332) [alhier no. XXVI], in welk stuk het jaartal 829 gelezen moet 
worden en de naam van den koning zonder twijfel luidt maharaja walu kura, 
dijali balitung crl igwarakecawa samarollungga, in overeenstemming met de oor- 
konde van 824, een naum dien men ook ontmoet in het laatste gedeelte van 
de oorkonde van 823 (platen van Ponorogo [alhier no. XXIII]), en naar waar- 
schijnlijkheid in het in overgangschrift (haast nieuw-jav. type) geschreven op- 
schrift van Penampihan (in Këdiri, dat 820 als jaartal heeft [alhier no. XXI]. 
Prof. Kern ontving deze rubbings van Prof. Vilh. Thomsen van Kopenhagen, 
die door de bezitster der platen, Mevr. de Baronesse von D., in de gelegenheid 
gesteld was ze te maken". 

| o || swasti cakawarsatïta, 824, crawanainasa, tithi, pancadaci cuklapaksa, 
pa, pa, ang, wara, | madangkungan, saptakarana wisti, pürwwasadhanaksatra, 
ciwayoga, tatkala maharaja rake watu kura | dyah balitung, crl icwarakecawot- 
sawatungga, maneh panïuia, ma ka 1 , irainanta i watu kura, parnnak | dharmma 
pangasthülan ri sira, angkën pürnnamaning bhadrawada, kabhaktyana de ra- 
manta i watu kura, kuneng ikang sawa | h, gaga, rënëk, tëbuan, yatikamiji- 
lakna pirak, ma 1, ing sarahi, duwan babadan, ma 3, 

parakraman rakryan apatih, niamrahakën i paduka crï maharaja, ma- 
tangnyaninu | bhayasanmata panghyang wargga sïma makamuka i/rangapanji 
kalajaya, de paduka crl j maharaja, an makacihna wargga sTma wineh makmi- 
tana sang hyang ajna haji tinanda jalasamü | halaücana, mrat(i) subaddhakna 
pagëhnyanugraha paduka grï maharaja i wargga sïma i wa | tu kura, an kewala 
susuk sïma swatantra lpas tapwa ikang i watu kura, ta 

XXV. 

Steen, afkomstig uit de afd. Goenoeng Kidoel der residentie Jogjakarta 
(volgens conjectuur van den Heer Rouffaer in Notulen 1909 p. LXXVIII van 
Tjandi Idjo), later op het residentserf te Jogja staande, thans als D 17 opge- 
nomen in het Museum te Batavia, zie Notulen 1875 p. 83 en 106; een abklatsch 
vermeld Not. 1860 Bijl. N., thans Oudh. Bur. no. 153 en 154. Litteratuur over 
de steenen, vroeger op het residentserf te Jogja, is te vinden bij Verbeek p. 164 — 
167. De steen is afgebeeld bij van Kinsbergen, foto 180 en 181, de voorzijde 
is in facsimile afgebeeld en besproken door Cohen Stuart en v. Limburg 
Brouwer in ïijdschr. XVIII p. 104 — 108 en later opgenomen als no. XXIV 
in de Kawi-Oorkonden. Dr. Brandes deelt over deze inscriptie (Catalogus p. 
378) het volgende mede : 

„Steentje van den typischen vorm, met spits hoofd. Zwart. Hoornblende 
andesiet. Oud-Javaansch schrift van Midden-Java, aan twee zijden beschreven 
(voorzijde 13, achterzijde 16 regels eenigzins beschadigd). Afkomstig uit het 
residentiehuis te Jogjakarta. Hoog in het midden 82, aan de zijden 67; breed 
van boven 44, van onderen 34 ; dik 9. 

Qaka 828 (= A. D. 906J. Oorkonde, waarbij door Rakryan i wungkal 
tihang pu Wirawikraman de wanua i Kandangan en de daarbij behoorende 
dukuhan wanua i Hijo, als vrijgebied behoorende bij de parhyangan i Prasaja 
(nader omschreven als palapan mangasö i kimkuj als zoodanig gecontinueerd 
worden (pinagehakan parnahnya n cima)'\ 



33 

V o o r z ij d e 

1. I o || swasti eakawarsatïta 828 bhadrawa 

2. da masa tithi pancamï krsna paksa was wa 

3. gai wrhaspatiwara swatïnaksatra byatipa 

4. da yoga tatkala nikanang wanna ika 

5. ndangan muang anaknya ri wanua i hijo 
.6. watu wungkal tpat cïmani parhyangan i 

7. prasaja wata/ patapan mangasö i 

8. lurnku pinagehhakan parnahnyan cïma 

9. rakryan i wungkal tihang pu wirawikrama 

10. n sang hyang parhyangan i prasaja wata< 

11. patapan mangasö i lumku ja rnatopun 

12. punana ya muang sang pramana ri sapanggukanya muang 

13. saprakara ni sukkaduklianya muang kilala 

Achter zij de. 

1. i prasaja atah parananya prasa 

2. wanyan kinonnakan pagëhhakna de rakryan 

3. sangkayan ruang rindung parnahnikanang wanua 9ïma 

4. i kandangan muang i ihijo (tapasakan?) 

5. dai rama wanua i wungkal tpa/ mawaih pa ma 

6. i pungguhan katrina i ihijo pi-rak 

7. 1 i satahan satahun kënannana ya 
8. 

9. punpunnan sang hyang parhyangan 

10. ri prasaja yata matangyan pinagëhhaka 

11. n tan wanua i wu 

12. 1 tpat muang wahuta patih i abwatthaji niu 

13. ang panggahan sapra atah prama 

14. na i sapra 

15. tan pnna 

16. smkan sira pasambah i samgat 

XXVI. 

Ganeca-beeld, waarvan de achterzijde beschreven is; van onbekende af- 
komst, het eerst aangetroffen in de verzameling van den regent te Blitar 
(Verbeek p. 272 sq.) en ook thans daar nog staande blijkens Rapp. 1908 p. 48, 
waar men een beschrijving van het beeld vindt. Abklatschen worden vermeld 
Notulen 1869 Bijl. N, Not. 1876, Bijl. II no. 6, Not. 1891 p. 5, 1893 p. 120; 

Achterzijde 6 pwnggulian — pang'guhan. 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. 3 



34 

thans Oudh. Bur. no. 298—300, 351, 430 en 437. De inscriptie is afgebeeld 
bij van Kinsbergen foto no. 332, en besproken rnet facsimile door Cohen Stuart 
en van Limburg Brouwer in Tijdschr. XVIII p. 109 — 117, later opgenomen in 
de Kawi-oorkonden als no. XXVI. Dr. Brandes, wiens transcriptie veel volle- 
diger is dan de bovenbedoelde, deed over dezen steen een korte mededeeling 
(Catalogus p. 358) ten betooge, dat het beeld uit de buurt van Blitar afkomstig 
moet zijn. 

1. Swasti cakawarsatïta 829 margasiramasa tithi dwa 

2. daci cuklapaksa ha wa cu wara bharanïnaksatra siddhayoga yamadewata 

3. tatkala nikanang rama i kinwu watak randaman inanugrahan de grl 
maharaja 

4. ualukura dyah ba ( ) itung crï icwara kecawasamarottungga mwang maha- 
mantri crï dakso 

5. ttama wajrabahu pratipaksaksaya sambandhanyanninanugrahan müla sawah 
katajyanan kmi 

6. takannikanang rama lamwii 6 tampah 3 kadik 28 gawai 8 kunang 
sangkari durbbalanikanang rama 

7. i kinwu tan wnang umijillakan drabyahaji nikang samangkana jarïya 
manambah i rakryan ni randaman pu 

8. wama mamalaku manglebiba sawah tlas wyayanya tumama mas pagëh 
ka 3 su 1 ha 

9. dangan 1 masuya su 1 maparah i sang juru mas su 2 kinabaihannira 
pjah pwa rakryan ni randaman lumah i 

10. tambla tapwan linapih sawah nikang rama jarïya mangabarat manama- 
kan ya mas ka 5 i cri maharaja mwang ra 

11. kryan mahamantri muang rakryanta gangsal wungkal tihang wka sirikan 
kalung warak tiru ranu dumata 

12. ngakau sambahnya samgat momahumah i pamrata puttara mwang sang 
prataya i randaman rake hamparan 

13. mwang pu ti'rttabwang rowang rakryan panjiwasapamilihan mwang 
sans: dumbanaban kwaih nira dumatanffnffakan sambah ra 

14. manta i kinwu yata sambandyanyanninanngrahan masawaha lambit 
6 kadik 12 gawai ma 6 tatra 

15. saksï sang pangurang ing kabandharyyan makabaihan rake mandyangin 
pu khattwaugga sang prasan sang mala 

16. nja sang kasugihan sang rongguy daj^unta wadwa sang ralwa ing 
kamanilan kalih sang nïla sang drampr 

17. s parujar i mamrata sang turuhan sang panagar manurat prasasti sang 
dapnnta gara lek 



35 

18. nakan kwehnira saksï huwus rarnauta inanugrakan mulik ta sira tkanira 
kinanakan ta 

19. sang kadyan mahilirï kabaik lakilaki wadwan winaik manadaka i pang- 
hilirï tinadak nira ka 

20. dangan prana 2 niasuya su 2 tlas inadaggakan ta sang kyang teas tatra 
saksï wadika 

21. ti kasugikan pu padma akalambi kaji dyak nangkaladanu i maku 

XXVII. 

Steen, afkomstig van een onbekende plaats in Oost-Java (volgens conjec- 
tuur vau den Heer Koaffaer in Notulen 1909 p. LXXX van Matesik) tkans als 
D. 40 in ket Museum te Batavia. Het jaartal 84. der onderstaande transscriptie 
(840? in den Catalogus) is op grond van een verbeterde lezing van Dr. Bran- 
des zelf bij Verbeek p. 8 veranderd in 830. Abklatsck Ondh. Bur. 171 en 172. 
Dr. Brandes geeft in den Catalogus (p. 388) de volgende besckrijving: 

„Van boven gewelfd, door midden gebroken en met een voetstuk met 
den steen uit één stuk. Zwart. Verweerde andesiet. Vrij erg besckadigd. Aan 
twee zijden met groote oostelijke oud-Javaanscke letters besckreven, resp. 17 
en 18 regels. Afkomst onbekend. Hoog in ket midden 77, aan de zijden 61; 
breed 57 en dik 15; voetstuk koog 15, breed 57 en 30. 

Pracasti van Makaraja rake watu kura dyak — — crï Dkarmmodaya 
Makacainbkü geldende de wanua i Mantyasik met bijbekooren, die alle palapan's 
zijn smuk sïma hapaiihan. Het sckijut dat de bedoeling van dit stuk is, dat de 
verwanten vau den patik van Mautyasik om beurten, ieder gedurende den tijd 
van drie jaren (?), als patik zullen moeten optreden". 

Voor zij de. 

1. || o [| swasti caka(warsa)tï^ta) 

2. 830 tra tki 

3. cl krsnapaksa, tu. u. ca. wara pürbwa 

4. (na)ksatra, japa dewata, indrayo 

5. la ajria kaji makaraja rake watu kurang dya 

6. cri dkarmmodaya maka^ambku umingsor i 

7. rakarayan mapatik i kino, kalu, sirikan, 

8. wka kalaran, tiruan, palarkyang, mangkuri, wa 

9. dikati, makudur, kumonnakannikanang wanua i 

10. mantyasik wini(k) ni sawa(k)nya satü, muang alasnya 

11. i mu ud(u) an, i kayu panda, muang pomakan 

12. ikuni wanua katung(</u)an pasawakbanya ri wunut 

13. kwaik ni winik nya sa/e mada tan pa guk ka 
• 14. nayakan, muang alasnya i susunda 

15. kapwa watak patapan susuk slma ka 



10 sató — safê; 12 g\\ - ka.; 13 saZë — sa,tu. 



86 

16. patihan pagantya<7a«l!//fl(»«anikanang patih mantyasih sa 

17. nak lawascanya tla tadan sowang, kwaih nikanang pa 

A c h t e r z ij d e. 

1. kayu panda, ya 

2. tang, kholu rama ni di 

3. dadal pn kara ni 

4. ni bnyut, pinda prana 5 

5. na patih, i(na)nugrahan 

6. m/>amManyan 

7. ban sangka yan makwaih wnatthaji ini 

8. i crï maharaja kala ni w&r&ngsni haji 

9. kapüjan bkatara i mangkucecwara 

10. cwa talang na i cï gede£a /une 

11. ra i pratl ntaraliki 

12. ka kutan ikanang banua ika ni sinarabba 

13. rumaksa ikanang huwan raha 

14. maca an gubakan ikanang wanwa ka 
15 lih ikanang kanang pwabbanya tan 

16. katamanna de sang pangkur, tawan, tirip, sa 

17. prakara ning mangilala drabya haji, kring, padammapuy, tapa 

18. haji ai(r) haji, ralaji, pakalangkang, mangrurnbai, manimpiki (einde). 

XXVIII. 

Koperplaat, afkomstig van Djedoeng (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), 
thans verloren. Alleen bekend uit een lithographie, terwijl het jaartal foutief 
is opgenomen bij Holle, Alphabetten p. 48, als 962 ; Dr. Brandes, die blijkens 
Verbeek p. 243 sq. de juiste lezing 832 ontdekte, deelt over deze inscriptie het 
volgende iu den Catalogus (p. 359) mede: 

,,Dhai-mmodaya Mahacambhu komt verder voor in een afdruk (facsimile) 
van een oorkonde afkomstig van Djedoeng, die naar een afschrift van den Pa- 
nembahan van Sumënep in Raffles tijd moet zijn vervaardigd, in het Museum 
is bewaard gebleven, en evenals eenige andere soortgelijke stukken nooit is 
gepubliceerd geworden. Het jaartal, dat misteekendis, is ook hier niet met zekerheid 
te lezen". 

Blijkens opgave van Dr. Brandes in Tijdschr. 47 p. 453 en 456 zijn 
ook copiëen aanwezig in de Rijksuniversiteitsbibliotheek te Leiden. 

1. Swasti cakawarsatïta 832 6/tarfrapadamasa tithi pailcamï cu 

2. klapaksa tu u wara madangkungau rudradewata yo 

3. ga ïrika diwacanya manambah i crl madaraja fegaluh (lees rake 
halu) ma 

4. 9rï dharmmodaya mahasama muang rakryan mahamantri i 



18 pakalangkaug-makalangkang. 



37 

5. hino pu daksottama bahubajra pratipaksaksaya prayojananira ma 

6. tanguyan panambah uminta ikanang iniah 

7. nan kulon ngaranya inu yapwan ta ya Iwa 

XXIX. 

Koperplaat waaromtrent Dr. Brandes in Notulen 189G p. 53 „bericht, 
dat hem door den Heer J. A. Dieduksman te Djogjakarta ter bezichtiging en 
ontcijfering is afgestaan eene tot nog toe onbekende koperen plaat, een quitantie 
leverende van Caka 833 (= A. D. 911)" 

V o o r z ij d e. 

1. Caka 833 pkalgunamasa dwitlya krsnapaksa, ma, 

2. wa, a, wara, kalani banawï sumahur hutang sang bapa i mpu guru 

3. dhaya, panahurnya mas su 16 ma 10 ku 2 ha 5 tumangga 

4. ppikang mas pu latï bapani bayal anag wanwa i wuru tunggal 

5. tutuganning tanda muang pu wijah bapani bhïïmi anag wanwa i 
wuru tu 

6. nggal, cuddha hutang ni banawï i mpu guru dhaya, tatra saksï 
sang tgu 

7. hhan anag wanwa i pilang watak panggil hyang, sang anag wa 

Achterzijde. 

1. nwa i walakac watak walakas sang bhaskara anag wanwa i waleng 

2. watak waleng, sang pakambangan anag wanwa i tangga watak hino 

3. sang ratirang anag wanwa i limo watak pagar wsi, likhitapatra 

4. rake pilang 

XXX. 

Steen, afkomstig van Singasari (afd. Malang, res. Pasoeroehan), thans als 
D. 87 in het Museum te Batavia. Afmetingen: hoog 94 — 72, breed 72 — 72, 
zijden 16 — 18 c.M. De steen vertoont lofwerk en een uitspringenden voet 
(Notulen 1893 p. -28). Voor litteratuur over de steenen van Singasari zie men 
Verbeek p. 298—301. Een abklatsck wordt vermeld Not, 1887 p. 7; thans 
Oudh. Bur. no. 413 en 422. Dr. Brandes geeft in den Catalogus (p. 359 — 361) 
een beschouwing naar aanleiding van deze „oorkonde op een steen te Singasari 
van den jare 837 Caka, een pracasti van koning Daksottamabahubajraprati- 
paksaksaya" over genoemden koning en over het voorkomen van den naam 
Alataram op inscripties uit dezen tijd, naar welke bespreking, die om haar lengte 
niet geheel weer overgedrukt wordt, verder verwezen wordt. 

Vo or zijde.' 

1. || o || awighnamastu || cjwaniastu sarwwa jagatah parahita iratah bhawantu 

2. bhütaganah dosah prayantu naga || sarwwatra sukhl bhawatu lokah || o || 



38 

3. swasti 9akawarsatita 837 asujimasa tithi dwitïya cuklapaksa ma 
po bu wara 

4. agneyadeya citranaksatra wedrtiyoga twasta dewata irika diwa^a ni anu- 
graha grï ma 

5. haraja 9rï daksottamabahubajrapratipaksaksaya i rakai kanuruhan mum- 
pung sumusuk i 

6. kanang wanwa i limus watëk kanuruhan gawai ma 1 mwang anaknya 
i tampuran mangguhan tapak su 10 ma 

7. i satahun sataliun sïmani dhartnma rakryan prasada kabikwan i sugih 
manek paknanya pama 

8. i bhatara pratidina mwang tadaha sangka Sf/angnya sakwaihnira wnya- 
para kapüjan bhatara sangasisa *) 

9. rakryan i sugih 
manek mwang ikang i limus tan katamana de sang 

10. (m)ana katrïni pangkur tawan tirip tiruan mangburi mwang sowara 
sang mangilala drabya haji kring pangurang 

11. pamrsi manimpiki halu warak pamanikan maniga lwa malandang paka- 
langkang tapahaji airhaji 

12. juru gu^ali juru dagang juru nambi juru hufijaman juru kutak juru 
jalir juru judi undahagi limus galuh 

13. pangaruhan watu tajem taji pande mapayungan kdi walyan paranakan 
widu mangidung juru padabi 

14. sinagiha. tangkil salwit burahan sambal sumbul watak ri jro singgaA 
pamrsi hulun haji ma 

15. haliman lebëlëb ityaiwamadi saprakara ning mangilala drbya haji mi^-ra- 
paran^ra kabaih ta 

16. n tama irikaing kabikwan i sugih manek mwang ikang i limus samang- 
kana sukhaduhkhanya mayang tan tka ring wwah 

17. danda kudanda bbandihaladi salwiraning wipati mati katiba ruati kalbu 
inalap ni glap walü rumambatting natar 

18. rah kasawur wangkai kabnnnan ityaiwamadi tumama i bhatara atah 
ikana kabaih samangkana ikanang masambya 

19. wahara hana iriking ku^ala rakryan bingana kwehanya pandai mas 
pande bsi pande tambaga pande gangsa tlung 

20. wawwan i saslma macadar tlung pacadaran mangarab tlung lumpang 
mangulang tlung tuhan kbo anya prana 4 i satuhan 



l) Vóór repel 8 staat nog geschreven kopapapuranya; 8 umySpEra -u^yapara. 



39 

21. wdus prana 8 andah sawanteyan mangulaiigan tlung pasang ika- 
nang samangkana tan kna i parammasan yapwan dwala 

22. pinikulan sangganing mabasah sa makacapuri kapas wung- 
kudu tambaga gangsa titnah wsi wras padat Ibagu 

23. la b r labeli kasumba saprakara ning dwal pinikul kaliuia bantal ing 
satuhan pikulpikulananya tlung tuhan ingsasï 

24. ma tan kna de sang mangilala drabya 
haji saparananya sadecanya ndan makmitana ya tulis mangailwi 

25. nan yapwan lwih kwaihnya sangka irika panghlngbing iriya knana 
ikanang sakalwihnya de sang mangilala sobara baji tan 

26. ahikana kunaug ikanang manambul mangapus maiiawring mapabangan 
manglakba manguwar manabab manuk mamïsandung manga 

27. manarub manula wungkudu niangdyun manglurung mang- 
bapü ityaiwamadi kapwa ya tribhagan sadvtman mara i bhatara 

28. sadüman sang makmitan dbarmma sadüman i sang mangilala drabya 
haji mangkana ikanang ajna haji panghing irikanang sambyawahara 

29. hawi ikaing mangasëakau rakryan pagëpagë(h) i maharaja 
crï daksottamabahubajrapratipaksaksaya ma su 

30. ma wdihan ragi ya 1 i rakryan binihaji paramecwarï ma su 1 ma 
4 ken blah 1 i rakryan momahuma(h) gurumbangi püttara 

Achter z ij de. 

1. mas ma 10 wdihan ragi yu 1 rake hujung da mri mas ma 10 wdihan 
ragi yu 1 rake tagaran 

2. dyah bagal mas ma 10 wdihan ragi yu 1 sang juru makabehan i kanu- 
ruhan juru kanayaka 

3. n ring mangrangkpi sang ragagar juru lampuran ra ri (/njalan 
atanda pu ado juru wadwa rare sang brat 

4. lula sang rabanir juru mangrakit kalib sang lawi sang labdba 
amasangakan ranouxwa, kapwa winaih pasëka 

5. mas ma 2 wdihan ragi hlai 1 sowang sowang sang mapatib i 
pakaranan makabehan patih pamwat maha 

6. du A/iangbamben sang hirauya patih kawangyan sang partha pinaka- 
sthawira i pakaranan sang parujar bungkal kilung juru wanwa 

7. /ya sang sanggama gusti sang rumput maniga sang loka manulisan 
sang prakasika amkan sang kbak juru bwa 



22 sangt/aning-sang/caniug: 23 b — ïia; 26 jüaapaliaiigan-ma/xaliang-an. 



40 

8. nta kapwa winaih ma 1 wdihan lilai 1 sowang sowang waliuta 
panbahan si bujil wungkal raya si kucup pakarnbanga 

9. si laka parujar patih si lampuran si 

mangbambën brali parujar kawangyan si rimda parujar 

10. kapwa winaih ma 1 wdihan hlai 1 sowang patih i hujung sang 
jara mangbambën sang balupya/c patib manak sang 

11. pwa winaih pasëk ma 1 wdihan blai 1 sowang patib i wabaru mangha- 
rap babak puwahija manghambën sang karala patib 

12. manak sang hawang kapwa winaih pasëk ma 1 wdihan hlai 1 sowang 
rama tpi siring i kalanglingan dapu hyang tambir ibu 

13. kalangan sang dili sang gnuk ibu randungan sang wintang i tampuran 
sang paman winaih ma 1 wdihan hlai 1 sowang rama 

14. i limus winkas sang hitani rama marata si /alandang kalawgr panjaraan 
i limus sang bandi kulasangi i limus sang balan 

15. winaih ma 1 wdihan hlai 1 sowang sowang nahan kwaih nira tlas sang- 
sipta winaih pagëhpagëh mwang wdihan mwang winaih manadaha 

16. kambang maparabantai sabadhüpadlpaksatadi pinratista ta sang 
hyang tëas tlas krtasangskara inuyut rumuhun ca iha sira 

17. tanamman cihnanyan mapatih kasïmanikaing i limus mwang ing tampuran 
sima punpunana bhatara i prasada i sugih manek ka 

18. la rakryan kanuruhan dyah mumpung tinu ( ) ta ikanang sawah ing 
tampuran ikang samaparnnaha i sang karmmanya sawah ka 

19. ii'aryyan tapak ma 1 kapangajyanan tapak ma 2 ku 2 kawarigan tapak 
ma 4 ataman tapak ma 2 kasusurajyan tapa 

20. k ma 7 wariganya tapak ma 2 ku 2 mahapinda tapak su 3 ma 1 ikanang 
maparnnah i sang karmmaiiya 9esa tapak 

21. su 3 ma 2 yatika maparnnaha de èaswacarwa i bhatara pratidina mwang 
asabyaya sakaparipürnnakna bhatara lamb&k 

22. mah nurung parubungan pasajyan prakara kunang asing umulahulah 
ikaing sïma i limus mwang i tampuran nguniweh i 

23. sugih manaik i dlaha ning dlaha jab tasmat kabwat karmmakmanya 
yirnna bhasmïbhawa ya salwirning sarwwopadrawa tmu 

24. nya ring ihatra paratra indah ta kita bhatara i crï baprakecwara brahma 
wisnu mahadewa rawi ca^I ksiti jala pawana 

25. hutayana yajamanaka^a kalamrtyu gana bhüta sandyadwaya ahoratrï 
yama baruna kuwera basawa yaksa 



14 t>'a«(7i - 1 pati ; 16 pa tka sira — satkapira, 



41 

26. raksasa pi^aca rama dewata pretasura garuda kinnara gandharwwa widya- 
dhara dewaputra nandï9wara mahakala nagara 

27. ja winayaka lor kidul knlwan wetan dikwidik i sor i ruhur sakweh ta 
dewata prasiddha mangraksang ka 

28. datwan crï maharaja ing bhümi mataram umasuk i garïra nitig wang 
kabaih tan kawnaug tinahënan yan liana wwang 

29. nya ya umulahnlalia ikaing sïma i sugili manaik i limus i tampuran 
ngnniweh an lbu( )ya patyananta 

30. me patïya tarung ring adëgan tampy( )i wiringan uwahi i tëngënan 
ta wuh tëliër 

31. dagingnya duduk hatinya sibittakan wtangnya f/»dulaka pahangnya 
wëtwakën dalarnmanya 

Eerste zijkant. 

1. patukanning ula blsa 

2. pangananning moag pnlirakna 

3. yam (pa- 

4. raring) tgal alapanning glap 

5. tanpabudan sampal(anning) 

6. raksasa sisibanning wwil 

7. sapawnngwan 

8. ku^ikagargganietri kurusya 

9. patanjala suwuk lor 

10. kidul kul wan wetan 

11. i sor i ruhur sala 

12. mbitakën i byang kabaih 

13. (tiba) kan ing samu(dra) (ka) 

14. lammakan ring dawu(han) ' 

15. sang hyang dala(m er) 
10. dnduta nning tuwiran sëngha 

17. panning wuhaya yata inatya 

18. na ikang wang anyaya upa 

19. drawa ya ing dewata ta 

20. tan tmu a sama grasiha, 

21. liputannidhïra muliha 

22. ingkanaraka tiba ring maha 

23. rorawa klan de sang ya 



30 me -i uma. 



42 



24. mabala palun de sang kingka 

25. ra pingpitu atayan bi 

26. mban bapa ataya sangsa 

27. ra sajïwakala salwir 

Twee z ij k a n t. 

1. lara hidapa 

2. nya kelikingwang 

3. kadadiyanya, mawüka tan 

4. temua sama, wkasa 

5. kan hawu kerir 

6. mangkana tmahananika 

7. ng wang anyaya umula(hu) 

8. lali ikainff slma nguni 

9. weh an lbura ya || 
10. |] om namah ciwaya || 

XXXI. 

Steen, afkomstig uit de residentie Soerabaja, thans op Minto-House in 
Schotland, vermeld bij Raffles History of Java II p. 59 (63, en Appendix met mysti- 
ficatie-vertaling) en gedeeltelijk in facsimile afgebeeld bij von Humboldt, Kawi- 
Sprache, II pi. XI. Dit gedeelte werd uitgegeven door Cohen Stuart, Kawi-Oorkonden 
XXIX, waarbij men over dezen steen p. XV — XVII & XXIX raadplege, aan 
te vullen uit een brief van Prof. Kern, opgenomen in Notulen 1876 p. 98 — 100 
(cf. Verbeek p. 224 sq.) Dr. Brandes deelde op p. 36 L van den Catalogus mede 
te vermoeden, „dat de Minto-steen dagteekent van Caka 846", en de formule 
mavgrahsa kadalwan en maharaja i mdang i bh umi malaram bevatte en liet zich 
in Notulen 1887 p. 67 aldus uit over den erop voorkomenden vorst: 

„Waarschijnlijk acht ik het dat crï icana wikrama die op den Minto- 
steen als tweede persoon voorkomt, niemand anders is dan onze Mpu Sindok. 
Ongelukkig is uit de photographische afbeeldingen, die mij ten dienste staan, 
niet op te maken, wat er tusschen mapatih i hino en crï icana wikrama gelezen 
worden moet. Het jaartal 846 Caka van deze laatste inscriptie, zou met deze 
veronderstelling juist overeenkomen. Want neemt men de juistheid van deze 
veronderstelling aan dan ziet men sinds 841 Caka, in welk jaar men hem als 
rakai halu in de vorstenlanden als derde persoon genoemd vindt, langzamer 
hand de belangrijker plaats innemen. In 846 ^aka toch vindt men hem als- 
dan onder een koning Wijayaloka als tweede persoon vermeld, terwijl in 
851 Caka hij zelf als koning (maharaja) niet minder dan vier pracasti's uit- 
reikt" enz. 

Onder het slot staat „(was get.) Ldn. V. -y- 75". Wellicht ligt aan de 

transscriptie dus de op bovenbedoelde plaatsen in de notulen vermelde van 
Cohen Stuart ten grondslag, wat ook zou blijken uit het feit, dat de beide 
laatste cijfers van het jaartal later zijn ingevuld en de wijze van transscriptie 
niet de gewone van Dr. Brandes is. 



13 

Voorzijde. 

1. ciwamasta sarwwa jagatah parabita- 
niratah bbawantu bhuta ah 

2. . dom praghalanacdl sarwwatra sukhl 
bhawatu lokah 

3. Swasli caka-warsalïta 846 crawana-masa lilhi catur-daci 9ukla-paksa, wu, 
ka, ga, wara, hasta-naksatra, wisnu dewata, sobhagya. | 

4. yoga, irika diwasa ni ajTia crï rnaharaja rakai (/>/m)ngkaja dyah wawa 
9rï wijayaloka nanio.s/ungga tinadah rakryan, mapatib i bino 

5. en uwjflwikrama, umingsor i samgat momahumab kalib madander 
pu padma, anggëhan pu kundala kumonakan ikanang | 

6. i sangguran walmru, kabaib ban tapak mas su balïman 
susukan denlkanang punta i raanaüjung maiigaran dang aryya | 

7. kya, mamang yanggu i, sepel 
dapu jambang, kisik (kë?) dapu bbairawa, wasya, luking, bbanda, tam- 
blang, ba nng } volger, dapu sat \ 

8. sari s, a ( ) i bbatara i saug hyangprasada kabbaktyan ingsluia 
kajuru gusalyan i manaïijung paknanya sïmahgun pa \ 

9. umang&ksa ivg samadanü i sang hyang dharmma 
•ngkanani ciwa catur-niwedya i bhatara pratidina inangkana ista prayo- 
jana 9rï maha | 

10. raja muavg rakryan mapatib rikanang wanna i sangguran inarpanna- 
kan i bbatara i sang byang prasada kabbaktyan ing slrua kajuru gusalyan 
ing mananjung | 

11. ma i waharu parnnahanya swalantx& tan katarnana dening patib wabuta 
muang saprakara nirig mangilala drawya baji ing dangïï, migra para- 
niiyra wuluwulu | 

12. prakara, pavgurang kring, padam, maninipiki, paranakan, limus galub, 
pangaruhan, taji, watu tajam, sukun, balu warak, rakadut j 

13. pinilai katanggarav, tapabaji, airbaji, malandang, lewa, lëblab, kalang- 
kang, kutak, tangkil, trëpan, salwit, tuba dagang, juru gusali, j 

14. luh&namwi, tuhan unjaman, tuban judi, juru jalir, pamanikan, mi^ra 
bino, wli bapu. wli wadung, wli tambang, wli panjivt, wli harëng, 
pawisar, palamak, | 

15. pakalangkang , uriilan dampidan, tpung kawung, sungsung pangurang, 
pasuk alas, payungan, sipat wilut pauginangin, pamawacya, pulung pa | 

16. di, s'kar lahun, parirangan, panusiih, hopan, sambal sumbul, bulun baji 
pamrësi watak i jro ityaiwamadi tan tama irikanang wa j 



44 

17. nua cima i sangguran kewala bhatara i sang hyang prasada kabhaktyan 
ing sïma kajuru gusalyan i mananjung. atah pramfina i sadrëwya 
hajinya kabaih | 

18. samangkana ikanang sukha duhkha kadyangganing mayang tan pawwah, 
walü rumambat ing natar, wipati wangkai kabunan, rah kasawur ing da 

19. lan f wak capala, duhilafan, hidu kasirat, hasta capala mamijilakan 
turuh ning kikir, mamuk mamumpang, lüdan, tüta | 

20. n, danda kudanda, bhandihaladi, bhatara i sang byang prasada kabhak- 
tyan atah paranani drawya hajinya, kunang ikanang micra, nianam- 
bnl | 

21. man angw ring manglaka, manguwar, matarnb, mangapus, manula 
wungkudu, manggula, niangdyun, manghapu, niamubut, malurung, 
magawai | 

22. runggi, payung wlu mo ( )yi,a( )jang, magawai kist manganarnanaru, ma- 
nawang, mana(ng)keb, mamisandung manuk, makalakala | 

23. u ( ) u tri ( ) n drawya hajinya, sadumdn umarsi i bhatara, sadüman 
urnara i sang makmitan sïnia, sadüman maparaha i sang mangilala 
drawya haji | 

24. kapwa ikanang masambyawahara ngkana ()&'() hingan kwehanya 
anung tan kna de sang mangilala drawya haji, t'lung tuhan ing sasambya- 
wahara ing sasi | 

25. yan pangulavg kbo 40 , tiïdus 80 andah sawantayan, mawgwlangan 
t'lung pasang, mangarah t'lung lumpang, pandai sobuban, (wuw?), 
padahi t'lung tang | 

26. kèban lilih saka( )li, nda hawi «ttuhan, mawadar palang pawa- 
daran, para/m 1 ma ( ) uhara ( ) tanpatundana, yapwan pinikul dagangnya 
ka | 

27. ddhyangi/aning ma mangunjal, mangawari, kapas, wungkudu, w'si, 
tambaga, gangsa,w/.;a, pangal parmiyV/, wayang, Vnga, bras, galu | 

28. han, kasumba, saprakara ning t sinembal kalima wwntal ing 
satuhaiv pikulpikulananya ing sasimang ( ) kanang samangkana tan kuana 
de sang mangilala | 

29. drawya haji, nya sa ( ) canya, nddn mak'müana tulis- mang- 
kai lwïranya, yapwan 1'bih sangka rikanang sapanghing iriyang, knana 
cüta 1'bihnya de sang mangilala | 

30. irikanang kala mangasëakan ing kanang 
puuta i mananjung pasak pasak' i crï maharaja pirak ka 1 w'di- 
han # ta | 



45 

31. pis yu i rakryan mapatïh i hino crï ïcana-wikrama inangsëan pasak 
pasak pi rak ka 1 w'dihan tapis yu 1 rakai sirikan pu manira \ 

32. ty<wg saiiïgal momahumah l>Elih madander, anggëhan inangsëan 
pasakpasak pirak ka 5 w'dihan yu 1 sowang sowang 

33. tiruan pu la pu hawang wiwancana, pa\u watu pu panda- 
muan, halaran pu guiiottama, pang /mr pu manguwil wadikati | 

34. pu dara, hujung inangsëan pasakpasak pirak dha l ma 5 w'dihan 
yu 1 sowang, waharu rikang kalang pu wariga inaugsë | 

35. En pasakpasak pirak w'dihan yu i sam'yat anakbi dha 7 ma 8 
kain wlah 1 sang tuhan i waharu winaih pasakpasak | 

36. pirak dha S lulmn i wadihati pu miramirah halapa 
sang saddhya luhan i makudur 

37. i wadihati sang 
ratvangu, manangga sang howangca, pangurang i makudur sang r&ïtjël, 
m&nungkid 

38. pirak pasakpasak w'dihan 
ranya 

Achterzijde. 

1. 
2. 

3. mpung, winaih pasakpasak ma 1 w'dihan yu 1 sowang sowang, sang 
tuhan i pakaranan makabailtan juru kanayakan | 

4. i hino sam'gat guimngan pu tun tun, Juru panca, rarai, sang raguyu, 
juru kalula pu wali, kandamuhi sang gasla, parujar i si \ 

5. ran hujung galuh i w'ka vfiridih, i kanuruhan sa ( ) kal, i s'da sang wipala, 
i wawang sang lang, i madander sang ca/u 'ar yy 'anggëhan sang lu \ 

6. han i tiruan sumudan dapunta sanggama, i /d/jung sang pawarfu- 
kan winaih pasakpasak pirak dha 4 ma 8 kinabaihanya, sang citra 
la | 

7. i hino pasakpasak dha 2 ma 8 kinahaihanya patih kalih wasah sang 
kulumpang, kuci sang rakawil pasakpasak dha 1 ma 4 sowang so | 

8. wang, parujarnya pingsor hyang pas'karan pasakpasak pirak 
sowang-sowang lumaku manusuk i wadihati sang kamala, lumaku ma- 
nusuk i makudur sang tama | 

9. i su han sang ngastuti sang bala (bapra?), i tapahaji sang 
padntan winaih pasakpasak dha 1 wdihan yu 1 sowangsowang, patih 
i kanuruhan la 



46 

10. patih i hujung sang kaliyunan, patih waharu saug nila, patih i tuga- 
ran sang mala, patih. samgat i waharu sang gambo, patih pangkur 
sang mangga sa'ng) rangga winaih pasakpasak dha 1 w'di | 

11. ban yu 1 sowang-sowang, patih lama ran sang prasama, pasak- 
pasak pirak ma 8 w'dihan blai 1 parujar patih si manohara pasak- 
pasak dha i w'diban yu 1 parujar patih i ka | 

12. nuruhan si ja si rambët, parujar patih i waharu si wal si l&- 
nja/c si caca, pasakpasak pirak ma 8 w'diban blai 1 sowang-sowang, 
wahula i waharu si ba | 

13. lu s y a g si /f end ui, tuha kalang, winaih pasakpasak dha 1 w'dihan 
yu 1 sowang-sowang, pilunggah si raji, si wfwtan, pinda ti 

w'dihan blai 1 | 

14. sowang-sowang, rama t'pi siring milu pinaka sak sï- ning manusuk sima 
i tugaran gusti si laksita, tuha kalang si yogya, winaih pasakpasak pirak | 

15. ma 8 w'dihan yu 1 sowang-sowang, i kaja/a?j i pacangkuan si sura, 
i k'di-k'di si paha(ng?) i /mngkalingan si liujo, i kapatihan si pingul | 

16. i da si tambas winaik pasakpasak pirak ma 3 sowang-sowang, 
patih i wunga-wunga pirak ma ri /wpanahan win'kas si mang- 
jawal,, i ka r, kulamati si | 

17. A;andi i tampur si dedevan winaih pasakpasak pirak ma '? sowang, si mak 
si kësëk si wudalu si kudi, matëte ( ) n si luluk winaib pasakpasak pirak | 

18. ma 4 wdiban hlai 1 sowang, aifakol si lulut, si sat, si hirëng, winaih 
w'dihan hlai? sowang, wayang si rahina pirak ma 4 w'dihan yu 1 
sang boddhi, sang m&rgga, wi | 

19. naih w'dihan yu l sowang, i t'las ning mawaih pasakpasak muang 
w'diban i sira kabaib pinarnnah ikanang saji i sang makudur i sor ning 
witana, mangargha ta sang pinaka wiku | 

20. sumangaskara ikanang susuk muang kulumpang, mandiri ta sang ma- 
kudur manganjali i sang hyang teas malunggub i sor ning witana, 
man dlan pada, humarëppakan sang hyang te | 

21. as, masinghal w'dihan yu 1 tumïït sang wadihati, lum'kas sang makudur 
manggayut mauëtëk gulü-ning hayam, linandëssakan ing kulumpang 
mamantinga j 

22. kan han tlü ing watu sima. mamangmang manapathe saminangmang 
nira dangü, i kat'guhakna sang hyang watu sima, ikana llngnira, 
ïndah ta kita kamung hyang i waprakecwara a | 

23. </asti maharësi pürwwa-daksina-paceimottara maddhya ïïrddham-adhah 
rawi caci ksiti jalapa/ara hütacana yajainanakaca dharmma ahoratra sa | 



47 

24. ndhya hredaya, yaksa raksasa pisaca pretasura garuda gandharwwa ca- 
twari lokapala, yamawarnna kuwera wacawa, inuang patra dewa | 

25. la paüca. ku^ika, nandïcwara, mabakala sad-winayaka naga-raja durgga- 
dcivï catur-a^ra, aiianla surendra ananta byang kala-mrëtyu | 

26. gana bhüla kita prasiddha tnangraksa kadatwan §rl mabaraja i m'dang 
i bhïïnri mataranr kita umilu mararira umasuk ing sarwwa | 

27. sarïra, kita sakala saksï-bbïïta tumon madoli lawan mapare, ring rahma, 
ring w'ngi at-migêkan* ka ike samaya sapatka snmpah pamangmang ma | 

28. mi ri fcüa liiyang kabaih, yawat ikanang wang duracara ta» magum 
tan niak'init' irikeng sapatba sin ra/mkan sang waht/ta byang kudur, 
hadyan hulun niataba ra | 

29. rai laki-laki wadwan, wikn gjvthastha muang patib wabuta rama asing 
umulahulah ikeng wanua i sangguran, sima inarpanakan' nikanang 
punta i mana | 

30. njung i bbatara, i sang byang prasada kabbaktyan ing sïma kajuru- 
gusalyan, i dlaba ni dlaba wawaka taya ngimiwaih yan t/awata sang 
hyang watu sïma talmat ka | 

31. bwat /icar'maknanya, patyananta taya kamung byang deyan tat patïya, 
tat tanolïba i wuntat, ta tinghala i likuran, la ung ing&dëgan 
tampya | 

32. 1" i wirangan, tutub tundunya wlah kapala-nya, s'&itakair w'tangnya 
rantannusnsnya w'tuakan dal'manya, dudiilr batlnya pangan daging- 
nya innnr rabnya tëber pëpë | 

33. dakoM' w'kasakan* pranantika, yan para ring alas panganan ring mong, 
paluk ning ula pullraknaning dewa-manyu, yan para ring t'gal- alappan 
ning glap* sampalan ing raksasa, | 

34. dening wunggal si pamungguan, renge ta kita kamung byang 
kucika gargga metrï kurusya pataiijala, suwuk lor suwuk kidul 
suwuk kuluan 1 wai | 

35. tan, /wangakan ring akaga, salambitakan i byang kabaib, tibakan ring 
maba-samudra, klammakan ing dawahan alappan sang dalam-mer du \ 

36. dulani tangiran sangbapaning wubaya, ngkanan niatya ikanang ngwang 
anyaya lum'bur ikeng wanua sima . i sangguran i sangguran upadra- 
wang ri dewatagra^/a lipulana | 

37. dira mulibff ring /canaraka, tibakan ing maba-rorawa klan de sang 
yama-bala, palun de sang kingkara, pipitwa atayan bimban 6a 

ataya, sang | 

38. lara sajïwakala, salwir ning dubkba panggubanya s&rüpa ning lara 



48 

hidapannya inakeli/ ning mangaan Aadadyananya, awüya tan 1 tamma 
angsama ivtuakan- hawu kairir mangka | 

39. na tmahana nikanang ngwang anyaya lum'hur' ikeng ^ïma i sangguran, 
i t'las sang makudur manwsuk masalinla sira kabaih lamba malungguh 
ing t'kan* parek iumüt krama sa (sang?) \ 

40. hana ning kai patik wahuta rama kabayan muang rama t'pi siring 
kabaih, niatuha manwam lakilaki wadwan kanistha-rnaddhyamotarna, 
tanpanakantan, umïlu manadak ring pa | 

41. glaran k« n gu n inangsëan s'kul dandananihiniru an kla-kla 
ambilambil, kasyan litlit t'las aranak sangasangan aryya rumbaru | 

42. mba(h?) /mlangan telil(E?) tumpuktumpu/c hasin 

bilunglnng kadiwas hurangkayan layalayar halahala 
ban wigang i j ar ing \ 

43. pinda atafrm'pihan, pinda gangan ing n n 

pra/cara anadak ta sira kabaih, ya^'a o 
manginum• siddhu, cinca kila | 

44. tiga soivang, winuwuhan tambal ï 

divadwal, k&pwa manalarrnalari 
la ju, s'kar | 

45. /cabaih ti pramu 
^rï maharaja, muang rakryan 

di i manambah mangi | 

Z ij k a n t. 

1. hasta sampim sangkapa ika | 

2. lekan lungguh muwah pira | 

3. fambal /marïhan 

4. m t bang lü linarïhan tv 

5. mat'lasan sira kabaih ka muki , i \ 

6. suma , ika/dammanya gumanti ika | 

7. i sangguran- ikanang puwJa i mananjung \ 

8. lawan samyo~paxa ikanang sitsukan \ 

9. i winaih manadaha, ikanang mafta o | 

10. si luhut si spat si hira kapwa | 

11. w/onakan guna-nya, irikanang 

12. ta sira wayang mangaran 

13. Itan krama nikanang susukan sïma i sa | 

14. ngguvan, sam/ran samprayukta, likhita | 

15. citra-lekha i hwo laksana. — 



49 

Aan het begin der inscriptie teekent Dr. Brandes aan : „Hier kan slechts 
om of dgl. of niets staan, want het vers (een Arya) begint met Purahartr of 
Tripurahara "(]. ra) nidhanat". 

De cijfers 40, 6 en 5 in voorzijde regel 25, 31 en 33 staan in oud-Javaansche 
karakters in de transscriptie; evenzoo het cijfer 4 in achterzijde regel 6 en 7. 

XXXII. 

Steen, afkomstig van Tandjong Kalaug (afd. Berbek, res. Kediri), zie 
Verbeek p. 255 sq. Sinds 1889 (Notulen p. 33, 63 sq.) als D 66 in het Museum 
te Batavia; abklatsch Oudheidk. Bureau no. 388 en 476. 

1. 

2. [| om awighnamastu namo 

3. namah swaha || swasti cakawarsatïta 849 

4. phalgunamasa tithi pancami cuklapaksa, wn, wa, wr, 

5. wara wuku tolu daksina deca krttikanaksatra wiska 

6. mbha yoga, dahana dewata, irika diwasa rake gnnungan dyah muata 

7. n, ibu dyah biugah sumusuk pibang wanua ikinawë watëk kadangan, 
kunang matangya 

8. susukya cïrna potraka kalilirana ni sanak mra jaga tanilua sawuang hanak 

9. dyah bingah ing wam apatan cïma rakryan lakilaki ikang sïma, tlas 
ta ya inarpa 

10. nakan i tanda rakryan kabaih pinawuatakan per suku muaug skar ma 
su 5 i rakryan mapatih 

11. pu sindok icana wikrama pinakasopananirarpanambah samgat rnoma- 
humah anggëhan pu kundala . . . 

12. mgat landayan pu wudya, sinan^a ta pua sambah nira mangaugseakan 
ta ya pageh pageh ri crï maharaja g,rï wawa 

13. rakai sumba mas 

XXXIII. 

Deze transscriptie is ontleend aan een steen afkomstig van Djedoeng, later 
staande te Bangsri .en vervolgens overgebracht naar het controleurserf te Modjo- 
sari, zie Notulen 1888 p. 46 en Verbeek p. 243 sq., 246; de steen staat daar 
volgens Rapp. 1907 p. 86 sq. ook thans nog en is rond afgedekt, zich van 
boven naar beneden een weinig versmallende, met een klein voetstuk (uit één 
stuk met den beschreven steen), hoog 1.95 M., grootste breedte 1.15 M. Een 
abklatsch wordt vermeld Not. 1888 p. 83, thans Oudheidk. Bur. no. 142, 143 en 
265; een facsimile Not. 1887 p. 67. Dr. Brandes deelt omtrent deze inscriptie 
Not. 1888 p. 83—85 o.m. het volgende mede: 

- „Het opschrift, waarin men den datum, — of het moest zijn dat er meer 
dan één datum in voorkwam, — ergens in het midden aantreft, zooals meer 
wordt gevonden, bijv. op den steen van Bakalan e. a., is van Qaka 8.8 (iri- 



7 pib&ng — i'∠ 9 wasa— &apa; 10 pinawuatakan sinawuatakan. 
Verhandelingen Bat. Gen, Dl. LX. 



50 

kanang kala gakawarsalila 8.8 kdrltikamdsa). Het cijfer, dat het tiental uitdrukt, 
is niet te onderscheiden. Na de eerste 8 eindigt juist een regel, zoodat .8 op 
den volgende kwam te staan. Op den abklatsch is van .8 slechts de 8 duidelijk. 
Ik geloof evenwel dat met vrij veel zekerheid gesteld mag worden dat het ont- 
brekende cijfer een 4 moet zijn geweest. Elders toch leest men den naam van 
Mpu Sindok, zooals reeds door mij t. a. p. Not. werd opgegeven, en wel in dit 
verband: kabeh tanparabyapara alali irikang wanua (ontbreekt smalle zijde) de 
rakryan mapalih pn Sindok Cri Icanawikrama, inadgan tanda ralayan ri sirikan 
dyah Amarendra . . . likhilapalra (ontbreekt smalle zijde). Dit doet zien dat Mpu 
Sindok. Cri Icanawikrama toenmaals nog mapalih was, wat zijn moet vóór 
Caka 851, en daar hij ook op den Minto-steen, zooals reeds elders door mij 
verder werd opgegeven (zie t. a. p.) nog als mapalih voorkomt, en het jaartal 
van dezen steen vermoedelijk (^aka 846 is, verder in 841 Caka Qri Daksotta- 
mabahubajrapratipaksaksaya koning is, en deze in dien tijd een mapalih heeft 
van een anderen naam, rest er slechts hier, zooals reeds werd gezegd, te lezen 
Caka 848, wat op zijn beurt een indirecte bevestiging wezen zou van de lezing 
van het jaartal van den Minto-steen. 

In het opschrift op dezen steen van Modjosari (= Bangsri = Djedoeng) 
treft men een serie bergnamen aan, waarvan de godheden in het eedformulier 
worden aangeroepen, op een soortgelijke wijze als men dat vindt in de naar 
mijne meening inauthentieke oorkonde No. II in Cohen Stuart's Kawi oorkonden, 
maar ook dit gedeelte zal slechts fragmentarisch kunnen worden ontcijferd. De 
namen Susundara, Mdang en Marapi (zóó, en niet Marapwi zooals men bij 
Cohen Stuart leest) en anderen, bijv. Kunjatau (bij Cohen Stuart Knjatan), 
Sumbi, konden reeds worden gelezen. De volgorde schijnt eenigszins anders 
te zijn, en men schijnt er aan te treffen die in oorkonde No. II niet voorkomen, 
wat wellicht ook een reden wezen mag tot de veronderstelling, dat er hier 
ontbroken zullen hebben die daar wel worden gevonden. 

Blijkens het genoemde facsimile is dit opschrift een vrijbrief uitgereikt 
aan een desa Kambang cri, wat ik op den abklatsch nog niet heb kunnen 
nagaan". 

Gelijk men zien zal, klopt het jaartal hierboven gegeven niet met dat 
der transscriptie, wel echter het citaat met Sindok's naam. Opgemerkt kan 
nog worden, dat er een tweede steen van Modjosari geweest is (Verbeek 
p. 246), sinds 1880 verloren gegaan (Not. p. 90 cf. 1889 p. 11, 25 en 44). 

1. ntara, pingpitwanpajanma tanmanusa janma tirunya salwïraning 

cmar, taktak, lakai, 
wdit, linlah nta dadyananya, yapuau ma 

2. nusa janmatirunya tan paripürnna dadinya, wikëtarantana wuduga, wung- 
kuka, wëala, dimpeya, Ailinga, wuta, tulya, /ayna, marapina, haya 

3. na, judana, sawijilnya sakeng garbhbha wasa au pangguhang janma 
mangkana lwirnya lïng sang walmta hyang wadihati makudur awajn k/a 

1. kan capalha i samaksanira kabaih, ya /anya deyanira ka- 
baih tanparabya ra atah irikang wanna 

2. de rakryan mapatih pu sindok <jrï icanawikrama, inadigan tanda 
rakryan ri sirikan dyah amarendra citralikhita patra 



51 

om 

1. I om naniacciwaya || swasti cakawarsatita 80. kartikama sa ti | thi dwa- 
daci kr(sna)pa | 

2. ksa wu po wara tatkala pu bha ra 
rnauicra gu saanakbi niuang kakanira pu dati kaki ui a 
mwattau rek 

3. sama slmagatra i eau crï tatrasaksi 
samgat wadihati rihang kala saug a( )yu( )auak wauwa i tu 

4. mangambil saji sira pirak lima 
tahil wdihhan rangga yu 1 kwo 1 mas pada 1 ta( )pu damas wa 

5. auak wanwa i wdah ha u pirak satahil 
wëdihhan yu 1 sang samagat makudur pu sarmma t auak wanwa i 

6. du poli watak pang/a< du pok satuhan 
i makudur i je pu ma anak wanwa i pulung wa k 
makudur wadi 

7. kati padampita a nak wanwa i 
pandamuan watak wadihati sang tuhan i wadihati sa wila pu ra 

anak 

8. wanwa i mirahmirah wa tak wadihati samgat lampi saji ri sira 
pirah karna sapa ( ) wdihha n yu 1 patih pu 

9. na auak wanua i mi ra wa saji ri sira pirak karua sapa 
( ) wdihhan yu 1 

XXXIV. 

Steen, staande in desa Blota (afd. Modjokerto, res. Soerabaja); in Rapp. 
1907 p. 71 beschreven als „staande op een voetstuk, uit één stuk, hoog 1.47 
M., breed 1.08 M., dik 0.33 M. tot 0.37 M., dakvormig afgedekt. De steen 
was oorspronkelijk besneden met oud-Javaausch schrift, op voor- en achterzijde, 
niet op de dikte-vlakken. Slechts eukele regels zijn daarvau nog zichtbaar". 
Een abklatsch wordt vermeld bij Verbeek p. 235; Oudkeidk. Bar. uo. 535. 

Hoewel ongedateerd is ook deze steen hier opgenomen, daar hier Mpu 
Sindok als mapatih genoemd wordt. 

1. nikanang miera paramiera wuluwulu, i 

2. mangantapautapakau pina 

3. tlas dalang sanmata rakryan mapatih i hino 

4. sa pasakpasak cihnaui rakryan mapatih ri 

5. rakryan sang kna ring pasëkpasëk, rakai sirikan dyah amarendra, 
rakai wka dyah balyaug inangsëan 



6 satuhan-situhan ; XXXIV 3 daiang-daj/ang. 



52 

6. madandër pu padrua, anggëhan pu kundala winaih ma su 1 ma 
4 wdihan yuga 1 wa amra hawa 

7. nta lip, talimpiki pu dhanuka, manghuri lïh pu sandamuan, muara 

winaih mas 4 wdihan yu 

8. mgat wadihati pu dinakara, akudur mawr/jayanta, winaik ma 1 wdikan 
yuga 1 , halaran sang halang p&hung 

9. winaih ma su 1 ma 4 wdihan yuga 1 sowang, rakryan bawang mapapar 
dyah sahasra, makawanua ikang panggumulan inangsëa 

10. ka 2 sn 7 wdihan yuga 5 sang tuhau i bawang, inangsëan pasëk- 
pasëk, juru kanayakan tin, pamgat wrikwrik sang rahi 

11. muang rakai panangkilan, samgat lua sang kirana, tuhan ning lampuran 
pat, dyah dedu (of udadu) dyah salir, rakai pawan, rakai 

Onderzijde. 
1. 

2. 

3. ri papahan kabaih lwir nikang mas pawaih ri sang gala/ca 
mumah ma i 

4. nga tanda sangaran ti'inu, sang wagal sang bu lumpang sa- 
mangkana kwaih nira tuma(rima) 

5. muang la n, muang ha 
mpah nipilalan ma su 

6. sawah ka wamgar/rgadëgan sangaputah, anung rama tpi 
siring hinanakaning maha 

7. ma 1 wdinan yuga 1 i piu/u ramarama winaih ma 1 wdihan 
yuga 1 i sasap rënëb 

8. wangkul ka/al catur winaih ma 1 wdihan yuga 1 i katidur glut 
warit, winaih ma 1 wdihan yuga 

9. ninggay winaih ma 1 wdihan yuga 1 i punduyan ru/nlagya, winaih 
ma 1 wdihan yuga 1 i brat danu 

10. han yuga 1 nahan kwaih nira rama tpisiring pinakasaksï nimangngaryya 
singkaruhun samgat momahumah i 

11. patra citralekha i hino samgat matengër winaih ma su 1 ma 4 
wdihan yuga 1 , prataikaningaranikanang rama i 

12. n sumambahakan anugraha rakryan mahamantri rakryan mapatih 
grï ifanawikrama mpu sindok, muang rakryan 

13. mapapan dyah sahasra, parujar si salpang pangantyan rindung, 
nciran pramukha, muang astrinira i bu 



53 

14. t wangi nohan rowangnira mauambah i rakryan bawang mapapan, 
kunang yan hana patih wahuta nayaka pa 

15. ya umulahulaha ikanang tlas anugraha rakryan mapatih ruuang 
rakryan bawang, irikanang rarna i panggumulan mne blam 

16. knana ya nigraha ma ka 5 su 1 muang salwir ning pancamahapa- 
taka pangguhanya i sahasrajanmantara || o || 

XXXV. 

Steen, blijkens Hoepermans bij Verbeek p. 178 te Gata nabij Prambanan 
gevonden, sinds 1868 (Not. p. 60 en 67) als D. 36 in het Museum te Batavia. 
Afgebeeld bij van Ki ijsbergen foto no. 237 (cf. Not. 1885 p. 31); abklatsch 
Ondh. Bur. no. 214, 216 en 217. Het jaar 693 Sanjaya, waarin deze oorkonde 
is gedateerd, door Dr. Brandes op ± 850 gesteld, zal volgens Rapp. 1911 p. 14 
wel tusschen 832 en 841 Caka liggen. Dr. Brandes beschrijft dezen steen aldus 
in den Catalogus (p. 384 sq.): „Fragment van een steen, van onderen schuin 
afgebroken, met rond hoofd. In overdwarsche doorsnede is de steen van achte- 
ren in het midden dikker dan aan de zijden, daar de achterzijde in een uitste- 
kenden stompen hoek is gehouwen. Zwart. Poreuze bazalt. Op de voorzijde 32 
regels (waarvan de ondersten slechts half te lezen) in oud-Javaansch schrift 
van Midden-Java. In 1864 door N. W. Hoepermans gevonden in een moeras 
bij de desa Gata (zuidelijk Prambanan), van daar ovengebracht naar Tandjong 
Tirta, en later door Raden Saleh aan het Museum geschonken. Hoog in het 
midden 60, aan de zijden 52; breed van boven 43, beneden 47; dik 22. 

Begint swaslha sa(m)ivat crï sanjaya ivaisatita 69. {?). Pracasti van (Jrï 
maharaja Daksottamabahubajrapratipaksaksaya crï. . . . nggawijaya. De begun- 
tigde is de dharmma kawikuan i ïimbanan wungkal, waarvan de rechten 
bevestigd en vermeerderd worden. Genoemste kawikuan schijnt een klooster te 
zijn geweest, waar voornamelijk een godin (bhalari) vereerd werd. Eigenaardig 
is dat het woord swatantra, alsof het nog vreemd klonk, in dit opschrift ver- 
klaard wordt, n.1. swalanlra vgaranya lan pinarabyapara deni enz. Boven het 
opschrift leest men : 

Om n a m o r u d r a d u r g g e b h y a h s w a h a 

1. I swastha sa(in)wat crï sanjaya warsatïta 693 palguna masa tithi dwitï 

2. ya eukla paksa paniruan pon wrhaspati wara uttarabhadrawa 

3. danaksatra, a/ib(u)ddha dewata, cobhanayoga, irika diwasa ni a 

4. jna crï maharaja, daksottamabahubajrapratipaksaksaya crï . . . 

5. nggawijaya, tumurun i rakryan mapatih i halu, sirikan, wka, muang 
rakryan gu 

6. runwangi, muang i samgat tiruan kumonakan ikanang darmma kawi- 
kuan i timba 

7. nan wungkal pahatëguhan casananya umuhe swatantra, swatantra nga- 
ranya ta 



3 aiib(u)ddka - adib(u)ddha. 



54 

8. n pi narabyapara, deni saprakara sang mangilala drabya haji kabaib. pang- 
kur tawan 

9. tirip maughuri kring, pademmapuy, maniga, lca, malaudaug, pakalang- 
ka(ng), tapahaji e 

10. rhaji, mangrumbe, tuha gusali, tuba dagang, tuhan hunjamnian, tuhan 
kulak 

11. undahagi kdi, paranakan, tuhapadabi, widu mangidung ban 
sambal 

12. sumbul panibrsi, hulun haji, pingbai wahuta rama, ityewammadi 

13. nahanyakarani tan tumama maminta drabyahaji rikanang kawikuan i 
timbanan wu- 

14. ngkal kunang parnnahani sukhaduhkhanya dandakudanda inandihaladi 

15. bubul rnasabyabahara i salwani cayani tambak bhatarï i béng 

16. i jro tut pi makulilingan nayajawa parasikamlir niasi 

17. atah pramana irika kabaib yapuannikang napwi mabyu 

18. nnan watu mahabhrtya atab parnnahanya hanungguanama 

19. ta kaluiranya kunang sukhadu(b)kbanya ang^a pratyangpadi 

20. banya bbatari parananya satngab satubanan s&luhanan 

21. hara bbatari atab mana bubulan kabaib mangkana 

22. ja i rakryan mapatih katagihhakna pakarmmanya kabaib 

23. n ba 

XXXVI. 

Steen van onbekende afkomst (volgens conjectuur van den Heer Rouffaer 
in Notulen 1909 p. LXXVIII van ïadji bij Prambanan), tbans als D. 6 in bet 
Museum te Batavia, abklatsch Oudb. Bur. no. 168, 169, 180, 205, 207—209, 
334; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2983 (Cat. Juynboll p. 232). Aangaande 
de dateering zie de vorige inscriptie. Dr. Brandes geeft in den Catalogus (p. 
373 sq.) de volgende beschrijving : 

,,Dakvormig boveneinde en eenigszins gewelfde vlakken. Zwart-blauw. 
Hoornblende andesiet. Weinig bescbadigd. Vier zijden besebreven met oud- 
Javaanscb scbrift van Midden-Java. Voorzijde leesbaar 38 regels, aebterzijde 31; 
op ieder der smalle zijden één regel overlangs. Aan de voorzijde bovenaan vindt 
men tusschen de syllabe om, die bet stuk als bet ware kroont, en bet eigenlijke 
opschrift nog eenige woorden, die echter veel geleden hebben. Afkomst onbe- 
kend. Hoog in het midden 102, aan de smalle zijden 89; breed van boven 50, 
van onderen 42 ; breedte der smalle zijden 8. 

C-rï Saiïjaya-warsa 694. Het stuk is in een zeer onduidelijke taal en 
eigenaardig gespeld. Oorkonde waarbij, zooals bet scbijnt, door Rakryan i 
Sigadiri (?) de banua ni Taji gnnung tot sïma wordt verbeven, omdat daar 
vroeger crï Sanjaya gelegerd was geweest (stug hyang wung/tal slma ftusuh Icu- 
hmif,ang ciniwi ri larub nguni en Sanjaya varanallha haji bali lua crï Lowanna). 
De steen scbijnt oorspronkelijk te zijn opgesteld op een sawah (du ni savoah). 



55 

De volgorde is vermoedelijk voorzijde 1 — 35, achterzijde 1 — 30. In de 
overige gedeelten op de voor- en achterzijde en op de beide zijvlakken wordt 
verhaald, welke kosten er gemaakt zijn voor het feest, wie getandakt heeft, 
welke getuigengiften er geschonken zijn enz., doch dit alles zeer beknopt. Dat 
de Dihyang (Dieng) vermeld wordt, werd reeds medegedeeld in Tijdschr. Ind. 
T. L'. en Vk., XXXI, 250". 

Voorkant. 

4. om namacciwaya nanio buddhaya || o || swastha crï sanjaya warsa 694 posya 

5. nnlsa tithi tritïya krsnapaksa tu u bu wara irika mülaprathamauikai 
banna ni taji gu 

6. nung sinnsuk sïma dai rakryan mahamantri muang rakryan gurumwangi 
rnuang samgët 

7. lua annng ayam tëhas ngïïni an sinimma ikai banua pn dapit aria 

8. k wanna i pandamuan watak wadihati ana jurujuru i sira sang hadyan si ra 

9. rah at ah watak wadihati muang sang hadyan halarran pu danada anak 
banua 

10. i pandamuan watak wadihati makalambi haji pangurang miraryayam tëhas 

11. sang hadyan buangën anak banna i gunungan watak tangkillan sang 
ilu um(n) 

12. yutti sang hyang bungkal sima susuk kulumpang dïï ni sawah samgat 
makudur brada ana 

13. k banua i waju poh watak makudur ana sira jurujuru i sira sang 
hadyan da 

14. wa anak banua i ratëguh watak khamëhas sang adyah andyangin anak 

15. banua i kahangattan watak khamëhas atah bara i samëffat 

16. makudur sang umilu umuyutti sang hyang bungkal sïma susuk kulum- 
pang dyah rande 

17. anak banua i lingai watak makudur bungkal tpat dü ni du(wëg) nikai 

18. banua an sinima pu saranna anak banua i ngulu kabikuan ri tangkillan wa 

19. tak tak tangkillan atah yapuan haua drohaka umulahhulahha ikaing 

20. sima panganugraha rakryan i sigadiri pinghay wahuta i wungkal tpat 
maka 

21. behhan dlaha ni dlaha i wka we/ sang pinghay buara tan tammua pha 

22. llani jarin guna ngimiweh tka ikang umulahhulah ikaing sang 

23. hyang sïma susuk kulumpang apan huwus sapallhs, sang wahuta hyang 
müanor sanff ma 

o o 

24. kalambi haji jarin mangkana sang hyang wungkal sïma susuk 
kulumpang 

25. §iniwi ri tarab nguni crï sanjaya naranattha haji bali tua crï lowanna mü 



56 

26. ah ngunikana ha-an i sira panggih anak wanua i poh watak pal 

27. muwah juru ni lampuran pu jaya anak bauua i galagah watak khino 

28. mïïwah juru banna raray sang bulibak anak banua i guwa watak khino 

29. mïïwah pinghay manak sang hadyan ayuh anak banna i trirawa mïïwah 
paru 

30. jar niru pu laka mïïwah pinghay i jro turus sang dyan mali mïïwah 
sang hadya 

31. n kalang anak banna i trirawa muwah i trirawa pu madhya m(u)wah 
pinghay i jro 

32. turus sang hadyan lwah watu anak banua i wuatanimmas parujar ni 

33. ru pu rinu mïïwah rama kabayan i sawangan pu kura mïïwah pu 

mïïwah 

34. pu anting parujar ramanta i sawangan si basini mïïwah magalah i sawa- 
ngan si 

35. bala mïïwah wahuta i sawangan si ca mïïwah binkas i sawangan pu 

36. pinda ni byayauta irikang susukkan slma wualang kati ma 

37. hisa 4 paja 4 wdus 1 citralekha sang rndra anak banu 

38. a i 
paja 

Achterkant. 

1 . paranakkan i wuattan sang wulu payang 

2. iimiïjang mïïwah wahuta i jruk .crï pu danta mïïwah i jruk crï pu bajra 
mïïwah pu sakti gusti i jru 

3. k crï winkas pu tiring rama marata i jruk crï pu kewala mïïwah 
parujar ramanta pu 

4. amboh mïïwah pilunggah pu mala mïïwah pu wodya anak banua i bangkal 
mïïwah 

5. pu asiki watak khino muwah tuha padahi pu drengo anak banua i hulu 

6. wanua mïïwah arawanasta anak banua i bawantan mangl» pn kiuang 
anak banu 

7. a i wuattan crï sima anga.yë i dihyang muwah patindih anak banua 
i hij o si 

8. ma angasë i taluu atari si kutil jajamïïna pu natha anak banua i nm 

9. ngga watak tangkillan mïïwah sa sukha anak banua i tumurun mïïwah 
sang ha 

10. dyan bisanja padammapuy sang hadyan dumma anak banua i parahita 
atah wa 



57 



11. tak talu müwah sang hadyan mahintu i susuhhan pu siga müwah 
kaki udih pr 

12. ttaya i wungkal tpat sang saranggang ana(k) banua i layang watak 
layang müwah prttaya 

13. wayang kappi sang hijo müwah kalang i hulu wanua pabhumi müwah 
pu tole 

14. anak banua i bakal muwah i sigi pu galini i sukun pu susü kalang i 

15. rundungan pu lima i wuattan ni mas pu saga i tambak haji pu asti i kahu 

16. rippan pu dbara i ramwi pu tirip i tugu pu bahas watu wiri pu garu 
i tla molih pu 

17. crncang i gawantan dyah gundyang kalang i seser pu dhara binkas i seser 

18. pu sita binëkas rudungan pu subha winkas i burantan pu isuk i salambaya 

19. n pu wagay i sibunnan pu angkan juru ni baliwat pu rati i susuhha 

20. n inüla pu ile anak banua i wuattan grï raja sampag lua 

21. sakweh ning mangilala drabya haji kabaih tapa haji kadut pangurang 
parana 

22. kkan hiüjamman kdi walyan tuha padahi panday arawanasta kutak ka 

23. pur ittewammadi saprakara sang mangilala drabya haji kabaih tan tu 

24. mama irikaing banua i taji gunung muang ramanta kabaih apan sam- 
pun ya ina 

25. nugraban dai rakryan mahamantri muaty(?) rakryan momahhomah guruba 
2H. ngi muang samgat lua kunang yapuan asing sira mangilala drabya haji 

27. muang cimannata ya irikai sapawkas samgat lua irikata 
Idammalanna 

28. sang mangilala drabya haji syanganta d( )mma mangawaitanna rowang- 
ngantamana 

29. mbah i rakryan kalih muang samgat lua apan mangkana pawkasnira 
ri kitta dram 

30. ma ri taji gunung makabaihhan o o o kalima pu galah gading lu 

31. binkas pu cara wurak wariga pu kaco wadwa rarai pu( )isuk 

Links. 

|| tuha wëreh pu sandya, memen rakryan mangigal ri susukkan slma i 
taji g«nung si angkus 

Rechts. 

si ryyak prabayan si kasuk si mangakap si manikap si wiju si matar 
si mangaoful 



27. tdamma<anna-tclar«mmaA:anna. 



58 
XXXVII. 

Steen; uit de kaboepaten van Modjokerto overgebracht naar het Museum 
te Batavia (Notulen 1871 p. 57, 65, 82; 1872 p. 153) waar hij als D. 14 is 
opgenomen. Abklatsch Oudh. Bur. no. 225 — 229. Dr. Brandes, die in Not. 
1886 p. 146 jaartal en koningsnaam reeds opgaf, beschrijft den steen als volgt 
in den Catalogus (p. 377): 

„Met een boveneinde gewelfd in den vorm van een pajong, zooals die op 
de oude basreliefs wordt afgebeeld, bovenop een bloemknop. Zwart. Audesiet- 
tuf. Eenigszins beschadigd. Mist een schuin stuk beneden aan de linkerzijde. 

Aan vier zijden beschreven, nl. voorzijde leesbaar 33 regels, eenige frag- 
mentarisch ; achterzijde dito 35 ; rechterzijde boven 8, en op de staande zijde 
5 regels (fragmentarisch); linkerzijde boven 9, en op de staande zijde 30 (slechts 
gedeeltelijk leesbaar). Uit de kaboepaten van Madjakerta. Hoog in het midden 
138, aan de zijden 93; breed van boven 82, beneden 74; breedte der smalle 
zijden 17. Staat achterstevoren. 

Qaka 851 (= A. D. 929). Schenkingsbrief van Qrï maharaja rake hiuo 
pu Sïndok crï Icanawikrama dharmmotunggadewa (over wien men zie Not. XXIV 
[1886] 144) aan de wanua i Sarangan. 

Volgorde: voorzijde, achterzijde, rechterzijde en linkerzijde". 

Voorzijde. 

j| om awighnam astu || o | swasti cakawarsatita 851 crawanamasa tithi 
dwadaci krsnapaksa wa po bu wara pusyanaksatra dewadewata ciwayoga irika 
diwaca ny anugraha crï maharaja rake hino pu sïndok crï icanawikramadhar- 
mmotunggadewa 

mahumah kalih madaudër pu padma a(nggëha | n) pu kundala 
ri tan katamana 

ikang wanua i sarangan, watëk hang- 
6ang ataganing wahuta n dening micra paramicra wuluwulu 

awur parincang wilang wanua pangurang kring padam manim- 
piki paranakan limus watu tajam sukun halu warak 

rakada 

8. t piningle katanggaran tapahaji airhaji (la)blab kutak tangkil 
trpan salukat 

9. (tu)hadagang juru gusali tnha mbi tuhan judi tuhan unjaman 
juru jalir micra hino wli hapu wli wadung wli 

10. wli panjut palamak pakalaugkang urutan dampulan pulung padi 
tpung kawung sungsang pangurang payungau 

11. wa^yi (?) hopan skar tahun lanca (?), udanan (?) wparan paka 

s pa 

12. ma tundan sahiran tiba latulatu 
micranginangin 



59 

13. wanua /on kukap angusung ainayungi 
patanah pabisar pa 

14. pahasangsö (?) mak( )oh kipah pai'ï kipah mas pabras la 

15. manghuri sambal sumbul hulun haji pa 

16. wipati 
wangke kabunau rah kasa 

17. laten hidu kasirat 
mamijilakën wuri ning kikir mamuk mamungpang 

18. maughapü 

angdyun mamubut manga- 
na 

19. lakala ganda 
kudanda gande irikang wanna i sara 

20. manana i 
sang hyang la ndha ho di drabya baji kewala mapnlnng 

21. nikanang 
wanna i sarangan muab kalangka(ng) ma 

samangngkana yan 

22. kanang wanna i sarangan kad- 

yanggani borebt mangawari maka pu 

23. at lënga tambaga kang9a 
timah saprakara ni dwal pinikul 

21. h hanya tan knana de 

sang mangilala drabya haji kalima bantal ing satuha(n) 

25. sasamdyabara gamangkana 

yan pangnlang kbo prana 2 sapi 6 wdus 8 

26. n tlnng pasang mangngarah 
tlnng lnmpang pande tlung i///r//caban macadar patang pacadara(n) 

27. lan undahagi satuhan 
parahu masuhara 3 tanpatundana ikanang samangka 

28. mangilala drabya baji saparanya 
sadeijanya ndan makmitana tulis 

29. , sangkarika sapangbing iriya 

knana ya i sa(ng) /awibnya de sang mangilala drabya haji ta 

30. i ^rï maharaja dyah tolobong 
kunang sangkarlnasu nikang wanna i sa 

31. denikang wnln 
wnlu de crl maharaja irikang kala mangangseakan samgat momahu 



19 gancla-i/'arida ; k2 boïéh-ngabavéh. 



60 

32. yu 1 i 91*1 maharaja 

rake hino pu sindok crï icana wikrama 
33. sadharana 

wijaya rake wka dyah balyang rake 
34. 

Achterzijde. 

1. dyah sahasra madandër pu padma srangan pu garawas kapwa inangsëa 

2. n pasëk pasëk pirak dha 5 wdihan tapis hle 1 sowang sowang 

3. rakryan auakbi inangsëan pasëk pasëk pirak dha 1 ken bwa/i lor 

4. hlai(h) 1 sanigat anggëhan pu kundala tiruan dapunta taritip halaran 
dyah sur end ra 

5. amrati hawang wieaksana puluwatu pu pandamwan manghuri dyah naren- 
dra panggi(l) hyang pu 

6. dalinan sang hambnlu wadibati sang dïnakara makudur pu balawan 
kapwa inangsëan pasëk 

7. pasëk pirak dba 2 ma 8 wdiban tapis hle 1 sowang sowang bheda 
sangke saji ika parujar i 

8. karandan kandamubi pu gesda wineh pasëk pasëk pirak dha 1 wdiban 
hle 1 lumaku 

9. wadihati pu pa pak wwang ri /colaca makudur sang wlahan wwang 
ri kapung watëk limftayan winaih pi 

10. rak pasëk pasëk pirah dha 1. wdiban yu 1 sowang sowang samgat lama 
lampuran pu 

11. tuba lang tus dyah butangka samgat ka/ca( )n 
pu manda wineh pasëk 

12. wdiban hlai 1 sowang sowang patib kabayau i bawang 
dyah sasi 

13. sang tala sanffkais^ntan sanef netra sang baruna 

14. wdiban hlai 1 sowang sowang patib sang hasap bawuk dyah 
tolobong 

15. wdiban yu 1 sowang patib lampuran tarka jalang bagua gam( ) 
at lampeh 

16. tutur bujung pagumulan planta 

17. pasëk pirak ma 4 wdiban hle 1 sowang sowang wahu taug- 
harëp 



3 bwa/c-bwai; 8 gesda-ftesto; 15 lampuran-litmpuran ; jalang-jwlang. 



61 

18. (ka)ndamu/// dhar paniro/ca wineh pasëk pasëk pirak dha 1 
wdihan yu 1 sowang so(wang) 

19. ni galuh si gurul bapa du tit wineh pasëk pasëk pirak ma 4 
wdihan hle 1 sowang so(wang) 

20. ninganggagina pirak ma 4 wdihan hlai 1 pangurang sang hanyaoa 
si gata 

21. lesa wineh pasëk pasëk pirak ma 6 wdihan hlai 1 sowang sowang 

22. sëk pasëk pirak ma 4 wdihan hlai 1 rama tpi siring anung milu ri ka 

23. ri tpu silnnggai(ng) i kanei(ng) winkas si( )i ri banna lang cla- 
pu/n'ka ing dahu den ingemanik 

24. dang si laras si alas i mannnggal si dunung i tambak si dalinan 
si këbëh kapwa winaih pasëk 

25. ma 4 wdihan hlai 1 sowang anung kina crï maharaja dumiryyana 
ikang susukan wuluwulu i sarangan 

26. samgat lamba lampuran pu goca juru wadwa rare i haji sang tëlung 
molih dyah Java 

27. n dyah wijaya kapwa wineh pasëk pasëk pirak dha 4 wdihan yu 
1 sowang sowang 

28. prayatna ni warta nikang pasëk pasëk i sira kabeh i tanda rakryan 
pinarnnah tke 

29. n wadihati i so(r) ning witana mangargha sang pinaka wiku sumangas- 
kara ikanang 

30. dur manganjali i sang hyang malunggah i sor ning witana mandallan 
pada masi(nghël) 

31. patan sang hyang prasasti tumut ta sang wadihati lumkas sang 
makudur 

32. nëtëk gulü" ning hayam linandësakan ing sësëban ang 

33. manapathe i sang minangurang nira dangu i katëguhakna nikanang pra 

34. kita ka.mung hyang baprake^-wara agasti maharsi 

35. nairiti bayabya airyanya maddhya ürdhwamadhah 

Linkerkant (boven). 

1. yajamanaka^a kala 

2. mrtyu ganabhüta a 

3. horatri sandhyadwa (?) sang 

4. hyangala yaksa raksa 

5. sa picaca pretasu 

6. ra garuda gandharwa catwari 



20 ni)(&ang' !, — nWang — niwiig"; 28 praj'atoa-praywfcna. 



62 



7. lokapala yama (ba) 

8. runa knwera basa 

Z ij d e. 

1 . niuang 

2. dewa(ta) panca (kucika) 

3. (na)ndïcwara ma(hakala) 

4. sadwinayaka 

5. durgadewï 

Rechterkant (boven). 
1. 

2. kanugrakan de crï (ma) 

3. haraja tasmat kabwa 

4. i (?) patyananta ya kamung 

5. hyang deyantatpatiya 

6. tattanoliha i wunta 

7. t tattinghala i liku 

8. (ran) ring adëgan ta 

9. 1 i wirangan 

Z ij d e. 

1. i tngënan tu 

2. blah kapalanya 

3. mbitakan. wtaugnya 

4. ususnya 

5. nya duduk hatinya (]>a) 

6. ngan dagingnya inum rahuya 

7. te(hër) 

8. pëpëdakan Avkassa 

9. pranantika yan pa 



10. 


las 


11. 


ning ula 


12. 


n 


13. 




14. 




15. 


la si 


16. 


kita hyang 



63 

17. tri kuru 

18. , k 
19. 

20. kan bwangak(an) 

21. kica salambitaka 

22. n ri hyang kabeh tiba 

23. kan ri makasamudra 

24. klamakan i dawuha 

25. n alapan sang hyang dalë 

26. mer dndntan i tuwi 

27. ran sanghapani buha 

28. ya ngkan matya ika 

29. nangwang anyaya lumabu 

30. 

XXXVITI. 

Steen, afkomstig van Singasari (afd. Malang, res. Pasoeroean), thans als 
D. 88 in het Museum te Batavia; door midden gebroken (Not. 1893 p. 3 en 
28). Voor litteratuur over de steenen van Singasari zie van Verbeek p. 298— 
301. Een abklatsch wordt vermeld Notulen 1887 p. 7, thans Oudh. Bur. no. 
357 en 412. Dr. Brandes deelde Not. 1887 p. 66 mede, dat het jaartal 851 was. 

V o o r z ij d e. 

1. || awignam astu ganapataye namah || swasti cakawarsatïta 851 baicakka 
masa tithi nawamï cuklapaksa . . . 

2. ca. wara pürwwaphalgunïnaksatra yoni dewata ayusman yoga irika 
diwaca rakryan hujung pu maduvaloka 

3. ranjana manambah i crï maharaja rake halu pu sindok ^rï ïcanawikrama 
dharmmottunggadewa sumlma ikang dmaksa wah i 

4. gulunggulung tapak su 7 muang alas i bantaran satngah paknanya 
dharmmaksetra sawahani kucala rakryan hujung maha 

5. prasada hëmad mangasea i sang hyang kahyangan i pangawan mapa- 
ngasëa wdu 1 pada 1 angkën kapüjan bhatara i pa 

6. ngawan ing pratiwarsa apan ngkai gimung wangkdi müla kahyangan i 
pangawan ring purana niatangyan tunggala gatyanika 

7. sang hyang kahyangan kapwa silih lawada sakarmmanya i pangawan 
muang i hëmad yan tka (ring) kapüjan bhatara i pangawa 

8. n umilwa sakarmmanya i hëmad tka ning kapüjan bhatara i hëuiad ilwa 
sakarmmanya i pangawan ing bicuwakala 

9. wdhan prasiddha tunggal bhatara mangadhisthana i hëmad i pangawan 
muang hana sïma putraswa i batwan muang i curu 



7 ring-wing. 



64 

10. iyair gilang i gap uk imftang paknanya mangasëa i sang hyang prasada 
i hëmad kramani pangasönya i batwan (fikha 

11. joanjat i curu Inga watu sukat 1 kalapa 20 ma 1 iyair gilang Inga watu 
sukat 20 ma 2 i gapuk ruang rimpang 

12. ma mangkana krama ni pangasönikanang sïma putraswa 
mijila angkën bisuwa ring kapüjan bhatara ri hëmad ma 

13. rakryan hujung i £rï maharaja tlas sinanmata matëliër la 
kan inargha( )kan rakryan hujung 

14. an sïma sawaha sang hyang prasada i hëmad paknanya swatantra 
tan katamana deni patih wahuta rama nayaka 

15. ya samgat nguniwaih saprakara ning mangilala drabyahaji ring dangïï 
mi^ra parami^ra wuluwulu prakara pangurang kring padam 

16. paranakan limus galuh pangaruhan taji watu tajam sukun halu- 
warak rakadut katmiggaran ta(pahaji) 

17. airhaji malandang lëbalëb kalaka kutak tang(k)il trpan saluit tuhada- 
gang tuhagusali mangrumbai mangunjai 

18. hsannammakuharan hunjamman watu walang pamanikan maniga sikpan 
rumban wilang wanua wiji kawah tingkës ma 

19. tuhanjndi juru jalir mi^ra hino wli hapü wli tambang wli paüjut wli 
harëng palamak paka wrutan dampulan 

20. tpung kawung sungsung pangurang pasukalas payungan pulung padi 
pabisar pagulung panginnangin sipat wilut pamawa^ya 

21. n turunturun panrangan skar tahun panusuh pahaliman kdi wa- 
lyan widu mangidung sambal sumbul hulun 

22. pamrsi watakki jro ityaiwammadi tan tama irikanang sïma ke- 
wala sang hyang parhyangan pramana i sadrabyahajinya 

23. (ka)baih mangkana ikanang sukhaduhkha kadyangganing mayang tan 
mawuah walü rumambat ing natar wipati wangkay kabunan rah ka. . . 

24. ring dalan wak capala duhilatan hastacapala mamtuakan wuriningkikir 
mamük mamumpang lüdan tïïtan da 

25. (nda) kudanda bhandihaladi bhatara prasada atah paranani sadrabya- 
hajinya kunang ikang mi^a manambul manawring 

26. mangapus mapahnngan manaru/J manülawungkudu mangdynn ma- 
bubar ma(ng)hapu malurung magawai rungki payung wlü mopih 

27. agawai kisi manganamanam mamubut manawang makalakala mamisan- 
dung manuk bliatara ri prasada atah pramana i sadra(bya) 

28. hajinya samangkana ikanang barahu pafralija 1 ma su hara 2 tanpa- 
tundana madagang kapas wungkudu abasana kalima banta(l) 



65 

29. angaïïjal 1 pandai wsi satarub pandai raas 1 pandai tarabaga 1 kangsa 
1 angulang kbo sawurugan sapi prana 3 wdus 

30. ravggavg angulang anclah sa( )rub saraangkana kramanika i ma ba 

i salu ir ni drabya baji saprakara irikana 

A c h t e r z ij d e. 

1. angaseakan rakryan hnjang pasekpasëk i grï mabaraja raas su 5 wdihan 
tapi^cadar yu 1 rauang i ra 

2. kryan kabaib kapua winaih pasekpasëk kayanurüpa rakai sirikan dyah 
baraarendi-a wka dyah balyang rakrya(n mo) 

3. makumah kalih madandër pu paduia anggëhan pu kundala tiruan dapun- 
ta taritip iuangsëan pasëk ma l wdi(ban) 

4. tapifcadar ya 1 sowang sowang balaran pu gunottama inangsëan pasëk 
ma 1 wdihan ragi yu l mamrati 

5. caksana raa(ng)hnri pu pandamuan tilirapik pu dbanuka dalinan pu 
karsana winaib pasëk ma 5 wdihan ragi yu 

6. sowang sowang wadihati sang dinakara akudur pu balawan winaih 
pasëk ma 1 wdihan ragi yu 1 sowang sowang 

7. tuhau i wadibati 2 mirahmirah sang halang paluh halaran sang lbar 
poh tuhan i makudur 2 watu walaiug sarama 

8. takïluug sang tpussen winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang 
sowang pangurang i wadihati sang wungü anunggïï sang 

9. pangurang i makudur sang rakwël anuuggu akulumpang winaih 
pasëk ma 2 ku 2 wdihan hlai 1 sowang sowang sang tuhan 

10. (pa)karanan juru kanayakan samgat gunungau puntun juru wadwa 
rarai sang raguyu juru kayu labuball kandamuhi punta 

11. ta warani sang nidhi parujar i sirikan hujung galuh i wka wiridih 
i kauurubau rokat i sba(ng) sang wimala i srangan sang si 

12. kya/a i madandër sang cakra ryyanggëban sang widya i tiruan sumu- 
dun punta sanggama winaih pasëk ma 1 kinabaiban 

13. lumaku manusuk i wadihati sang rapöban i makudur sang raxnEnavg 
winaih pasëk mas su 2 ma 8 sowang sowang pa»r/(/ 

14. i sang byang kudur mas su 5 ho( )sa( )ji pomahumah prakara 
daksina sang hyang brahma ma 1 sang hyang lambu ma 1 sang byang 

15. suk wdihan yu 1 wdihan nire wadihati makudur yu 2 singhël nira yu 
1 patih juru kalih trasah sang kayu maneb (of matöb) 

16. subuta winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang sowang parujarnya 
pinghe ryyapaskaran winaih ma 2 ku 2 sowang sowang 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. a 



66 

17. patih kahyunnan punta nni kuras sang dumpil warana sangambata sang 
smï winaih ma 2 wdihan ragi yu 1 sowang sowang patik ka 

18. ngan mangharëp babak rikang kala sang lagi winaih ma 5 wdihan 
ragi yu 1 wargga patih anakbi ilu kinannan pasëk m;iba 

19. anakbi sanajï ibu ni marapi sang kbek winaih ma 2 kain wlu 1 sowang 
sowang wargga kahyunnan laki laki winaih 

20. hari wangsa(h) bana juru dangkal marapi winaih ma 2 wdihan 
hlai 1 sowang sowang patih samgat sang jara ma(/wj 

21'. saba sang syak winaih pasëk ma 4 wdihan ragi yu 1 sowang 

sowang juru wanua sang hïra panulisan bajrama mala 

22. meng winaih ma 2 wdihan yu 1 sowang sowang parujar 
patih kahyunnan bipat parujar patih samgat babns parujar 

23. taniban gusti i pakaranan astuti malawang kalih jang- 
gakrandhah pananglar go 

24. kalasambï kajung kilangan ntara winaih ma 1 wdihan hlai 
1 sowang sowang wahuta pangunjangan 

25. han putra laguntan enak winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang 
sowang tanda rakryan ilu saksl ril.a 

26. kala kanuruhan dyah mumpang waharu pu kalumpang winaih pasëk 
mas su 1 ma 4 wdihan pati hlai 6 sowang 

27. (tu)han i kanuruhan sang rabanir saug maja wungkal kilung sang partha 
winaih mas su 1 ma 4 kinabaihannira wdihan ragi hlai 1 

28. tpi siring ilu pinakasaksi rakryan juru gotra i kanuruhan rakai 
pangambulan rakai sinjasan winaih ma 

29. han yu 1 sowang sowang gotra i tampuran sang madhawa bapa dyah 
damü muang dyah damü winaih ma 2 wdihan hlai 1 

30. sowang sowang dewata kaki i balandit sang eiwarari winaih pasëk ma 
4 punta i pangawan ungkër pramukha wi 

Z ij d e n. 

A. 

1. 

2. (winai)h pasëk ku( )ma i 

3. kanuruhan sang jata mangha 

4. sang hiranya patih pamgat 

5. sa^raka^ita patih i tugaran 

6. pangay/»ran sang mala patih 

7. pangkur i waharu sang rangga wiuaih 



26 pu-su«</. 



67 

8. pasëk ma 4 wdihan yu l so 

9. (wang) sowang sarnangkana kwaih ni 

10. pinakasaksï kinanaké 

11. n kala nirig manusuk ri tlas i 

12. sang mapatih wahuta rama ld i 

13. ping kabaih winaih pasëk 

14. non ta sira mapa/rtya nmlvtnggnk ya 

15. thakrania irikang tkan pasa 

16. lor kidul kuluau weta 

17. n irikaiiiï kalangan ri hemad 

18. tumama ta sang mawa.ju haji ri kala 

19. ngan ri pfcan ri hemad maglar saji 

20. ha sang hyang susuk saugkap saki'ama 

21. (ning da)ngü manëtëk kayam mamantinga 

22. (ka)n hantiga i sang hyang watu tëas 

23. mamfl/Jaw/kyang manapathe 

24. indah ta kita kamnng kyang i ^rï bapra 

25. ke^wara 91-1 baricandana agasti ma 
26. 

27. rawieacï ksiti jala pawana huta^ana 

28. jayamauaka^a dbarmma aboratri 

29. yaksa raksasa pisaca preta 

B. 

1. 

2. 
3. 

4. (na) 

5. garaja darggadewï £atura(cra) 

6. pancasurendra hyang kalamrtyu 

7. sak web ta gana bhïlta 

8. (mang)raksa prthiwï manaiïra ri sarwwabhü 

9. ta umasukiug sarwwaprana kita ka 

10. saksïbhnta slitiha na snka 

11. addëngë akan iking samaya sa/?«tha 

12. snmpah pamangmang manii ri kita lila 

13. yawat i kanangngwang duracara 

14. wam tan makmit umulabulaha i 



B 12. «la-ftela. 



68 

15. Icing £ïma ngnniweh dumawut 

16. susuk tëas kulumpang 

17. dux a ngananya pa 

18. huluu grhastha wiku ja 

19. wat ba 

20. i pambaikanta iriya 

21. 1 ringadegan tampyal ri tengënan 

22. rantan ususnya 

23. tfci sbitakan dalamanya ata 

24. tan tusna sama irikang sahü pra 

25. alti 7//?W/üpadrawa mtunya ta 

26. liutah lakab wdit tmahanya 

27. pancamabapataka tmunya nda 

28. yan linirang ri tlas ing manusuk 

29. lumkas ta makurënkurën ni sira ka 

30. baib niaglar kawung skul paripvirnna 

C. 
1. 

2. 

3. 

4. rakryan 

5. 

6. umintonnakan 

7. 

8. winaih mas 4 kinabaihanya 

9. 
10. naih ma 4 kinabaihanya 
11. 

12. tëp pramukha winaih mas 

13. 4 kinabaihan 

14. 

D. 



1. 


ngka 


2. 




3. 




4. 




5. la hantiga ina 


gulü ni 



24 sa/m-safu ; 29 ni-ri ; C s m«s-ma. 



69 

6. ntag sisir 

7. kilat 

8. ngan alapalap 
9. 

10. lumkas ta sira kabaih manadah 

11. tka 

12. ri pindwa winuwuhan sira 

13. lwinu 

De cijfers in voorzijde 11, 29, achterzijde passim staan grootendeels in 
de transscriptie in Oud-Javaanscke karakters. 

XXXIX. 

Steen, afkomstig van Lawadjati (afd. Malang, res. Pasoeroehan), thans als 
D 103 in het Museum te Batavia; abklatsch Oudheidk. Bureau no. 550. Blijkens 
mededeeling van Dr. Brandes in Rapp. 19CI p. 5 en Notulen 1901 p. 132 bevat 
de steen een pracasti van Mpn Sindok uit 851. De steen is doormidden gebroken. 

1. || om awigbnamastu |( swasti eakawarsatïta 851 bbadrawadamasa, tithi 
dwadaci krsna pak sa 

2. pa, pa, wr, wara, maghanaksatra, pitaradewata, parighayoga, irika di- 
waca ni ajiïa crï ma 

3. haraja rake hino mpu sindok crï ïcanawikrama dharmmotunggadewa, 
umingsor i samgat mo 

4. mahhumah kalih madandër, pu padma, anggehan, pu kundala, kumo- 
nakan ikang wanua i lingga suntan, wa 

5. tak hujung gaway ma 2 katik ing guhan tapak mas 3 ing satahun 
satahun siman susukan arpanakna i 

0. bbatara i walandit paknanya sima punpunana bhatara ?/?//^para asing 
sam(b)an(dh)ana i sang byang dharmma muang pangimbuhari kapïïjan bha 

7. tara angkan pratiwarsa, mangkana ista prayojana crl maharaja irikang 
banaa i lingga suntan inarpanakan i bhatara i 

8. balandit, mari watak hujung, parnnahanya swatantra tan katamana 
dening patih wahuta muang saprakara ning mangilala drabya ha 

9. ji ring dangu mi^ra paramicra wuluwulu prak ara panguraug, kring, padam 
manimpiki, parauakan, limus galuh, pangaruhan, tingkes, wijikawah, 

10. taji, watu tajem, sukun, halu warak, rakadut, pininglay, katanggaran, 
tapa haji, air haji, malandang lba (?), b blab, kala 

11. kutak, dangkël (?), trepan, sanggit, watu walang, pamanikan, 
maniga, sikpau. rumban, wilang wanua, tuhan dagang, juru gusali, 
mangrumbay, 



70 

12. manggunjay, tuhan nambi, tuhan hnnjamman, tuhan judhi, juru jalir, 
pulnng padi, micra hino, wli bapu, wli wadung, wli tambang, wli ba 

13. , wli pairjut, palamak, pakalungkung, urutan, dampulan, tpung ka- 
wung, snngsung pangurang, pasuk alas, mapayungan, sipat wilut, pa 

14. nginangin, pamawasya, karung, hopan, skar tahun, panrangan, 
panungsung (?), kdi walyan, mahaliman, widu, sambalsumbul, 

15. baji, pamrësi, watak i jro, ityewamadi tan katamana irikang banua sima 
i lingga suntan, kewala bhatara i balandit atah pramaua, 

16. ri sadrabyabajinya kabaih, samangkana ikang sukhadubka kadyaug- 
ganing mayang tanpawwah walu rumambat ring natar, wipati wangkay 
kabunan rab kasa 

17. wur, wakcapala, bidu bilatan, hidu kasïrat, bastacaj^ala, padacapala, 
matnijilakanna (?) rab nitiki, mamnk, mamungpang, ludan tutan, danda 
kuda 

18. nda, bbandihaladi bhatara i balandit atah prarana/n drabya bajinya, 
kunang ikang mi^ra maiiambiü mana(ng)wriug manglalu maugapus 
mapalangvga 

19. n mangubar manggnla mangdyun mangbapü maug lany mangragi raa- 
payung win mopih ma kajang, makisi manmbut manganammanam ma 

20. nawang (?) manahab mamisandung makalakalaka kapwa ya tribhagan 
drabya hajinya sadnman mara i bhatara sadnman raara i sang makmitan 
sima sa 

21. düman mara i sang mangilala drabya haji kapwa ikang masambyawa- 
hara bana i sima binïugan kwehanya annng tan knEna drabya baji tlung 
tuba 

22. n i sasambyawabara yanpangulang kbo 30 sapi 40 wdus ?0 andab (?) 
sawantayan mapwlungan tlung pasang manga tlung lumpang atitih 
saku 

23. lit pande tlung ububan, undahagi satuhan sapahi tlung tangkilan, maca- 
dar patang pacadaran parahu 1 m&piihara 3 ta 

24. npatundana yapwan pinikul daganganya kadyangganing 

25. tambaga gangsa titnab wuyah padat Inga bras gula bar kasumba 
saprakara ning dwal pinikul kalima bantal i satw 

ndan bnyi kalpika nanya i sasïma ikanang samangkana tan 

knana de sang mangilala drabya haji saparananya sadeyauva 
26. 

De cijfers in regel 5,22 en 23 staan in de transscriptie in Oud-Javaanscbe 
karakters. 



71 

XL. 

Steen, afkomstig van Glagahan (afd. Djombang, res. Soerabaja), thans 
staande te Djombang, in de p:\sanggrahaa van den regent van Modjokerto, 
blijkens Rapp. 1907 p. 133, waar de steen wordt beschi'even als zeer bescha- 
digd, dakvormig afgedekt en houdende de bovenhelft der inscriptie, hoog links 
20, rechts 38, dik 9 c.M. In 1887, Not. p. 128, werd een abklatscb ontvangen, 
thans Oudheidk. Bur. no. 26 en 27. Dr. Brandes deelde t. a. p. mede, dat de 
steen een bovenstuk was, bevattende een opschrift van 851, waarvan het schrift 
merkwaardig ovei'eenstemt met dat van den beschreven steen van Batavia (zie 
hierboven no. XIX). 

V o o r z ij d e. 
Boven het opschrift stond nog iets, dat onleesbaar is geworden. 

1. swasti cakawarsatïta 851 ka(rttikamasa a) 

2. stami krsnapaksa wa pa hu irika diwasa dangacarya 

3. t&ngkilanya datang mangaciwuada i crï maharaja ma 

4. rgga samgat momahumah anggehan umajarakan haswa 

5. tantranikauang cïma kabikuan i poh rinting tan kata 

0. mau dening patih wahuta muang saprakaraning mangila 

7. (la) drabya haji ing dangu micra paramicra wuluwula praka 

8. (ra) pangurang kring padam manimpik( ) paranakan limus ga 

9. (luh) pangaruhan taji watu tajam halu warak pining 
10. tapa haji airhaji malandang 

1 ] . tangkil trpan 

12. la maniga 

13. mam 
A c h t e r z ij d e. 

1. ran sira 

2. matguhakna sapnrbwa sa 

3. ntati nikanang sima kabikuan i 

4. poh rinting i(ng) malawas tan kawnanga pinagawayaka 

5. n luir kunang deyanikanang patih wahuta muang 

6. ikanang mangilala drabya haji kabaih haywa ya 

7. parabyapara rikana sima kabikuau i poh rinting 

8. ubhaya ta ya i panganumoda crï maharaja i sang hyang 

9. dharmma samangkana ikanang patih wahuta tan wehan 

10. magawaya purih sakrauia nikanang sima kabikua 

11. n i poh rinting nguni ring swasthakala atah kramanya 

12. mangke tan papendahana yapwan hana patih 

13. wahuta muang ikanang mangilala drabya 

14. tumama muaug magawai luir rika 



72 

15. kuan i poh rinting langghana ringa 

16. n mangkana nigrahanya 

17. tangya deyanikanang pa(t)i(h) 

18. (ma)ngilala (drabya haji) 

Z ij k a n t e n. 

1. paran nika nguni deuira mpu 
samgat raja de sang lumah ri nya 

2. mucu man tan muang 

punta matuha i nata rakryan wiku manainbah i rakryan ma 

3. ka luh pa ma ka 

XLI. 

Steen, in 1836 (Domis, De residentie Pasoeroeang p. 168) gevonden te 
Soetji (afd. Bangil, res. Pasoeroehan) en zich blijkens Rapp. 1904 p. 29 
daar nog bevindend ; de steen wordt besebreven als beschadigd, van boven een- 
maal accoladevormig, en daar iets breeder dan aan den voet, die naar voren en 
achter 0.03 M. vooruitspringt en 0.67 M. hoog is. 

Abklatscheu worden vermeld Notulen 1887 p. 66 en 1891 p. 5; thans 
Oudheidk. Bur. no. 29, 30, 38—40, 303. In 1887 (Not. 1. 1.) deelde Dr. Brandes 
mede, dat de steen belangrijk beschadigd en de legende dus slecbts gedeeltelijk 
te ontcijferen was en dat een voorloopig onderzoek aan bet licht bracht, dat 
die steen een oorkonde draagt van Mpu Sindok van Qaka 851, welk jaar één 
der eerste of het eerste regeeringsjaar van dien vorst geweest moet zijn. 

Alleen van de voorzijde is een transscriptie aanwezig. 

3. manïyaca 

4. warsatTta 851 asujimasa 

paksa tu pa cu tra ba 

5. wasa ni ajna crï maharaja rake hino pu sindok crï ïcana wikrama 
dbarmmottungga umingsor 

6. ban pu knndala kumonakan ikanang wanua i cunggrang watak bosi aiagan 
ni wahuta wungkal 

7. susukan sïnia apa kna ri sang hyang dbarmmacrama ing pawi/ra 
muang i sang hyang prasada silunglung sang siddha dewata rakryan 

8. ki ba saknanyan sinusuk an sang hyang dharmma 
muang sang hyang prasada silunglung sang dewata umi 

9. bln\ nguniweh sang hyang muang umahayua sang hyang tlrtha panca- 
ran ing pawitra wwaya ta sawah pakarungan elü 2 

10. umilua atah ikakagarga susukan sjma sangkana ni uva byaya 

ri kapïïjan bhatara ring prasada ri patapan ri tlrtha sangkani 



9 du ?ilu; 10 c/avc/a — bh&ïb/ia. 



73 

11. sangkana ni wah pratidlna mangkana wiraca prayojana crl 
maharaja irikanang wauua i cunggrang mataugyan sinusuk umari 

12. sang hyang prasada silunglung sang dewata pramana iriya tan kolahu- 
lahana d(e) sang anagata prabhu tka ri dlaha ning dlaha knohanya 
swatantra tan parabyaparan dening patih 

13. wahuta rama nayaka partaya panguraug tan katamana deni saprakara 
ning mangilala drabya haji ring dangïï mi era paramicra wuluwulu 

14. pangaruhan taji wata tajem sukun halu warak manim- 
piki pininglai katanggaran tapa haji air haji ma 

15. trpan saluit tuha dagang tuha gusali tahan hunjaman 
mangrnmbe manggunje manghuri 

16. sikpan tangkes wilang wanua wiji 
kawah tuhan judi jurn jalir micra hino wli hapü wli wadung 

17. urntan dampulan tpung 
kawung sungsung pangurang pasukalas pulang padi 

18. hopan panrangan panusuh pamawacya 
kdi walyan widu mangidung sa hulun haji pamrsi 

19. ni sahananing mangilala drabya haji tan tania rikanang 
sïn:a wanua ri cunggrang kewala (sang hyang dharmma)crama patapan 

20. (rakrya)n dewata atah parana nika kabeh samangkana sa- 
prakara ni sukhaduhkhanya dandakudanda bhandihaladi 

21. wipati waugkai kabunan 
rah kasawar hidu kasirat mamtuakau wuryaningkikir mangluputakan 
mamuk mamunrpang 

22. bhatara ring patapan 
muang sang hyang prasada atah pramana i 

maiiambula manawring manglakha mangapus 

23. mangdyün manggula 
maughapü mangharëng ma 

24. manganamanam 
mana manahab 

kapua ya 

25. i bhatara sadüman 

i sang makmit sTma sadüman mangilala drabya 

haji ma 

XLIL 

Acht koperplaten uit een serie van elf, waarschijnlijk afkomstig uit het 
district Djenggala der residentie Soerabaja, in 1858 aan Prins Hendrik der 

14 katang^aran-katangAaran. 



74 

Nederlanden geschonken; de drie ontbrekende platen zijn blijkens Notulen 1875 
p. 83, 106, 187G p. 13 niet meer te vinden. Dr. van der Tuuk deed in 
Tijdschr. XX111 p. 1 40 sqq. eenige mededeelingen over deze platen, o. a. het 
jaartal 851 en gaf het eedformulier uit; Holle publiceerde het geheel in 
Tijdschr. XXVII p. 538 — 544 en wees op de overeenkomst van een deel met 
Cohen Stuart's Kawi oorkonde VIII. Dr. Brandes vermeldde de platen in 
Notulen 1886 p. llö als zijnde van Mpu Sindok en berichtte in Tijdschr. XXXII 
p. 111 sq. (noot), dat hij deze oorkonde voor een kopie hield, ook op grond 
van het schrift dat „in vergelijking met het Mpu Sindok type der steenop- 
schriften van hem afkomstig, veel jonger" is. 

1. swasti cakawarsatïta 851 jyestamasa tithi trayodaci cnklapaksa pa ka 

ra wara julu(ng) grahacara agneyastha wi^akha naksatra, ^akragni 

dewata, agneya mandala, wyatipatayoga, wairoja muhurtta, indra parw- 

weca taithila karana mithuna ra ei, irika diwaca ny ajna crï maharaja pu 

2n. jngok (lees: sindok) crlcanawikramotunggadevva, tinadah de rakryan 

mahamantri i halu, pu cahacra rakai wka pu balïewara umingsor i 

paratanda rakryan ring pakirakiran makabehan, i pingsornyajna crï 

maharaja kumonakan samasanak i waharu padamëlakna sang hyang 

ajna haji pra^asti pagëh pagëh kmitananya sambandha samasanak i 

warahu maya 

b. kayak makasopana i rakryan mahamantri i hino humatur i paduka crï 

maharaja hana pwa lmah dyah jngok irikang waharu ta sinarabarakën 

dyah jngok i rakryan mahamantri i hino huinatura hyang i lbu ni 

paduka crï maharaja i knoha dyah jngok anusu 

3a. k dharmasima, sira prabhuttamamahawi^esasakalajagatpalaka saksattriwi- 
kramawatara tan kalauglanan wigra anugraha ri saptatibhakti ri sira, 
dyah jngok pwa susucrabhakti wastu dayabhuta de lbu ni 

paduka crï maharaja, karana ni wara sanmata paduka 9x1 maharaja, 
tumurun tan hambal anugrahani i dyah jngok anu(su?)ka dharmma- 
sima tankinuti lmah dyah jngo 
b. k ikaug i waharu, atelier inanugrahan kaputrawangcan sawah lukat 
jong 38 lawan jataka ika i bëngkung kapramaua deni samasanak i wa- 
haru tankaparabyapara muwah panugraha crï maharaja ri wuangan i 
samasanak i waharu tankolahulaha asnringa rahinawngi apayunga putih 
lamba, niwang apras watang, prasauggi prasiddhaynga, pasilih galuh, 
dodot nawagraha 

4a. skul sakurakura, grih sakujur, sayub sabatang, samangka kwaih drwya- 
nira samasanak i waharu tankaknanta sira sira sanghyang puja haji, paraja- 



Volg-ens Holle ontbreken tusschen de hier 3 en 4 genummerde platen er drie, tusscuen 5 en 6 
nog een. 

3a susncraWiakti-susaerarakti ; wastw-wasta. 



75 

karya, kasotantranira samasanak i waralm, tan katama dening winawa 
sang ma na katrïni pangkur tawan. tirip, nguniweh saprakara sang ma- 
ngilala drwya baji wuluwulu para w ui n magëngmadmit 

h. ring dangu, makadi niicra paramipra, pangurang kring, padëm manïm- 
piki, paranakan, lirnus galuh, mangrinca, manghuri, paraug, silngka, 
dhüra, taji, watu tajëm, sukun, halu warak, rakasang, ratnauang, pi- 
ningle, katanggaran, tapahaji, erhaji malandang, lca, inuwah këndëng 
sengkernira samasanak i warahu si goda anunggal i lwah, angulwan anu 

ha. ju sipe, mangalor man gulwan anuju ring goronggong mangaloranuju 
sla, mangalor angulwananuju pandahan manunggal i marga mange- 
tanangalorannju singkël madrwya pinggir, sira samasanak i warahu, 
mangaloranuju ring taman mangaloranuju si tnuipëng, mangetananuju 
kudabang mangetananujweng gëntes du'mëlë mangetananujwi walëd nga 
mangalor asidakëtan lawan 
b. pu kamrtta, mangetan madrwya pinggir sira samasanak i waharu, ma- 
ngidul panujwi si kadal, mangidul manujwi si nombak, mangulonasida- 
këtan lawan padang, manunggal i lwah samasanak i waharu, mangulwan 
dumëlës anujwi rabuturus, mangulwananujwing si godo wëkasan, samang- 
kana ikang këndëng sëngkër sama sa 

6«. yan hana umulahulah, ri lmah samasanak i waharu, joh tasma karma- 
knanya, klanëning kawat tamragomukha anandungakna ruyung awuk 
salampah, angalor angidul ang(aw)etan anguluan, matya busunga, anëmo 
pancagatisangsara, ayana, wulanguna sadakala tumëmw ng pataka, paii- 
capalaka mahapataka ika bhuktinya ring ihatra paratra, apan langghana 
i rasa sa(ng) 
b. hyang ajna haji, ndah ta kita kamung hyang brahma, wisnu mahadowa, 
rawicaci, jalapawana, huta^ana gana, jamanaka mrtyugana, bhutagana, 
sandhyadwaya, ahoratri yama baruna kuwera basawa, pit^aca pretiïgana 
garuda, gaudharwa, widyadara, nandicwara, mahakala, nagaraja, kita sa- 
mangraksa kadatuan, kita masukirikang wuang kabeh 

la. yan hananyaya lumëbura sarasany ajna 91-1 maharaja i samasanak i 
waharu, patyana adenta, deyanta dedël, tampyal mukhanya, owahi tëngën 
dudut hatinya, sëbita(kën) wëtëngnya, kita kidul, kita nguluan, kita lor, 
kita i maddhya, buangakën ring akafa denta, sulambitakën i sang 
hyang kabeh, yan para ring alas panganë 
b. ning mong, singha barong, sahutëu ing ula mandi pulirakna ning dewa 
manyuh, yan para ring tgal sambirën ing glap tanpa hudau, sampalëu ing 
raksasa sipamujan labuhakën ring samudra, klëmakën ring dawuhan, 



76 



alapën de sang hyang dalem er, sempalëua ning wuhaya, wiletën ing 
tuwiran, anrikang hala kabeh, kapangguha denya, ikang duraka 
8a. ra, ya tumëmua ng bhrasta, liputën deni mangdryanya, yan mati muliha 
mareng yamani, mantuka niareng narakapada, tumiba ring tambrago- 
rnukha (klanën) dening kingkarabala, tasmat kabuat karmaknanya, ikang 
wuang duracara, yan lumëbur ajna crï maharaja, amangguha pancapa- 
taka bhuktinya ihafcra paratra, slawi(r ning ang)langghana i sang 
hiyang jna haji 
b. praeasti, muang umangguha upadrawa gong, i wrulianira makabehan 
prayatna. Ong gumng ganapataye namah 

XLIII. 

Steen, afkomstig van Singasari (afd. Malang, res. Pasoeroehan), vandaar 
naar Banjoebiroe overgebracht, thans (Not. 1889 p. lli> sq.) als D. 70 in het 
Museum te Batavia. Voor litteratuur over dezen steen zie men Verbeek p. 305; 
over de steenen van Singasari in het algemeen p. 298 sqq. Een abklatsch is 
onder no. 363 op het Oudheidk. Bureau, twee afteekeningen blijkens Tijdschr. 
XLVII p. 451 sq., 457 in de Rijksuniversiteitsbibliotheek te Leiden. Dr. Brandes 
deelde t. a. p. bij Verbeek mede, dat de inscriptie van 852 Caka is. 

V o o r z ij d e. 

1. swasti cakawarsatïta 852 jestamasa tithi ekadaci krsiiapaksa tu pa bu 
wara, purwwastha acwinïnaksatra agwinodewata a/igandaAo 

2. rakryan hujung pu man'ura manambah i crï maharaja 91*1 
ï9anawikrama dharmmotunggadewa umalaku ikang wanna i jrujru ranakitt-a 

3. i hnïgga/inudhan watëk hujung, tapak mas su 3 paknanya 
dharmmaksetra, pawahani kucala rakryan hujung sang hyang ^ala i 
himad mangkana sëmbah 

4. rakryan hujung i crï maharaja tlas sinanmata matëhër ta ya pinagëha- 
kan inarpanakan rakryan hujung i sang hyang cala an sïma sa 

5. sang hyang cala i himad paknanya swatantra tan katamana deni patih 
wahuta rama nayaka parttaya samga/c nguniweh saprakara ni mangi- 
lala dra 

6. bya haji ring dangü micra paramicra wuluwulu prakara, pangu- 
rang kring pada,m manimpiki paranakan limus galuh pangaruhan taji 
watu ta 

7. n halu warak rakadut pinilai katanggaran tapa haji airhaji ma- 
landang lea lbëlb kalangkakatak tangkil trpan 

8. saluit tuhan h tuha gusali mangrumbai manggunjai, tuhanambi 
tuhan hunjaman watu walang pamanikan maniga sikpan 



77 

9. rumban wilang banna wijikawah tingkës uiawi tuhan judi juru jalir 
niicra hino wli hapü wli tainbang wli panjut wli harng pa 

10. lamak, pakalungkung, urutan, dampulaii tpung kawung sungsüng pangu- 
rang, pasukalas, payungan, pulving padi pabësar pagulung panginna 

11. ngin sipatwilut, pamawac;ya, hopau, turunturun, panrangan, skar tahun, 
panusuh, pahaliman, kdi walyan, wida mangidung 

12. sambal sambal, hulun haji, samwa/u Mv/takki jro itewammadi tati tarna 
ri kanang sïma kewala sang hyaug cala pramana i sa 

13. drabyahajinya kabaih, samangkana ikanang sukhadukha kadyangganing 
mayang tan pawunh walïï rumambat ing natar wipati wangkay kabunan 
rah 

14. kasawur ing dalan wakcapala duhilatan, hastacapala mjmlwak&n wnri- 
ningkikir mamnk mamumpang ludan fcutan danda kudanda bha 

15. ndihaladi bhatara rinalara/ab paranani sadrabyahajinya kunang ika(ng) 
mi^ra inaüambul manawring mauglakba mangapus mawalangan mata 

16. rub manula wungkudu ma mangubar manghapü, malurung, maga- 
way rungki payuug wlü pakajang, magaway kisï manganam- 
manam mamubut ma 

17. nawang makalakala bhatara ri c;ala atab pramana i sadrabyahajinya, 
samangkana ikanang parahu pawalijan 1 masunghar 2 

18. an pat?mdana banyaga bantal adagang kapas wungkudu kapangabantal 
mabasana kalima bantal angunjal 1 pandai wsi satarub pandai ma 

19. s 1 pandai tambaga 1 gangga 1 angulang kbo sawurugan sapi prana 
3 wdus />aranggang angulang andah satarub samangkana drabya sang 
hyang r;ala 

20. tan kna i sang lwani drabya haji saprakara, irikanang kala mangasëa- 
kan rakryan hujung pasëk pasek i 91Ï maharaja mas su 5 wdihan 

21. tapis cadar yu 1 muang i tanda rakryan kabaih kapua winaih pasëk 
pasëk kayanurüpa rake sirikan dyah amarendra wka dyah balyaug rakrya 

22. n momahnmah kalih madandër pu padma anggëhan pu kundala tiruan 
dapunta taritip inasean pasëk ma 1 wdihan tapiycadar yu 1 sowang 

23. sowang halaran pu gunottama inasëan pasëk ma 1 wdiban ragi yu 1 
mamrati hawang wicaksana manghuri pu pandamuau tilimpik pu da 

24. du/ca, dalinan pu karsana winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang 
sowang wadihati sang dinakara akudur pu balawan winaih pasëk ma 1 

25. wdihan ragi yu 1 sowang sowang tuhan i wadihati 2 iniramirah sang 
halang palung, halaran sang lbur poh tuhan i makudur 2 watu walaing 
sang ra 



78 

26. mangsa watu kilung sang tpusan winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 
sowang sowang, pangurang i wadihati sang rawnngu manunggü sang ba 

27. i makudur sang rakwël anunggü" sang kulumpang winaih pasëk 
ma 2 ku 2 wdihan ragi hlai 1 sowang sowang satuhan i ma asaha n 
juru 

Achterzijde. 

1. yakan samgat gunungan buntut juru wadwa rarai sa(ng) raguyu juru 
kalula pu bala, kandamuhi punta gesta watu warana sa(ng) ni/i parujar 
i sirika 

2. n hujung galuh i wka wiridih i kanuruhan rakat i sangsang 
bimala baha( )an pu satyaka i madander pw cakra iyanggëhan 

3. tiruan sumudan punta sanggama winaih pasëk ma 1 kiuabaihan nira, 

manusuk i wadihati sang pabi&n i ma 

4. dur sang ramangsa winaih pasëk mas su 2 ma 8 sowang sowaug pangaug- 
kat i sang hyang kudur mas su 5 hop sa( )ni pomahuuiah pra 

5. h, daksina sang hyang brahina ma 1 sang hyang lambu ma 1 sang 
hyang susük wdihan yu 2 wdihanire wadihati makudur yu 1 si 

6. lninira yu 2 patih juru kalih wa/jah sakayu matab kuci nguka 
winaih pasëk ma 5 wdihan ragi yu 1 sowang sowang, ma 

7. rujanya pingsor hyang, paskaran winaih ma 2 ku 2 sowang sowang, 
patih kahynnan bunmaniturussaug damël pangam- 
bar la 

8. si winaih ma 4 wdihan ragi yu 1 sowang sowang, patih kahyunan 
maharëp babak rikang kala sang lagi winaih ma 5 wdihan 

9. ragi yu 1 wargga patih anakbi ilu kinannan pasëk sang baruna anakbi, 
sang nani ibu ni sang rapi sang kbëk winaih ma 2 ke 

10. n wlah 1 sowang sowang, wargga patih kahyunan lakilaki winaih pasëk 
hari wang^a, barana, w^ura dangkal marapi winaih ma 

11. 2 wdihan hlai 1 sowang sowang, patih pamgat sang jara, manghambin 
sang balusyak, winaih pasëk ma 4 wdihan ragi yu 1 

12. sowang sowang, gusti sacaka nuru bauua sang hira panalisan paja»}a,ng, 
maniga ikër, barsahan winaih ma 2 wdihan yu 

13. 1 sowang sowang, parujar patih kahyunan bisak parujar pa//A pamgat 
babus, parujar patih manghambin rua 

14. n i pakaranan astutï malawa kalah, dangga kandha pananglar bhouia 

lagas sibar juru kala samba tajung halan 



3 pahan-?üahan ; 7 buni»ani-bun«ani; 14 astuti-a/K/stutr. 



79 

15. naih ma 1 wdihan hlai l sowang sowang wahuta panguüjangan sar- 
dhawala kamasihan pu kra »//an tlanat winaih 

16. han ragi yu 1 sowang sowang tanda rakryan ilu pinakasaksï rakakab/h 
kanuruhan dyah nntmpawa'/;/ /laru/.u kulumpang winaih pasek mas sn 

17. 1 rna 4 wdihan padi hlai 1 sowang sowang sang tnhan i kanuruhan 
sang ra nër song rar/u wataki/.v? sapatha winaih mas su 1 ma 
4 ki 

18. nabaihanira wdihan ragi hlai 1 sowang sowang, tpisiring ilu pinaka- 
saksï rakryan jnrn gotra i kanuruhan rakai pangambuhan 

19. rakai siiïjalan winaih ma 4 wdihan yu 1 sowang sowang gotra i tam- 
puran sang madhawa wa dyah dumii muang dyah da winaih ma 

20. 2 wdihan hlai 1 sowang sowang dewata kaki i balanditung ciwarawi 
winaih pasek ma 4 p^nta i pangawan unggar pramukha, winaih 

21. pasek ma 4 kinabaihanira patih tpisiring winaih pasek karütuan i kanu- 
ruhan sang kumbil, manghambin sang hiranya patih pa 

22. mgat sang prakasita patih i tugaran pangajaran sang mala patih pang- 
kur i waharu sang rangga winaih pasek ma 4 wdihan yu 1 sowang so 

23. wang, samangkana kwaihnira ilu pinakasaksï hinanakan kalaning ma- 
nusuk, i tlasni mangarpanakan pasek i sira kabaih tumama sang mawa 

24. ju haji ring kalangan ring pkën ri himad maglar saji, sumangaskara 
sang hyang susuk sawykapasakrama dangïï manëtëk hayam mabantinga- 
kan ha 

25. ntiga i sang hyang watu tëas susuk, mamamang hyang manapate, ling 
nira, ïndah ta kita kamung hyang i <prï baprakeewara 91*1 haricandana 

26. agasti maharsi sang hyang i dayade^a urddhamadhah, rawi yagi ksiti 
l'ala pawana hutasana, yajamanakaya dharmma aho 

27. ratra sandhya dwaya, yaksa raksasa pi^aca pretasura garuda kinnara 
gandharwwa, yamabaruua kuwaira basawa 

Z ij k a n t. 

1. 9wino dewa pancakucika na 

2. ndï9wara mahakala sadwinayaka na 

3. garaja dürggadewï caturacra ananta 

4. surendra hyang kalamrtyu sakweh ta ga 

5. na bhüta kita prasiddha mangraksa prthi 

6. wï manarïra ri sarwwa cawa umasuki sarwwa 

7. prana kita sakala saksïbhüta sthïli 



20 wnggar-enggër. 



80 

8. //aria suksma, at rngëakau iking (sa) 

9. maya sapata sumpah pamangmang mami ri ki- 

10. ta bëyang kabaih yawat ikauang ngwang dura 

11. cara tan mag( ) tan makinit nmulahu 

12. laha iking sTma nguniwaih dumawuta 

13. iking susuk teas kulurnpang tinana 

14. m ning kudur, asing sakawuauganya hadian 

15. hulun grhastha wiku yawat ya bariba 

16. iriking sïma tadwaralian pan/mwatan ta ri 

17. kamulya pati ringadëgan tampyal ri tngana 

18. n nwahi ri hiringan ratitan ususnya da 

19. dat sbitakan dalmanya atrnanya 

20. tan tmua sama ing sahasrajanma sahiir 

21. ning upadrawa taktak lintah lakay wdi 

22. t tmahananya paficamahapataka tmnnya 

23. i tlas niug rnanangaskara kinon sang mapatib 

24. wabuta rarna tpi sïring kabaih ma( )tya ma/« 

25. ha yathakrama irikang tken pasëk lor 

26. kidul kuluan wetan rikangkala 

27. n ri hiraad lumëkas ta makurn 

Andere z ij k a n t. 

1. karn (of kapan) mag] ar kawung sgu paripürnna 

2. hara sangkab wulu kandari kaditva 

3. deng hasin deng ra slar capaca 

4. pa rumahan hurang bilulung halahala 

5. ha ntiga inari, wuluuinggangan mica 

6. tak sasar takih kasyan lgi të 

7. a'angan tlu paranak alapalap i 

8. hara, kuluban tetëp lumkas la si 

9. ra kabaih manadah 

10. k panadi tkaring pint/a prakara wi 

11. nuwuhanta sira tamwul saddisa salu 

12. irning tambnl saprakara winuwuhakan 

13. tadanantara pat( )ng manadah kinon si 

14. ra kabaih mawasahakangan winaihan 

15. sira jnu skar tlas sangkap muwah sira mana 



Tweede zijk. 7 /jaranak-.s-aranak. 



81 

16. dah yatha sakamenmen rakryan la 

17. /mda rikang kala kapua amintonakan 

18. wananya matapukan wuwu/j pramukha 

19. winaih ma 4 kinabaihanya awa 

20. yang k?' lungasuh </rawana winaih ma 

21. 4 sowang abaüol siliwuhan 

22. hitip pramukha winaih ma 4 kina 

23. baihanya, cihnanyan tlas mapagëh 

24. kasïman nikansf sïma katguhakna nira ka 

25. baih 

XL1V. 

Steen, staande in de desa Bakalan (afd. Modjokerto, res. Soerabaja) en 
volgens Rapp. 1907 p. 86 dakvormig afgedekt met op de punt een fraai gebeeld- 
houwde, open lotusbloem; hoog 1.05 M., grootste breedte 0.63 M., dikte 0.26 
M.; aan alle zijden beschreven. Een abklatsch wordt vermeld Not. 1888 p. 12, 
thans Oudheidk. Bur. no. 502. Dr. Brandes deelde omtrent dezen steen in Not. 
1888 p. XIII het volgende mede : 

„Het opschrift van Bangkalan is een bevelschrift uitgereikt door rakryan 
binihaji rakryan Mangibil (of Matigabil), in Qaka 856. Het handelt over een of 
meer dawuhan (dam om het water in een rivier af te leiden, plek waar het 
water uit een rivier in een kanaal of leiding vloeit, afgedamd gedeelte)", 

V o o r z ij d e . 

1. || ujar rakryan biniha 

2. ji rakryan mangibil umingso 

3. r i samgat susuhan umajar(a) ikanang 

4. rama i wulig müang i pangiktan i padi 

5. padi i pikattan i panghawaran i busuran pa 

6. ninah nikanang dawuhan kinonkën (?) rakryan binihaji 

7. gaweyakna samgat susuhan tlas ta ya hinarep 

8. de samgat taplan kunang deyanikanang rama sahananya 

9. kabaih rëminga ikana an kapratapa rakryan bini 

10. haji warahënnyu anaknyu antan ba(r)yyaba(r)yya 

11. irikana dawuhan müang umajara kamu tepangu 

12. pullakna dawuhan telyeH» ikana wëluran 

13. ri wëngi nguniwaih umalappa iwaknya i rahina kunang 

14. yan hana wwang gumaweyakën ikana senuhuttakë 



18 wtiwup-wuwus ; 20 (/rawana-frawana. 
Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. 



82 

15. n kinonnakën aragrahan ingima katiga 

16. wëllas tangah kunang deyanikanang rama kabaih ka 

17. yatnaknanyu rasanike tulis yathanya pada la 

18. pamrinyu iyanakwanïïa kabeh nahan samgat 

A c h t e r z ij d e. 

1. taplan kinon rakrya 

2. n binihaji dumiyyana i 

3. kana punta pakatuppan deni 

4. kana dawuban kumayètnakna ika 

5. na sang hyang arnbrita i rahina i wëngi 

6. I swasti sakawarsatïta 856 magbamasa tithi 

7. pratipada suklapaksa tu ka wrhaspati wukir wa 

8. ra irika diwasa rakryan binihaji rakryan mangibil 

9. pagehbaken ikang dawuban katrini i kabulunan 

10. i wuatan wulas i wuatan tamya samakangka ku 

11. eb nikang kali tlas niapagëh manghanakën ta sira ku 

12. rënkurënnan winkas i wulig baiïjut wi 

13. neb ma 6 wdihan yu 1 i pikatan margigimwal 

14. wineh ma 6 wdiban yu 1 i padipadi tuha kala(ng) kandu 

15. t anting winaib ma 6 wdihan yu 1 i busuran hastl wi 

16. neh ma 6 wdihan yu 1 i pangbawaran angantën wineh 

17. ma 1 wdihan hlai patih mangrapti manatang wineh ma 2 wdihan 

Z ij k a n t e n. 

1. sahlai sama(ngka) kueh 

2. nikanang rama tlas wi 

3. neb pagëh ga?ianna ma 

4. nar/ah prana 

5. likhita dangacaryya 

6. ambritta | o | 

1. agöng ikangu i 

2. talangan made 

3. lëgakën 

XLV. 

Steen, staande in desa Tengarau (afd. Djombang, res. Soerabaja) en 
volgens Rapp. 1907 p. 124 hoog 1.24 M, breed 0.78 M., met een gebold voor- 

achterzijde 3 pakatUCTjan-pakatussan ; 8 maiiKiMl-mangiwil; 9 pag , t'hhakën-?»a£rt ; hhakën : 15. ba- 
suran-wusuran : 17 ïnangrapti-mangrasti. 



83 

en achtervlak, niet fijn geglad en niet overal op gelijke dikte gebeiteld; op de 
benedenhelft is het schrift geheel verdwenen, op de bovenhelft zeer verweerd. 
Abklatschen worden vermeld Not. 1888 p. 12 en Verbeek p. 227 ; Oudheidk. Bur. 
no. 494. Dr. Braudes deelde in Not. 1888 p. XIII mede: 

„Het opschrift van Tengaran is slechts een klein gedeelte van het begin 
van een oorkonde van Mpn Sindok uit Qaka 857." 

Voorzijde. 

am niauni üm 

om ganapataye namah 

1. o || o om 9rï o o o o swasti (ca)kawarsatita 857 crawanamasa, tithi asta- 
mi krsna 

2. (ha of) wa, po, bu, wara, naksatra ayuswan dewata, dhrtiyoga, 
irika diwasa ni ajna rakryan erï 

3. mahamantri pu sindok sang crTcanottunggadewawijaya ngüniweh rakryan 
crï paramecwarï crï warddhanï, kbi nmingsor 

4. i samgat momahhumah wineh «nggu mangaran pu sisikan, muaug rakryan 
iyanggëhan mangaran pu kundala samgat momali 

5. pahaji mangaran tuhaning kanayakau barëbal, anunggü mangaran 
sang wintan umanugrahe ikang mangaran ëwëg 

6. sambandha siimlma wanvvanya ing dmak watak tangkil sugih gawai 
ku 2 pangguhan pa 3, ariknya ma 12 af/urnya 41 ma 8 tlas tinrz naka 

7. 

A c h t e r z ij d e. 

1. o o dirghaynpa o o om nama 

2. nihan pratyaika nikanang patih atuha iyanggëhan sang kada 

3. /, sang jaluta, sang erlma, sang bharata, sang bakucing, dita, winaih, 
jangghala, rajata, puda 

4. n, sang jaya, kabaih thima, prabuddha, saddha (o/"sandha) wru, samang- 
kana kawaihnira naya lampuran 

5. niyanggëhan, i tangkil sugih, sang lupi sang it'fljanya, sang jata, sang 
gespan, sang gaca?*^ sang mu, sang gawai, sang 

6. tra, bisaka, gerëh buwa danya titi makamukha sang hadyan rakucing 
mangaran baka lakibi innangsëan ta sira pagëh su 1 ma 

7. i karela nira muf )n rancungsu, 
kapug, waja tuhan tuha si bayangsu wineh ma 1 kiuabehanya sang 
hadyan 

8. anggëhan tangkil sugih pmepa( )k denikanang guru 
ri dmak ma mangaran gëwëg wineh ikanang 



84 

9. hadyan katra iyanggëhan molani 

i tangkil sugik patinna nikanaug mas 1 (?) kinabehanira, kasutiga, rarai 

10. nihan pratyaikanikang ayam i demmsik tda 
pinaricuddha sang hadyan rakucing ta ? pinaricuddha mas su ma wdihan 

11. hi tan pintan ika drabyahaji ayam de hadyan rakucing ta 5 /uweh 
ngana ddha parujar 

12. neh ma 4 wdihan 

ayam de ramanta i dmak makabaihan 

13. kucing ta mwa kinabaihanya vak, prawalatrigana 
mangkana kwehn(i) 

14. rakryan 

nira dyah nuna wineh wdihan ma 

hanikana 
15. 

u i burit mangaran amwil wdihan yu 1 

tuhani wadwa raray pu liruwak wi 

16. 

tuhani dakat sang pra n sa 

De cijfers in voorzijde regel 6 en achterzijde r. 12 staan in Oud-Javaansche 
karakters. 

XL VI. 

Steen, afkomstig van Tjandi Lor (afd. Berbek, res. Kediri) volgens Hoe- 
permans bij Verbeek p. 256 ; later overgebracht naar Kediri, thans als D 59 
in het Museum te Batavia. De achterzijde is afgebeeld door van Kinsbergen, 
foto no. 212; abklatschen worden vermeld Not. 1869 Bijlage N en 1876 Bijl. 
I no. 27; thans Oudheidk. Bur. no. 434; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 3003 
(Cat. Juynboll p. 234). Een afteekening is in de Rijksuniversiteitsbibliotheek te 
Leiden, zie Tijdschr. 47 p. 459. 

V o o r z ij d e. 

1. swasti cakawarsatita 857 a ) caitramasa tithi dwadacicuklapaksa 

2. naksatra barunadewata, 
brahmayoga kolawakarana irika di(wa) 

3. sanya ajna crï maharaja pu sindok ^rï i^ana wikrama dharmmotungga- 
dewa tinadah rakryan mapinghai kalih (ra) 

4. (ke hino pu sahasra, rake) wka pu balicwara umingso i rakai kanuruhan 
pu da kumonakan ikanang lmah sawah kakatikan 

5. marpanakna i 
bhatïïra i sang hyang prasada kabhaktyan i dharmma samgat pu anjuk- 
ladang 



l) De transscriptie g'eeft 8.7 ; de steen is echter door Dr. Brandes geïnventariseerd als van 857. 
4 tin-ts. 



85 

6. 9 rI maharaja 
i 9rï jayamrta sima punpunana 
bhatara 

7. pratidina mangkana 

crl rnaharaja 
rikanang sawah kakatikan 

8. n i bhatara i 
sang hyang i sang hyang prasada kabhaktyan i £rï jayamrta mari ta 
yan lm ah sawah kakati(ka) 

9. n iyanjukladang tutugani tanda sambandha ikanang rama iyanjukladang 
tutugani tanda kanugrahau de (;rï maharaja 

manglaga 

10. i sapraija i satahun satahun matangnyan papinda 
/«//«wit 6 (?) ikanang sawah kakatikan iyanjukladang tutuga 

11. i tan wuang i Umi rama dumadyakan ikanang katik 
samangkana ya ta matangyan iuanugrahan ikanang rama iyanjukladang 

12. katik de crï maharaja tamolaha magawai ma 4 
madrwyahaji Irin mas su 12 i satahun satahun 

13. mangkaua( )nn( )nyanugraha ^rl maharaja irikanang 
rama iyanjukladang tutugani tanda tlas mapagëh tan kolahulaha 

14. yakapa( )ya tka i dlahaningdlaha parnnahauikanang 
lmah unggwani sang byang prasada alëherang jayastama 

15. muang ikang sawah kakatikan iyanjukladang tutu- 
gani tanda swatantra tan katamana deni winawa sang mana katrini 
pangkur 

16. muang saprakara mug mangilala drwyahaji ing dangïï 
mi^ra parami^ra wuluwnlu prakara pangurang kring padam manimpiki 
paranakan limus galuh 

17. . pangaruhan taji watu tajam sukun halu- 
warak rakadut pininglay katauggaran tapahaji airhaji malandang 

18. tangkil salwit watu walang pamanikan maniga 
sikpan rumban wilang . -wanua wiji kawah tingkës mawi manambangi 

juru 

19. tuba judi juru jalir pabisar 
pagulung pawungkunung puluug padi tuhadagang mi^ra hino wli hapu 
wli wadung wli tambang wli païijut wli barng 



12 «iagawai-pagawai. 



86 

20. uriüau dampulan tpung kawung sungsung pangurang pa- 
sukalas payungan sa} an wilufc ngkung panginangin pamawa^ya ho- 
pan u 

21. panusuh mahaliman kdi walyan mapadaki widu mapgidung 
sambal sumbul hulun haji pamrsi watëk i jro ityewamadi tan 

22. lmah sawah sima kakatikan iyanjukladang tutugani tanda kaiwala bha- 
tara i sang byang prasada kabhaktyan i sanghyang (dha)rmnia i ^ri 
jayamrta (atah pramana i sakabeh) 

23. wya hajinya magöng madmit ka(beh sa)mangkana ikauang sukba dukha 
kadyanggani mayang tan mawnah walü ruraambat ring natar wipati 
wangkai kabunan rab kasawur ing dalan 

24. (wak)capala duhilatan hidu kasirat basta c<dra mamijilakan wuri ning 
kikir mamük mamumpang ludan tuttan ang^apratyangfa danda kudanda 
bhan(dihaladi) 

25. i sang byang prasada kabhaktyan sang hyang dharuima 
i yrï jayamrta atah par&na, ni drwya bajinya kunang ikanang mi^ra 
manambul manawring manglaka 

26. la mangdy mangbapu mangharng manilla 
wungkiidu magawai rungki payung win mopih akajang magawai kisi 
mamubnt ma 

27. manabab mamisandung manuk niakala kapuaya tribbagan drwya bajinya 
saduman umara i bhatara i sang hyang prasada kabhaktyan i 

28. iyanjukladang tutugau i tanda i ^rï jayamrta sadüman umara irika- 
nang punta jïï(ta)ka makmitan sima i prl jayamrta saduman 

29. laladrwya haji micra ii'ikanang kala mangangseakan samgat anjukladang 
pasambah i cii maharaja ma ka 1 vvdihan ganjar haji yu 1 rakryan 

30. (kalih) rakai hino pu sahasra rakai wka pu ballfwara inangseakan pasak- 
pasak mas su 1 ma 8 wdihan yu 1 sowang sowang rakai sirikan pu ma 

31. rakai kanuruhan pu ta inangsëan pasakpasak 
mas su 1 ma 4 wdihan yu 1 sowang sowang samgat pikatan pu 9a 

tiruan 

32. nta tarati.s- latarau pu bingu pul.ung watu pu kikas inangsian 
pasakpasak mas 1 wdihan yu 1 sowang sowang juru siki pu bawlu amr 

pu manak 

33. mp/t pu wayan maughuri pu suduya inangsian pasakpasak ma 1 
wdihan yu 1 sowang sowang pa kuba bawang ku//alangka pu babra 
adju sanda pu dula 

31 ta-da; 32 Wkas-fükas: 33 kuba-kuüs. 



87 

34. inangsian pasakpasak mas 4 wdihan yu 1 sowang sowang wadihati 
pu dinakara akudur pu dwaja inangsian pasakpasak ma 1 wdihan yu 1 
sowang so 

35. wang tuhan i wadihati miramirah sang tatnbalang halarau sang 
dulang tuhan i makudur basatpusan salulahan winaih pasakpasak ma 

wdihan yu 1 
3G. sowang sowang pangurang i wadihati sang parapak manunggu sang 
basu pangurang i makudur sang rakwel saturung winaih pasak- 

pasak mas wdihan yu 1 sowang 

37. sowang sang tuhan ing pakaranan makabaihan juru kanayakan i haji 
pu kunda juru wadwa rare rakai sumbun juru kala 

38. citralekha walu pu dangha an parujar i hino kandamuhi danga- 
caryya jale i wka //iriwih dangacaryya /tnnaya i sirikan 

39. madandër dangacaryya prdu i bawang dangacaryya netra i kanu- 
ruhan sang rama i tiruan wadihati 

40. i \><ihudari sang rakwil kring satagan durang winaih pasakpasak 
mas su 1 ma 4 kinabaihan nira sang citralekha i crï maharaja trawa- 
ruk (asu of rsu ?) 

41. kadudut wimala balukit winaih pasakpasak mas su 1 ma 4 kinabaihan- 
nira pinghe kalih h sa kuci sang kini winaih pasak pa 

42. sak ma 2 ku 2 wdihan yu 1 sowang sowang parujarnya pingsor hyang 
si pakudan paskaran si badug winaih ma(s) ku 1 wdihan hlai 
sowang 

43. sowang wahu ikidnlning turus sang gutul kutesabi intik winaih 
pasak mas 1 ku 4 wdihan sowang sowang pangangka 

44. kudur ma su 1 ma 4 wdihan yu 1 saji sang hyang brahma mas 10 
kaharau simsim prasada mas 1 aw//sun /uiah kunda mas saji sang 
hyang 

45. wungkal susuk wdihan yu 4 (?) saji sang hyang kulumpang wdihan 
yu 4 saji sang hyang prthiwi kan wlah 1 kulambi 1 1 saji 
sang hyang a 

46. kaca wdihan yu 1 pangisi tambukur ma 1 saji sang hyang catur- 
dde^a su 1 daksina ma 8 Aïnarmma sang hyang kudur ma 4 wdihan 

47. k mandala su 1 ma 4 karamannire wadihati su l mara karamannire 
makudur su 1 ma 4 saji ning momahumah wsi samarja tambaga ga, 

48. ngsa prakara in( )as samasanya su 2 ma 12 tu pinakamanggalya 
rika?^ susukan sima sira mpu mahaguru i sang hyang dharmmaya 



88 

49. ing ka^-aiwan ing tajung muang sira tnpu goksandha i sang liyang dharmma 
i jayamrta pangapa i sang hyang wihantan i nja 

A c h t e r z ij d e. 

23. 6/mwur dandal margganayikdolalambo winaih pasak ma 1 
sowang i tlasning mawaih pasakpasak i tanda rakryan muang pinghai 
wahuta rama 

24. ing dangïï pinarnnah ikanang saji i sang makudur i sor 
ning witana i tngah ni paglaran sawidhi widhana sakramaning manusuk 

25. mangaskara sang hyang susuk watu kulumpang niamüja i 
sang hyang brahrna m&laivu ing da^ade^a mangdiri ta sang makudur 
ma li mottarasangga bandhana ta 

26. lawan sang wadihati manganjali i sang hyang tëas malung- 
guh i sor ning witana ma( )lan padahumarëpakan sang hyang susuk 
watu kulumpang hinare 

27. pinghai wahuta rama tpi siring kapua mapangalih sopacara ma- 
nguyut ta sang makudur manetek gulu ni(ng) hayam linandesakan ing 
kulumpang mamantingakan 

28. hantlu ing watu sima mamangmang manapathe saminangmang nira ring 
clangü i kateguhakna sang hyang watu sima ikana lingnira indah ta 
kita kamung hyang i (;,rï haricandaua a(ga) 

29. sti maharsi pürwa daksina paycimottaramaddhya ürddhamadhah rawi^a- 
^iksiti jalapawana yajamanaka^a dharmma ahoratra yaliivu jaya 
yaksa raksa 

30. sa pisaca petrasura garuda gandharwwa bhüta, kinnara mahoraga catur 

kapila yamabaruna kuwera basawa muang putradewata pancaku- 
^ika uandïywara ma 

31. nagaraja durggadewi 
caturayra ananta surendra ananta hyang kala mrtyu gana bhüta kita 
prasiddha mangraksa kadatuan rahyang ta i 

32. mdang i bhumi mataram i kita umilu manarïra umasuk i 
sarwwayarïra kita ya(ka)la saksibhüta tumon madoh lawan maparë ing 
rahina ing- wngi at rengë 

33 kang samaya sapatha sumpah pamanginang mami i kita 

hiyaug kabeh yawat ikanang wang duracara tan magam tan mak mi t 
irikaing hakani 



?3 Wmwur-yuwur. 

De cijfers in voorzijde regel 12. 31. 34 staan in Oud Javaansche karakters. 



89 

34. hyang kudur brabmana ksatriya weeya sudra ha.juan bulun 
matuha raray lakilaki wadwan wiku grbastha pinghai wabuta ravna 
nayaka 

35. umulahulah ike lmab sawah 
kakatikan iyanjukladang tutugani tanda sima inarpanakan i samgat 
anjukladaiig 

36. i bbatara sang byang prasada kabhaktyan i crï jayamrta 



ing dlaba blam au babaka 



XLVII. 



Steen, afkomstig van Koedjon mams (afcl. Berbek, res. Kediri), siDds 
1889 (Not. p. 64) als D. 67 in het Museum te Batavia. Abklatscben worden 
vermeld Not. 1869, Bijl. N en 1876, Bijl. II no. 7; thans Oudheidk. Bur. no. 387 
en 431. Dr, Brandes deelde in Not. 1886 p. 146 mede, dat de inscriptie van 
Mpu Sindok was en gedateerd 859. De afmetingen zijn 1.45 M. hoog, 79 c.M. 
breed en 27 c.M. dik van boven, 33 van onderen. 

V o o r z ij d e. 

1. swasti sakawarsatïta 859 jestamasa tithi sasti 

2. cuklapaksa ha wa wr wara agneyastha pürba phalguna 

3. naksatra toya dewata bajrayoga garadhikarana irika 

4. diwasanyajna crï maharaja pu sindok crï icana wikrama dbarmo 

5. tunggadewa tinadah rakryan mapinghe kalih rake hino pu saba 

6. sra rake wka pu balïcwara umingsor i rakauuruban pu ta kumo 

7. nakan ikanans' lmah sawah kakatikan i hring watak marjjanunj? winawa 
ning wa 

8. huta hujung ukurnya tampah 6 suku 1 mwang lmah pomahanya tam- 
pah suku 1 sima 

9. n susuhan de samgat marganung pu dangbil panumbas pu danghil 
irikang 

10. sawah kakatikan ma ka 5 sa 9 pratyekanikang wang i - i kring tinumbas 
lmahnya 

11. mwang kang ing pomahan si sukat mwang si bbatika anak sang sukat 
putu 

12. nya si cablut si mewëh putu sang kuwu si bengal anak sang wipula 
si wayu 

13. ga anak sang welak sang sungruput kapwanakau sang sogata sangke si lo 

14. kosok anak sang groda si mungsil anak sang bacri si taklu mwang si ta 

15. mbin anak sang tala si pandyasan anak sang loka si trawil anak 



11 bhatika-bliadika. 



90 

16. sang chaya si turang anak sang tapa si ka^I anak sang parawan si 
( ) kudik ana 

17. k sang gusir (gusër) sang palü" si denda anak sang sarupi si tikus anak 
sang dam pil si 

18. anak sang kak si tuki anak sang man sang bandeng anak 
sang futmp&li si gigi 

19. s anak sang hurang kaki jurwan anak sang tira si heruka anak sang bu 

20. nut si padwala putu sang bahutï si sint/ mwang si wijaya si bala anak 
sang pula 

21. wli panjiit anak sang kapi si kapi anak sang jaman pinda panumbas 
samgat ma 

22. rganung sang danghii irikaug lmah ni samaugkana ma ka 1 su 13 ma 

I rakanang pama/di pu 

23. danghii irikang wihantan i sira arthahetoh sang prasantamatih ma su 

I I pangi 

24. lu samgat anakbi dyab pendel ma su 5 pinda pamalli pu danghii 
mwang sira stri samgat 

25. anakbi dyab pendel irikang wihantan ma su 16 matëhëta samgat anakbi 
dyab pë 

26. ndel umilu makadharmma ikang wihantan kinalihannira mwang samgat 
marganung pu dangbi 

27. 1 ma( )h ka sira kalib cihnani pagëh denira hurnli ikang wihantan 
dopaddhya 

28. i wtëhwteh inangsëan pasëk ma 6 sumrahakan ikang pasalt i dopaddhya 
i wtehwtëh 

29. mSLiidami kaki jurwan sang hadyau akalambi haji sang bayah i wadihati 
wineb pasëk 

30. ma 2 ku 2 i makudnr sang kaja sang bwangbwang wineb pasëk ma 1 
ku 1 kinalihanira 

31. atah nayaka lampuran i marganung sang rayasam makangaran kayu 
mangla« 

32. mwang juug lui pramukha wineb pasak ma 2 ka 2 kinabehan 
wahuta i maryanunff 

33. nayaka lampuran sira hujung mangaran pra byLingyë saku pilih mapus 

pramukha 
34. wineb pasak ma 2 ku 2 kinabehanya matëher tikang wihantan 

manghiras 



17 tikus-tikas; 18 pwinpali-pclanipali; 27 pagëh-sagëh. 



91 

35. ya{ )pasunghanuryyasab sinu9uk mwang ika simrna samgat marga- 

nung pu dahi 

A c h t e r z ij d e. 

11. 

lëbla 

12. b kalang 

trpan saluit watu walang pamani 

13. kan maniga sikpan rumban wilang wanwa wiji kawab tiugkas rnawï 
manambangi tuha 

14. /tang sahiran juru gosali mangrumbe mangguüje tubanambi tuban bu- 
njeman 

15. tuban judi juru jalir pabïsar panggulung pawuugkunung pulung padi 
mi9ra bino wli la 

16. (inlimi(j) wli wadung wli Inmbantj wli paüjut wli bapu palamak paka- 
lungkung urutan dampulan 

] 7. tepung kawung sungsung paugurang pasukalas payuugan sipat wilu(t) 
jungkung pangiiiaugin 

18. mawasya bopan panrangngan skar tabuu panusub mabaliuian 

19. kdi walyan widu maugidung sambal suujbul bulun baji singgab 

20. pabrsi watak i jro ityewaniadi tan tama rikanang lmab sawab sïma kaka 

21. dikan ika tkeng pomabauya kewalya samgat marganung pu daughil 

22. atab pramaua i sadrabya bajiuya kabeh mangkana ikanang sukbadukba ka 

23. dyanggan ni mayang tan mawwab walü rumambat ing natar wipati 
wangkay 

24. kabunan rab kasawur ring dalan wakcapala dubbilattau bidu 

25. kasirat astacapala mamijilakan wurining kikir mamuk mannmgpang 
20. lüdan tutan anggapratyang^a danda kudanda A«/.dibaladi sauiga 

27. t marganung pu dangbil atab p(r)amaua ri drabyabajinya kunang 

28. ikanang mi^ra manambal maiiawring mangli// mapabangan mangapus ma 

29. ba ma mangdyun manghapü manghany^a manula wung- 
kudu malurung ma 

30. (jawai rungka payung wlu mopib kajang magawe kisi mamubut manga 

31. manawang ma( )ngkab mamisandung mauuk makalakala ka 

32. ya tlung duman drabya bajinya saduman mare samgat marga 

33. (nung) pu dangbil saduman mara irikang punta makmitan sima sadu 

34. (umu ma)raha i sang mangilala drabya baji mi9ra mangkana parnnah 
nyanugra 



26 kakdi-bhandi. 



92 

85. (ha) 911 maharaja i samgat marganung pu danghil tlas mapagëh 

36. n kolalmlaha de sang anagata prabbhu mwang pinghe wahuta ra 

37. (ma) nayaka partaya tka 
ing dlaha ning dlaha ka 

38. umulahula ikang lmah sawah sinia kakadikan i hring ka pra 

Linke rzijkant. 

1. siddha langghana inga 

2. jna haji ikana maugka 

3. na ya sangkaua ni prama 

4. danya knana ya nigraha 

5. ma ka 2 dha su 1 

6. mwang salukar ning pa 

7. mabapataka bhukti 

8. nya ing sahasrakoti 

9. janma iriku kala ma 

10. ngangsëakën samgat 

11. marganung pu danghil 

12. pasëk pasëk i §rï 

13. maharaja ma su 5 wdih 

14. han yu 1 rakryan 

15. mapinghe i hi 

16. no pu sahasra rake 

17. wka pu baliswara inasë 

18. an pasëk pasëk 

19. ma su 1 ma 6 wdihan yu 

20. 1 sowancr sowang rake 

21. sirikan pu balyang i 

22. nangsëan pasëk pasë 

23. k ma 6 yu 1 rake ka 

24. nuruhan pu ta samga 2 ) 

25. t pikatan pu sata 

26. inangsëan pasëk 

27. pasëk ma 1 wdihan 

28. yu 1 sowang bowang (ti) 

29. ruan dapunta pu vila 



38 ik«ng-ik(«ng. 

1) Tusschen regel 23 en 24 staat bijgeschreven: wdihan. 



93 



30. p inangsëan pase 

31. k pasëk ma 5 wdi(han) yu 1 

32. wuru tunggal pu bacchu pu 

33. lung Tvatu pu tikas inang 

34. sëan pasëk 3 ma 8 wdi 

35. han yu 1 sowang i rake 

36. halaran pu bingung inangsë 

37. an pasëk 2 ma 1 

38. wdihan yu 1 manghuri pu sa 

39. daya langka pu babru inang 

40. sëan pasek 2 ma 4 wdi(han) 

41. hle 1 sowang i wadihati 

42. pu dinakara akudur pu dwa 

43. inasëan pasek 2 ma 

44. wdihan yu 1 sowang i pa 

45. Aan ni wadihati ba ei 

Rechte rz ij k a n t. 

1 . i lbur poli tuha 

2. ni makudur 3 sang wa 

3. tu walaing sang ngula 

4. d wineh pasëk ma 

5. 5 wdihan hle 1 so 

6. wang sowang pangurang ni 

7. wadihati sang'dulang manu 

8. ngkïï sd(ng) saditi pangurang i 

9. ra makudur sang rake 

10. wala manungkü sang 

11. wineh pasek ma 5 

12. wdihan hle 1 sowang 

13. sowang panu( )lni 

14. ni waru wadi ti sang 1 ka 

15. marapah mah lwi ngu su( )k (?) 

16. ma su 1 ma 8 panglëbu 

17. rkenang kadik samgat 

18. wadihati ma su 3 

19. panumbas irika sarbwa 

20. saji i sang kudur ma su 



94 

s 

21. 8 sang tuhan i pakaru 

22. lal makabehhan 

23. juru kanayakan i ba 

24. ji pu kundu juru wadwa 

25. i rakai samad ju 

26. kulula ma ngalaha 

27. ran citralaikba sang lu 

28. mku danghwan parujar 

29. i bino kandamuhi danga 

30. cïlryya basu i wka i 

31. dangacaryya niccaya 

32. i sirikau hujung ngkaluh sang 

33. hariwangsa i madandër da 

34. ngacaryya patba i bawang 

35. dangacaryya naka i kanu 

36. rub.au sang ramarasa i tiru(a) 

37. n sumu atmaciwa 

38. i wadihati sang babang 

39. i makudur sang rakëpel i 

40. Irilawan wineb pasëk 

41. pasek ma ka waih ni 

42. lecetalaipa i 91Ü ma 

43. ja rake humbulu pu bra^a 

44. baruk a ka du{ )te 

45. mana wineh pasek ma 1 

46. wabrtnnira pingbe r.uju 

47. 9a 

De cijfers in voorzijde r. 8, 10, 24, 28, 30, linkerzijkant 13, 19,31,34, 
40 en rechterzijkant 2, 5, 11, 16 staan in Oud-Javaansche karakters. 

XLVIII. 

Steen, afkomstig van Simau (afd. en res. Kediri), vandaar naar Kediri 
gebracht en sedert verloren gegaan, zie Verbeek p. 284, waar mede (op gezag van 
Dr. Brandes) wordt medegedeeld, dat bet jaartal 865 is. Een abklatscb wordt 
vermeld Not. 1876, Bijl. Il no. 2; thans Oudheidk. Bnr. no. 395. Dr. Brandes 
las de inscriptie klaarblijkelijk van een abklatscb in gedeelten, zonder daarbij 
volkomen zeker te zijn, boe bet geheel in elkaar zat, getuige bet vraagteeken 
bij „zijkanten". 



25 samad — samfrwd. 



95 
V o o r z ij d e. 

om 

1. swasti cakawarsatïta 8G5 91'awana masa tithi pancami cuklapaksa, pa, ha 

2. so wara ksiïtra 

3. raja rake hino pu sindok crï ïcanawikrama dharmmottunggadewa tinadah 
rakryan mapinghai i halu pu sahasra umingso 

4. r i rakai kanuruhan pu kumonakan ikanang lrnah sawah i para- 
dah i tutuganing tanda i paradah 

5. hyang dharmma kamulan winli deng sang slak mas ka 2 rikanang rama 
i paradah sapasuk wanna kabeh muang ikanang lmah gaga warukwaruk 
i tagi watak para 

(i. wan lmah kanayakan tan kakaiihan halu para ko ka nan tan palu 

angi drabyahaji pavgr/u han i tagi ukurnya tampah 6 winli de 

7. mas ka 1 su 10 i tagi sapasuk wanua kabeh sTman 
susukan de sang hlük nya ikanang sawah winli siijdu)-: i paradah 

8. ka arpanakna i sang hyang dhar(mma) kamulan i punya sang 
Zrluk i paradah lor ning luah paknanya punpunana sang hyang 
dharmma kamulan umyarpaga a 

9. nana i sang hyang dharmma pratidina iw/zlan sangang wyagala- 
ganlahawamani muang pallnngqa kalilirana dening anak putu puyut 
mani anlah santana pratisantana sang ^-luk daya?/ya rikana sa 

10. sang maputra titah nikanang lmah sawah sima pacaru i sang hyang 
dharmma kamulan blah 1 pangajyan su ku 1 (?) a ka 1 putrangca 
tampah 1 ikanang lmah gaga itaging tampah blah 

11. putrangca ju ga mangungsï i pinghai panigaran i paradah mapas&ng ma 
9 (of s) 2 magulung gulungan tan pa angkan julung pu- 
jut tan paradah mangkana sambah 
sang kluk 

12. haraja, an winli de sang cluk masamoha ta ikanang rama i paradah 
matuha raray ivinhas si mbaA' huler si dayï rama 

cruyï 

13. karaman rama ja wiga kalih Uhajï wileng juru botoh kajar- 
kalul( )i, wariga si palunggah si lu 

14. maghi, naghï, samayï, matïïttakan wuwusnya sapasuk wanua, 
tumarima ikanang mas ka 2 sawah i paradah tlas sud- 
dha paricuddha mari ta ikana 



7 nlwk-clak; 9 antah-aiHMah. 



96 

15. ka lmah ikanang sawah i samïpa sang hyang dharmma kamulan 
i punya sang cluk lor ning luah prasiddba ikanang sawah i paradah 
pramana tan kolahulaha tka i dlaba ning dlaba 

16. i paradah muwah rama i taging winkas shigvgnjeng, wariga si pa- 
randa ngicni tayï, mantra, wetan sadayi, hino, tanyang, iti, 
mana, bungsit, wuluku 

17. k bungara lalakun wuwusnya sapasuk wanwa tumarima ikanang 
lm ah gaga warukwaruk i taging, tlas suddha pariguddha mari ta 

ikanang 1 rama i taging' makalmah i 

18. anak putu puyut muni antah santana pratisa 

prasiddba makalmah ikan warukwaruk i taging pramana tan kola- 

hulaha tka ring dlaha ning dlaha, mari ta 

19. lmah ing watak paradah pa 

nikanang lmah sawah gaga sïma j ntra tan katamaua deni winawa 

sang manak katrini pangkur tawan tirip pinghai wahuta muah sapra- 
kara ning ma 

20. ngilala drabya baji ing dangü mifra (micra pa)rami9ra wuluwulu 
praka pangurang kring padam manimpiki paranakan (limus) 
galuh pangrinca mangburi parang sungka dhüra pangaruban 

21. sukun halu warak rakadut pimngle tapabaji er haji malandang 
lewa lëblab kalangkang kutak tangkil trpan saluit walang pama- 
ni | kan maniga sikpan rumban 

22. lang wanua wiji kawab tingkës mawi mauambangi | tuha dagang juru 
gusali mangrumbai manggunje tuba nambi tuban nje n 
tuhan judi jurujalir | sar pangulung pawungkunung pulung padi mi 

23. 9<ra hino wli hapïï wli wadung wli tambaug wli harng wli pafijut pala 

| k uruttan dampulan pangurang pusuk a (la) | s payungan 

sipat wi ju panginangin pamawasya hopan 

24. panrangan skar tahuu panusuh mabaliman kdi walyan | dahi widu ma- 
ngidung sa(mbal su)mbul hulun haji singgah pamrsi | tak i jro 

wammadi tan tama irika 

25. gaga sïma i paradah i taging kewala sang hyang dharmma | para- 
dab lor ning luah atah pramana i drabya 

| na ikanang sukha 

26. yang tanpawuah walvi rumambat ring natar wipati wa(ngke) 

| wur ing dalan wakcapala | hidu kasirat 

27. k mamungpang lüdan tuttan hangsapratyangsa danda kuda 

pai'adab lor ning luah atah parana ning drabya bajinya 
kabeb kunang ikana 



97 

28. mi^ra maüambul manglakha rtiapahangan 

n manghapïï, mangharëng, manggüla wungkudu manglurung magawc 
rungki, pagung wlü mopih . 

29. kajang magawe si 

yang wli vakan drabya bajinya sadïïman umara i sang hyang 
dharmma kamu 

30. lan i paradah 

ha i sang mangilala drabya baji micra irikanang kala mangasiakan 
pasuk pasambah 

31. i crï ma 

uttama yu 1 rakryan mapinghai i balu pu sabasra rake wka pa balï- 

^wara 
32. 

rahan padlagan pn tiksna ti karitip 

inangsean jjasak 
33. 

n pasak pasak ma 5 wdihan yu 1 sowang sowang wadihati sang di 
34. 

n inangsean pasak pasak mas ka 1 wdihan 

35. 

halaran sang ban i ma 



'S 



No. 6 i) 

1. haji yu 1 pasak pasak i 

2. pasak pasak su 1 ma 4 wdihan yu 1 sowang 

3. sowang halaran pu nanda manghuri pu daya la 

4. k pasak ma 10 wdihan 1 sowang sowang rakai 

5. in mas su 2 ma 8 kain blah 1 n i wadihati 

6. han hlai 1 sowang sowang pangurang i wadihati 

7. sowang sang tuhan i pakaranan maka 



28 manggula-mangula, 

1) Waar deze nummers op slaan, blijkt niet. 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. 



98 

8. rayana lekha 

No. 7 

1. sa 

2. n juru kanayakan i 

B. i haluwisa\V)ga dangacaryya sa 

4. kanuruhan sang ramE (= nio?) i tirua(n) 

5. k winaih pasak pasak ma 1 

G. wasah sang cabda kuci(ng) sang 

V o o r z ij d e (b e n e d e n s t u k). 

1. hambulu ta 

2. 1( )i turus juku/e pasak pasak ma 2 ku 2 
wdihan lilai 1 pinghai juru 

3. 2 ku 2 wdihan hlai pa parujarnya mingsor hyang 
pakur/an paskaran si bhaya ma l ku 1 wdi 

4. juru kanayakan sang gundya tanda sang bali abalun 
sang kirat juru wadwa rare sang parbwa jaluk juru angra 

5. kan dyah winkas balu mo momahumah sang laikaya winaih 
pasak pasak su 1 ma 4 kinabaihannira lumaku manusuk i wadihati 

6. lumaku manusuk i makudur kuruh winaih pasak pasak su 1 ma 
4 wdihan yu l sowang sowang mangangkat i sang hyang kudur su 1 
ma 4 wdihan yu 1 

7. sang hyang susuk wdihan yu 4 saji sang hyang brahma su 1 ma 4 
wdihan yu 1 sang hyang prithiwl ken blah 1, kalambi 1 songsong l 
sang hyang aka^a wdihan yu 

8. 1 sang hyang kulumpang wdihan yu 2 kaharan sisim prasada su 1 ma 
4 sasran wuah kunda su 1 ma 4 saji sang hyang caturdeca su 1 ma 4 
daksina ma 8 tinmu 

9. hyang kudur ma 8 saji ning /;omahumah wsi pamaja tambaga kangca 
prakara inammas pamasanya su 4 ma 8, marga pinghai panigai-ran 
sanff gadung'an bra 

10. yi A'agara sikan sulëk da so sarwwoku knak bo ceng baudo bucung 
kita burayut pandurak «mban cupau sali jagil mwa sthagula 

11. karuna ber sitima jaya burayut brat bauit bapri barit winaih pasak 
pasak mas ku 2 wdihan hlai 1 sowang sowang pinghai panigarrau ma 

Achterzijde. 
1. bubak satisan winaih pasak pasak su 1 ma i (of 5) wdi ha 



Achterzijde 1 sa<isan-pa/>ijan. 



99 

2. han yu 1 kaiii blah salia paduka niapinghe kabayan babakan parujar 
pinghai litwa 

3. s winaih pasak pasak mas 4 wdihan hlai 1 sowang sowang pinghai 
kambaag 91Ü sang naraka dapu padang sawin paivang ni wa 

4. jangga katandaya buhak winaih pasak pasak mas kn 2 wdihan 
hlai 1 sowang sowang pamuang gandang cakra winaih pasak pasak mas 

5. ku 3 sowang sowang pinghai kambang crï mangharëp babak sang 
hiriban winaih pasak pasak su 1 ma 4 wdihan yu 1 saha paduka mwang 
parujar pinghai si gindi winaih 

6. pasak pasak mas ku la parangkattan si prasanta cetri mandana 
nga bas sugran kajël subal saraji parnamandapangail pangkër pun- 
dutt/ya tulawa 

7. t sampaso winaih papak pasak mas ku 2 wdihan hlai 1 sowang sowang 
wahu ngkattan mangharëp babak balun winaih pasak pasak su 5 
wdihan yu 1 sa 

8. n blah 1 batubatu mas 2 ku 2 saha pa( )ka mwang bahu kabayan si 
gatra salungga sa tapuat winaih pasak pasak mas 1 wdihan hlai 1 so- 
wang sowang rama i paradah winka 

9. s si gimbal huler si( )yi rama kabayan si burang pu ^rami j^arujar 
si katu juru buat toh tuhalas ing karaman si besa jïwiga kalih twayï 
wïbwa akajar si kalanwi wariga si basa 

10. pilunggah si kuliling wariga wadwan si mangaku wariga i jro si burëng 
rama marata si pinjal nauiwan maghl na gl sayi winaih pasak pasak 
su 3 ma 8 kiuabaihhanya sapasug wanua wdihan hlai 1 sowang 

11. sowang rama i taging bara winkas si bajeng wariga si parandhakan 
bulu kusuk bungaran winaih pasak pasak mas ku 2 wdihan hlai 1 
sowang sowang i munana si bakatal masigi rëmbat i sang manube kala 

12. sangandal balam i sang naga (of nyaga) isti i sang malanggah winkas 
i sang taruk kupat i tanjung si sumpal ingambul lor i gnang bang ra- 
jangguruh i takap salirnar bep i taru mangalap butï i pa( )h 

13. n bakatal i kahuripan anding kidang winaih pasak pasak mas 1 sowang 
sowang tuha kalang i mandana si ramya tuha kalang i taging si bugl 
tuha kalang i taujung si bintam winaih pasak pasak wdi 

14. han hlai 1 sowang sowang punta i kaïnulan kidul ring sima tanjung si 
kuca sang leng nulëngkap i sang platan bhyasa i sang hujung kanyaca 
i kaseran dangacaryya dhatrT ingayunnan 

15. sang larik barosta ing kudur lëkas ing besnawajamba ing sima 



4 gan<Jcmg-gancjMüg; 12 sangaudaZ-saugandató; bep-bes. 



100 

kandang urnban i baruk wuliran i sang gnang jaka i sang kes params 9lat 
i sang kwaralwi i sambnng sangambu ta 

16. parawi clapunta ^iwalaya i g ai 'g a brkul i sang bimalasa- 
baya i cnlanggi hri i lalatang sang dheta winaih pasak pasak mas i 
sowang sowang rama tpisiring ilu pinaka saksl ri 

17. kasusukan slma balasah sang mahiman carala i parainbattan si bagïïah 
i lingkung si adbe i manggihi si mono i hadahada si bangkam winaih 
pasak pasak mas 2 wdihan ble 1 

18. sowang sowang mabanol si kalayar winaih pasak ma 1 wdihan hlai 
sowang sowang i tlas ni mawaih pasak pasak i tanda ra 

i i s wahnta rama punta tpi si 

19. kamadangn pinarnnah ikanang saji i sang makudur i sor ning 
witana i tngab ning paglaran sawidhi widhana sakramaning manusuk 
sïma ing lagi kawi mangaskara sang hyang 

20. tu kulumpang mamüja i sang hyang brahma matawur ing da^ade^a 
mangdiri ta sang makudnr mapangalih mottarasangga mamukhabandhana 
tumama ing paglaran la wadihati manganjali 

21. s malnngguh i sor ning witana mandalan pada humarëpakan sang hyang 
susuk watu kulumpang hinarëpakan denikanang pingbai wahuta rama 
punta tpi siring kapua mapangali 

22. manëtëk gulü ning hayam linandesakaa ring kulumpang 
mamantingakan hantlïï ing watu sïma mangmang manapathe saminang 
manff nira dangü ika katm 

23. ra ïndah ta kita kamung hyang nï haricandana agasti maharësi 
pürbwa daksina pa^cimottara maddhya ürddhwamadhah rawi^a^i ksiti jala 
pawana 

24. tra sandhyadwaya hrdaya yaksa raksa 9-aca pi-etasura gana 
garuda gandharwa kinnara mahoraga catwari lokapala yama baruna 
kuwe 

25. ra nandï^wara mahakala sadwinayaka nagaraja durgga(dew)ï catura^a 
ananta surendra ananta hyang kalamrtyu ganabhuta kita prasi(ddha) 
mangraksa kadatwan rahyangta i mdang i bhümi mataram 

26. ing watu galuh kita umilu mauarïra umasuk ing sarwwasarira kita sakala 
saksïbhüta tumon madoh lawan maparö ing ra(hina) ing wngi addëugëa- 
kan ta ikang samaya sapatha sumpah 

27. pamanguiang mami ri kita hiyang kabeb yawat ikanang nguang dura- 
cara tan ma makmittirikang sapatha sina sang wahuta 
hyang kudur brahinana ksatriya we^ya sudra ha 



101 

28. hadyan huliin atuha rarai lakilaki wadwan wiku grhastha muang ping- 
hai wahn(ta) rama nayaka parttaya hatur ttaUper asing umulahulah 
ikang lmah sawah i pa 

29. radah sïma inarpanakan sagluf; i sang byang dharmrnakamulau i para- 
dah lor ning luah muang i tagi putrang^a ing dlaha hlam an 
baba/ataya nguniwaih yan dawuta sang liyang watu 

30. sïma kabuattananya patyananta ya kamung byang deyantat patiya tat- 
tanoliba ring huntat tatfcingbala i likurën, tarung ing adigtan tampyal 
i wirangan uwabi i tëngë 

31. nnan tutuh tundanya blah kapalanya sbittakan wtangnya rantan ususnya 
wëtnakan hatinya pangan dagingnya inum rabnya tëhër pëpëddakan 
wkasakan prananika ya 

32. n parariug alas pangannan ing mong, patnkaningula pulirakfl?maning 
dewamaayub ya(n) para ring tgal al&samala ni raksasa pangannaning 
wuïl sing pamünggan umunguya ing stbana 

33. nya sandbi roga rumaöcaya arab ta kita kanmng hyang kiifika gargga 
nietri kurusya patanjala suwuk lor suwuk kidnl kuluan wetan buangakan 
ring aka^a 

34. sulambittakan i hyangta kabeh tibakan ing samudra klammakan ing 
dawuban alapan sang byang dalammer duduttan ing tuwiran singbap- 
pan ning wubaya tatan matya i 

35. ikeng lmah sawah sïma i paradah gaga i tagi upadrawa ri dewata 
drsti liputtan ni p^ïra muliha rikang naraka tam kan ring maha- 
rorawa klan do (lees de) 

36. sang yamabala palundening kingkara pingpitu ata yan bimban 

pa ata ya kadi lawas sang hyang candraditya ing aka^a sumuluhi anda- 
bhuwana lawassanya bhuhli 

37. ni pancamahapataka sangsara lasnlabra duhkha kapanggu- 
hënya sarüpaning lara hidapanya sakelikning maiigjanma dadyananya 
awüka tan tmua samawka 

38. kunuwu kerir mangkana tmahananikang wwang bu lmah 
sawah sïma i paradah gaga i taging mangkana ling nikanang mamang- 
mang sapatha sumpah sang wahuta byang kudur pi 

39. rëngaakan i sang pinghai wahuta rama punta tpi siring 

hana sang pinakasaksi rikang susukan sïma kabaih i tlas sang wahuta 
hyang kudur manguyut mapang/i sira n 

40. kabeh kapwa malungguh ri tkan pasak tumüt krama sang hanarikan 
pinghai wahuta rama kabayan muang rama tpi siring kula patipu( )ta 
kularay'rt lakilaki wad wan 



34 dalammer-jalammer. 



102 

41. kanistha maddhyamottama tan hana kantun ilu rnanadah ing paglaran 
ing pkan tinuren kunarën (pgan) inangsëan skul dakdannan linirusan 
klakla ambil lambil 

42. syan lidlid tüsanek paliddka takih paring sn /awaragalan pangapangan 
rumbarumbah kuluban tetis tumpuk tumpuk dehana wuduhasid kakab 

43. ramaban kadiwas kawan burang gtam biluluug, layalayar balahala ban- 
tiga inarisun( )a atak plhantahulan clnangannan baryyas panigangan 
ing sare 

44. n limas 12 len sangkarika iwak knas prakara anadah sira kabeh yatha 
snkha naangidung siddhu cinca tuak pintiga sowang winuwnban tambul 
inanjapau 

45. kura wuku rima asam dwadwal kapua makudur mangburi umangsö ta 
jnu skar rujak anabëb ta sang makuwung mangdiri ta sira kabaih ping- 
bai pramu/a la manambah hu 

46. marp i sarabarab ni kabanan crï mabaraja i tlas ning manamab ma- 
ngigal yathakrama tuwung bungkuk ganding rawana basta sampun 
sangkap ikanang iniga 

47. lakan malungguh sira muwah winuwubbau tambul linariban pindua so- 
wang umasö ta banglas linariban muwab matlasau sira kabaib kapua ma 

Z ij kan ten ? 
I 1. gaga sïma sang byang dbarmma kamulau caturde^a 

2. ikanang mabanol si kalayar 

II 1. wabasyara sama de trpta rikanangngwang kabaib umuwubi 

subaddbanika 
2, sang byang dbarmma kamulan i paradah lor ning luab samprayuktapari 

III 1. kanang lmab sawab i paradah gaga i tagi ka sakranta 
2. citralekha i crï mabaraja mangaran laksana || 

IV 1. hlamanya i tlas sang wahuta byang kudur umratistha sang byang 

wungkal susuk ing sahïnga 
2. tagi muang saug ump(7para ikanang susukan sïma winaih manadaha 
mangkanatah kramanira 

V 1. mulih iyumahnira kuna(ng) 

2. nti ikanang rama i paradah 

VI 1. umintonnakan gunanya kapua manohara cabda widagda 

2. i rat kabeh nahan krama nikauang susukan sima 



£1 dEAxJawff ; 42 pangapangan-sangapangmi ; 45 pramu?a-pramu/>a. 



103 

XLIX. 

Vier koperplaten, gevonden volgens Domis (in Not. 1886 p. 142) op 
vijf paal boven Malang, thans verloren. Met zeven tot een andere oorkonde 
behoorende (No. L) en tegelijk gevondene platen als één geheel getransscribeerd 
door den sultan van Soenienep en volgens diens handschrift in de Rijksuniver- 
siteitsbibliotheek te Leiden uitgegeven door Co hen Stuart als Kawi-Oorkonde 
XXX; zie ook pag. XVII sqq. van de inleiding aldaar. Later werden onder papie- 
ren, voor het oudarchief te Batavia bestemd, inktafdrukken gevonden van deze 
zelfde elf' platen (40 X 9 c.M.), welke Dr. Brandes in staat stelden te constateeren 
(Not. 1880 p. 143), dat het waren „twee oorkonden, die dooreen zijn ge- 
raakt. Zij handelen over hetzelfde onderwerp, wat de verwarring niet weinig 
hielp vermeerderen. De een, die ik A noemen zal, is niet volledig, slechts plaat 
2, 3, 4 en 7 van deze serie van 10 a 12 platen is voorhanden. De andere B 
uit zeven platen bestaande, waarvan plaat 1 en plaat 7 beide slechts aan één 
zijde beschreven zijn, is compleet en heet afkomstig uit Caka 865. In uiterlijk, 
wat de letter aangaat, gelijkt oorkonde B in alle deelen op A. Naar hetgeen 
plaat 2 van oorkonde A te lezen geeft, moet plaat 1 van serie A aan beide 
zijden beschreven zijn geweest. Onder de door den Heer van der Chijs gevon- 
den afdrukken in drukinkt is wat bij Coh. Stuart No. 2 genoemd is niet meer 
voorhanden". 

A. 

2'. kahyangan i kanuruhan kabeh makadi sang byang wurandungan i sang 
hyang mahulun i sang hyang pangawan i sang hyang kaswaban i sang 
hyang kagotran mwang ikang manigër manghanakën wala pupuk wangi 
i sawka rahyangta kanuruhan mering manambahi paduka 91*1 rnaha- 
raja umajai-aken sapürwwasthitinya ring lagi an tamolah umulahakën 
kapüjan bhatara pratidina ri kaswatantranira mwang ikang manigër ring 
anadikala tan kataman deni saprakara ning mangilala drabyahaji ring 
dangn 
//. nguniweh pinghe wahata anak wanua nayakapratyaya an kewala bha- 
taratah pramane sadrwyahajinya mwang sukhaduhkhanya kabeh ka- 
panggib ring atïtaprabhu mangkana rasa ning sinambahakëü ika sang 
marhyang mwang sang karmmanya i sang hyang kahyangan kanuruhan 
kabeh mwang ikang manigër i crï maharaja kunëng pingsornyanugraha 
crl maharaja kinon ika sang marhyang mwang sang karmmanya i hyang 
i kanuruhan kabeh kumatguhakna sapürwwasthitinya ing malama tan 
kawnanga pina bha<va 

3'«. ya kapurih mwang tan katamana deni winaw T a sang manak katrini, 
pangkur, [panlung blah], tawan tirip mwang pinghe wahuta anak wanua, 
nayaka pratyaya, nguniweh sang mangilala drwya haji, micra wuluwulu 
saprakara ityewamadi tingkahnya pangurang, kring, padëm, manimpiki, 
paranakan, limus galuh, mangriöci, manghuri, parang, sungka, dhüra, 



104 

pangaruhan taji, watn tajëm, sukan, halu warak, rakadat, mani, pinilay, 

katanggaran, tapa haji, airliaji, malandang, leca, lëbëlëb 

b. pakalangkang, kutak, tangkil, salwit, watu walang, paruanikan, maniga, 

sikpan, mangrnmbe, manggufije, tuhanambi, tuhan imjeman, tuhanjudi, 

juru jalir, pabësar, pagulung, pawiangkunung, pulung padi inifra hino, 

wëli hapu, wli wadung, wli tambaug, wli panjut, wli harëng, palamak, 

pakalungkung, urutan, dampulan, tpuug kawung, sungsung pangurang, 

pasuk alas, payungan, sipat wilut, tuha labuban panginangin, pama- 

wasya, hopan 

4a. panrangan, skar tahun, panusuh pahalinian kdi walyan widumangidung 
sambal sumbul hulun haji singkah paiiirsi watëk i jro ityewamadi yati 
ka tan tama i saog hyang dharruma kahyangan i wurandungan i sang 
hyang mahulun i sang hyang pangawan i sang byang kaswaban i sang 
hyang kagotran ikanang manigër an kewala bhataratah pramana sa- 
drwya hajinika kabeh, mangkana ikang sukhaduhkha magëng admit 
kadyangga ning mayang tanpa wwah walïï rnmambat ing natar wipati 
wangke kabunan rah kasa 
b. mburat ing hawan wakcapala duhilatën ami(ji)lakën wuryyani(ng) kikir 
ainuk amungpang ludan tutan ang^a pratyang^a dandakudanda mandi- 
haladi bhataratah pramane drwya hajinika kabeh samangkana ika masam- 
biwahara ri sthana bhatara parakahyangan kabeh tapwa ya hiningan 
kramanya tlung tuhan yan pangulang këbo prana 20 i satuhan sapi 
prana 40 wdus prana 80 andah sawantayan agulungan tlung pasang 
angarah tlung lumpang acadar patang pacadaran 

la. nparëbutapatu tampamahanga tarapatukar tukara kewala supratipattyata 
sira humerakna sapatuduh sang mabyapan tan umilwa umapüra kapü- 
jan bhatara makaphala tan kahala karuhun tan kawantënanikaryyanira 
samangkana deyanyu pinghe wahutanak wanua nayakapratyaya mwang 
sang winkas de rake kanuruhan i wanua i kanuruhan yan hana sukha- 
duhkha nika sang marhyang mwang sang karmmanya makabehan mwang 
ikang manigër kawnangataya tkutkun rikawatanira haywa ta kamung 
swikara tanpananggaha ta kaniu mamungkuri sira tan tibananyu sira 
danda tëkwananyu mahaya 
b. sang hyang kahyangan atika an wnanga sira miwë sukhanira kunang 
yan pada sadrea ikanang wiweka meringataya umara i kamu irikatayan 
ingëtingëtan yathayuktinya denya yathanya tanpataya ikang gati mang- 
kana rasa ni pingsornyanugraha 9x1 maharaja yatika kinonaken kayatnak- 
na kapagëhakna de sang marhyang mwang sang kagotran mwang ikang 



105 

maniger sakweh sang karmmanya i sang hyatig kahyangan i kanuruhan 
kabeh kanang deyanyu kauiung pinghe wahutanakwanua nayaka pra- 
tyaya i sapinasuknikeng wartëk kanuruhan hu(jung). 

De volgorde vergeleken met die bij Cohen Stuart is dus deze : 

2a = C. S. 3, 5-8 46 = 6, 1—4 

26 3, 1—4 5 en 6 ontbr. 

3a 2, 1 — 4 la = 5, 5—8 

36 2, 5—8 7ö 5, 1—4 
4a 6, 5—8 

L. 

Zeven koperplaten, gevonden met de vorige en thans verloren; voor de 
geschiedenis er van zie men onder XLIX. Dr. Brandes deelt t. a. p. (p. 144) 
nog mede, dat de oorkonde er een van paduka crï maharaja mpu Seridok (beter 
Sindok) is en knoopt daar een beschouwing over de andere oorkonden van dien 
vorst aan vast, waarnaar wij verder verwijzen. 

B. 

16. (| omkaraya nainacciwaya [| swasti cakawarsatïta i caka 865 phalguna- 
masa tithi dacamï cuklapaksa tung wa bu. wara kulawu swatidewata ku- 
weramandala wawakarana indraparwwe^a bharanïnaksatra samangkana ng 
kala tumurun krtawara anugraha paduka crï maharaja mpu sendok i sira 
i9anawikramadharn)motsaha mwaug i sira dapuryyat sakinasut dening 
watëk kanuruhan catursamauya kabeh mwang sang karmmanya i sang 
hyang kahyangan i ka 

2a. nuruhan kabeh makadi sang hyang wurandnngan i sama manghyang 
samahulunnira bhatara hyang pangawan mwang sang hyang kaswangga 
dewa kapüja i sang hyang ikang tinadah rakryan apinghai rakryan halu 
rakryan sirikan mwang madander makadi rakryan kanuruhan krta abwah 
ning lila amüja majari sowara irikang apinghai wahuta anak sanak 
nayakapratyaya i sapinitohah utniwe kapüjan pratidina i kaswasthaning 
rat mwang kaprabhuswahantanira ikang sakinasut dening watëk kanuruhan 
6. catur samanya kabeh mwang ikang kawaligëran tan kataman parabya- 
para saprakara mwang drwyahaji ring anantakala ngüni ring dangü 
ngüniweh pinghai gawan i sang kagotran mwang pupuk wangi i sawka 
sakinasut watëk kanuruhan samering mauëmbahi sira paduka ^rl maha- 
raja umajarakën salwirning pürwwasthitinya ring lagi mwang sang 
karmmanya sakinasut dening watëk kanuruhan kabeh umingsor pwa 
ng anugraha crï mabaraja tinon panghyang watëk kanuruhan pinghai 
kagotran kaswaban kawaligëran anpacaiwa amü. 



10G 

Sa. ja i bhatara kapratyaksa pramana i sadrwyaliajinya mwang sasukhaduh- 
kha kabeh kapanggih ringatïtaprabhu mangkana sarasa ni sinëmbahakën 
pinghai wahuta nayakapratyaya nguuiweh sakweb ning mangilala drwya- 
baji miyra wuluwulu parawulu ityewamadi tingkaknya pangurang kring 
padëni maniuipiki heraji salwirning wyapara tkeng paranakan limus 
kabyangan kanuruhan kumatguhakën sapïïrwwasthitinya ring puhunma- 
lania tan kawnanga puriben dening winawa dernana katrïni tan katkana 
arik purik lada 
b. n tutan wawarmmalakulaku rah kasawur ing natar wangke kabunan 
wakcapala bastacapala mwang mayang tan pawwab walü ruinambat ing 
lmab wipati salananing sukba duhkha magëng admit tan tumama byang 
mabulun i byang wurandnngan i rahyangta i sang byang pangawan i 
sang byang kaswaban anmuwab bbataratab pramana irikang masam- 
bewabarasthana i bhatara kabyanganira kabeh pbala mamüja i kagotran 
pinghai kaswaban waligëran kapwa ya hininganan kramanya tlung 
tuhan yan pangulang kbo prana 20 i satnhan 

Aa. sapi prana 40 wdns prana 80 andah limang gagalab samangkana kweh- 
nya tan kaknan drawyabaji de sang mangilala saparanana sowara ajna 
haji i sang hyang kaswaban i sang kagotran mwang pinghai kawali- 
gëran samangkana deyanyn i sapinasnk ning watëk kanuruhan bujung 
waharu sadrwyaliajinya kabeh mangkana rasa sang hyang ajnahaji 
pamüja ikang masambewahara tan kawardhakana umilwa apuspapïïrw- 
waka ni karyya bhatara pranatapranamya kadharmman sang bhnjangga 
mangarcchanapuspa pada manmja maniwabhakti sakwehnira aniwayika 
ri kala ni kapü" 
b. janing kanuruhan irïka ta ng kawaligëran makaryya ri kala ni kapüjan 
i sang hyang rahyangta mwang i sang hyang kaswaban ya ta matang- 
nyan wineh tumuta sakapagëh sakawnang ning watëk kanuruhan atëbër 
dinüman sïma lmab umah gaga slnia sawah ri tahun kalib jeng kapra- 
manan sangkeng kanuruhan sima sawah ring panawijyan 13jöngking- 
kaboringaranya sawah kawaligëran kapramana sangkeng kanuruhan 
suwakansajöng gaga rwang jong kulwaning parbyangau gaga kulwauing 
gurubbakti kawaligëran kapramana sïma mangkana yan paumja i sang 
hyang rahyangta saji ning ma 

ha. ngantukakën kbo buncang pirak ku 2 pakrimah ngaranya kalasa wahu 
pakundan baya(m) satali sukat sa 1 sang hyang kagotran saji ku 1 
haya(m) satali kalasa mwang sawah tan kawadhakaua pratyaya 
dlaha pratyaksa pingsor ning rasanugraba crl maharaja yatika kinona- 



107 

kën prayatnakna pagëhakna de sang manghyang watëk kanuruhan tan 
tibana wadhaka yatanyantau pangawnnawuna tan kaknana pramadagëng 
yathanyantuwahu pakundan wahu sukat sa 1 sajining makaryya 
bajangan dyus snsuci ngaranya tan karuwa ta tapwa sakatama tiniuu 
ring gu 

b. runadi ring pürwwastbiti kaparipüja ri paripürnnaning rat mwang wka ni 
wka dlaha uing dlaba matangyan kadbarrama utsahani ranpaweh sïma 
tumut salakunyu sapolahnyu i sapinasuk ning watëk kanuruhan ikang 
,sakawnangnyu anganggwa- sarwwawali yan pacuringa apajënga majnwa 
apasilib galuh askarwatbino aringringabanantën anusuna salu apa- 
langka binubut anjamah rare inakwakën yadyan mangiwë rare 
agnntinganindita awarangwaranga babanu saprakara ni karyyanya 
salwiming niandihala ya rajyamanglya tan wadbakanën dening watëk 
kanuru 
6rt. han pingbai kabeh aweci patayet dandah sabasra wadkakëng (lo)ke 
mangkana rasa krtawaranngraha ajnahaji kmitanikang waligëran inuweh 
i sang hyang mahuluu i sang hyang pangawan i sang byang kaswaban 
i sang hyang kagotran caturdandayet mangkana parauanyu pinghe wa- 
huta anakwanua tkaring putu buyut goleng anggas sakulagotra wargga 
mwang santananyu yan langghana ring sang hyang ajnabaji tan 
kna ng sama sadlahaningdlaba yan bwat karmma knanyu jah tasmat 
karmma kadi papa ning tan bhakti maguru mangkana panggi- 
lënya ika 
b. ngababak abubik annngkal amakilmukil anabas anglëbur anyaya ikang 
waranngraha £rï maharaja mpu sendok tan katkana pbalaning dadi janma 
wuduga tan wka salwirmng swastha panggihënya yan para ring tgal 
sambërën dening glap tanpa hudan yan para ring alas sahutën dening 
sarppa bisa yanpareng Iwah agöng sahutën dening ta iran yan pareng 
bangawan alapën denira bhatari drniel sahutën dening wahaya amanek- 
maneka tibangandëmanawa nya yan pamet prib tan panëmwa anga- 

lorangidula a 

la. ngetanangulwana kapanggiba ta ng sarwwakleca anandungakna ru- 
yung awak ikang anyayangruddhamadakani ikang krtawaranngraha rasa 
sang hyang ajnahaji sang hyang panarapau sang hyang rajapragasti 
kaprayatnakna haywa cawuh haywa ilrün l ) crï crl §rl [| o |[ 



]) = lii-ün met metathesis. 



108 

De volgorde vergeleken met die bij Coken Stuart is dus deze 
U = C, S. 1, 1—4 4b = 8, 5-8 



2a 


4, 5-8 


ba 


7, 1-4 


2b 


4, 1 — 4 


56 


7, 5—8 


Sa 


10, 1—4 


6a 


9, 5-8 


Sb 


10, 5—8 


6b 


9, 1—4 


Aa 


8, 1—4 


la 


11, 1—2 



LI. 

Steen, staande op bet assistent-residents-erf te Malang (Verbeek p. 
297, Rapp. 1902 p. 262), boog 1.43 M., breed l M., boogte basis 25 c.M. 
Een abklatsch wordt vermeld Not. 1887 p. 7, ibans Oudbeidk. Bureau no. 402. 
In Notulen 1887 p. 67 deelde Dr. Brandes mede, dat de inscriptie uit 866 
Qaka en van Mpu Sindok is. 



om awignam 

2. || o || swasticakawarsatïta 866 caitra 

3. masa titbi sasti cuklapaksa tu pa wara robi 

4. ïiïnaksatra kasalaca dewata prltiyoga Irika diwasanya 

5. jna crï mabaraja rake hino pn sindok yrï ïgana wikrama dbarmmot- 
tungga 

6. dewa tinadab rakiwan mapingbai i balu pu sahasra umingsor i rakai 
kauuruban 

7. pwa kumonakan ikanang lmab kidul ning pkan i muncang watek 
bujung binganya wetan sawates la 

8. wan ing kamulan kumandï' tkeng alas lor binganya kidul irikang luab 
sawatës lawan ing lumbang 

9. lumbang binganya kuluau luab ing kampir sawatës lawan i balkung 
kumandi mangalor iri kuluan sawatës 

10. lawan ing sa(»(^) ü'ngging binganya lor ing pkan ing muncang pinda 
ukurnya mangalor bop lbak tula//;anya 

11. ukurnya manguluan dpa ba tanpasawab tanpaknas 
sïman susukau de samgat da na dangacaryya bitam 

12. nya dbarmmaksaitra pagawayana prasada kabbaktyan mangaran i sid- 
dbayoga manambab pandita ni 

i bbatara pra 

13. tidina maragaskar i bbatara i sang byang swaya müwa walandët tanpa 

ngi sarbwa( )jaya s catur jana .sakukusan ing sawulaii 



9. frampir-iampër. 



109 

14. sahadaladali umijila angkan asujimasa tan sepa ing kapüjan bhatara i 
sang hyang swayam i malandet any/can imba yojana 

15. jarikanang lmah baranan i mun^ang au sïnima dai samgat 
dunii mari yan lmah i watak hujung parnnahanya swatantra tan ka- 
tarnana deni winawa 

16. sang manak katrïni piingkur tawan tirip pinghai wahuta muang saprakara 
ning mangilala drabya haji ing dangn mi^ra parami^ra wuluwulu praka 

17. ra pangurang kring padam manimpiki paranakan linms galuh pangrinci 
manghuri ^ungka dhüra pangarnhan taji watu tajam sukun halu 
warak raka 

18. dut pininglai katanggaran tapa haji airhaji malandang lebaleblab ka- 
langkang kutak tangkil trpan saluit watu walang paniani 

19. kan maniga sikpan rumban wilang wanua wijikawah tingkës 

sahiran tuba jurugusali mangruuibai niangguüjai tu 

20. hauambi tuhan hunjaruan tuhan judi juru jalir lung pawuug- 
kunung miyra hino wli hapü wli wadung wli tambang wli 
panjut wli 

21. harëng palamak pakalungkung uruttan darnpulan tpung kawung 

kalasa payungau sipad wilut jangküli 
nangin pamawa^ya 

22. panrangan skar tahun panu mahaliman kdi walya 
mangidung sambal sumbul hul uu haji singga pamrsi watëk i jro itye 

23. wamadi tan tama rikanang lmah sïnia haranan i muncang kewala 

hyang prasada kabhaktyan i siddhayoga atah pramana i 
sadrwyahajinya 

24. kabeh samangkanang sukhaduhkha badyangganing mayang tan mawuah 
walü rumambat ing natar wipati wangkai kabunan rah kasawur ing 
dalan wak capala duhila 

25. tan hidu kasirat hastacapala mamijilakan wuri ning kikir mamük ma- 
mungpang lttdan tüttan ang^a pratyang^a dandakudanda bhaudihaladi 
bhatara i 

26. sang hyang prasada kabhaktyan i siddhayoga tatah paranani drabyahaji- 
nya kunang ikanang rnigra mailambul maüawring manglakha mamaha- 
ngan mangapus mangubar ma 

27. narub manggu/a mangdyun manghapü mangharëng manüla wuugkudu 
manglurung magawai rungki payung wlü mopih akajang magawai kisi 
mamubut manganamanam manawah mana 



18 kalangkang-kahtugkang ; 26 mafiambul-maïutmbul. 



110 

28. hib mamisandung manuk makalakala kapua ya tribhagan drabya liaji 
sadüman umara i bhatara i sang hyang prasada kabhaktyan i siddha- 
yoga sadüman 

29. umara rikanang rama j&paka makmitan sïma i munca sadüman maparaha 
i sang mangilala drabya baji micra kapua ikanang masambyawabarakan 
bhatara bana 

30. ngkana hinibëban kwebanya anung tan knana de sang mangilala de sang 
mangilala drabya baji tlung tukan i sang masambyawahara ing sasama 
yan pangulaug kbo 4 sapi wdus 

31. ing ma ing satuban satuban yan pangulang andab sawantayan 
mang«/wngan tlung pasang tlung lumpang mamuter tlung tuban 
pandai mas saparëan pa 

32. ndai tambaga saparëan pandai wsi saparëan towi ikanang 1 siddba 
pinakatubanning pandai mamgat limang pulub pangaruban ta jëng 
samangkana ikanang pandai 

33. mansapirakka i parëann; pandai mas atika ikanang pandai kangca 

ka i parëanning sapandai tambaga samangkana sakagawayan 
ing ivsi 

34. parëaning pandai wsi ataya(h) tandeyan maparëana i kawakanya matuib 
tlung wdai undabagi satuhan macadar tlung pacadaran 

35. ikana tundana kwaibani padagang bbatara tlung tuban wuitan i 
padagang bbatara anpawli bbanda padgaran i paradega mas ka 4 ing 
satabun satabun kramanya yan de 

36. i nang mas pinaka wuitnyanpadagangakan bbatara paruan 
ikanang lanya ing satabun satabun 

LIL 

Steen-fragment, afkomstig uit de residentie Soerabaja, sinds 1862 als D. 
21 in bet Museum te Batavia; abklatscb Oudheidk. Bureau no. 220 en 331; 
afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2979 (üat. Juynboll p. 231). Dr. Brandes 
bescbrijft dezen steen in den Catalogus (p. 379 sq.) als volgt: 

„ Fragment van een zeer grooten steen (boveneiude), met rond hoofd, en 
gewelfde vlakken. Grijs. Andesiet-breccie. Zeer bescbadigd. Besebreven op vier 
zijden met oostelijk oud-Javaanscb scbrift. Op de voorzijde, docb hier en daar 
onleesbaar, 15 regels, op de achterzijde dito 13 en één regel halve letters; op 
het linker zijvlak slechts 3 regels leesbaar, en op het rechter dito slechts 2 
(einde van de inscriptie). Uit het Soerabaja'sche, Tijdschr. Ind. T. L. en Vk., 
XII, 585. Hoog 89, breed 93 en dik 22. 

Schenkingsoorkonde handelende over in vrijdom en onder de gewone pri- 
vilegiën geschonken gronden. De begiftigde is Bhatara i sang hyang prasada 
kabhaktyan i pangurumbigyan i Kampak. Daar in dit oj^schrift de formule 
{mang)raksa kadalwan crï maha(raja) i mdang i bb\t(mi) mataram wordt aange- 



32 Boven jëng staat nog geschreven: wi. 



111 

troffen mag men verondei'stellen, dat het dagteekent van vóór 850 (^aka 
(= A. D. 928)" ] ). 

V o o r z ij d e. 

1. t(i)ngkës 

2. wli (tambang), wli parij ut, wli harëng, pagulung, pabisar, pala- 
mak hapu (pa)sukala(s) 

3. pulung padi, skar tahun, panrangan, panusnk, kawan, maha- 
liman, kdi, (walya)n, widu(ma)ngidu(ng), sambal sambal hnlan haji 

4. ty(e)wamadi tan tama rikanang sawah slma pangarumbi(g)yan i 
.. kampak kewala bhatara i sawah prasada kabhaktyan i pangarnmbigyan 

atah pramana i sa 

5. mangkana ikanang sakha duhkha kadyangganing mayang tanpa- 
wuah, walang ramambat ring natar wipati wangkai kabunan, rah kasa- 
wur ing dalan, wak capala, duhilatan hida kasirat 

6. mamijilakan wuri ning kikir, mamuk mamampang ludan tuttau 
danda kudanda mandihaladi, bhatara i sang byang prasada kabhaktya/ 
atah parana m drabya hajinya kunang 

7. mi^ra manambul, manawring, manglaka mangapus, mapalangan, 
mangawar, matarub manggula, mangdyun, ma(ng)hapu, manula wungkudn, 
manglnrung, magawai rungki, payung wlu, mopih, akajang, 

8. magawai kisi, mamubut, manganamanam, manawang, manahib, mami- 
sandang manuk, makalakala, kapwa ya triyagan drbyahajinya sadüman 
nmara i bhatara, sadüman umara i 

9. sang makmitan sima, sadnaian maparaha i sang mangilala drabyahaji, 
irikang kala maagasëaken dapangka /jasambah i crl maharaja mas sa 
2 ma 8 wdihan tapis ya 1 rakai sirikan 

10. marendra, rake wka pu balyang, samgat momahumah kalih madander 
anggéhan, tiruan dapunta taritip, iuangsëan pasak pasak mas su 1 ma 

11. n cadar yu 1 sowang sowang, mamrati hawang wicaksana, mang- 
huri pu pandamuan, halaran pu guranantama, panggil hyang pu glo, 
inangsëan pa 

12. sak mas ma 1, wdihan cadar yu 1 sowang sowang wadihati sang dïna- 
kara, akudur pu balawan, inangsëan pasak pasak s(u) 1 ma 

13. dar yu 1 sowang sowang, tuhan i wadihati miramirah sang 
halang palang, halaran palbarrap, tuhan i makudur 4 watu walai sang 
rama , watuka 



1) Over deze laatste zinsnede vergelijke men Rapp. 1911 p. 12—13. Kr, 

8 tri</agïin-tiïWwgan. 



112 

14. n, wineb pasak 

ma, sabowangka, pangurang 

i tnakudur 

15. jisamat (aan het einde). 

A c h t e r z ij d e. 
1. 

2. ksinapaccirnottara maddhya, urddhammadbab, rawicaci 
ksiti jala 

3. garuda gandharbwa, sar&walokapala yama baruna kuwera 
basawa niuang putra dewa 

4. nagaraja durggadewï, caturacra, ananta surendra, 
ananta byang kalamrtyü, gana bhïïta, 

5. raksa kadatuan £rï rnaba(raja) i mdang i bbïï(mi) mataram, kita 
umilu manarïra, umasukiug sarbwa ^arïra, kita sakala saksl bbüta, tumou 
madob lawan maparë 

6. (ring ra)bina ring wngi addengë a samaya sapatba sum- 
pah pamangmang mami ri kita biyang kabeb, yawat ikanang ngwang 
duracara, tan magam tan makmit i 

7. rikang sapatba si batan sa t kudur badyan bulun matuha rare, 
lakilaki wadwan, wiku grhastba muang patib wabuta rama, nayaka parttaya 

8. labul(aba) ikeng lmah sawab i kampak, 
sima inarpanakan dapungku i ma/ïapujanma, i bbatara i sang byang 
prasada kabbaktyan i pangnrnnibigyan i 

9. kampak wabakataya nguniweb da ta sa(ng) byang watu sima 
tasmat kabuataknanya, patyanantaya kamung byang deyantatpatïya tat- 
tanoliha i wuntat 

10. tingbala i likurën, tarung ring adëgan, tampyal i wirangan uwabi 
i tnganan, tutub tundanya, blah kapalanya, sbitakan wtangnya, rantan 
ususnya, wtuakan 

11. lmanya, duduk htddnya pangan dagi(ng)nya, inum rabnya, tëbër 
pëpëddhakan wkasan pranantika, yan pararing alas pangananning mong, 
patukanning nla, puliraknaning dewa 

12. (ma)ny(n), yan pararing tgal alapanning glap, sampalanning raksasa, 
pangananning wu(i)l si an byang kucika garggametrï knrusya 
patanjala, suwuk la 

13. wuk k(i)dnl kuluan waitan, wnangakan ringa salambitakan ing 
(b)yang kabaib, tibakan ri(ng) mahasamudra, klamakan ring dawuban, 
alapan sang byang ja 

14. (halve regel, halve lellers). 



9 iüaba&ataya-6aba<ataya. 



113 

L i n k e r z ij v 1 a k. 

1. ngkari iwak knas prakara, anadah sira kabeh yan 

2. n kurawn, kuri l dwadwal, kapwa mangulur 

3. tili pramnkha, kapwa manatnbah humarep i 

Rechte r z ij v 1 a k. 

1. inigdakan, malungwuh sira muwah winuwaban taiubul 

2. kapwa umulih i humah nira, likhita(patra) citralekha i ba 
{einde). 

LUI en LIV. 

Twee steenen, afkomstig van Dinojo (afd. Malang, res. Pasoeroeban), zie 
litteratuur bij Verbeek p. 297. De eerste bevindt zich nog ter plaatse en wordt 
in Rapp. 1902 p. 331 beschreven als „een vierkante beschreven steen van 
onder iets breeder dan van boven; vroeger waarschijnlijk ook aan de bovenzijde 
rechthoekig bekapt, docb nu afgeschuurd, beschadigd en, als de geheele steen, 
zeer verweerd ; staande op een zeer beschadigde steenplaat, één met den beschre- 
ven steen en van voren en aan linker en rechter zijde daarop eenigszins voor- 
uitspringend. De steen in op de vier zijden met oud-Javaansche letters begra- 

veerd en bevatte oorspronkelijk 25 regels schrift Hoogte van den steen 

0,64 M., breedte 0,35 M., dikte 0,19 M." De tweede werd eerst naar Batoe, 
vervolgens naar Batavia vervoerd, er is daar thans als D 95 opgenomen 
in het Museum (Notulen 1895 p. 50, 90, 99). Abklatschen worden vermeld Not. 
1888 p. 12 en Rapp. 1.1.; thans Oudheidk. Bureau no. 355 en 397. Dr. Brandes 
deelt in Notulen 1888 p. VIII sq. naar aanleiding van de abklatsch het vol- 
gende mede : 

,,De inscripties van Dinaya schijnen één pracasti te vormen. Zij leveren 
na een korte, ook door beschadiging onduidelijke inleiding, slechts een reeks 
getuigegiften met vermelding van de namen der personen, die ze ontvingen. 
Die inleiding staat op den kleinste der beide steenen, waarvan slechts één der 
breede vlakken, en één der smalle zijden is abgeklatscht. Uit het feit dat van 
dezen eenen steen niet meer werd afgeprent, leid ik af dat het overige gedeelte 
van dezen steen óf onbeschreven is óf niet abgeklatscht kon worden. Het eerste 
is zeer wel mogelijk, want het abgeklatschte gedeelte geeft het begin van de 
oorkonde: swasli gakawarsalila 8 . . .; van welk jaartal het laatste cijfer niet, 
het middelste niet voldoende te herkennen is, hoewel men, naar betgeen nog 
te onderscheiden valt, als zeker stellen mag, dat het cijfer dat het tiental uit- 
drukte een 1 is geweest, of een 2, of een 3, of misschien een 4. De pracasti 
dagteekent dus uit de eerste helft van de 9e Caka-eeuw. Het schrift van 
beide steenen is slordig en onduidelijk. De letters zijn nu eens grooter, dan 
kleiner. Op den kleinen steen loopen de regels van het breede vlak door op 
de smalle zijde, docb men is daarbij zeer inaccuraat te werk gegaan. Nu eens 
zijn er lettergrepen overgeslagen, herhaaldelijk is er te veel, en toch kan er 
geen twijfel over bestaan of die smalle regels zijn inderdaad de aanvullende 
gedeelten, die tusscben de langere regels van het breede vlak ontbreken. Op 
regel 7 vindt men bijv. . . . ma l | ma 1 wdihan yu 1 . . . .; — reg. 10. . . 

ma 2 wdihan yu 1 | yu 1 . . . .; — reg. lb' ma 1 wdiban yu 1 | 1 

sang ; — deze smalle regel eindigt ma 1 wdi, terwijl regel 

17 op het breede vlak weer begint ma 1 wdihan yu 1 . . . .; — op dezelfde 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. S 



114 

wijze geeft regel 21 (einde) en regel 22 (begin) wdihan | han yu 1. . . .; — 
tusschen regel 18 (smalle zijde) en regel i9 (breed vlak) ontbreekt 1 wdi, nl. 
ma (1 wdi)han, enz." 

EERSTE STEEN. 

1. swasti cakawarsatita 8 

2. diwasa n(i)ka(ii) lmah i kabhya dra nman lmah | 
i pilinpilin 

3. i hyan /azpak su 2 ma 1 | 
iba san raja san nata san 

4. prmiman irikanan lmah inansean | 
sira mas ka 1 su 1 

5. manalu inansean sira si{ )ë patih | 
ma 1 wdihan yu 1 

6. sira ma wdihan yu 1 muan rakryan | 
gotra inansean 

7. rake ku/an ma 1 wdihan [ 
yu 1 dyah mani ma 1 

8. [ma 1] wdihan yu 1 dyah bhadra ma 1 wdi | 
han yu 1 dyah dama 

9. n inansean pagëh pagëh muan lawela | 
we jara la ma 

10. ma | wdihan yu 1 anrankpi san ragagar ma | | 
wdihan yu 1 

11. [yu 1] anungu rake taru hayu ma 2 wdihan yu | 
1 juru wadwa rare san 

12. juru nin marakat patawëh ma 1 wdihan | 
yu 1 anrankpi saii la ei 

13. tralekha saii pamulun ma 1 wdihan yu 1 anrankpi | 
darimuda ma 1 wdiha 

14. tih kabayan san kalima ma | wdihan yu 1 pati | 
h pamgat san hiranya ma 

15. han yu 1 gusti humpur ma 1 wdihan yu 1 panuran ca | 
ndra ma 1 wdihan yu 1 

16. anuii wuryyan ni turum san kusunia ma 1 wdihan yu 1 | 
[1] saii skarpapandan ma 1 wdi 

17. [ma 1 wdijhan yu 1 ma 1 wdihan hle 
1 saïi rakryan satrë 

18. han yu 1 juru kalan saii hobi wdihan 1 patih pankur 
i waharu san hawaii ma 



115 

19. hart mla san wulyar ku 1 wdihan l cankih 2 dapu kara 
ndaf ku 4 wdihan 

20. 2 wdihan yu 1 paka //an san eikha ma 2 wdiha | 
n yu 1 parujar patih 

21. san pujita ku \ wdihan yu 1 parujar kawah dya | 
n san gmi wdihan 

22. [han] yu 1 parujar i hujun san ramanta ma 1 | 
parujar i waharu 

TWEEDE STEEN. 
V o o r z ij d e. 

3. ku 2 tuha buru i wurandunan 

4. san gapah wdihan l bhama kabayan san wa 

5. kaïi wdihan 1 i panabahan dapu manja 

6. t wdihan 1 i jawuhan dapu hyan ga 

7. na wdihan 1 dapu hyan ludri wdihan 

8. 1 marhubu san tanun wdihan 1 kalha 

9. in wihara haji san panamwe wdihan 1 wiha 

10. palari kabayan san ki( )t wdihan 1 juru i 

11. hyan i luh san iiah wdihan 1 winkas si pala 

12. mpitan san wipak wdihan 1 winkas i juru 

13. manig/r sannuka wdihan 1 masaji san wesya wdiha 

14. n 1 in kamulan san muyanti wdihan 1 i landa 

15. d&ngii wdihan 1 wanua i taiïgaran san na 

16. ngal wdihan L mawahal san muhya wdihan 

17. wanua i wungalinan sannage wdiha 

18. yaïi wdihan 1 kulapati i hulu ranten saii ka 

19. wdihan 1 kulapati i pandak san jawah wdihan 

A c h t e r z ij d e. 

san pura 

1. rantm i baiiiwan san suntan tuha bu 

2. i rfa dxm wdihan 1 hulu wuatan i w& 

3. »i san ghati wdihan 1 anun rama iii ka^/u( )tya 

4. tah san ba san lada san ujar i wariga in kay»ctya 

5. si guntu inansëan ta sira pagëpagëh maramu 

6. lawelawë yu | samankana kweh nira anun inansë 



19 cankih warikëh; 22 ramanta-ö/iamanta. 
10 palari-palani; 15 n&sa,. 



116 

7. an pagëpagëh mwari lawëlawë muan wineh inanada 

8. ha ata irikan kala rainanta i mandyaiiin mu 

9. gasaliun wineh wdihan yu 1 ma 1 anlasa 

10. n kwak wdihan ya 1 san juru botoh san candra wdiha 

11. n 1 iviga sa(n) tandak wdihan 1 ataji san a ta 

12. mbar wdihan 1 tuka padahi saïi (/agaïi wdihan 1 wwe san 

13. mula wdihan 1 anun kinon tnelu ana rakryan 

14. gotra muan san tuhan san parajar kalima ih 

15. nan melwi ramanta in pamala( )saïi h san agusaïma 

16. pakenai lawëlawë muan 

17. pagëpagëh san laf/a/i wineh sira wdihan 1 sakweh san 

18. majajahan kabeh wuc/uiigulan san kawupatah san ku 

19. san lambah san liiigir san pinta limuc sah 

20. pandliyacaramasa.ii wineh ma 1 | 

Op de z ij d e. 
| lala/m tama ma 1 wdihan yu 1 

LV. 

Koperplaat, gezegd afkomstig te zijn uit Trawoelan, thans in de collectie- 
Wiederhold te Malang. In 1898 werd een rubbirig aan Dr. Brandes aangeboden 
(Notulen p. 102, 153, 181), naar aanleiding waarvan hij het volgende mede- 
deelde (ibid. p. 122): „De rubbing . . . levert de beide zijden van een eerste blad 
van een oorkonde uit Caka 888, waarbij een zekere mpu Mano, een stuk grond, 
dat hij als het hem toekomende deel van zijn vaderen geërfd had (kapulrdng- 
caniia kaliliranira sanglce kaïvwilanira) schenkt aan mpungku Susuk-pagër en 
mpungku i Nairanjana, opdat het zal kunnen dienen om er een kuli (buddhis- 
tische kluis) te maken, die de kapodgdlikan zal kunnen zijn van het nakroost 
van mpungku ing Nairanjana. Deze oorkonde herinnert dadelijk aan het stuk, 
waarvan twee bladen terecht zijn gekomen in het Rijks-Oudheidkundig Museum 
te Leiden, die door Cohen Stuart in zijn Kawi Oorkonden onder no. XXII bekend 
zijn gemaakt. Ook hier heet het van mpungku i Nairanjana (in XXII Neran- 
jana) arlhaheloh mpu buddhiwdla (in XXII boddhhvala), terwijl ook het reeds 
vermelde podgdlika daar teruggevonden wordt (parnnahanya podgdlika). Niet 
minder dan dat stuk levert ook dit nieuwe, behoudens dat men hier nog een 
zeer uitgebreide dateering aantreft, in verschillende woordvormen, die den indruk 
maken van jonger te zijn dan het jaartal zou aangeven, reden om althans te 
veronderstellen dat het stuk, zoo het al oud is, toch vernieuwd, nog eens over- 
gemaakt is, iets wat zonder twijfel meer dan eens gebeurd is en waarop door 
mij reeds jaren geleden de aandacht gevestigd werd. Het is daarom dan ook 
niet onbelangrijk hier even te constateeren, dat in de Nagarakrtagama met 
zoovele woorden te lezen staat dat onder Hayamwuruk alle piagëm's gecontro- 
leerd werden, en dit is voldoende om te verklaren hoe het komt dat zoovele 
oorkonden op koper van Oost-Java uit den ouderen tijd een uiterlijk hebben 



10 ktuak-kilak; 13 ana-wzana; 15 nan-Zan; pamala-samala. 



117 

en in schrift, en in spelling, en in stijl dat zij, tegenover de bescheiden op 
steen uit denzelfden tijd, er mij toe brachten ze te qualificeeren als onecht, 
waarmede in de eerste plaats bedoeld was, dat zij niet zouden dagteekenen ■ 
in den vorm althans waarin zij ons bereikten -- uit den tijd, dien de jaartallen 
dier stukken aanwezen als het oogenblik van uitvaardiging". 
,.De afmetingen van de plaat zijn 42 X 8 c.M." 

a. 1. || o [I namostu sarwwabuddhaya | o || swasticakawarsatïta, 888, cra- 

wi.namasa tithi, astamï cuklapaksa, ha, wa, ra, wara, sinta, 

2. bayabyasthagrahacara, rohiuinaksatra, prajapatidewata, mahendraman- 
dala, harsanayoga, wijayamnhürtta, cacïparwweca, 

3. kolawakarana, singharaci, irikadiwacanira, mpu mano, munyaken lmah 
sïma, kaputrangcanira, kaliliranira sangke kawwitanira, 

4. ikang harahara, kidul i pomahanira, hlnganya lor kiduling pagër kina- 
lihan, muang mpu mano, hlnganya kulwan angalihi pagër, muang 

5. ing pawidengan, hlnganya wetan, angalihi pagër, muang ing kalam- 
payan, hlnganya kidul, ikang pagër lor sangke kalimusan, ya 

h 1. teka pinunyakën ira ing mpungku susuk pager, muang mpungku i 
nairaüjana, arthahetoh mpu buddhiwala, paknanya gawayënnira kuti, 
dharmma lpa 

2. s kapodgalikanani kulasantananira mpungku ing nairaüjana, kunang kra- 
manya, ikang sawah kidul ing kuti, tëmpah, 3, yata sinanda mpungku su 

3. suk pagër, muang mpungku i nairaüjana, ing ma ka 2 ya ta dharmma 
mpungku ing susuk pagër, muang mpungku i nairaüjana, au paminta i 

4. ka lmah tumpalikang sawah lor damlira kuti, yata karananyan linbusi- 
kang sawah sandanira mpu mano, ing ma ka 3, mapa 

5. kna bhuktyana sang hyaug kuti, sangka ri göngnya, mpungku mano, 
yat dharmma donanya, apitowinana ring dharmma parnnah mpu mano, 
denira mpungku ing 

LVI. 

Koperplaten, afkomstig van Pëlem (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), en 
wel de nummers 1, 4 en 5 eener oorkonde; thans als E 21 in het Museum 
te Batavia, zie Notulen 1902 p. 68, 95, 107 sq., 1903 p. 16. Bij de trans- 
scriptie teekent Dr. Brandés aan, dat deze oorkonde een „latere vernieuwing" 
is, blijkens het dijah mallangyadewa (pi. 1, r. 2 — 3), dat voor dharmotlungqa- 
dewu staat. 

I 1. || swasti gakawarsatïta, 893, cetramasa, tithi, caturthï krësnapaksa, tu, 
pa, cu, wara, wicakhanaksatra, cakra 
2. dewata, subhayoga, ïrika diwacanyajüa paduka 91Ü maharaja, rake hino 
prl iyanawikrama, dyah 



118 

3. mattanggadewa, tinadah rakryan mapatih i halu, umingsor i rakryan 
kanuruhan, kumonakën ikang 

4. wanua i karn ban, wanwa wargga haji sawargga, sinukwanua grama sïma 
sawinaya kabeh, inugrahan tan kna ring pinta pala 

5. kn, lakwalakwan, migra paramicra, nayaka pratyaya, urutan, kicaka, 
tarimba, tapukan, rnabika, kawung, 

lVa 1. gusti bapa ni wetwet, aronaron atuba si wabil, aronaron anom si mënek, 

2. juru ring sakata, kaki polong, buyut, si goweb, amingtiga, si jugil, 
amingpat, si bhondan, 

3. agurit, si cukat, aïïjungaüjung, bapa ni kutil, juru buruh, bapa ni kbe, 
gusti si lokan, a 

4. ronaron atuba, si jumpët, aronaron anom, si panitan, juru ri panung- 
galan, kaki ri madhu, 

5. buyut, badyan lower, amingtiga si bhodog, amingpat, si wani, agurit 
si sadhu, a 

b 1. ïïjungarijung, si maron, juru buruh, si woran, gusti, si wage, aronaron 
atuha si jagul, aro 

2. ronaron anom, si culil, juru ring masin, akiwani, buyut badyan abhöreh, 
amingtiga, si jungka 

3. n, amingpat, si samber, agurit, si bargun, anjunganjung, si luwar, juru 
buruh, si jëding, 

4. gusti, bapa ni moha. aronaron atuha, si gamit, aronaron anom si jiket, 

5. samangkana kweh nikang rama manadah sang hyang ajria haji, umasë 
tang rama masung pasëk pageh, juru ri kija 

Val. ngan, sinungan pasëk pagëb, ma, 10, wdihan yuga, 1, buyut sinungan 
pasëk pagëh, ma, 10, wdihan 

2. yuga, 1, juru ri bkël, sinungan pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, 
buyut, sinungan pasëk pagëh, 

3. ma, 10, wdihau, yuga, 1, juru ri kanta, sinungan pasëk pagëb, ma, 10, 
wdihan, yuga, 1, buyut, sinu 

4. ngan pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, juru ri lekan, sinungan 
pasëk pagëh ma, 10, wdi 

5. han, yuga, 1, buyut, sinungan pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, 
juru ri talaga, sinu 



5 a 2. 6köl-<këi. 



119 

61. ngan pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, buyut, sinungan pasëk 
pageb, ma, 10, wdihan, yu 

2. ga, 1, juru ri kuwu, sinungan pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, 
buyut, siuungan pasëk pa 

3. gëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, juru ri walasah, sinungan pasëk pagëh, 
ma, 10, wdihan, juga, 1, 

4. buyut sinungan, pasëk pagëh, ma, 10, wdihan, yuga, 1, grï maharaja 
inaturan pasëk pagëh 

5. , sü, 1, ma, 4, rakryan mapatih sinungan pasëk pagëh ma su, 1, ma, 
4, wdihan, yuga, 1, rakryan kanu 

LVIL 

Steen, afkomstig van Sëndang Kamal (afd. Magetan, res. Madioen), waar- 
over litteratuur bij Verbeek p. 209, thans als D 37 in het Museum te Batavia. 
Abklatschen worden vermeld Notulen 1869 Bijl. N. en 1876 Bijl. II no. 10; 
thans Oudheidk. Bureau no. 12, 13 en 253. Dr. Brandes beschrijft dezen steen 
in den Catalogus (p. 385) aldus: „Zeer groote steen met gewelfd boveneinde, 
gewelfde vlakken en voetstuk (uit één steen). Donker grijs met een rooden 
tint. Hoornblende-andesiet (breccie). Aan vier zijden in omloopende regels 
beschreven. Oud-Javaansch schrift van Oostelijk Java. Afkomstig van Sindang 
Kamil, Maospati (Madioen), Not. XIII, 41, 99. Hoog in het midden 161, aan 
de zijden 144; breed van boven 108, beneden 93; dik 31; voetstuk hoog 27, 
breed 95 en 54. 

Qaka 913 (= A. D. 991). Pracasti. . . Op dezen steen wordt melding 
gemaakt van het wetboek C/iwacasana". 

1. swasti cakawarsatïta 913 sthamasa tithi trayodacï cuklapaksa ma 
u bu wara naksatra adi yoga 

2. pu dharmmasa(ng)gramawikranta kumonakan ikanang thani i kawam- 
bang kulwan 

3. paduka crï maharaja 

6. 

hyang samgat kanuruhan crï maharaja an padamla parhyangan i 

7. dlaha ning dlaha karuhun de sang anagata prabhu mangkana 
turunyanugraha 9rï maharaja i samgat kanuruhan pu burung yata hetunya 

8. kabhyasan sang hyang cïwacasana man ataraguru 

malamala 
karmma kewala sowara kra „ 

9. mwang sakweh ni wargganira janmaprasuti i kawambang kulwan 
mangaran cipi 



120 

11. umarnnah ikana pa hyang 

mwang ikanang thani i kawambang kulwan 

i kawambang kulwan 

12. ma 6 ku 2 panngah pam'kul nikanang thani i kawambang kulwan de 
samgat kanuruhan 

LVIII. 

Steen, waarschijnlijk afkomstig uit de residentie Soerabaja, en sinds 
1862 als D. 25 in het Museum te Batavia. Abklatsch Oudheidk. Bureau no. 17 
en 329; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2978 (Cat. Juynboll p. 231). Dr. 
Brandes beschrijft dezen steen in den Catalogus (p. 381) aldus: 

„Dakvormig boveneinde, met voetstuk uit één stuk. Zwart. Poreuze 
bazalt. Buitengemeen gaaf. Beschreven met oostelijk oud-Javaansch schrift 
(voorzijde 33, achterzijde 31, rechter zijkant 30, linker zijkant 25 regels); ook 
op het rechter boven vlak eenige woorden. Vermoedelijk van Soerabaja (?), 
Tijdschr. Ind. T. L. en Vk., XII, 585; vgl, no. 22. Hoog in het midden 121, 
aan de smalle zijden 103; breed van boven 84, van onderen 71; breedte van 
de smalle zijden 26 van boven en 31 van onderen; voetstuk hoog 19, breed 
80 en 37. 

Caka 943 (= A. D. 1021). Pracasti van crï maharaja rake halu crï 
lokecwara dkarmmawangca Airlanggananta wikramotunggadewa uitgereikt aan 
de karaman i Cane, om reden zij fungeeren als panepi Induan. De desa Cane, 
die vroeger een desa valê/c Ihighal phighai was, wordt door dezen vrijbrief 
een slma rama swalatilra. Bet zegelmerk (waarvan geen afbeelding voorhanden 
is) heet in het opschrift garudamukha. Als residentie van den vorst wordt 
genoemd Wwatan mas. 

De volgorde der legende is : voorzijde met vervolgen op de rechter zijkant, 
behoudens den ondersten regel; achterzijde regel 1 — 29 met vervolgen op 
de linker zijde ; regel 30 achterzijde, de laatste regel op den rechter zijkant, 
regel 31 achterzijde. Het gedeelte op het rechter bovenvlak staat, schijnt het, 
op zichzelf". 

V o o r z ij d e. 

manicrih 

1. || o || swasti sakawarsatïta 943 kartikamasa tithi ca 

2. turthi krsnapaksa tu wa cu wara landëp pïïrnnawasu naksatra 
cubhayo 

3. ga ariditi dewata grahacarapürwwastha wawakarana bayabyamandala 
irika diwacanya 

4. jiia crï maharaja rake halu crï lokecwara dharmmawangca airlanggananta 
wikramotunggadewa tinadah rakryan ma 

5. hamantri i hino crï sanggramawijaya dharmmaprasadotunggadewi uming- 
sor i rakryan padang pu dwija rakryan jasuu mapapan pu ra | Idi 
kumonaknikanang karaman i cane thani 



121 

6. watëk tinghal pinghai gaway ku 2 x ) tka ri babadnya patngahan mangaran 
mandoti akambang mangaran batniën aja awatës carang juru tunda 
bh o | gawan panarikau jibo winkas kaki gla 

7. r akajar murah rama kaya mangaran mleng bado pëndal pyangpyang 
sirah tani rnayu bhoganian mtah godhrman hambe warang lyaban i 
(of bid) | watiman danog bale tuwuh pitu kaki 

8. bhoga lagaman kaki pink towan sara malaha marum lingah u^r! dago 
rnbung bongkol baranggolan jëuibek rumpnk mruk | nadut tëtëg kuda 
tarim bitëng dapur tla | 

9. nep ktig sïïraman atab gangnl turut wali bajra hawang godar ngrt gurnbag 
lyaban gewëk saritam padak manub | nyrl abho mannddhi tayog gnsar 

10. kfiëp barat narabha sngal bajnjrah kabat madot kaki bangn waro wang- 
kang udrl tajëm kaki rnbung gandi manrg maiiukuh dinem gi | namas 
rërëb manusuk bamak tana 

11. goditëm kutya duting bagna jenu wëtëh modya patihol padartha kijang 
hampalung rëngrëng gadeni pëngal bëkung abul ka | manif janpo 
uras banol u 

1 2. mit gtas silet rapët gindut api wanoga abis dhüma gëndi sugal këwël 
godbana sëtu pitit adëh pnah agëm nëk sobha rinëm kakijwa 
kaki renë 

13. k bnambut unëm gocala lume grbeh kudung kaki fframl ugo undës 
duga ine bnël rawa basiman pëntö gëdëd sada ma | crl nutug graman 
tij o padan ntu 

14. mindëng anggër atri ^amana grewa bhawan songwa gudinëm wukir 
deni kojikëm paragul kmas wungwaran (?) almau goja | kuwal gaman 
sampëg gosa gosima 

15. bisar wiraga umëk wulyan jaraman rimang sodini pambët banog di^rï 
rarm twas pdog balab bujang gu | wunut robhita puman rurub ai 

16. truli gandi bbanuman geteng sayut talang bacan besel jaya bana 
dawo gindak udë/c letya danï icang marggawa | n pujyan sotomot purulü 
jarule 

17. dayadya bukuh boreh makara bacrï sutafrl gon raku gorawa sani hitëk 
tatëm banuh lunga ranuh saligadub | bharana godrisilwasau awa- 
hang pusër 

18. këbu gdub mantën sukat rimbit këpakëg hawa( )rupi ngnu bhumijëm 
kaki gi rngit mani(ng) gado [ bongol bungkët ustinëm 
balingga jwah 



1) Staat in Oud-Javaansch karakter in de transscriptie. 



122 

19. guno tambak salaka ibhuh layar sesët rantëb tiwëng ajëm baditëm go wan 
cürarnan tukët hring guniawang | tngi gadino palga nawa banawa gri- 
man j\ 

20. bëngëm gotri bontëm grena langgë(ng) balinguh ngunian grama hapëm 
gi( )ëm rauibai agul rate( )athëm taningë | r gajir inëilëng manamba 
padi polu jiwi 

21. uditëm malini atal dengan basukëm galaga driyëm jagal pahit arapëk 
pahang( )wara soblia ji | untab burayut ruontwa gosami 

22. wëngkër lambir ditih detan ucrï sakar rërëb ku gambo( )kal gepok 
landëh gentong manungkal | buyut gamparan bnyut tëtëg kaki 

23. tëgir kaki bhuwana matong kaki acung gading bunut kaki batetem 
ga b/w kaki( )ti makadi kabayan bhima | tong gayok padamlakna sang 
byang ajiia baji pra 

24. sasti tinanda garudamukba kmitananya sambandha ikanang karaman i 
cana sapacnk thani tka ri babadnya naauambah i lbü ni paduka grï | 
maharaja manghyang ri knobanya sumïma thaninya i 

25. cane sïrna karaman phalanyan prasiddha sara pinaka panpi kulwan 
mangkana rasani panambali n ikanang karaman i ca | ne sapacuk thani 
tka ri babadnya kunang sangkari gong 

26. nyanumoda qrï maharaja ri sapanghyang nikanang karaman i cane 
makahetu ri kadonani mahabhara ni ganitayo j tsahanya anya pinaka- 
panpi kulwan purassa 

27. ra tulak walakang crï maharaja patapagyenpapenya. ring sajjana dhai*mma 
makatong jlwitanyan pamrihakën paduka ^rï maharaja ring | samara- 
karyya jati sang ksatriya mahapurusa 

28. pwa ika tanangga gelihana yaca denika sang huwus katon gina^ayanya 
mwang kasustubhaktinya ya ta karana | nyan inubhaya sanmata sapa- 
nambahnya de 91-1 ma 

29. haraja makncihna ri sampun ya wineh makmitana sang hyangajna haji 
prasasti tinanda garudamukha makarasa an prasi | ddha sumïma thaninya 
sima karaman an ya 

30. pratisara panpi kapanggiha deni sawka wetnya hlem dlaha ni dlaha 
makakabhaktyana sang hyang padadeng kadawuhan i | cane maniddhak- 
na ma su 1 ma 4 l ) dadahanikanang 

31. karaman i cane manibakën kalpika ri sang hyang padadeng kadawuhan 



1) in Oud-Javaansch karakter. 
30 dadaha-jajaha. 



123 

sahapi waeforu angkën pïïrnnama ni ka | tiga pamüja crï rnaharaja 
tan kolahu 

32. laha de sang anagata prabhu nguniweli sang anagata tinghal pinghe 
lawanikanang pinghe pa g lilam tka ri | dlaha ning dlaba parnnah- 
nya swatantra tan kata 

33. mana dening winawa sang mana katrïni pangkur tawan tirip nguniweh 
saprakara sang mangilala drabya haji wulu | wulu magöng madmit 
niakadi niicra paramicra pangnrang 

Achterkant. 

1. kring padëm manimpiki paranakan li 

2. mus galuh niangrinca manghüri parang sungka dhïïra taji watutajëm suku 

3. n haluwarak rakasang ramanang pinilai katanggaran tapaliaji airbaji 
malandang lca labla 

4. b pakalangkang kutak tangkil trpan salyut watuwalang pamanikan ma- 
niga sikpan rum ban tirwan wilang thani 

5. wijikawah panggare pawlangwlang papikul awur pawuwub pakatiwarsa 
porug patung pakikis pasumbu tingkës mawï manambangi tangbi j ran 
tuha dagang jnru go^ali mangrumbe magu 

6. njeng ser tubanambi juru kli juru bunjman juru judi juru jalir pabisar 
pagulung pawungkunung pulung pacli mi^ra hino micranginangin | wli 
hapü wli wadung wli barng wli panjut palam a 

7. k pakalungkung urutan dampulan pasukalas sungsang pangurang tpung 
kawung sipat wilut jungkung panginangin pamawasya bopan | panra- 
ngan skar tahun garihan parama 

8. pabaye sinagiha panlung blah panlung atak tampö sisir pobhaya pacumbi 
paprayaccita kdi "walyan pawuruk sambal su | mbul bulun baji jënggi 
singga pamrsi pa 

9. wulungwulung watëk i jro ityewamadi kabeb tan tama ta irikanang 
slma ngke cane tka ri babadnya kewala ikanang wargga slma ri | cane 
sapa^uk sïma juga pramana irika 

10. samangkana ikanang sukbaduhkha kadyangganing mayang tan pawwah 
walu rumambat ing natar wipati wangke kabunan rab kasawur ing dala 

| n dübilatën sabasa wakcapala mamiji 

11. laken wuri ning kikir mamük mamungpang lndan tutan ang9a pra- 
tyangca dëndakudënda mandibaladi prakara tan tama | ta ya irikanang 
sima i cane tka ri babadnya a 



31 («adaru-cadaru ; Achterkant 2 pamng-partuig' ; 5 porug-porur. 



124 

12. n ikanang wargga sïma i cane juga praniana kunang ikanang mieral 
iiimbul amanantën mangdyün manghapü mauïïla wungkudu manglakha 

| manglurung niaïïa(ng)wring mamahangan mangapus 

13. mangubar manggula niagawe kisi payung wlü upih rungki mamubut 
manganam manab maniisaudung ui au uk makala | kapwa tika kapramana 
sadrawya hajinya de 

14. nikanang wargga sïma ri cane kunang ikanang wargga kilalan kling 
aryya singhala pandikira drawida campa kmir ruien mambaug sena | 
mukha hawang huujnian vvarahan uiapajali ke 

15. cakaturimba awayang atapukan abanol salaran wargga ri jro asing 
samakawargga ya sawrtyanya sing decasangkanya ya | wat ya munggu 
riking sïma ri caue ikanang wargga sïma ri 

16. cane nguniweh sang byang padada ri dawuhan pramana ri sasukhaduh- 
khanya kunang ikanang masambyawahara kapwa bininganan kwehanya 
ta | n knana de sang mangilala drabya haji yan pangu 

17. lang kbo prana rwang puluh kbowanya yan sapi prana patang puluh 
yan wdus wwalung puluh andah sawantayan pakatimang pa | nde wsi 
tlung paren agrïtan sapasang amute 

18. r kulumpang pande tamra kangfa mas amalamalam kapwa rwang paren 
padahi rwang tangkilan undahagi amaranggi kapwa satuha [ n atwih 
sawide acadar patang pacadaran atifci 

19. h sakulit angramu aparaliu laugkapan tarijarsiki yapwau pinikul dagang- 
nya kadyanggatiing abasanang atukel mangunjal | mangawari niakapas 
mawungkudu abalanten timali 

20. kangca abakul amangkur gula sërëli bras himbuug bsar kasumblia pra- 
kara ning dwal pinikul kalima pabantalau ring satuha | n pikulpikul- 
ananya ring sapikul rwang tuliana | 

21. tah blngananya salwïrani bhandanya kabeh ika samangkana tan knana 
de" sang mangilala drabya liaji asing de9a paranauya ndan makmi- 
tana | ya tulis rnangke lwïranya yapwan hana lwihnya saugke 

22. rikang pa(ng)hing iriya knana de sang mangilala drabya haji soddbara 
haji tanadhikana mangkana turunyanngraha crl niaharaja irika | nang 
karaman i cane sapacuk sima tkari babadnya 

23. mari ta ikanang thani ri cane thani watëk tinghal pinghai kewala sïma 
raraa swatantra kapramana denikaug wargga ri cane kapa | gëhaknanyan 
taniolah ngke ri sïmanya i cane ta (lees ka) 



22 tanarf/iikana-tanatvikana. 



125 

24. panggiha deni sawka wetnya hlam dlaha ning dlaha tan kolahulaha 

de sang anagata prabhu nguniweh sang anagata wineh ti | nghal pinghai 
makatëwëka pangdiri grï maharaja ri 

25. maniratnasinghasana makadatwan ri wwatan mas yapwan hana sira 
lamlam tanengët i rasa sang hyang ajfia haji prasasti | umulahulah ka- 
swatantraniking slma ri cane 

26. knana ya nigraha ma ka 1 su 5 mwang salwirning pancamahapataka 
bhuktinya ring ihatra paratra indah ta kita kamung hyang | crï hari- 
candana agastimaharsi pürbwadaksina 

27. paycima nttara madhya urdhamadah rawi yagi ksiti jala pawana hutasana 
jayamana akaga dharmma ahoratri | sandhyatraya yaksa raksasa pisaca 
preta 

28. 9ura garuda, gandharwa graha kinnara mahoraga catwari lokapala yania 
baruna kuwera basawa putradewata | paüca kusika nandiywara mahakala 
sadwinaya(ka) 

29. nagaraja durggadewï eatura^ra anakta (lees ananta) sang hyang kala 
mrtyu gana bhüta rëngyëkën ikï pamaugmang ning hulun ri | kita ka- 
mung hyang yawat ya hana umulahulah i 

30. keng slma ri cane asing lwirani kawvvangan yajah tasmat kabwat karm- 
maknanya pati denta kamung hyang pisitarudhirabhaksanat 

Rechterzijde onderste regel. 
| pangan dagingnya inum rahnya atmahanya tibakën ring ta 

31. mra goh mukha lwira nikaag umulahulah ikeng sïraa i cane kawruha- 
nira || o || 

Boven op de rechterzijde vindt men nog: 

sa 20 

basacra kaki mogëm 

manicrih samgat urnëk 

galëng ganita tirëm 

kaki u/ëm ganggang padëm 

ambo tamping raghanëm sutaman 

LIX. 

Steen, evenals de vorige, waarmede hij opvallende gelijkenis vertoont, 
fkomstig wellicht van Soerabaja, thans als D 22 in het Museum te Batavia; 
bklatsch Oudheidk. Bureau no. 198 en 250. Dr. Brandes beschrijft den steen 
ï den Catalogus (p. 380) aldus : 



126 

„Groote steen met dakvormig hoofd, gewelfde vlakken en voetstuk, uit 
één steen. Zwart niet een donker rooden tint. Zeer verweerde bazalt. Zeer be- 
schadigd. Aan vier zijden, en op één bovenvlak beschreven met oostelijk oud- 
Javaansch schrift. Aau de voorzijde slechts van het onderste gedeelte eenige 
regels, en dat nog fragmentarisch, te lezen, ook van de achterzijde en vooral 
de beide zijvlakken is bovenaan veel onleesbaar. De achterzijde, waarbij de 
regels van het linker zijvlak behooren, draagt 29 regels schrift. Afkomst 
onzeker (Soerabaja?), Tijdschr. Ind. T. L. en Vk., XII, 585; vgl. no. 25. 
Hoog in het midden 140, aan de zijden 104; breed van boven 90, van onderen 
80; breedte van de smalle zijden 24 boven en 26 beneden; voetstuk hoog 24, 
breed 100 en 57. 

Pracasti van het verheffen van de desa Patakan tot sïma, voornamelijk 
ten behoeve van sang hyang Patahunan". 

Achterkant. 

1. tantra tan ka(ta)mana deni wina(wa 

2. prakara sang mangilala 

3. (pa)ngurang kring padëm 
4. 

5. 
6. 

hirana tuha dagang juru gusali 
sar tuha | 

7. pawungkunung pulung padi ma 

wli hapü wli panjut wli wadung wli tambang urutan 
dampulan 

8. pasukalas jukung moyan skartahun panusuh pama swara 
mahaliman kdi walyan sambal sumbul | 

9. watëk i jro ityewamadi tan tama riking sïma ri patakan samang- 
kana ikang sukhaduhkha magöng madmit kadyangganing mayang | 

10. (pa)ti wangke kabunan rab kasawur ing hawan wakcapala dühilatën 
hidukasirat hastacapala mamijilakën wuri ning | 

11. tan angca pratyangca danda kudanda mandihaladi ikanang wargga 
sïma ri patakan makadi buyut banil lawan anak(nya) 

12. kang micra manambul mangdyun manghapu mangharëng 
nianüla wungkudu manglurung manglaka manawring mamahangan | 

13. la magawe kisi payung wlü rungki upih kajang mamubut manga- 
nam manahab mamisandung manuk makala kapwatika kaprama | 

14. kanang wargga sïma i patakan makadi buyut banil lawan anak 
sarika samasanak karuhun bhatara ri sang hyang pata | hunan ri pata- 
kan tan kalungana 

15. ngikang wargga kilalan kling aryya singhala pandikira drawida campa 



12? 

rëmën kmir raambang hawang huüjman senamukha warahan | mapat/ahi 
kicaka tarimba awayang | 

16. atapukan abanol salaran wargga ri jro asing makawarggaya sawrtyanya 
sing de9a sangkanya yawat ya tunggu riking sïina | ri patakan sang 
liyang patahunan mwang | 

17. kang wargga sïma ri patakan nguniweh buyut banil la wan anak sarika 
pramana ri sukkaduhkhanya kabeh kunang ikang sarnbyawa hara 
kapwa hini(ngana)nkwehanya ika | 

18. tan knana de sang mangilala drabya haji yan pangulang kbo prana 
rwang puluh kbowanya yan sapi prana patang puluh yan wdus wwa | 
lung puluh andah sawantayan agrl 

19. pasang mangarah tlung lumpang mamutër tlung lumpang pande 
wsi tlung paryyën pande tamra kangca raas amalamalam kapwa | rwang 
paryyën padahi rwang tangkilan unda | 

20. hagi amaranggi kapwa satuhan atwih sawide acadar patang pacadaran 
atitih sakulit angramu adagang angramu ka nga | sing ramwan parahu 
langkapan siki ta(ji) | 

21. ki yapwan pinikul dagangnya kadyangganing abasah masaya 
w</tmalangawari niakapasa wungkudu pamaja wuri timalx ta mra | wuyah 
padët delan Inga gula la | 

22. as burar kasumbha prakara ning dwal pinikul kalima bantal ri 
satuhan pikulpikulanya ri sapikulan tlung tuha | n atah hingananya 
salwira ning bhandanya i | 

23. kang samangka tan knana de sang mangilala drabya haji asing dega 
parananya ndan akniitana ya tulis mangke lwiranya ya | pwan hana 
kalwihnya sangkerikang panghïngi | 

24. knana sakalwihnya de sang mangilala drabya haji soddhara haji 
tan adhikana mangkana turunyanugraha frï maharaja | irikanang kara- 
man i patakan, makadi | 

25. buyut banil lawan anak sarika samasanak tan ulahulahën hlem dlaha ning 
dlaha yapwan hana sira lamlam ta j n mengët i rasa sang hyang ajna 
haji prasa | 

26. sti umulahulah kaswatantraniking sïma ri patakan knana nigraha ma 
ka 1 su 5 mwang salwirning pancamahapataka bhuktinya indah | ta kita 
kamung hyang crï haricandana aga | 

27. sti maharsi pürbwa daksina paccirna uttara madhya urdh(w)amadhah 
rawi <jaci ksiti jaladha pawana hutasana jayamana | kaca dharmma aho- 
ratra sandhyadwaya 



21 padët-Htadët. 



128 • 

28. yaksa raksasi pisaca pretasura garuda gandharwwa graha kinnara maho- 
raga catwari lokapala yama baruna kuwera bapa j wa putradewata pan- 
cakusika nandï9wara 

29. mahakala sadwinaya(ka) nagaraja durggadewï caturapra ananta sang 
hyang kalamrfcyu gana bhuta yavvat ya hana umulahulah iking | sïma 
i patakan jah tasmat lwirauya 

LX. 

Steen, vroeger staande op bet residentserf te Soerabaja, tbans als D 16 
in het Museum te Batavia. Een afschrift wordt vermeld Not. 1876 p. 81 ; 
abklatschen zijn in het Oudheidk. Bureau, no. 257 en 307, een afteekening 
blijkens Tijdschr. 47 p. 450 sq. in de Rijksuniversiteits-bibliotheek te Leiden ; 
afgietsel in het Ethn. Mus. te Leiden no. 2977 (Cat. Juynboll p. 231). Naar 
aanleiding van een afschrift onder Gericke's papieren, deelde Dr. van der 
Tuuk in Not. 1876 p. 27 mede, dat de inscriptie een edict van Airlangga 
bevatte en een overwinning op den vorst van Hasin vermeldde, en wees op 
het zonderlinge, dat dit edict op steen een Jamrapracasti (tanira =r koper) 
genoemd wordt. 

Dr. Brandes beschreef dezen steen aldus in den Catalogus (p. 378) : 
„Typische Oost-Javaansche vorm met dakvormig boveneinde en voetstuk; uit 
één steen. Zwart. Andesiet. Beschreven met oud-Javaansch scbrift van oost- 
Java op de vier zijden en de beide vlakken bovenop, nl. voorzijde 29, achter- 
zijde 40, rechter zijvlak 26, linker zijvlak 31; bovenvlakken ieder 9 regels, 
Zegelmerk. Afkomstig van Simpang (Soerabaja), Tijdschr. Iud. T. L. en Vk. XII, 
585. Hoog in het midden 161, aan de zijden 116; breed van boven 96, van 
onderen 73 ; breedte van de smalle zijden 33 boven en 31 beneden ; hoogte van 
het voetstuk 20, breedte 86 en 41. 

Caka 956 (r= A. D. 1034). Pracasti van Crï maharaja rakai halu crl 
lokecwara dharmmawangca Airlanggananta wikramottunggadewa aan de kara- 
man i Baru, die hem een nacht onderkomen hebben verleend, en hem trouw 
zijn gebleven op een hachelijk oogenblik gedurende den oorlog met den vorst 
van Mahasin. Het zegelmerk is de garudamukha. 

De volgorde van de legende is : voorvlak waarvan de regels telkens 
vervolgd worden in de 3 onderste regels rechter bovenzijvlak, en het staande 
rechter zijvlak ; achtervlak waarvan de zes eerste regels beginnen met de korte 
zes eerste regels op het rechter bovenzijvlak en vervolgd worden op het linker 
bovenzijvlak; en bij de overige regels de overige op het linker bovenzijvlak, en 
die van het staande linkerzijvlak behooren. Beneden op het voorvlak vindt 
men nog eenige woorden die met de inscriptie zelf in geen verband schijnen 
te staan". 

Voorkant en rechter z ij kant. 

1. || o |] swasti cakawarsatïta 956 waicakhamasa tithi saptamï krasnapaksa 
pa wa a wara wugu | wugu dhanistanaksatra wisnudewata brahma 

2. yoga wawakarana carapürwwastbaua irika diwaca ny ajna 91*1 maharaja 
rakai halu 9rï lokecwara dha | rmmawangca airlanggauantawikramot- 
tunggade 



129 

3. wa tinadah rakryan mahamantri i hino prï sanggratnawijaya dharmma- 
prasadottunggadewï uuiingsor i rakryan | kanuruhan pu dharmmamürtti 
narottamadana 

4. gvira rakryan hujung pu amrta kumonakën ikanang karaman ring baru 
makabeban padamlakna sang byang ajna baji tanira pra^a [ sti tinanda 
garudamukha kmitananya sambandha 

5. ri panghinëp paduka £rï maharaja irikanang thani ring baru maprayo- 
jana irikanang ratri ri sdanganyan jaya^atrwa £rï maharaja ri(ng) | sa- 
mara kumawasakna musuhnira ikana 

6. i basin atëhër timmnggalakna ikanang prthiwïmandala an sïina parnna- 
ban ikanang thani ring baru dening rama ring baru inakabeba | n 
samangkana rasa ni pratijna paduka £rï maha 

7. raja ring kulëm siddba manorawa pwa paduka crï maharaja karubun 
mpungku ^aiwasogata rsi rnakadi samgat parblyan dang hyang maba- 
nanda | makacihna ri kakawnang nikanang ratu i basin sampu 

8. n pinjaban saksat warttamana katon denikanang rat kabeh pinituturan 
pwa paduka crï mabaraja de samgat landayan rarai pu ba | ma mwang 
samgat luwëm rarai pu manuritan 

9. dadiningkadi sira prabbu mitthjathawana an bana pra pangu- 
lem irikanang tbani ri baru an sïtna parnnabanikang thani ring baru deni 
sa | manya ring baru matuha man wam makabeban 

10. yatika mangkin asamasama nirmalajna ni paduka crï maharaja ri parni- 
singgihnira ring pitutur samgat landayan rarai mwang samgat lu | wëra 
rarai yata karana samgat pamani 

1 1 . kan pu godrda mwang ikanang karaman ni baru masamagrï sumamba- 
hakën turunyanugraha paduka crï mabaraja sang hyang ajfïahaji ta | 
mrapracasti kmitananya sadhananyan siddba 

12. kna sapangutus paduka erï mabaraja kapanggiha deni wka wetnya blam 
i dlaha ni(ng) dlaha apan atyanta gong ni pürwwarna erï mahara | (ja) 
ri sakweh ni sahayaniran krtapadaua la 

13. wan cïlagrahamra wastra ring jatanuraga ganggaprawaha iwa /anuragan 
paduka crï mabaraja ring paraporajana sampun kapraka | 9a ri sapary- 
yanta ning yawadwlpa lumra tkaring dwï 

14. pantara yatika kadi hill ning gangga drsni pangupakara 9rï maharaja 
saba lawan wdihan pamodana irika sang cakticüra yan ] tambëbani(ng) 
sahaya balaraksaka ri crï mahara | 

15. ja mangdadyakna kalahaning catru digjaya paduka crï maharaja ring 
samara waluyani krta ning bhuwana pagëbauing caturwarnua catura^rama 

| karuhun punar jlwa sang hyang sarwwadharmma sama 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. 9 



130 

16. lostakaücanajiïana paduka £rï rnaharaja yawat sadhana ning amahay- 
wang blmwana donanya matangnyan inanugrahakën | paduka prl rnaharaja 
sang hyaiig ajüa haji ta | 

17. mra pracasti kmitana nikanaug karaman ring baru makabehan ring tan 
kawukiwukilauya de sang nayaka pratyaya wineh airthani | hlam i dlaha 
ning dlaha nguniweh sanganagata 

18. prabhu mari ta ikang ring baru thani watek airthani kewala ikanang 
karaman ring baru juga pramana makasïma ikang ring baru tkari | 
sukhaduhkhanya magöng madmit parnnahanya 

19. swatantra tan katamana deni winawa sang mana katrïni pangkur tawan 
tirip mwang saprakara sang mangilala drabya baji wuluwu | lu magöng 
madmit makadi mifra parami^ra 

20. pangurang kring padëm manimpiki paranakan limus galuh mangrinci 
manghuri parang sungka dhura pangaruhan taji watu tajem | suknn 
bain warak rakasang ramanang pini 

21. nglai katanggaran tapabaji airhaji malandang lea lablab pakalangkang 
kutak tangkil trpan salyut watu it'alah pa | manikan sikpan rumban 
tirwan wilang tha 

22. ni wiji kawah tëngkes mawï manambingi tanghiran tuba dagang juru 
gosali mangrumbai manggunjai tuhanambi juru kli | juru hanjman juru 
judi juru jalir pabisar 

23. panggulung pawungkunung mi^ra hino mi^ranginangin wli tambang 
wli bapïï wli panjut wli wadung palamak urutan dampulan | pakalungku 
karëngrengan tpungkawung sungsung pangu 

24. rang pasukalas sipadwilut juku(ng) paningangin pamawasya hopan pan- 
rangan skar tahun a ha | ma awur panigang blah patatar tam- 
pa si 

25. rir parajadala pagara/capan pawdihan pamahat manglaka pasangani pa- 
tangkalan widu mangidung watëki | jro ityaiwamadi kabeh tan tama ta (?) 

20. irikanang thani ring baru kewala ikanang karaman ring baru sapacuk- 
fchani kabeh juga pramana ri sadrabya bajinya j magöng madmit prakara 
mwang ri wnanga ramanta ring (ba) 

27. ru mapada( )rwang rabiring sapadagang apatitiha abasana angawari acama- 
ra banyaga atukla apubara a | ngulanga abakula salwir ning sambyawabara 

28. bbanda paribhandadwala wwelya mwang masulpika pandai mas pandai wsi 
pandai kaïigca lawau ri wnanganya mahuluna dayang bunjman nambi 
jënggi pujut asing 



24 tamp«-tampü ; 25 parajaclala-par;ijap/(ala. 



131 

29. salwiranya tan swïkaranakan// ramanta ring baru kabeh irika samang- 
kana ikanang sukha duhkba kadyangganing mayang ta | npawwah walü" 
rumambating natar wipati wangkai 

Achterkant en linker z ij k a n t. 

1. kabnnan rah kasawuring natar bidu kasirat | dübilatën sahasa basta- 
capa 1 la wakcapala mamijilakën wnri ning kikir ma 

2. muk mamumpaug ludan tütan angcapratya | ngca danda kudanda man- 
dihaladi prakara ikang | karaman ring barn sapacuk tbani pramana 
irika 

3. makar-arana kahyangan kinabbaktyan ramanta ring | barn sang byang 
bnwan sang byang dëpnr sang hyang kawyölan sang byang j rob samang- 
kana kadeyakna tanda rakryan ring 

4. 6alan kasinggaban sowara sang mangasö magöng | madmit tka ri para- 
wadwa haji wadwa i'akryan parajuru hamba rakryan ryya | wan bamba 
rakryan rajapntra rajaputrï 

5. rakryan strïbaji makadi bamba rakryan inaha | mantri mwang bamba 
rakryan crï paramecwarï tkarikanang magalah mamanah magandi 
ma | tëngran makuda mabaliman makarapa 

6. karungan pawdusan mahwan lambu baturan jang \ baturan padu paba- 
raka kdi walyan sambal sumbul hnlun baji jënggi singgab mabrsi 
mawn | lnwulang ityaiwamadi kabeb an kapwatasi 

7. rajöfimatëkyëna tan baryyabaryya cila irikang tbani ring barn tan panga- 
lapa tënamtënaman salinarangnikeng ta | nayan tbani hampyal pring 
ptnng pneang sërëh kayu | 

8. kayn sarwwapbala mnlapbala tkaring wnang wnang prakara kapwatika 
tan baribarin denira yatbanya tan pamnbara pramada ri(ng) si | ya- 
pwan hana sira kamatan tan yatna i sarasa (sang) bya 

9. ng ajna baji. tamra prasasti kmitanikanang karaman ring baru sapa- 
cuktbani matuba manwam kabeb ya sangkanani pramadanya salwirning 
langla(ng) | sang byang ajüa baji lwiranya knana nigraba ka 4 

10. ma su 10 likbita patralekba manuwul matangnyan pangaw^^ökën pasëk 
ikanang karaman ring baru makabeban i rakryan kanuruhan wdiban 
yuga i | rakryan bujung wdiban yuga 1 samgat landayan wdi 

11. ban blai 1 rakryan jasun wungkal wdiban hlai 1 samgat landayan rarai 
wdiban blai 1 rakryan palinjwan wdiban blai 1 samgat luwëm rarai | 
wdiban blai 1 samgat pajabungab salimut blai (1) 



29 swikaranakang-swikaranikang. 



132 

12. sira mpu ring paruhapa ragi lilai 1 sarngat pamwatan ma 4jurusamya 
i kahuripan jati ma 14 akurug i tinglial pinghai kaki rajya ma 1 | 
ku 1 juru kuda unggën ma 1 ku 1 makadi samgat 

13. parblyën salimut yoga 1 || o [| pratyeka ni nama nikang karaman ring 
baru sapa^uk thani matulia manwam kabeh tumarima anugraha paduka 
frï | maharaja sang byang ajna haji tamra pracasti düwa 

14. ni puna^a padma tenggö kaki lego lego bhagawan godbrman kaki adra kaki 
pingul basija kaki basija kaki warta udati ritak balde kudëng maw- 
wad | pingul pabit manikara sondong kaki badoti 

15. badoti dolo buddhange bungkaluh katon slma nini bagidih rënëb dëpur 
suwëg* kaki gotiï kaki bongok tunffgu hyang landëh atuha I samangkana 
saug rayana kaki wata kaki purug juru panjir 

16. kaki truh kaki srgut tumbas ningkal padar wëwëkan badong uja kli 
të.tëg godri tangkëb silum buru berëk gandar paragul | jembëh kulima 
kuderi bantyak glar cetëm ma 

17. ningbat bamala pragbata singkab batul boreb gotami kaki abub mang- 
gar kaki agbëtë kaki abul dasar pnëd kaki ba | ranggoh mancam dacrï 
udël gina bhënjit 

18. ciwab mal kaki hadang bakal këbëk bungkab sawo lisyan monën 
bukuh kasap cupona kaki saritëm saritëm rëmbu j mutanem hayyën dënuh 
mandëg wulik nudi 

19. grï koyrl naris mauub utë gereneng kaki sutanem gëg} r ën gawang 
disara kaki badyën || duwani gunung darat truk | manarat katir wngek 
rosi ma w wad 1191*1 

20. dti munggang gaban kacaug dbanajo gawang wenyën rawa aguta ang- 
gita bacu undah nini tëher ënukbuddhijo sëmbak godëngga | sentel malëk 
barat gosti agone 

21. kaki ugrauian pajatyan bhateri dayadya lumbang atuha samangkana 
butatut kaki dharana kaki turuk tal juru sama | ngkana ganitra || du- 
wani dëpur maning jaiijëk 

22. gowana ajot drayo sampor wabana uwi usën udikb tuwuh agotëm badrik 
hing buik udi dunggi | mabitëm wabya soddba jugil antëb ka 

23. ki robbitëm jagra kriya baiak rajaiia grk angkën sambat yodini golo durat 
juugan basë(ng) wulyan a | gëm baranggo kukup galeng plëwok waka 

24. bayangan pnjyan anamar bhawan daniar wiramïïn kodowok 
gumawang tanggal pagyën gusa | r galimpo gabyang trikëm sondok 



12 unggün-nganggin; 11 punapa-punaga; 17 ba/ul-ba/rul : 1!> gawang-gacang ; 20 itndah-emjah ; 22 
wabya-cabya. 



133 

25. prawala nini gupëk nmi hanyan turuk gong kaki 
gubah kaki rajana buncang ampët wijyawa abrn krfcana | kaki tingkes 
kaki angken binag buddbiwu uha 

26. atuba samangkana kaki antop kaki sëndëng kaki 
basdang ugrec;a heman kaki cakal kaki aryyana ba | tan buyut sagar 
pu godr juru godbara 

27. nan tondëm nini halinter tulus dbanaja kobana nu- 
wul modik kaki sëgeh pingul nini wakal mina gamit sagal sari iccba ni 

28. wang^-a nini aibong bana nutug grbana winaya ali 
meruk angkën gamparan munduku sarala gëntar | di£rï pidyah bacol 
anti purusa tikus 

29. ab unggwan bbingakuh amen ampag tejani abbitu sabbalwab 
uni arüm dugaman lodan ay wan citi | m pingbai wudël dungab bumu(ng) 
gayung bbutaka 

30. trikëm abuh wëtëh rimbit nulus unjman diso pindyan wrat mabawan 
wabiman umëk gampar kaki [ bagukri burunju sumrlk basëgëh guiuan 

31. udini kaki manëtën wuri bunjara bbitëm prgol atuba samangkana 
harap rëmbho guwawo kaki lo | dan /.aki benggö winkas kaki grhana, juru 

32. samangkana rahab [| düwani pkan godbana mëndah gosinëm nini bagan 
gëmbo dharmmaja tguh manda jitem | pilang murab nini badewek umbëg 
këjëbatu 

33. yodba kaki yodha bancal bungkalub nini ndat adot ibu gowistha buyut 
rna buddhi manjok sadan | mulya kiran suddhika suddhinëm paragul 

34. kaki lembana mantim crutung kaki blam kti lunggub kaki manada 
pangi mgut nuter ngewob alëm sura abo | s tinëm gumuk manik nini 
manik ka 

35. ki bbawana wagab gati maman dbrrmma surël sampët mandal bangkak 
mrgas bopekol jiwati sati'a | marmma rans nibak saniddbyaniandawa 

36. mandala tëngge tirëra morigwa badati pagut widdhi 3 bog bikukal 
raman kald adiya purulu nimi maryya- 1 tama gondok dadi kaki towok nini 

37. tungi' taraban dawëk kaki' sëngka buddbaja atuba samangkana( )man 
( )no kaki tirim nini badyan godrda kalih kaki bana gowista kaki 
winaya salaka 

38. bajën samangkana kweb nikananang karaman ring baru sapafukthani 
matuba manwam kabeb tuuiarima anugra j ha paduka ^rl mabaraja sang 
byang ajna ha 

39. ji tamra prayasti yapwan haua sira wwang duracara tan yatna i 



25 praw;ala-pracala ; 27 wakal-cakal ; 36 het cijfer 3 in Oud-Javaansch karakter. 



134 

sarasa nikeng sïma ngke riug baru kabwa | t karmaknanya salwirning 
païïcaniahapata 
40. ka bhuktinya ring ihatra paratra awïïka tan trnwa sama muwak ya- 
janma kiwatëngën pakelakning janma tma | hananya || o | 

LXI. 

Steen, staande te Kelagèn (afd. Sido-ardjo, res. Soerabaja) en volgens 
Rapp. 1905/6 p. 119 „met gebolde voorzijde, • dakvormig afgedekt, besebreven 
met 31 regels ond-Javaanscb scbrift, zonder zegel. Het onderstuk is als een uit- 
springend ovaal voetstuk gebeiteld . . . Hoogte over bet midden 2.03 M., breedte 
boven 1.14 M., beneden 1.15 M." Een abklatsch werd aangeboden Not. 1888 
p. 12, Oudheidk. Bur. do. 46. Dr. Brandes deelde in Not. 1.1. p. XIII bet vol- 
gende mede: 

,,Het Kelagenscbe opsebrift, voor een zeer groot gedeelte magnifiek ge- 
spaard, is afkomstig van Airlanggha en uitgereikt in 959 ^aka. Als kraton 
van dezen vorst, waarvoor ik elders vond Wwatan mets, wordt bier genoemd 
Kahurïpan. Hij zelf wordt zijdelings cakrawartta gebeeten en van hem wordt 
gezegd dat hij siniwï ri Yawadwïpamandala. Ook dit opschrift handelt over een 
dawuhan door Airlanggha aangelegd te Waringin sapta. Deze dawuhan moet 
dienen om het water van de groote rivier (bangarvan) af te leiden, want, zoo 
staat er, na een opsomming van plaatsen en heiligdommen, samangkana kweh- 
nikang tbani kawaban kadëdëtan cariknya denikaug kanten, tmaban biingawan 
amgat ri Waringin sapta enz., d. i. „van deze allen zijn de carWs (sawahs of 
dijken) overstroomd en vernield (?) door (het water van) de kali, ten slotte 
brak de rivier door bij Waringin sapta", — ten gevolge waarvan de drahya 
haji vermindering leed, en alle enri/e's verdwenen zijn, want zeer moeielijk kon- 
den de opgezetenen de rivier, waar zij doorgebroken was, weer bedijkt krijgen, 
herhaaldelijk gaven zij er zich moeite voor, doch het lukte niet; waarop de 
vorst er zorg voor heeft gedragen tot groote vreugde vooral van de scheep- 
varende handelaars, ook van andere eilanden. Deze inscriptie en de voorlaatste 
zijn dus vooral daarom van belang omdat zij leeren dat reeds in zeer lang gele- 
den tijd men aan den benedenloop van den Brantas voorzieningen heeft moeten 
treffen, en men het zijne heeft verricht om te bewerkstelligen wat thans met 
de sluizen van Mëlirip wordt gedaan". 

Naar aanleiding hiervan deed Dr. Verbeek in Not. 1889 p. 8 sq. 
mededeelingen over de vermoedelijke plaats van de doorbraak en van de ligging 
van Kahoeripan. 

1. || o || swasti cakawarsatïta 959 marggaeïramasa, tithi pratipada eukla- 
paksa, pa, po, cu, wara dungulan (graba)cara bayabyastha, jyestanak- 
satra cakragui dewata, dbrtiyoga, wawakarana, irika diwacanyajna crï 

2. mabaraja rake halu crï lokecwara dharmmawangca airlangganauta wi- 
kramottunggadewa, tiuadah rakryan mahatnantri i hino crï sauggrama- 
wijaya prasadottunggadewï, umingsor i rakryan kanuruhau pu dharm- 
mamürtti narottamajana 

3. nacura, i pingsornyajna crï mabaraja kumonakanikang ratna jataka i 
kamalagyan sapasukthani kabeh, thani watëk pangkaja, atagan këlpu- 
rambai, gawe ma l masawah tampah 6 hinajyan ma su 6 ma 7 ku 4, len (?) 



135 

4. drabyahajining gaga, kbwan pasërëhan, tkaring lwah, rënëk, tpitpi, wulu- 
wulu prakara kabeh, pinda samudaya ma su 17 ma 14 ku 4 sa 4 yatika 
inandöan patahila drabya haji ma su 10 angkanasnji 

5. masa i crï maharaja magiliuggilingan tanparik tanpapadapanglëyö, tan- 
papagaduh, tan papilihmas len drabya haji ning kalagyan sandangan 
ma su 2 ma 10 milu inandeh mataliila ma su 2 kakala 

6. ngan madrabya baji ma 1 ku 2 inandëh matahila drabya baji ma 1 
atëher tan kua ring pintapalaku, buiïcang haji turunturun sakupang satak 
sukba dnbkha magöug madmit denikang warggahatur, wargga patib, 
mwang juruuing ka 

7. lagyan ranu ring dbarmma, kewalanëmwa drabyabaji ing sïma dawuban 
i kamalagyan ring tambak ring waringin sapta juga parnnahanya kalib, 
sambandha, grï mabaL-aja madamël dawuban ring waringin sapta lmah 
nilianganak tbani ri kamala 

8. gyan, punyabetu tan swartba, kabaywaknaning tbani sapasuk hilir lasun 
palinjwan, sijanatyesan panjiganting, talan, day.apangkah, pangkaja, tka- 
ring sïmaparasïina, kala, kabigyan, tbani jumput, wiliara 5a 

9. la, kamulan, parbyangan, parapatapau, makamukbyabbuktyan, sang 
byang dbarmma ringi^anabhawana mangaran i surapura, samangkana 
kwebnikang tbani kataban kadëdëtan cariknya denikang kanten tmahan 
bang-awan amgat ri wa 

lO.ringin sapta, dumadyakau unanikang drabyahaji mwang hilang nikang 
carik kabeh, apan durlabba kawnanganikatambakanikang bangawan am- 
gat de parasamya makabeban, tan pisan pindwa tinambak parasamya, 

11. ndatan kawnang juga parnnahnya, samangkana ta crï mabaraja lumkas 
umatagaknikang tanayan tbatii sakalra re uikérke mritapa 91Ü maharaja, 
inatag kapwa pangrabda mabuilcanghajya madawuhan sangpun ta siddba 
kadamla 

12. nikaug dawuhan de cri maharaja, subaddhapagëh huwns pëpët hilïnikang 
banu, ikang bangawan amatlii hilïnyangalor, kapwa ta sukbamanah nikang 
maparahu samaughulu mangalap bhanda ri bujung galuh tka 

13. rikaug parapubawang prabanyaga sangkaring dwTpautara, samanuntën 
ri hujung galuh ikang anak thani sakawahan kadëdëtan sawahnya, 
atyanta sarwwasukha ni manahnya makantangka sawaha muwah sawah- 
nya kabeh an pinunya 

14. n tinambak hilïnikang bangawan amgat ring waringin sapta de crï 
maharaja, matangyau dawuhan crï maharaja parnnahnikang tambak ring 



9 katoban-kawahan; 11 mritapa-pratapa; pangrabda-sangrabioa. 



136 

waringin sapta, samangkana ta 91'ï maharaja hanganangan ri tantguhani- 
kang dawuhan 

15. deni kweh nikang wwang rnahyün, manglburang ya^a, ri sdanganyan tan 
tinggïn raksan parrmahnya umahana, matangyan ni ikama- 
lagyan tkari kalagyanya katnduh momalia i samïpanikang dawuhan ring 
waringin sapta 

16. an slma dawuhan 9rï maharaja parnnabanya umiwyö ikang pma- 
nanasakahaywakna sang hyang dawuhan, atëhër />angandëh drabya 
haji ma su 10 ikang ikamalagyan, tahilaknanya i ^rï maharaja ang- 
kanasuji ma 

17. sa, kapanggiha ring tambak ring waringin sapta, ikang kalagyan san- 
dungan milu inandëh matahila drabya haji ma su 2 kapanggiha ring 
tambak denikang warggahatur angkanasujimasa, kakalangan mangandëh 
ma 1 kapanggiha ring tambak 

18. denikang wargga patih, pirak salumari ri de^anya patahilanya tan piri- 
tën, dalanyan lmahnya dinawuhan 911 maharaja, dumadyakan krtaning 
rat, mwang punarjlwanibhuktyan sang hyang sarwwadharmma, sïmapara- 
sïma, kalakalagyan 

19. thani jumput, wihara, cala, kamulan, parhyangan, parapatapan 
kabeh, makatëwëka pangdiri frl maharaja makadatwan i kahuripan, 
an sira saksat sumiram ikïng rat kabeh ring anuragamrta, mahudanakan 
klrtti, u 

20. mangun sakaparipürnnakna sang hyang sarwwadharmma, ri pamëpëgni 
kayowananiran sinïwi ri yawadwlpamandala, hetuniran panglrakan dharm- 
makucalamüla, tirutirïïning rat kabeh, kapwa magawaya yaga, apan 
mangkana pinakaswabhawanikang 

21. sira ratu cakrawartta, umangun pamanggihanikang rat hita pratidina, 
panglinggananikang sabhuwana ri tan swartha kewala erï maharaja, 
yawat kawangunaning yaca donanya, an kapwa kinaliuibang juga denira, 
sahana sang hyang sarwwadharmma ka 

22. beh, mangkana karananiliang ikamalagyan au shiima de 91I maharaja, 
wintdi makmitana pra^asti munggwing tilik wungka], mwang katmwaui 
drabyahaji nikala(ng) kalagyan ing sdeng madawuhan ikamalagyan ring 
tambak ring waringin sa 

23. pta denikang wargga hatnr mwang wargga patih, mapanggihapagëha- 
kalilirananiwkawetnya hlam tkari dlahaningdlaha, an sïuia dawuhan 91*1 
maharaja parnahnya, nayaka pratyaya tkari ng pinghai wahuta ra 

24. 



137 

LXII. 

Steen, afkomstig van Soerabaja, thans in het Indian Museum te Calcutta. 
De steen is aan twee kanten beschreven (Notulen 1911 p. 42); aan de ééne 
zijde staat de Sanskriet-inscriptie, uitgegeven door Prof. Kern in Bijdr. Tl. Lud. 
Vlkk. v. Ned. Indië 4, X p. 1 sqq. (voor verdere litteratuur zie men Verbeek 
p. 225 en beneden aangehaalde Notulen); aan de andere zijde de hier volgende 
Kawi-inscriptie, waarvan melding gemaakt wordt door Prof. Kern 1. 1. en waar- 
van vervolgens een enkele mededeeling gedaan werd door den Heer Rouffaer in 
Not. 1909 p. 177 en 180 sqq. Abklatschen Oudheidk. Bur. no. 155 en 548. ] ). 

1. II o II swasti cakawarsatïta 9G3 karttikamasa, tithi daeamï cuklapaksa', ba, 
pa, bu, wara wayangwayang, caragraha bayabyastha, uttara( )dratanak- 
satra, ahirbudhadewata bajrayoga ka 

2. raua, barunya mandala, irikadiwacanyajüa crï maharaja rake halu crï 
lokecwara dlarmmawangca airlangganantawikramottunggadewa, tinadah 
rakryan mahamantrï i hino crï sama/awijaya dha 

3. mmasuparna hanala hutunggadewa, umingsor i rakryan kanuruhan pu 
dharmmanmrtti 

n ing barahëm ing /vasuri, imah ning warggapingh 

4. 

susukën( )ma/}e/knapamadë- 
ganaui dharmma karsyan, crl maharaja, sambandha, a 

5. nhana ista prarthana crï maharaja ri kala ning pralaya ring yawadwïpa 
irikang cakakala 938 (928) haji wurawari an wijd sangke 
lwaram, ekarnawarüpanikang sayawadwïpa rikang ka 

6. la, akweh sira wwang mahawicesa pjah, karuhun an samangkaua diwaca 
crï maharaja dewata pjah lumah ri sang hyang dharmma parhyangan i 
wwatan, ring cetramasa, cakakala 939 3 ) sdang walaja 

7. ka crï maharaja irikang kala, prasiddha namblas tahun wayahnira, tap- 
wan dahat ing krtaparicrama nireug sanggrama, makahetu rarai nira, 
tapwanenak bangënggi denira rumë 

8. gep pasaringkepanyayudhanira, kunang ri saksatiran wisnumürtti, rinak- 
sa ning sarbwadewata, inahaken tanilwa liwaca deni pangawamimng ma- 
hapralaya, manganti ri himbang ning wanngiri ma 

9. kasambhasana sang tapa easuddhacara, mering lawan huhmira 

nta pradipa//i manah niran tanu n pra ri lbü ni 

paduka crï maharaja, sang narottama, 



1) Tijdens den druk van dit deel verscheen ook van de hier volgende inscriptie een publica- 
tie door Prof. Kern in Bijdr. 67 pag. 6:0 sqq. 

2) In de transscriptie in Oud-Javaansche karakters; 8 pasaring-paparing. 



138 

* 

10. sang jrianira, siradining huluu crï maharaja aticayeng drdabhakti, ham- 
bak tansah i ayunan crï maharaja, uiilu walkala dhara pinakarowang 
crï mabaraja ing( )a harasa/w 

11. ra sang bhiksuka wan&praslha, yatanifcwVzdi crï mabaraja rika bhawanan 
bhatara ring ahoralra, nimitta ui mahabharanyasih ning sarbwadewata i 
crï mabaraja, an sira pi 

12. wratyaya ning sarbwadewata, a//>apadi pat/amölana bbuwana, kumalilirawa 
kulit/raki, makadrabya raja laksml, muwahakna hasa nikanang rat 

sang hyang sarwwadharmma 

13. humaristakna hanifuning bbuwana, mangkanabhimatauing sarbwadewata 
i crï mabaraja, buwus ta erï mabaraja krtasangskara pratista ring sing- 
basana, mwang an ka gong ning piixx crï ma 

14. haraja haridewata sang lumah ring iganabajra ikanang halu pinaka 
lcapralisth.au crï mabaraja, matangyan rake halu crï lokegwara dbarm- 
mawang9a airlanggananta wikra 

15. mottunggadewa sangjnakas/wan crï maharaja, de mpungku sogatamahe- 
ywara mahabrahmana irikang cakakala 941 i /anpahingan crï maharaja 

ke 

16. n sabha mata ning sarbwadewata i sira, kapvva kalim/w hri pha/a 
( )hyantara denira tan ka^alimura i dharmma dfn( )ja 

jro mra 

17. nikang singho nira, mara ni sakwehnikang mangbyauga- 
drabya, sapinakahanitu ni yawadipa, prabheda 

18. nginaranan nakeka- 
le mwang si^ading, narawa^esa i ka de 
crï maha 

19. tahnn an rika 

nasikanang sarat pinjahaning mwang 

irikang cakakala 951 rikanang pilu lumampah 

20. ta crï maharaja dumonikaug panda guru tumanggal cad- 
dhya decani ratan, ati£ayeng mahabala 

21. sa n paharpharpan mwang baji wanghir, hawada ta ika de 
51-1 maharaja irikang ^akakala 952 mangkinakuyanahan? 

h ta 



18 siba<1ing-sita<Jiiig' ; 21 wangkir-wëngkër. 



139 

22. roinggalakën karajyanira ngn ha kadatwanilëwa bunutnikang 
de^a galuh niwang de^a barat, an tinkan sinahsanirikang ^akakala 953 

g,rï m ah ara 

23. ja, h ata ika de gvï maharaja irikang ^aka- 
kala 954 sahanani wa laug mwang harp* , bu 

24. b n sahananikang 

de 9rï 
maharaja, haji Wurawari tawi prï maharaja ata maka 

25. purusa ka hilang nira, sang yrï maharaja mwang 
rakryan kanuruhan pu narottama, rakryan kuningau pu niti, ri kala crl 
maharaja haneng mnfilia 

26. hinganya 91Ï maharaja mangkana hilang ui sahana ni hani- 
hanitu ni yawadwïpa. knnang kramanika hilang haji u'ëngkër de crï 
maharaja, ingakadatwanira ri la 

27. pa sira pratinayakahina ro decani rang l> en asuji masa de 91I 
maharaja, mnwah irikang ^akakala 957 wwaya la samangkana ta sira 

28. rajaya ri tapa de crl maharaja, siramnh manusupamet de durgga, 
matinggal tanaya dara tkaring rajadrabya rajawahana prakara, rika 
hlëma 

29. nya irikang cakakala 959 repmanusup haji ri hapang mwang bala- 
nira samasih ri sira, kawnangta sira ri sarasaratu wanipa pangan, 
ha s panaka ta 

30. pa l,an Aanda sira de crï maharaja apalinggih modóda ri singhasana, 
sampan sangksipta ikang pralaya ri yawadwïpa, matlasanika sanggrama 

31. nhana sangcaya ni manah nikaug pa( )yanacchaya- 
ni paduka 91*! maharaja,. matangya siddhakën prajlnanira, madamël 
ya9a pa 

32. tapaning pucangan san rake yangkën mantra sta( )namas- 
tara 91-1 maharaja ri bhatara hari sari, mwang palinggananikang rat, 
karnhnn sangana 

33. gata prabhu tkari dlabaningdlaha, ri krama ni 9rï maharaja muna- 
jikaken satywataning sayawadwlpa, apan sang anadi prabhu sakwehuira 
siniwi ring 

34. yawadwipa 

nenira, tkamang-orih hayu nira kabeh rino 1 anadi, tatan mangkana 

9rï maharaja 



22 fturiiiJ-ftimifc; 32( )hamastara-wana sangskara. 



/ 



140 
35. 



nira mwang «6/mnata crï maharaja mai/wa 

36. nam ti 

bino madrabyahaji ma su 1 

nikang 

37. yacapatapan i pücangan, manten ta ikang lmah ri pncangan i wflbem 
i basuri 



38. sang byang yaca patapan 
i pücangan 

winawa sang mana pa 

39. ngkur, tawan, tirip, mwang nayaka, partyaya, pinghai wahuta 
rama, mwang sakweb sang mangilala drabya baji m 

40. khaduhkha, sakweh lwiranya sa- 
hingan i lmah sang byang yacapatapan i pücangan 



41. 



drabyabaji wula wulu mwang 

42. singa lwiranya, lumebu sang byang yaca 
patapan i pncangan, yan brahmaua ksatriya, wecya, sudra, candala, 
nayaka, partyaya, 

43. pinghai wahuta rama 

uumlahulaha kaowatantran sang byang dharmma patapan i pncangan 
mwang sahinganing lmali ni 

44. nira i bino 

sang byang yaca patapan, jah tasmat kabwafc karmmaknanya, 
candinira maha 

45. pataka 

citralekha 
i padnka crï maharaja sira 

46. sang hyang ajiïa haji pracasti 



141 

LXIII. 

Vier koperplaten (34 X 7,5, 7,5, 8,5 en 9 e.M.), in 1882 (Nofc. p. 17, 
63) gevonden te Keboan pasar (afd. Sidoardjo, res. Soerabaja), thans als E 23 
in het Museum te Batavia. Holle gaf in Tijdschr. XXV11I p. 479—483 een 
transscriptie en deelde tevens mede, dat de oorkonde van 964 was en handelde 
over een vrij rechtsgebied met name Clandhakuti te Kambang Qrï. Blijkens 
Tijdschr. XXXII p. 112 noot hield Dr. Brandes deze platen voor een copie 
van de oorspronkelijke oorkonde. 

la. swasti cakawarsatitta, i caka 964 margamaca tithi nawami suklapaksa, 
tung, pa, bu, wara, wuyai, uta astadeca, uttara bhadrawada naksatra, 
ahibuddha dewata wara ika ta diwaca turunyanugrahanira aji paduka 
mpungku sang pinakacatra ning bhuwana, cewakasaptati mpu mogha- 
mrathanaken (kaha) kahaywakua ning bhuwana, tlas karuhun dirghayu- 
rarogya haji paduka mpungku, tumurun tanpahambal turunyanugraha- 
nira, matekëta sira lömah, irikang rania i kambang crï, ma sü 10, ma 
10, ri lmah ning paniklan süsïïr mpü bhorna, turunyanugrahanira, wka 
nira innahaknira ri dharmma gandhakuti ing ka 
b. mbang crï, denira aji paduka mpungku, ika um^ung)gu ring dharmma 
gandhakuti ing kambang crï, wka nira wnang anganggwa payung kutlimo, 
wnang apayungngapagut sïïsün putih, wnang anganggwa sawatëki jro 
nagara kabaih, wnang agilanggilang gading, wnangngamangana raja- 
mangca, kadyangga ning wdus gunting, badawang, karung pulih, karung 
matinggantungan, taluwah, asu sër, awawara sempal, apalangka binubut 
ring balai marabya dayang, ahuluna dayang, pujut, jönggi, amupuh 
angrahana angguntingamupuheng tumpër, tansikaran dening airaji, wnang 
aringring banantën awidhanaga banantën, apatarana banantën, asuraga 
marëmpwa, ajön walang askar atuiïjung siniwak mawijakiining ana 

2a. ndangawali, dulang pangndarahan, adodota tunjuug ijo, kunit sadangan, 
nawagraha, pasilih galuh, praswatang, angungkung aturing tlung wngi, 
praswatang silih asih, bunter, majnn kanaka smutadulur, maskar athaca, 
jaruju kunang, apayung akët limo pagut, tan sikaran ta de raksanawali, 
apan wkanira aji paduka mpungku, inastityakën munggwa ring dharmma 
gandhakuti ing kambang crï wnang katmwananing stri larangan, bur- 
wan saki sangkanya kunang, sakawwanganya, mwang nhuluna raksan, 
rajaputra. rajaputri, kulaputra, kulaputri, tan sikarana sang hyang dharmma 
gandhakuti ing kambang crï, sïïsük dharmma aji paduka mpungku, apan 
parnnah sang hyang patham gilanggilang parnnah sang hyang dharmma 
b. inanakën de bhatara prajapati, tan kahawa ta sira deni dosanya sangke 
sangkanya, mangkana tingkah sang hyang dharmma gandhakuti ring 



142 

kambang Qrï, susuk dharmma paniklan susurira aji paduka mpungku 
katmwa de santana pratisautana nira, anak putu buyut cicik muning pitung 
angga siraji paduka mpungku sang munggu ing dharmma gandhakuti ing 
kambang y.rï, nihan turuni anugrahanira paningkalmira aji paduka mpungku 
kunëng ri sdënganyan para sujana ning abutang sangke sangkanya, yan 
satabil hutaug nikang urdang, ma 2, panatalanya, ja sor sangkerika sajata 
sambhawa panatalanya, mangkana rasanyajna paduka <prï mabaraja aji 
paduka mpungku wnangangkunting (lees °anggu°) rarai ring palangka süsü 

3a. n binubut, tan kaknana wulu parawulu, ludan tutau, dampulan, lancuran 
bopan, kipabkipab, tulungbyët, pinta palaku, angca pratyang^a, danda 
kudanda, skar tabun, pamawasya, süngsüng pangurang, süngsüng par- 
taya nayaka, kring limbakawab, padëm limus galub, manimpiki, salyut, 
tangkil, trpan, löbëlöb, sipat wilut, pjab lek, palamak, tpung kawung, 
misra paramisra, misra bino, bulun haji, tapabaji, sambal sumbul, ka- 
rëngrëngan, singgab pabrsi, ramanang, rakadut, bbupati, panarapati, 
walu rumambating natar rah kasawur ing natar, wangkai kabunan, 
palih kuwu, amijilakën wuryyaning kikir, malandang, löca, kutak, tang- 
kil, katauggaran, pininglai, mangngai, maguiijung, makalakala, ma 
h. nabab manambër manuk dubitëk, wli bawu, wli wadung, wli panjut, 
wli kadut, juru jalu, juru kurung, juru gusali, juru nambi, juru kuridi, 
JLiru judi, juru jalir, juru unjëman, pjah tanpa mayang, wilang tbani, 
mati tiba, mati kalöbu, mati sinabut ing ula, mati sinangbat ing sapi, 
matiyangipi, mati sinamber ing glap, mabang wring (!), manguri, ma- 
ngilala, maniga, manungkal, wungkudu, amabang pabawubawu, awaruga, 
inantun, pobbaya, parajabbaja, panginangin, angluputaknamuk, tanpaug- 
langutakna mastaka yan polih maling, wnang apadaganga, angulang sapi, 
satuban, angulang kbo, satuban, angulang wdus, satuban, angawari satubau 

4a. parahu satuban, apadaganga satuban, adrwya pande satuhan, amalanten 
satuban, bundabagi satuban ityawamadi salwi(r) magögekarmma, catur- 
pada satuhan sowang, yapwan löwih sangkerika, knana ya drwyaji, deni 
banigrama banigrami mangkana rasanyanugrahaji paduka mpungku 
katmwa dening santana pratisantananira ika ta kabeb wnang sawatöki 
jro nagara kabeh, tan siksan de sang anagata wali, tlas karuhun sang a- 
nagata prabhü, yapwan hana tanpamisinggih sarasa ni turunyanugraba 
haji paduka mpungku, tan wurung dandan de sang hyang catulokaphala 
indra, yama, baruna, kuwaira, agneya, neriti, bayabya, aisanya, kunaug 
yan hana mabakamibika, joh tasmat karbwat karmmaknanya, kadi bwat 
ning akasa lawan prthiwi mangkana bwata 



143 

b. na papanya, yan padyusa mare bangawan sanganëni wuhaya, tuwiran 
yan paraing sagara katarahaua buutëlöning tarahan, sahutëning ula 
/öuipe, ula buyutan ula yan lumakwa ringngudan sainbërën ning glap, 
hudan tan udan ya yan sambërën glap lurnaku ring gunung kalbu ring 
jurang parang, tan tike umabnya, lbwakna ring taoibra, ring kawah, 
pupubën ing gada wsi, harwakna ring curiga, de sang kingkarabala, 
dalihën tan sakolabnya pabaugbangngatwëk paduka nira ujar badyakna, 
tadahë(n) sang byang yama rajadi, pauganën ing pisaea panganën ni 
raksasa, kata putanadi, sakweb ning kang awamana ngawaghata nga- 
pakara ngapakarih, i sarasani turuny anugraha aji paduka mpungku 
|| o || om namo buddbaya nama(c) fiwaya, manamarsaya, namo brahma- 
naya | o || : 

LXIV. 

Steen, volgens Verbeek (p. 227) staande in het gehucht Troeneng 
der desa Dëmpoel, bij Kemlagi (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), dooi- 
den Heer Knebel bij zijn inventarisatie van dat gewest echter niet terug- 
gevonden. Een abklatsch bevindt zich onder no. 533 op het Oudheidkundig 
Bureau. De inscriptie is ongedateerd, doch wordt hier geplaatst, daar zij Air- 
langga vermeldt. 

V o o r z ij d e. 

1. naksatra, acwadewata,( )tiyoga, wawakarana bayabyamanda 

ka diwacanyajna crï mahara 

2. mmawang^a airlanggananta wikramottunggadewa, tinadah de 
rakryan mahamantri i hino crï sanggramawijaya dharmmaprasadottuug- 
gadewï, umi 

3. pu dharmmamurtti narottamadanacüra kumonakën ikanang i turun hyang 
thani la bdarthani madrabya haji panggihan ma 
su 8 mijilangkën asu 

4. sang hyang ajna haji rajapracasti tinanda garudamukha, pakno- 
hanya sumïma thaninya, sambandha, hi crï maharaja maprarthana 
sdangniran ïdun ma 

5. hyang rakwa prasiddha kadatwano 91! maharaja nalaha 
satwonikanang sima marisira, sampun pwa labdha prayojaua 91-1 
maharaja an huwus tan hana 9atru 

6. pi( )nya de paduka £rï maharaja, pra^ewa nikanang 
amutra hyang kawah düdu /o'ka mangabhaya manamb» sarat 
nakawamana rara bil.ya ni paduka 9rï maha 



144 

7. hana musuh ngaranya, huwus mangkana, matangnyan magaway 
paduka <prï maharaja, karyya pano J a y a 
ring samara karyya, nda tan hana papalï £rï ma 

8. bharatawarsa kapwa pranata mastaka sahananikang musuh saparang- 
mukha sa ri paradwïpa paramandala, an ivwa( )tati9ayanikot- 
tamani ginakïrttan padt« 

9. donya, apagëh ri jagaddhita, umangun kaparipïïrna/ti( )sang hyang sarw- 
wadharmma mapan pinaka tantuprasada nikanang sira ratu cakrawarfcti, 
mangkana maka dalawaltahanijïwa 

10. tna singhasana hadha karananyan sinaksat krtakënira prayojana- 
nira, 

giuawayira patapan inaranan £rï wijaya^rama, i 

11. n sira ri samarakaryya kunang lwirnikanang lmah i tnrun hyang <pnusu 

paduka, crï maharaja 
mangalor pangidulnya dpa 118 (?) hinganya lor i 

nya ki 

12. ukurni pangawetanya mwang pangulwanya dpa 90 makahingan 
lan kwbwan hinganya 

kunang nika sang wiku 

tamolaha i sang hyang dharmma la, 
ma 

13. ra bhujangga ring dapü" suwyaradina, somawaratar baryyabaryya mo 

maso^ana, ikanang makabhümi 
kasautosan la nlrmma/a 

14. wwana( )gumawayaknang kapiïjan ingahoratri nityayogaywadysajadi uma- 
ngana 

paduka crï maharaja tulusa chatra ning bhuwana 
yathanyan( )ma ivan sapra 

15. mmanira, mopambha pagëhaning jagaddhita, mwang paripvïrnnauikanang 

karulmn pocangkha sang hyang dharmma, mangkana hvï- 
ranikang sang wiku tamolaha ri sang hyang dharmma pata 
rikanang i turu 

16. han paduka crï maharaja sumïma thaninya, maryya manika/ :a len kagar- 
bha deni sakweh nira anagata wiku 

mwang tan kaparïïbyaparanya dening pinghe walm 
prasiddha kawija 



145 

17. mabaraja, kramanya inaniddbakna drabyabaji pangastanggi ma ~sü 2 
mijilangkën asuji inasa, mwang 

paduka crï maba 

18. byanikanang mapingbeyakurug tan ilu gati nikang kasïma, mang( )i /cani 
sawab( )ywau wetaui tan ka tika de paduka «jrï mabaraja 
niangkana tingkab nikanang sawkawetnikanang i 

19. ri dlabaning dlaba, parnnabnya sïtna swatantra, tan katamana deni 
winawa winawa sang mana katrini pangkur tawan tirip, pingbe wabuta 
rama lawan saprakara sa makadi mi^ra 

20. ngurang kring, padam rnanimpiki, paranakan, limüs galub, mangrïnca, 
niangburi, parang, sungka pangaruban, taji, watu tajëm, susun 
baluwarak 

airbaji, mala(ndang) 

21. b, pakalangkang, kutak, tangkil, trpan, salyut, watu walang, pamanikan, 
rnaniga, sikpan, rurnbau, wilang , wiji kawab, tingkës, rnawï, ma- 
nambangi 

mbai, manggunjai 

22. juru jalir, juru judi, juru kling, pabisar, pan^gulung, pawungkunung, 
pulung padi, micra bino, micrangïnangiri, wli bapü, wli wadung, wli 
panjut, wli tambang, wli barng, palamak, pakala 

dhiira, pasukalas 

23. jungkung, panginaugin, pamawasya, bopan. panrangan, pawusub, wuwuk, 
tundan, kipakipab, pabaye, kdi, walyan, sambal, sumbul, widu niangi- 
dung hulum' 

waroadi tan tama 

24. nang sïma i turun byang', kewala ikanang karaman i turun byang juga 
pramana i sadrabyabajinya, samangkana ikanang suhhaduhkha, kadyang- 
ganing mayang ta y kabunan, rab kasa 

25. lan, wakcapala, bastacapala, dübilatën, bidü kasirat, maniijilakën wuri- 
ning kikir, mamïïk, mamungpang 

angeapratyang^a parana(o/ nta) ya 

de sang ma 

26. nya, kewala ikanang karaman i turun hyang kapwa pramana irika ku- 
nang ikanang micra, manambul, manglakba, 

(iyun, mangbapang, ma 



25 mamumpang-mamumpung ; 2G manghapang-inarLgliarëng . 



146 

27. wurigkudu, manglurung, madamël kisi, mamubut, manganamanam, mamuia 

tan tama taya irika 
ikanang karaman i turun 

28. rnana irika samangkana ikanang wargga kilalan, kling, aryya, singhala 

karnataka 
campa, rëmba n nmkha, warahan, mapa 

29. ncaka, bawang, tarimba, uiatapakan, aringgit, abanol, sasahan, ivadhüri 

asing saprawrttanya 
nya nang 

sïma i turun byang annika 

30. man i turun byang ata pramana i sasukhadubkbanya magöng madmit, 
mwang i sadrabyabajinya, mangkana ta sakweb nikanarig masambya- 
wabara ta satamolab iri an kapwa ya binïngan i 

31. padagangnya ikarig tan knana drabya baji an tlung luhan ring sasarn- 
byawabara, i sawuluning dwal tanggal tan pangrangkëpa wulu ning 
dwal, ri satuhan sakbowanya yan pangulang 

32. tan pulub sapyauya, yan pangulang wdus wwalung pulub wdusanya, 
yan pangulang andab sawantayan audahanya, agulungan glung pasang, 
amutër satuban, atiliselaraja, 

33. mas saparëan, pandai tamra saparëan, pande kangga saparëan, pande 

danda haji satuban acadar 

34. wwïtani padagang nikanang sïma i turun byang yan pawliwli bbanda 
adgan ri paradepa satuhan 
yan knari ahiran rna 

35. asayang, angawari, makaeapuri, mangunjal, adwal kapas 

tiniab wuyub, bras, 

36. salwïrning wuluning dwal pinikul, kalima pabantalan ri satuban, 

wulu ning dwal 

37. baji sapasananya sade^a sangkanya, ndan ma 

38. baji soddbara baji tanadbikana irikang kala inangsean 

rakryan mapatib | 

39. pamlna ma 10 samgat mabïïryyangilala pra 

ma 10 samgat akudur | 



o" 



MAR 31 1916 

Oud=Javaansche Oorkonden. 

I ; l-'l I 't (l 

Nagelaten Transscripties * 

VAN WIJLEN 

Dr. J. L. A. BRANDES. 

Uitgegeven 

DOOR 

Dr. N. J, KROM. 
II. 



VERHANDELINGEN 



VAN HET 



Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen. 



Deel LX. 

Tweede stuk. 



Batavia, 
ALBRECHT & Co. 



's H A G E, 

M. NIJHOFF. 



1913. 






MAR 31 19tS 

147 

LXV. 

Twee . koperplaten (22X13.5 c.M.), gevonden in het gehucht Podjok der 
desa Dragoeng (afd. en res. Semarang), sinds 1877 (Notulen p. 103) in het 
Museum te Batavia als E 24. Bij Verbeek p. 97 deelde Dr. Brandes mede, 
dat het jaartal 1022 (?) is. 

I b. 

I. swasti cakawarsatita 1022 
2. 

lbak wukirnya 

3. këbwanya tkarikala(ng) kalagyanya 
pangurumsiginya sïma kaputrangcan de rahyang ta 
sanjayama yaya sira ma 

4. ka 1 ma su 10 mang- 
hanakan ta sira pinggir siring pinghe makurug saksimran( )anusuk sima 
i pupu*/ paweh 

5. paséh pasak pagëh 

patih i pulu watu i lengki posaka wineh 

pasëk ma 10 patih ri kilipan rikapatiya 

6. y°g a wineh pasak ma 10 patih i watu humalang rihu wanwa si 
hari pulung craya wineh pasëk ma 10 ri sowang sowang 

7. patih ri lampyar ri salaga huluwanwa wineh pasak ma 1 akurug i 
wungkal humalang iduruk ba/c/a 

8. wineh pasak ma 10 rama kabayan i patëbwan si subah rama ni bahan 
wineh wdihan prama rama kabaya 

9. ni pinapan si nago rama ni g«ka wineh wdihan kalyaga brat ma 5 
rama kabayan ni tinandung si sarga rama ni wa 

10. ha wineh wdihan ron paribu ma o rama kabayan i limwan si gudah 
rama ni wdar wineh wdihan suswan bu 

II. ha rama kabayan kilyan si guna rama ni sinta rama kabayan 
ri paras si mago rama ni sarbwa rama ka 

12. bayan i tamban ri sahya rama ni saja rama kabayan i manal si yogya 
rama ni binda rama kabaya 

13. n i watu wsi si pahi rama ni nara rama kabayan i singgahan si basi 
rama ni sarat wineh wdihan tada 

14. han brat ma 5 ingsowang sowang apadahi si manunggang abafloj si 
barangkung menmen sinung wineli 



8 wa-da. 

Veïh&ncleltogeR Bat. Oen. fil, LX. 



148 

II a, 

.1. wd^han syani himihimi brat ma 4 ing sowang sowang citrakara mara- 
kët sowatï wineh ma 1 kla 

2. s kadëgan den(i)ng wadihati pu dadawuk akudur pu ramya tinanman 
watu susuk wanagara kayu hyang warm 

3. t hambulu kaywarawrïïka sineba kila kpuh kayu tantra tanggulun kusam- 
watëhësinangskara bingan i lmah sang 

4. hyang sïma i papus wetan tapal watës mwaug ri pinapan kidul tapal 
watës mwang i limwanni tinand ung kulwan tapal watës mwang 

5. i sawyan i paras lor sawatës mwang ri patëbwan inannahan susuk watu 
panëngah lor ni talaga samaag 

6. kana Iwa ni lmah sang hyang sïma i pupus kaputrang^an rahyangta san- 
jaya rama katmu i pupus kaki glar kaki kulup 

7. kaki frawana kaki golaka aweh amnanggë ku 2 ri sawwang kambang 
mwang samiddha pamvija i sang hyang prasada pawwatan sang 

8. stangö (nging?) wka wet sahyang ta sanjaya tatan katamana wuluwulu 
kring padam manghuri ludan tütan airhaji ka 

9. pan tan kalungana dening wadihati makudur rama patib wahuta nayaka 
partaya samwal sumwul sïma pra 

10. hajyan pangurumwigyan air bulang kamamwangan tangkil hujung 

karang sungging tangkil hyang walang salwit mi^ra 
•11. ti apintu tirwan tahiran alëbuh malandang lëbalëb sinaguhalinggang 

srkau trpan halu warak 

12. watu tajani limus galuh pangaruhan pakalangkang tëpung kawung kakap 
gandar sukun manimpiki ha 

13. larau paguyangan wanwa hor karërëngan pinilay katanggaran juru banol 





ngunrweh 




b. 


1. 




2. 




5. 






sang hyang sïma i pupus 


6. 






rwang tarub akaca puri rwang sa bukan 


7. 





8. 



2 lüauagara-canagara. 



149 

9. wasanghyang candraditya sumuluhi tribhuwana mandala mangkana 
lawasauya npangguha 
10. kadangnyagotranya 

anakrabinya tan tëmwa sama | crïrastu |j 

LXVI. 

Steen, afkomstig van Sirah këting (afd. Ponorogo, res. Madioen) en van- 
daar volgens Hoepermans in Tijdschr. XXI p. 157 overgebracht naar Madioen; 
sinds 1875 (Not. p. 41, 99 sq.) als D 33 in het Museum te Batavia. Abklatschen 
worden vermeld Not. 1869 Bijl. N. en 1876 Bijl. I en II no. 22; thans 
Oudheidk. Bureau no. 149, 159, 160 en 218; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 
2998 (Cat. Juynboll p. 234). Dr. Brandes beschrijft dezen steen in den Cata- 
logus (p. 384) aldus: 

„ Accoladevormig hoofd, doorgebroken, en van onderen aan de eene zijde 
zwaar beschadigd. Licht vaal grijs. Audesiet-tuf. Aan vier zijden beschreven met 
oostelijke oud-Javaansche letters. Voorzijde 14 en linkerzijde 12 regels leesbaar, 
enkele gedeeltelijk. Onderaan moet zoowel aan de voor- en de achterzijde als 
aan den rechterkant iets ontbreken. Afkomstig van Siraketing (Panaraga, Madi- 
oen), een tijdlang bewaard geweest in de Kaboepaten te Madioen. Hoog in het 
midden 97, aan de zijden 93, breed 35, dik 18. 

Caka 1026 (= A. D. 1104). Begint om swastha dirghayürastu, waarop 
een strophe in de oud-Javaansche taal volgt ter eere van Qrï Qastraprabhu, den 
uitvaardiger van den op dezen steen medegedeelden pracasti ten bate van den 
alitih Marjaya. 

Volgorde : voorzijde, achterzijde, rechterzijde, linkerzijde (slot)." 

V o o r z ij d e. 

I o || om swastha dirghayürastu 

I o I sang hyang wisnu siracarira sira ring bhuwana subhaga wasta ring praja 
swastha crï jayawarsa digjaya castra prabhu saphala sinëmbahing sarat 
saksat bhaskara candratirtha sira tamrta ri hajëng ikang sarat kabeh astwa 
ninggya sahacracandra pangadëg nira siniwi haneng jagat krta || swasti caka 
warsatïta 1026 ka(r)ttikamasa tithi pancadacï cukla paksa amrtam sasamang- 
kana ha pa ca nilangkir grahacara wawakarana ciwayoga krtamandala hyang 
kuwera dewata müsiksi raci irika diwacanira sira crï castraprabhu sira sa 

A c h t e r z ij d e. 

ya makmitana sang hyang ajna haji anugraha 2 ) rasamrta subaddhakna 
pagëhnyanugraha nira sira ^rï jaya prabhu irikang atüih mangaran marjaya 
yadyan ikang marjaya mantuka ring koluyan makasonga kawnangan sang hyang 
rajanugraha kangkën ka manggalastawanya ring rat kalilirana deni wka 
wetnya mne hlëm ta ri dlaha ning dlaha de 

(ra)kryan ring pakirakiran makamanggala sira dewa 



1) Reeds was men begonnen er pracasti te zetten, waarvan echter de t nog niet gezet was 
toen men het al houwende heeft trachten te veranderen in anugraha. Noot van Dr. Brandes, 



150 

ra mpungku cewasogata samgët i tirwan samgët sangapanji samaya 

samgët ranu kabayan sangapanji madimana sogata mpu wuja 
tanda sang adhimantrï rakryan ka 



1. 

2. 
3. 

4. 

5. 

6. 

7. 

8. 

9. 
10. 
11. 
12. 
13. 
14. 
15. 



Rechterzijde, 
prabhu 



do kasusursusuran 
domdoman racï 

mas acuring atëhë 
riwnanganyanga«#( )dampa 
blah karajyan rauwah 
rihanani( )nira 
dana nikang marjaya 
denira sira g,rï jayaprabhu 



L i n k e r z ij d e. 

1. nya mon brabmana 

2. mon ksatriya 

3. mon wecya 4 

4. mon sudra angru 

5. ddhanga pakari anugra 

6. (ba) rikang iki 

7. wwang mangkana kramanya 

8. astu bhasniïblmtatma 

9. han bawu atëbë 

10. r crahakna bnripnya ring 

11. yama dewata || 

12. astu I o || 

13. ka 



Als maat van de strofe in den aanvang wordt nog opgegeven: 



1.51 
LX VII. 

Steen, afkomstig van Pikatan (afd. Blitar, res. Kediri), later overgebracht 
naar het regentserf te Blitar, zie Verbeek p. 276 en 272; of hij daar nog is, 
staat niet vast; immers de beschreven steen no. 83 dier verzameling (Rapp. 
1908 p. 50), zou zoowel deze als de steen van 1106 kannen zijn (Tijdsein - . 
LUI p. 250 noot). Abklatschen worden vermeld Not. 1869 Bijl. N; 1876 Bijl. 
II no. 5; 1891 p. 5; 1893 p. 112; Oudheidk. Bureau no. 419 en 358. Dr. 
Brandes deelt in Not. 1893 p. 121 hieromtrent mede: 

,,£aka 1038. Een piagem in rondloopende regels in den steen gebeiteld, 
die erg beschadigd is. Het stuk werd uitgereikt door een vorst crï Bamecwara 
geheeten, aan de rama paradüwan i padlegan". 

1. swasti cakawarsatïta 1038 maghamasa tithi saptamï cuklapaksa ma wa 
wr wara madangkungan grahacara | (agne)yastha rewatlnaksatra ] (tai)- 
tilakarana barunyamandala wyatipatayoga suradewï dewata pusanaksa- 
tradewata irika diwacanya | jfia crï (maha)raja 

2. crï bamecwara sakalabhuwauatustikarana (sa)rwwaniwaryyawïryya 
parakrama digjayotunggadewa kumonakën ikang rama paradïï | wan 
i padlegan tka ri kala | lagyau kabanyagan padmalakna sang hyang 
ajna haji pracasti kmitananya sambandha ikang rama para dïïwan i 
padlegan tan 

I I 

3. kampak humatur manambah i lbtü ni paduka prï maharaja makasopana 

sang juru pangjalu mapanji tutus ing rat manghyang waranugraha 
sïma | ganjaran tatan tinëjër | de crï maharaja makahetu deni 

gong ni kabhaktinya i ^rï maharaja sama maha/o/;angga jïwitanya 
mamrih ri samarakaryya mrasiddha pinakabala ra | ksa i crï maharaja 

4. tsaha nikang rama paradüwan i padlegan ikang mangkana yatika mangun 
pürwwarëna samasama i 9rï maharaja ya ta karananyan inanugraha 
sïma | ganjaran lowin purih ni | prabhu ksatriya wigesa wisn- 
wangca 9üra paramajagatpalaka inahakan makadrawya janabhuwana tan 
kapala ma/*amalrakën IdrlijanuwE \ ga, ring rat matangnyan paAwi 

5. grï maharaja padamla sang hyang ajna haji pagëpagëh kangkën cakra- 
cudarcanaprameya nisüci kmitananikang paradüwan i padlegan mrati 
subaddhakna ri sampu | nyan krta swavgsü inanugra | han sïma ganja- 
ran makacihna sampün tinitikakën ring linggopala ri tan kaparabyapa- 
ranikang rama para düwan i padlegan dening pinghai wahu | ta ramanya 
ya ta pratya 



2 &ame<?wara-par«me<jwara ; lagyan-la?/yan ; 5 nisita-mmita. 



152 

6. kewala sïrna swatantra ri kawakanya n mapangasagya su 1 
ma 4 sering mwang sarwwawijacaturwarnna tahilaknanya ring papuca- 
ngan angkën karlikamasa | tan kaknana pintapalaku sa | kupang satak 
salwiranya tan towa niwapuhaka dwamas ring satakil angkën 
tahun ndan magatilot ni dwa lakni de 

mwa 

7. daganga sa(ta)raju ri sajnkhu tan kna ring wuluwulu prawulu carik hu- 
malang hanais ma ntanan pamë lan lawan tan kaknana 
sikang sikangan wnang alalayana istaka anga | dëgakna katimang mwang 
busu/c wnanganindikangjamahaguntingamupuhangrahana rare inakwakën 
tan knana mangcaha(ji) wnanga humanajapa wnang wunga 

t anu ni | 

8. /agnntingapras ri salë wnangangadwakarungawsi mamangana karung 
pulih matyani ragadükaku mwang tan mangalapana ina kaka tan 
katibana wula | mpir tan katkana rajawa | dening tanda ku- 
nang ikanang düwan padlëgan mangaran i pandyasan i tulung molih 
i mangambili [jawa onder geschreven] i ka/na tatan i dasama. 

watan wuluwulu ta 

9. kambahanya ihani wuwuh tundan sang hyang ngajfiahaji magöng admit 
mwang tan katamana deni winawa sang mana katrïni pangkur tawan 
tirip nguniweh tan kakna | na de sang mangilala drawya lia | ji wulu- 
wulu ring dangü agöng admit makadi mi^ra paramicra pangurang kring 

padëm paranakan limus galuh mangrinci 

| halu ] 

10. warak rakadut ramana(ng) pininglai katanggaran tapahaji taji airhaji 
• malandang lca lablab pakalangkang kyab linggang trpau sinagiha hi | 

dyasari kutah ta | ngkil salyüt watuwalang pamanikan mani(ga) sikpan 
rumban tirwan wilang thani wijikawah ki | nghiran 

ha | 

11. bi tuha judi mangunjai mangrumbai juru gosali juru hunjëman juru 
jalir juru niga pabisar pakalungkung pawungkunung pulung padi mi5ra 
hi | no micranginangin wli | hapü wli wadnng wli panjut wli ta(m)bang wli 

I I 

12. n paliman sipat wilut 

kdi walyan widnmangidung pa | giyangan sambal su | mbul lanya 

| mala ma mili iga | 

13. mangkana sukha duhkha 

rah kasuwur ing hawan wïïkca | pala 



6 dwamas-drf/mmiïs; 7 sajukhu-jjajukhu; busuA-busu/.; 8 rSjawa-rSj&ca. 



153 

hastacapala saha | sa 

| nda kudënda mandihala | 

14. di p rakara ikanang 

| ikalët makanimitta | 

| jro/m | 

15. ni ri padlëgan 

| la molah i pandya | 

lis | wurika | 

1 6. ri pamüja frï nias 
mas kuna ya tanda rakryan | ring kabalan kasingga | 

haji lawan karnba | rakrya hamba | 

17. rakryan rajaputra rajaputri hamba rakryan 

an binihaji makadi hamba rakryan 
parame | gwari tkarikanang mamanah ma | galah ma 
ma( )nima 

I I 

18. pamrsi watëk i jro ityaiwamadi kabeh karikari si pakara iri- 

kanang thani ri padlëgan i pandyasan i tulung mo | lih i mangambili 
i ka | tan pangalapa sarwwa tuwutuwnhan sarwwaphala mülaphala 

makadi nyu mampyal saprakara | 

ri sdë 

19. puma r wusunga mwang mahirëng pama( )n samsam hijo pdapda 
payiwyönikanang karaman i sang tamupan kunang yan pamangkwa | 
kën sang hyang ajna haji | mwang tulis tanda rakryan ring pakirakiran 
samangkana ikanang karaman masungangangin ka i sajuJ sapikula 

wan | 

20. /apëpërana sang kwu jana ma sang hyang ajna haji kmitani- 
kanang . rama para düwan i padlëgan kapagëhaknanya kapanggiha 
ka | lilirana ni wka wetnya | tan kolahulaha mne hlëm tka i dlaha ni 
dlaha apan sampun pagëhnyanugraha paduka grl maharaja ikanang 
rama pa | radüwan i padlëgan | 

21. sampun sinuratakën ring linggopala de samgat 1 mapafiji paksarana 
mpu atmegwaranupamawïrajayaranjita kunang ri sdënganya | n hana- 
mungkil mungkila pa | ksangruddharyyanugraha grï maharaja mo(n) 
brahmana ksatriya wesya sudra asing umulahulaha ryyanugraha grï 
mahara j ja ya sangkanani( )mo | 



19 saju<-saju6. 



154 

22. danya knana ya nigraha ka 2 su 10 atëhör salwirning pancamahapataka 
pangguhënya ring sahasrakotijanmantara tan te | mwa sama hidipaning 
ta | mra tala dendan yama kingkarabala sadakala knnang pratyekani- 
kang raina paradïïwan manarinia sang hyaug ajfia 
ha ] ji anugraha ri pamandya | 

23. san kabayan puca mangaran( ) 
waclan sikwan mangaran lmbin i sambitan kabayan | mangaran tinmu 
sikwan | mangaran grawadi i padangbaran kabayan mangaran ba 
sikwan mangaran 

mangaran | ramagëgö galar j 

24. kalangan mangaran suruhan ri dalm thani baba ikan 
mangaran gorawa momahumah ma | ngaran mapi parujar | kalih manga- 
ran manistani podor 

agëgö | | 

25. kabayan n 

pu i agëgö galar i thani mangaran muwur wari sikwan ma | ngaran 
möngpöng i turus j wungkal kabayan atijani agëgö galar gajah 
kabayan ri bala | 

26. mangaran rawa £rï graml kabayan mangaran gêgër 
sikwan ma | ngaran i( )ksatanta | raji tambak gunanta 

I I 

27. sama(ngka)na 

kweh para düwan i padlëgan manarima sang hyang ajna | haji anugra- 
ha ku | nang | 

I - • 

28. yahyunama sang hyang rajanungraha m&ngi | 

yanu/a sajika | | 

LXVIII. 

Steen, afkomstig van Ngantang (afd. Malang, res. Pasoeroehan), waar- 
over men de litteratuur zie bij Verbeek p. 288; sinds 1875 (Not. 1875 p. 70, 
94, 114, 120; 1876 p. 81, 107) als D 9 in het Museum te Batavia. Een aftee- 
kening bevindt zich blijkens Tijdschr. XLVII p. 455 in de Rijksuniversiteits- 
bibliotheek te Leiden. Dr. Brandes beschrijft dezen steen in den Catalogus (p. 
374 sq.) aldus : 

„Groote steen met los voetstuk, en ovaalrond boveneinde. Vuil geel-bruin. 
Andesiet-breccie. Onderaan eenigzins beschadigd. Oostelijk oud-Javaansch schrift 
op voorzijde en rechterkant (26 regels), op achterzijde en linkerkant (29 regels), 



?2 hklipaning-hitipaning'; 23 prawatfi-crawani ; rBmagëgö-sSmagëgö. 



155 

en op het voetstuk. Zegelmerk : een mensckelijke figuur met wayang-popvormen 
en relief. Afkomstig uit desa Ngantang (Pasoeroehan). Hoog in het midden 
159, aan de smalle zijden 145; breed van boven 89, beneden 68; breedte van 
de smalle zijden boven 30, beneden 29; hoogte van het voetstuk 14, breedte 
87 en 58. 

Qaka 1057 (= A. D. 1135). Pracasti waarbij door Crï maharaja sang 
mapanji Jayabhaya, crï Warmmecwara madhusüdanawataranindita sukrtsingha 
parakrama digjayotunggadewa ten opzichte van het gebied van Hantang 
(wisaya ri Hantang, bestaande uit 12 thani), de vroeger reeds door een vorst 
die te Gajapada, en een anderen die te Nagapuspa begraven ligt, geschonken 
voorrechten worden bevestigd en vermeerderd, aangezien zij hem (Jayabhaya) 
zijn trouw gebleven op een voor dezen vorst hachelijk oogenblik. Uit het zegel- 
merk (narasingha) blijkt dat Jayabhaya een Waisnawa was. 

De volgorde der legende, waarbij telkens een regel van de smalle zijde 
bij die der breede vlakken gelezen worden moet, is voorzijde regel 1 — 22, ach- 
terzijde 1 — 28, voorzijde 23 — 26, achterzijde 29 en daarna het voetstuk. 

Aan de voorzijde bevinden zich terweerszijde van het zegelmerk een 
zestal gefigureerde letterteekens (sang jahna wiyali)". 

V o o r z ij d e. 

1. || o || swasti gakawarsatï | ta 1057 bhadrawada masa tithi tra 

2. yodaci krsnapaksa wu pa | ca wara wukir grahacara paccima 

3. stha maghanaksatra pitrdewa | ta cubhayoga caciparwweca a 

4. gneyamandala wanijakarana jayadamatiwi irika diwacanyajna crï maha- 
raja sang mapanji jayabha | ya crï warmmegwara madhusüdanawata 

5. ranandita sukrtsingha parakrama digjayotunggadewanama tinadah ra- 
kryan mahamantri halu mapanji ka | mba daha umingsor i tanda rakrya 

6. n ri(ng) pakirakiran makadi rakryan kanuruban pu karnnakendra ma- 
panji mandaka karuhun rakrya | n mapatih pu karnnake9wara mapa 

7. nji da guna kumonaknikang wisaya ri hantang rwa wlas thani makadi 
dalem thani padamlakna sang hyang ajna haji pra9asti | munggweng 
linggopala sambandha ikang wi 

8. saya ri hantang rwawlas thani makadi dalem thani sampakampak 
manambah i frï maharaja makasopana | pangajyan 9rï maharaja mpung- 
ku nai 

9. yayikadar^ana sarcrddhi karana bhairawa ma(r)gganuga;nandhayogï9- 
wara manghyang ri yogyani panganu | graha sang lumah ri gaja- 
pada mwang anu 

10. graha sang lumah ri nagapuspa hana ring ripta pinakatma raksauikang 
wargga ri dalem thani ri hantang tka ri wisaya | nya rwawlas thani 
pratistakna ring linggo 



5 te-ia; 7 da-pte. 



156 

11. pala atëhër wuwuhananugraha de prï maharaja sangkari huninga crï 
maharaja ri panghyaug ni | kang wargga apan dharmma ni kadi sira 

12. ksatriya janardanawatara tanangga katóihana punya de ning wwang 
amihutang i kabhaktin ri sira ikang | wargga dalem thani ri hantang 
pwa tka ri wisaya 

13. nya rwawlas thani satata sustubhakti mauirih ri pagëha crï maharaja ri 
maniratnasinghasana makawyakti | ri pamwatakënya ri caficu tan pamusuh 

14. mwang cancu ragadaha muwah ri kala ni pannwal kewalapagëh ya paksa 
jayabbaya yataga j we purwwarënakarananyaninubhaya sanma 

15. ta panghyangnya de crï maharaja matangnyan winangun sang hyang 
ajila haji pra5asti munggu ring linggopala | tinanda narasingha kmita- 
nanikang wargga ri 

16. dalem thani ri hantang tka ri wisayanya rwawlas thani mrati subad- 
dhakna panganugraha sang lumah ring gajapada | mwangamigraha sang 
lumah ring nagapuspa 

17. karangkëpan denyanugraha pamuwuh fri maharaja kunang rasanyanu- 
graha sang lumah ring gaja | pada ri tan knanya ring pinta palaku 

18. sakupang satak kipakipa saprakara sangke rakryan rajaputra rajaputrï 
kulapu ] tra kulaputri sangke rakryan ma 

19. ntri hino sangke rakryan crï paramecwarï sangke rakryan 
strï haji lawan ri | tan knanya ring pobaran pawlit 

20. pa/»/ana pintapintan saprakara ungkabajna yanamet dawut 
dawutana | kar yanamet manuk puyu 

21. karung wdus padu titiran amet wungkuk pandak kmibar 
nglai bunglai | hayam sawung lawan i tan 

22. swikara (ame)t padlëgan trpan yan hana karung pjah ri decanya saka- 
pjahanya yan mindimeriya mangkana panganugraha sang lu(mah) a ) 

23. kasanya muktya paiicagati sangsara saparananyamanggiha duh- 
kha ikangumulahulah ryyanu | graha ^rï maharaja pratyekaningaraning 

24. han rama la ri dalem thani ni mangrena /or/nga/ciga didul tiga 
kaga makadi juru ma | w^aran sangcayan apasinggihan juru 

25. n araku slhi panarikan mangaran pajaran kunang ring 
wisaya i malama,| r mangaran bhuwana inuh i pata/a 

26. nu na juru mangaran bhama grï nacanaya 
kasugihan manga ngkih mangaran tan gra, ta 



21 wjrlai-jlai. 

1) Hier volgt achterzijde 1-28, waarop voorzijde 23 vlg., daarna achterzijde 29 en voetstuk. Noot 
van Dr. Brandes. 



157 



A c h t e r z ij d e. 



1. mali ring gajapada kunatig rasa nyanugraka sang luruah ring nagapuspa 
tka rikang wisa 

2. ya ri hantang rwawlas thani makadi dalem thani ri tan knanya ring 
drabya haji wulnwulu parawulu saprakara tan | kna ri walü rnmambat 
ring natar (wna) 

3. ngamangana karung pulih malima sabwathino majnuhalang tan kna ri 
malandang ka pakrang pakring mangkana panganugra | ha sang lumah 
ring nagapuspa kunang ra 

4. sanyanugraha pamuwuh crï niaharaja ri wnanganyarnangana rajamangca 
marabya dayang mahuluna dayang wnangamoma | ha nangka bukur 
waruga inantun waru 

5. ge tngah saka inasta malsunga nangka apalangkalpar wnangadula- 
ngabwah kamalai wnangapalunganatutup ba | naaten lawan ri panga- 
nyan paja 

6. mahanindikaguntingamupuba rarai inakwaken mantuka tan pasundanga 
tan kaduhkanan paluputa | knamuk tan knaring ka( )iran tan kna 

7. ri panagiha tan kna ri salyut tan kna ri manimpiki tan kna ring ma- 
hüryyangilala tan kadanda yanapawa | han bwah kamalai tuhunu 

8. hutan tan pangalapana sapi kunang yan parakana samulyanya tan 
a/ëngëta mwang ri sdanganyanhana raja drawya katariwal ka | tmu ri 
hantang mantuka tan smidangana tan ka/a 

9. /ananhanatukar i kalangan tuhun sapihen tan kaduhkhanan sinambah 
ri kala ning widwacarita tuhun atulaka wnangadrawya tpakan yan ingu 
ma( )juga tuhun 

10. yan juga wnangasajengajongkobor makatëpasawëh radinyan palakulaku 
ikang kabayan juga mwang ri wnanganyamawa | tu wutuwuhanya ma- 
reng pkën agadungan 

11. mbatan paradah gumul wantayan tan pawawai:akadut karanjang tanpapiku- 
lana rembatan hampyal tanpama [ rëpatatali kewala wëkmgwëkmg tapwa 

12. mapikulana kayukayu tan knanya ring suwargga lawan ikang kalang 
kalagyan kabrahmang^an kalagyan tirwan tumu | ta ring kolahulahan 
juga sanu 

13. graha paduka frï maharaja mwang ri tan katamananya deni winawa 
sang mana katrini tawan pangkur ti | rip pinghai wahuta rama naya- 
ka pra 

14. tyaiya akurug haji wadihatyakudur tkaring mi^ra paramifra migrahino 
micranginangin pangurang kring | pamanikan maniga sikpan ru 



158 

15. mban tirwan padërn watu tajëm manimpiki limus galuh lingga kyab srtan 
trpan wilang tbaui tingkë | s manambingi sanghiran mawï />apa 

16. dabi karëngrëngau lablab albuh sungka dhura tapabaji airhaji mati kal- 
bïï sinagiha wurisiki urn | tan dampulan sungsuug nayaka pa 

17. sukalas sipat wilut undabagi laiïcang kanayakan akurëban baluwarak rama- 
nang rakasang pi | ninglai katanggaran pawungkunung tpungkawung 

18. palamak pawd.ib.an pakikis pakbo pahawuhawu panggare patatar palib 
kuwu panrangan pa I nigang blah pakatimaug pawidu paririla 

19. ngit dawnturus bopan sandung laniur skartabun pabisar pawuruk pa- 
wlangwlang wli hapü" wli | harng wli wadung wli tamba wli panjut mang 

20. rwmbai ma(ng)gunjai juru hunjeman juru jalir mangbwan haturan bang 
baturan padu tkarikanang ma j manah magalab magandi matëngra 

21. n maliman niakuda pakarapan pawalakasan pangbayapan pangurungan 
pangalasan | pamanukan pasugalan alawa 

22. sambal sumbul bulun haji jënggi singgab mabrsi watëk i jro ityaiwa- 
madi kabeh | tkaring sukha duhkha kadyang(ganing ma)yang 

23. tanpawwah mamuk matitiba wipati wangkai kabunan rah kasawur ing- 
hawan hidukasira | t duhilatën mami(jila)kën wsi 

24. ning kikir mamu(ng)pa(ng) mati sinambër ning glap mati sinangbat ning 
sapi salah pati lüdan tütan ang^a pratyang^a dënda kudë(nda) 

25. hala yatika tan tama irikang wisaya ri bantang kewala ikang wisaya ta 
pwa muktya sasukbaduhkbani tba | ninya tan kaparabyapara (de;ning len 

26. mangkana rasanyanugraba ^rï mabaraja irikang wisaya munggu ring 
linggopala kadëgan de mpungki kajuwg | mpungkwi sadasmrti tinu(ta)- 
kën de sa ra 

27. t langka kunang yan bana patpangulahulabangriiddba mne blëm ryya- 
nugraba ^rï mabaraja kna | na danda ka 1 su 5 atë(bër a)manggiha (sa) 

28. lwirning pancamabapataka yawat candra^ca furyya^ca kadi lawas 
sang hyang candraditya n sumulu | bi bbuwana mandala 

mana 

29. makangaran gumayak kulubur mangaran wanaputra magaf/ung 
maugaran indangi ba | d mang(aran 

Voetstuk. 

ran pagëh 

samangkana kweb ning ramanarimanngra(ba) n wwabanyapagëb 

mangaran sarwwabana /r/mjaya 



159 

LXIX. 

Steen, staande te Ploembangan (afd. Blitar, res. Kediri) en in Rapp. 
1908 p. 162 beschreven als „met een kalamoekha (?) als zegel. Hoog 1.79 M.; 
breed van boven 1.21 M., beneden 0.90 M." Een abklatsch wordt vermeld 
Not. 1876 Bijl. I no. 25; ook Oudheidk. Bureau no. 41 7, 418 en 344; afgietsel 
Leiden Ethn. Mus. no. 3001 (Cat. Juynboll p. 234). Dr. Brandes deelde bij 
Verbeek p. XVIII mede, dat het jaartal 1062 caka was. 

V o o r z ij d e. 

1. || o I swast(i) cakawa(r)sat(ï)ta 1062 crawanamasa tithi sast(i) cuklapaksa 
wu po ca (?) niwuguwagu grahacara | stha swatinaksa | 

2. tra pawanadewata bajrayoga wanijakarana caciparwweca bayabyaman- 
dala irika diwasa ny ajna crï maharaja rake sirika | n crï parame- 
cwara | 

3. sakalabhuwanatustikarananiwaryyawïryya parakrama digjayottnngga- 
dewa umingsor i tanda rakryan ri pakirakiran makadi rakryan | kanu- 
ruhan mpu bapra | 

4. k(e)cwara matanggalaksanananaparakrama mwang mpungku caiwasogata 
makamanggalya rakryan makamantrï kalih i halu i rangga sambandha 
ikang rama | lima düwan i panumba | 

5. ngan i dalem thani samagëgö galar i pasamayan humatur mamp(u) 
akampak manambah i lbü ni paduka frï maharaja makasopana samgat 
tirwan mpu awaryyanta | 

6. cwara majar yan hana kmitanya pracasti munggw(ing) ripta anugraha 
haji dewata sa(ng) lumah ri ka pada kunang narddhala 

ri hinëp nikaug rama lima | düwan i dalm thanï panu j 

7. mbangan samagëgö galar i pasamayan i kaswatantranya matangnyan 
humatur manambah i lbü ni paduka crï maharaja mahyang imbuhanya- 
nugraha sangkari | huminga paduka frl ma | 

8. haraja ri pa(ng) hyang ikang rama lima düwan i panumbangan i dalm 
thani samagëgö galar i pasamayan matangnyan turun anugraha paduka 
crï maharaja sang hya | ng ajna haji prafasti ma | 

9. paknatmaraksanya tka ri dlaha ning dlaha pratisthakna ri linggopala 
myawasthakna pagëhnyan rama swatantranalaga nya wnanga- 
palangka bin(u) | but asaharanawla | 

10. palunganarangkëp atutupa banantën wnangaringringa banantën wnanga- 
lësunga kuning wnangasusuna salö wnangomah apapan abalaya 
| tigahamba i ma 



l e«-w(v)| 2 ^«} , «meqiwara-6«me(fwara. 



160 

11. tke watanganya wnangawaruga inantun binwat hino wnangomahaparpa- 
tabukur baganjing itah lawana wuanganyarabya( )ya abuluna pujut wna 

tuk bhondan salwir | 

12. ning tan jawa tan kadawubana sampir tan pangalapana ing bakata 
wnanganacarbangkapuli makiri( )ntunan anawa»iawas gnnti ati 

gan | mwang tan katnwubananya jur(u) | 

13. sangke rajya kewalaswatantra juga ikang rama i dalëui thani panum- 
bangan wnanganita ring salö ajucjya i baganjing wnanganangkapa men- 
men sangke | buban wawa sangkeng pa | 

14. müjan kunang tan pacaritana ning widur ring kalangan apan agamajï- 
wararika rama bumöm kahajëngakna £rï maharaja wnanga | taya ring 
watës yan paha | 

15. hayu rajamargga tan kasapa deni wadibaty akudur amrada ya ri 
pkën angöb i kalangan tan kasapa dening malandang | mangkana 
yan pangadwa wuruk ka \ 

16. salah dayana salab padana tan katkana deni lungku tan kasapa 
deni juru( )u( )uk tan kakala de9a yan katë(m)wing deea | 

17. lima düwani dalem thani samagëgö galar i pasamayan juga pra- 
mana irika yadyan hana 1 tinwan 

18. ha wnangamangana salwïrnï /caluwa tan kasapa dening salyut ajaja- 
rajnwaba \ 

19. ik bulu tinabyan tan kawidhya dening guru tuda wnanga- 
guntinganindikajaniaha raray inakwakënya kunang ri sang anyajamaha 
raray i | 

20. dasamanggalya kewala mantuka ikang rarai kajarnab tke patra- 
nya wnangamupubangrabana ndaha rarai inakwakën 

21. ntranikang rama lima düwani panumbangan i dalem thani samagëgö 
galar i pasamayan makamukya ra tan kaparabyaparanya deni | 

22. dlaha kewala ikang pangastanggi su 15 l ) juga tahilaknanya ring sapi- 
nangan angkën pratimasa tan kapalakwana drabya haji 

23. manantën milwa katabila ri paminangan tke pjah leknya 
lawan ri wnanganya dumwal tanëmtanmanya ma( )ra pkënya ri 
panumba | 

24. swatantra ri decanya tan katamana de sang winawa manak ka- 
trini pangkur tawan tirip mwang saprakara sang mangilala | 



11 iuk-wmk; 12 fcrfkata-ïïakata ; 16 A-a/cala-^ala: 20 dasa-dapü; 23 ra-re. 
1) In oud-Javaansche karakters. 



161 

A c h t e r z ij d e. 

1. dimi^a parami^a pangurang kring padein manimpiki paranakan limus 
araluh I 

2. mangrinci manghuri parang sungka dhura pangaruhan taji watu tajërn 
sukun hulu warak rakasang ramanang pini | 

3. lai katanggaran tapa baji air haji rnalandang lca lablab pakalangkang 
kutak tangkil padlëgan trpan salyïït watuwalang 

4. pamanikan maniga sikpan rumban wilaug thani wiji kawah tingkës 
mawï mananibangi sahiran tuhan dagang juru gosali mangrumbe | mang- 
guüje tuhanambi | 

5. juru hunjëman juru judi juru jalir pabisar pawlaugwlang pagulung 
pawungkunung puluug padi mi^a bino mit^ranginangin wli hapïï wli 
wadung wli ta | mbang wli pafijut wli ha | 

6. rng palamak pakalungkung urutan dampulan tpung kawung sungsung 
pangurang pasuk alas sipat wilut jukung panginangin skar tabun pa/>a 
| yai pakarapa pawu | 

7. lung kdi walyan sambal sumbul bulun haji pawulungwulung widumangi- 
dung jenggi singgah pamrpi watëk i jro ityaiwamadi kabeh tan tama 
ta | irikang rama lima düwan i | 

8. panumbangan tkaring suk(h)a duhk(h)a kadyangganing mayang tan paw- 
wah wulu rumambat ring natar wipati wangkai kabunan rah kasawur 
ing hawan duhila | tën hidu kasirat | 

9. wakcapala hastacapala amijilakën wuri ning kikir mamuk mamumpang 
lüdan tütan ang^a pratyangga dënda kudënda mandihaladi yati | ka 
tan tama irikang rama | 

10. lima duwan i dalam thani panumbangan mangkana ikang kabayan lima 
düwan ri palampitan mangaran wangli ing kamburan mangaran mangun 
i padagangan | mangaran wugah i byëta | 

11. n mangaran hastaraga kidul ning pasar mangaran anurida yatika kaba- 
yana tkari wka wetnya ri dlaha ni(ng) dlaha tan kadëha deni(ng) len 
lawa | n muwah kapagëhaknani | 

12. kabayan kidul ning pasar mangaran anurida wnangabidï/Aana^atulisarasi 
wnanganandanga tinulis ing mas apatangahana wnangapajëng i ruhur 
i | hingan wnangapras wa | 

13. tang mwang ikang sïma ri lïlawan yata muwah inanugrahakën frï maha- 
raja kapramana denikang kabayan kidul ning pasar mangaran anurida 
tka | ri gaga sawahnya lwah rë | 



X2 foidcMana-bidwana. 



162 

14. neknya lbak wukirnya kabeh ikang kabayan kidul ning pasar mangaran 
anurida ta swaprainana irika bhuktyananya tka ri wka wetnya ri dlaha 
ning dlaha | mangkana rasa sang hyang rajanu | 

15. graha irikang rama lima düwau i dalm thanl panumbangan pinratistha- 
kën ri linggopala tinanda caudrakapala inapaknatmaraksanikang rama 
ri | dalm thanï panumbangan tka ri | 

16. dlaha ning dlaha pinagëhakën de tanda rakryan ring pakirakiran maka- 
behan makadi rakryan kanuruhan karuhun mpuugku caiwaso | gata 
makamanggalya rakrya 

17. n mahamantrï i halu tlas pinasangakën pirak ka 1 su 10 i 91*! rnaha- 
raja su 5 i tanda rakryan rangga su 4 i rakryan samudaya tke | watama 
su 2 ma 8 i sa | *) 

18. mgat tirwan su 1 ma 4 wdihan salawö i rakryan mahamantri i halu 
su 1 ma 4 i rakryan rangga su 4 i rakryan kanuruhan | kunang pra- 
tyakaning rama tuma | 

19. rima sang hyang rajanugraha kabayan ri palampitan mangaran wangli 
kabayan ri kamburan mangaran mangun kabayan kabayan ri pa | daga- 
ngan mangaran wugah | 

20. kabayan ri byëtan mangaran pabhuja gusti mangaran adikrama tuha 
banwa mangaran angadï kalima mangaran crmin pa [ narikan mangaran 
nurïra | 

21. ma rarai mangaran anaraga makadi buyut hajyan kidul ning pasar 
mangaran anurida makapramuka mpu pangajyan ri panumbanga | n 
dang acaryyantaraja sania | 

22. ngkana pratyaka ning manarima sang hyang rajanugraha irikang rama 
lima dïïwan i dalm thanï panumbangan tan kolahulaha de sang a | 
nagata prabhu nguniwaih na | 

23. yaka pratyaya kunang ri sdanganyan hanangulahulaha pagëhnyanugraha 
^rï maharaja k(n)ana dënda ka 1 su 5 atëhër ya ma | nggiha jagad- 
upadrawa yan | 

24. para ring alas panganën dening mong sahutën ing ula mandhi yan para 
ring tgal sambërën ing glap tanpahudan anandunga | kna ruyung awuk 
yan pareng | 

25. wai sanghapën dening wuhaya tuwiran tadahën de sang hyang panca- 
mahabhüta tibakna ring tamragomuka klan de sang yama | bala yawat 
candrafca 9üryya | 



1) De cijfers in deze en in de regels 18 en 23 staan in de transscriptie en oud-Javaansch karakter. 
18 pïaty«kanlng'pratyekaning\ 



163 

26. cca bhuwana niprakacate kadi lawas sang hyang candraditya n sumu- 
luhi ng tribhuwanamandala tawat samangkana | lawasanyan humidëpa 
panca | 

27. gati sangsara ahurip tan tëmwa ng sama yatika panggih nikang amu- 
lahulah ryyanugraha crï maharaja [ rikang rama lima düwan i dal | 

28. m thanï panumbangan i wruhanyu mapagëha || o |[ 

LXX. 

Geheel onbekende steen, waarvan alleen een afteekening bestaat, door 
Dr. Brandes bij de papieren van van der Vlis in de Rijksuniversiteitsbibliotheek 
te Leiden aangetroffen, blijkens Tijdschr. XLVII p. 452 sq., waar hij het vol- 
gende mededeelt bij Cod. 2245 (Vreede CCCLIV, h., 1): „ Afteekening van het 
begin van een opschrift op een steen, waarvan de vindplaats onbekend is, tenzij 
zij op te maken is uit een bijschrift, dat men aantreft bij eene afteekening van 
het eerste gedeelte van hetzelfde opschrift, te vinden in de papieren in het 
legaat van Dr. H. N. van der Tuuk. Dat bijschrift luidt. . . . „Inscriptie ge- 
vonden te Soengkoeh". Het waarschijnlijkste is dat dat bijschrift behoort tot 
het daaronder staande, het eerste gedeelte van dit hier vollediger weergegeven 
opschrift, dat blijkens lettervorm en inhoud ergens van Oostelijk Java (bedoeld is 
de geographisch-historische verdeeling van het eiland door Dr. Brandes met het 
oog op de opschriften aangegeven) afkomstig is. In verband daarmede is het 
dan ook wenschelijk hier nog te wijzen op het artikel Soengkoep in het Aard- 
rijkskundig en Statistisch woordenboek, omdat Soengkoeh of Soengkoep voor 
elkander verschreven zouden kunnen zijn, en de steen in dat artikel genoemd, 
maar nog niet teruggevonden, bedoeld zou kunnen zijn. Dat artikel luidt: 
„Soengkoep (Tjandi-), oudheden op Java, residentie Kediri, bestaande in eenen 
ingestorten tempel, die, behalve het front, waarvan nog een gedeelte is staande 
gebleven, in een puinhoop is veranderd, en nog een geheel onbeschadigd beeld". 

Het stak levert, op zeer gebrekkige wijze weergegeven, een oorkonde 
van Koning Djayabhaya uit £aka 1068. 

Komt bij Verbeek, Oudheden van Java, niet voor". 

(| o || (wellicht oiii tusschen de leesteekens) swasti cakawarsatïta 1068 
crawanamasa ri (!) tithi ekadaci krsnapaksa ca x ) wa ca wara prang- 
bakat . tidewata siddhiyoga wawakarana huwera parwweca 

bayabyamandala irika(ng) diwasani apia crl maharaja rf/jarmmecwara 

parakramadigjayottunggadewanama, jayabhayalancana, tinadah ra- 
kryan mahamantri i halu kabayan makabehan 

makadi rakryan kanuruhan mapanji manda/a sambandha ika wargga ri 
talan kabeh mampakampak manambah ri lbu sopana 

rakryan apati(h) mpu kesawecwara lanc&na ya/Aakrama mapa- 

nji guna, tankawuntat pangajyan crï maharaja karana 

dhikara majar yanhana pra^sti munggu ri 



1) 9a, bovengeschreven; tu 

Verhandelingen Bat. Gen, Dl, LX, \\ 



164 

ripta tinanda garudamukha kasima de bhatara guru pramana ri sal(b)ak 
wukirnya sawahwv/a pracastinya 

umunggu ri linggopala mangkanarasani hatur nika(ng) rarai ri talan ri 
lbïï ni paduka crï maharajasunga ri owkaranika wargga ri talan 

Op een volgende bladzij en los van het voorafgaande, volgt: 

saksat wisnwangca satata sakalajagatpalaka, 

pranatamatya ri 
sira 

kabhaktin tleni srstabhakti ri sira rama nikaw/ wargga ri | talan 

alihanipracastinya | munggii riling- 
gopala 

nirasa ] nyanugraha bhatara guru irikang 

deni renleh ? | 

tani watek panumbangan sapasuk | 

niapakora simanikanang rarai ri talan | kalap tke lbak wukirnya 

sawah 

bahwanugraha denika rarai , nni>a A-ana 

simana pangkur 

drabya haji wuluwulu inagöng madmit ring dangü 

niakadi miyra parauiiyra pangurang kring padëm Umus galuh pangaru- 

han, taji watu tajëm mangrinci, manghuri, parang su | kun, halu warak, 

ramanang tanggaran, tapa haji, airhaji malandang, lca, elëbëlëb kalang- 

kang, kutak | tangkil trëpan, sakan lingga watu walang, 

wilang | 

tani pramanikan, maniga, sikëpan, rumban, tirwan j wiji kawah, tingkës, 

tuba dagang, juru gosali mangru | mbai, mang- 

gunje juru hdi juru hunjëman, juru judi | pulung padijuru 

jalir juru banantën micra hino mi9ranginaugin, wli tambang, 

wli wadung, wli hapü, wli harëng, wli pa | njut palamak 

urutan, dampidan, paka | lungkung, tpung kawung sungsung pangurang 

karëngrëngan jukung, pangi(nangin) 

LXXI. 

Steen, staande in de doekoeh Djaring der desa Këmbang-aroem (afd. 
Blitar, res. Kediri), waar vroeger het bosch Goerit lag. De steen, reeds vermeld 
bij Raffles History of Java II p. 40 (43), wordt in Rapp. 1908 p. 140 beschre- 
ven als „wit bemost, van boven acoladevormig (met een groote scherpe punt 
in het midden en een bloem) afgedekt, staande op een rechthoekig gekapt 
voetstuk, uit één steen met den beschreven steen. Hoog 1.66 M., breed van 



165 

boven 0.86 M., beneden 67 M. Links van het zegel, dat geheel glad ge- 
schuurd is, ontdekte ik (de Hr. Kriebel) in 0.015 M. hooge letterfiguren 1103". 
Dat de inscriptie uit dat jaar was, had. Dr. Brandes reeds bij Verbeek p. 
XVIII medegedeeld. Abklatschen worden vermeld in Not. 1869 Bijl. N., 1876 
Bijl. I no. 29 en II no. 3; Oudheidk. Bureau no. 436 en 519; afgietsel Lei- 
den Ethn. Mus. no. 3005 (Cat. Juynboll p. 235). . 

V o o r z ij d e. 

1. || swasti cakawarsatïta 1103 marggaciramasa tithi nawami cuklapaksa ma 
pa wr wara antagrahaca 

2. ra aisanyasta mulanaksatra balawakarana agni parwwe | ca agneya man- 
dala) dhanuracï irika diwacanya jna crï | 

3. maharaja crï kroncaryyadipa handabhuwanamalaka parakramani | ndita 
digjayotunggadewanama crï gandra mingsor ri 

4. rakryan kanuruhan mapanji këbël pingsornyajna paduka crï maharaja 
ku | monaknikang duhau i jaring katandan mawuyahan ra 

5. tka ring wisaya makadi pinisinggih mwang kalang kalagyan cima 
paracima pamangunakna sang hyang ajna haji kmitananya | samban- 
dha gatinikang duhan i jaring matuhan rare ma | 

6. mpakampak manambah i lbü ni paduka crï maharaja makasopana sena- 
pati sarwwajala sangapanjya( )takën | iniring deni wungkal frr/alan mapa- 
fiji paraka (tha?) 

7. ta majaryyan tutanugraha ri sangatïta prabhu lambang prahidep uikang 
duhan i jaring ijisnikang wtangwtang tan pürnna | ri sangatita prabhu 
ika ta hinya ngaken purnnanya | 

8. denikang duhan i jaring i paduka crï maharaja ri panghyang nikang 
duhan i jaring apan gatining kadi sira pra wisnumürttyawa- 
tara satatajagadpalaka tanda | 

9. di tan panurun i warauugrahaniring wwang pranata bhakti manghyang 
sih i sira atyanta pwa gong ni kabhaktinikang duhan i ja | (ring ri) 
paduka crï maharaja sang^Aa tamangkata mjimjipa 

10. nggadwadr caturatula japaïi lumaga satru prangmukha i paduka crï 
maharaja ta sarabhutanikang duhani jaring | mangkana yatan- 
dadyakën purwwa rena samasama ri man ah 

11. crï maharaja matangyan inubhayan sanmata panghyang nikang duhan 
i jaring de paduka crï maharaja makawyakti wi nah ikang duhan 
i jaring tka ring wisaya makmitana sang hyang raja 

12. pracasti atmaraksanyapageha apau crï maharaja rumaksamagëhakën 
ryyanugraha sangatita prabhu | irikang duhan i jaring tan knaring arik- 
puri prakara 



166 

13. avg dawuh pingsolakuruganakf/ang ni tka ri wisaya punpunan tan 
kna ring pakrapakri pakalangkang pakalingking t(epung) | kawung 
limbang kawah pawungkunung pa//ayang anuruk pawinjat 

14. nayindaharda wli tambang aniga ^amamikan asung pangurang 
pademapuy yatika tan tama irikang duhan i jaring | tka ring wisaya 
muwah kadyangganing pahalan sawab walub rumamba 

15. ti natar wipati wangke kabunan rah kasawur ing natar wakcapala bas- 
tacapala duhilatën idu kasirat j mijilakën wuryyaningkikir mamuk 
mamumpang ludan tuta(n) 

16. angsa pratyangsa dënda kudënda mandihaladi tan tama irikang duhan 
i jaring tka ri wisaya makadyang d\ | yaugan muwah tan kneng 
pangastanggi kath/ran wnangamu | 

17. rak msak wnangwnang ri lal muang wnang augbalangi burwan muwab 
tan kneng malandang lea muwang wadibatyakudur tiru 

ngidung handa muwab tan kneng salyut sinagiba la 

18. dan tan kn(e)ng ri /awartua lyang kewala dunung sumur kayu timba 
ri sdénganya bana dosa mu | knan suwargga muwab tan- 
dubka wka temwan stri larangan la 

19. na\\ mangluputa kinasuk tubun sa.uglal.ula pa purwa moliba pitu tbani 
saja. wnangalu/m | la ya madrwya tpakan muwab papiny&n 
kapanggih pdikala 

20. tra wnangatalyatdakan 

sangka/rw mangusira irikang detianja jari 

21. sagati katëmwa pubak samas ring satabil angkën tabun la wan 
wnang ameb ki muri anusuna salë apalangka binubut a 

22. n mapanulan istaka apama^^anan bwat lamalesa gunting \rulu pilë 

rare inakwakën anindikanuku ha | samupuha I 

23. lawan tan katuwuhan curu(ng) ri kya tka ring wisaya 
kewalanuwubakën buyut t badyan 
sakaptinya muwang de langkanan tan kapupwawya 

24. tbatatau kakuavutingal uwuh muwah tan kneng pinta pa- 
laku sakupang satak dening tanda ma nti lawan 
parawulatan satagan jari tan 

25. na/t pan/Aat tuba muwabatabil drwyahaji ri paminangan tkeng arik 
sapraka | ra mwang padem ngkat pratimasa 



13 pin^o/«ku-pinj?sok«ktvping:so«/«kui 14 pahaton-pahawrmi 18 dan-wan ! 22 lamalesa-lamaleaj 
S«rattpuha»amupuhai 28 cumuig). bovengeschreven; bamlya. 



167 

A c h t e r z ij d e. 

1 . wanikang kubwan kabuyuthan pan pinaka pangiwtambing muwahikalang 
kalagyanya simaparasi 

2. raa kapangkuwaluh de nikang dubani jaring lawan wnang momah wdung 
tëmpak lawan wnang momabasakawwaln ina 

3. sta mwang momah crï manganti athërikang wisaya tumut sapolah ni(ng) 
diilm thani samangkananugrahani sang atita prabhu irikang 

4. dnban i jaring tkaring wisaya kunang pamuwuh nira crï maharajanu- 
gi'aba muwah tan wnang tapabaji airhaji irikang duhan i jaring | tka 
ring wisaya wnang momah. bu/curi tngahasalwapapan muwahalala 

5. na istata samangkananugraha pamuwuh nira crï maharaja irikang 
duhan i jaring tka ring wisaya tlasinurat de samgët langka ma | panji 
talangluh tar/gan de samgët manghuri mangilala mapanji na 

6. yaga lawan rakryan juru raga skar mapanji dayaka yatika paghakna- 
nikang duhan i jaring tan kolahulaha tkani dlahaning dia | ha ngüniweh 
deni sang anagata prabhu kunang i sdanganyanhana 

7. paksangruddba mneng blëm knana danda ka 2 su 10 athëramanggiha 
mahapataka ringihaparatra ringahoratra indah j ta kita kamung hyang 
pancamahabhnta kita milu manarira masuki sa 

8. rwwa bhüta tumona ring adoh lawan aparö ring rahinengwngi an 
rngwakën tiking pamangmang sapatha samaya mami ri kita yawati- 
kang wwang | tan magëm tan mangmit irikeng sang hyang rajanu- 
graha patyananta 

9. yakamung hyang deyanta t patiya tarung ring pangadgan tampyal ring 
kiwan tutuh tnndanya panga(n) dagingnya rantan ususnya dudut hatinya 
wëtwakën dalmanya langga.fanya siwiika/>(da 

10. nya cucup utëknya cucup sumsumnya mangkana yan paring tgal sam- 
bërning glap halapning pamungwan yan parengalas dmakning mong 
patukning ula bisa yan pareng wai pasukananing tuwiran 

11. sanghapning wuhaya awuka tantëmwa sama liputning dhira wulangunan 
wëkanakrabinya tke sakuia santananya jah tasmat tabwat ka | rmma 
knanya pëpëdakën pranantika de kadi lawa sang hyang ca 

12. ndraditya sumuluhi trilokyamandala mangkana lawasanyamukti panca- 
gati sangsara pjah pwa ya dlaha saw^kelikti | janma tmahananya nda 
mangkana laranikanganyaya umulahu | 

13. lahanugraha ^rï maharaja irikang dühan i jaring tkeng wisaya kapang- 



6 yagd-yaka; 1U pasufrana-pasutóina, 



168 

giha kanikarama pagapaman?/aranira | ri tke wisaya ri datëngnya mam- 
pakampak manarima ryyanugra | 

14. ha 91-1 maharaja makamarahuhan bnyut hadyannama^ya sengsengan maka 
sirkasir kbo salawah a | rangkëpi nama sakati makasirkasir manja- 
ngan puguh amandi | 

15. ra buyut satirun makasir lëmbwagra buyut kasumbu makasirkasir sagalu 
saug hyandra gri tuanta padar | makasirkasir umbëlumbël monah gusti 
sagëntër akaka 

16. (si)r lmbu cokoh pamalajaran adija akakasir kbo batul dinesa akakasi(r) 
kbo indra rë | ngin akakasir kbo sajalu saradi akakasir manja | 

17. ngan hijo taginas akakasir bragajabang sli akakasir manjangan wagal 
juru wërëh akaka | sir minda kuning gusti akakasi(r) takala biru i 
patamba | 

18. ngan kabayanama winuruk akakasir gajah kaning angrangkepi nama 
gorontol akakasi | r macan mënun amandira buyut bogbogën aka | 

19. kasir lutub buyut sëntog akakasir macan putih ing tubu kabayan buyut 
matri angra | ngkëpi buyut rangka akakasir tikus putih i pagora 

20. n kabayan angrangkepi nama damar akakasir kbo galanggang amandira 
buyut crï datëh | buyut angras ri salar kabayan akakasir ga | 

21. jah bikoh angrangkepi akakasir kbo macan pamalajaran akakasir dang- 
da tunggu lukan | ri batur kabayan magra angrangkepi nama pancura | 

22. amandira( )matang hinan sarante akakasir wuyawlang i barëm kabayan 
sangmiguh angrangkë j pi kbo luke i palampitan kabayan samasan | 

23. angrangkepi palinggih amandira buyut jimani ing manimbul kabayan 
blmngang hijo angrangkë | pi nama lonji amandira nama himan abotbot u | 

24. mihang ri buwun kabayan akakasir macan dangdang angrangkepi nama 
gëdu i katwaban | kabayan kbo niagut angrangkepi nama wangkan 

25. amandira buyut jagasa ri murana kabayan sage angrangkepi nianadi 
amandira buyut | padah kbo biran suda/m buyut bagodo | 

26. angrangkepi mondok amandira buyut bakatul pamalajaran lanta/an tele 
carar panahi | lan buyut guna*nta angrangkepi /codoh amandira 

27. buyut sadara //nwuk buyut kahatur amandira bayawak yata pagëliak- 
nanikang duha ni ja | ring n ri maya sang byang vvara- 
nugraba ma 

28. raji 91Ü krtaja/« anganugraba ri jiara düwani jaring tan kneng jawur 
pamrsi tapamariga samangkaua pawuwuh ning anugra 



14 makamarahulian-makajuaraluihan; <t-sa; 15 wanta-röanta; 19 pajrora-pauera; "-'5 sudaka-sudake. 



169 

29. ha rikung düwan i jaring yata pagëhakna denikang para düwan 
i jaring kuni hana maru/( )uugraha dendanën ka 1 su 

30. 5 atëhër twiajarhawwtpatanirang crï krtaja/a 

LXXII. 

Steen met onduidelijk schrift, vroeger volgens Verbeek p. 260 staande 
in de desa Tjekër (afd. en res. Kediri): thans blijkens Rapp. 1908 p. 276 ver- 
dwenen. Abklatschen worden vermeld Notulen 1869 Bijlage N (Madjarata) en 
Not. 1876 Bijl. II no. 1; thans op het Oudheidk. Bureau niet meer aanwezig. 
Dr. Brandes deelde bij Verbeek p. XVIII mede, dat de inscriptie van 1107 was. 

V o o r z ij d e. 

1. swasti cakawarsatïta i caka 1107 bhadrawadamasa tithi pancadacï cu- 
klapaksa 

2. grahacara nairityastha pürwwa(bha)drawadanaksatra ajapa- 
dadewata wrddhiyoga wistika | rana caciparwweca la 

3. gneya mandala niïnaraci irikadiwacanyajna paduka 9ri maharaja crï 
kamecwara triwikramawatara aniwaryyawï | ryya parakrama digjayotu 

4. ngga dewa nama tinadah tanda rakryan ring pakirakiran makabehan 
makadi rakryan kanuruhan mapanji lëkër i ng rat [ i pingsornyajna 
paduka crï 

5. maharaja kumonakën ikang düwan i cker makabehan makadi pinising- 
gih pamang/Yinakëna sang hyang haji pracasti kmitananya samba | ndha 
gatinikang düwan i cëkër 

6. j/nn pasuruhan nira sang atïta prabhu ika ta nimitta nikang 
düwan i wker yan mampakampak manambah i lbü ni paduka crï ma | 
haraja makasopana ra 

7. kryan mapanji lkëringrat mpw antarecwara menna laksana 

hadyan ring katiga juga wan 

ring wnanganya momahaA-mawapu 

8. ri ma mwang mpak wjila 

mundak bukur i tngah awuwungawingka masayyö witana ma- 
warugenantan lalayana i ku mapab/u'ilana 

9. matumpyataka hapapan anusuna salë mapalangka 
binubut anjing raga pasanatulisa warnna wasëh radin 
apadaran 

10. lunali pajöng gangasësë raringawi- 

Aan aguntinganindika( )undakamupuha 

jamaha raray inakwakën a 



30. De 5 in Oud-Javaansch karakter. 



170 

11. linggiha ring kala^a gumlar aguntingeruhur salë maprasprasa ring salë 
manita ring salë tan kneng walang sampir tan 
panga panarwa kaka 

12. anganggo walila ada twah wawara mpa 
sing pakaryyanya migamagamana watu 

nasiga mwang tahën kuning mameng apanga 

13. 

rak pura kawnangwnang nya ri tgal 
14. 

mwang angjangjang wnangapa/apupagara 
15. 

tal odod mwang dodot 

16. 

neugka mahuyana rinangkëp 

17. tan 

kneng mandïhala kadyangganing mayang tan | 

pawwali walü rurnambat ing natar 

18. wipati wangke kabunan rah kasawur ing hawan 

duhila | 
tën hidü kasirat mami 
19. 

manguna ring jro kalangan ka 
20. 

t( )ahaning adagang kurangkuring mang 
21. 

n prang muwali yan hana 

22. 

hun tan kneng liidan 
23. 

mwang pinghe wahuta rama 
24. tan kneng miera paramiyra nn^rahino 

wli panjut wli hapvi 
25. 

nangan pamawasya 
26. 

pagajah pakikis 



171 

A c h t e r z ij d e. 

1. 

wat u tajëm pangaruhan 

2. 

ju kuning pamaiiikan maniga rumban tirwan 

3. 

juru nita juru judi jurn tel juru karung juru juru 

4. 

daging sambal sumbul hulu 

5. 

rikang dïïwan i ckër samangka(na) rasa ni panghyang nikang düwa(ni) 

6. crï maha- 
raja ri panghyang nikang düwau i ckër apan jati nikang 

7. sakala ja- 
gatpalaka tan dadi kapihutangan inak ambëk dening wwang pra 

8. ta nikang 
dïïwan i ckër i paduka yrï maliaraja msk&rihwa ri 

9. ri 91'ï 
maliaraja mantuk ri sïma nira ring bhümi kadiri }SLlaiigd.adya(kën) 

10. w 'neli ikang 
düwani ckër makmitana sang hyang rajanugraha manggala 

11. mgat hm;öm 
pw amoghecwara mapanji talalïïli kadgan 

12. ya lawan samgat tirwan mpu hari- 
nanda mapanji wakpati yatika 

13. tka ring dlahaninff dlaha tan kolahulaha nffiiniweh de sang- anagata 
prabhu kunang ri sdanganya 

14. pahapnk para mne hlëm pagë(h)nyanugranugraha ^rï maha- 
raja lwiranya knana 

15. ring ihatrapa- 
ratra ndah kita kamung liyang pancamababhüta 

16. 





wngi e 


17. 






deyantat patïya tarung ring adgan 


18. 






dalëmanya 


19. 






pamungwan yan 


20. 






sënghapëning wuhaya awuka ta(n) 


21- 


-23. 



172 

R e c h t e r z ij k a n t. 

27. pü manülawungkudu mang 

28. manawang manangkëb ma 

29. simbak kawah padë 

30. dhüra tan kneng 

31. tan kapalakwa 

32. maxiga ya 

33. dilia 

LXXIII. 

Steen van desa Këraoelan (afd. Trenggalek, res. Kediri), door Hoeper- 
mans in Tijdschr. XXl p. 167 vermeld, terwijl uit Rnpp. 1908 p. 229 sq. niet 
blijkt, of bij nog ter plaatse is. Abklatschen worden opgegeven Notulen 1869 
Bijl. N.; 1876 Bijl. II no. 8; ws. Not. 1896 p. 20 en Rapp. 1908 p. 230; 
Oudheidk. Bureau no. 324. Bij Verbeek p. 262 deelt Dr. Brandes mede, dat 
de inscriptie van 1116 is (cf. Rapp. 1.1.). Bij de transscriptie teekent dezelfde 
geleerde aan: „schijnt een eindje in den grond gedrongen" en geeft als af- 
metingen van de door hem gebruikte abklatsch hoogte in het midden 1.43 (?), 
op de zijden 1.40; breedte van boven 95, beneden 78; breedte der zijden van 
boven 32, beneden 32 -j-. 

V o o r z ij d e. 

1. || o I swasti cakawarsatïta 1116 badrawadamasa tithi tra 

2. grahacara aisanyastha taithila karana agni parwweca dbrtayoga crawa- 
nanaksatra hari dewata 

3. wacanyajna paduka crï maharaja crï sarwwe^wara triwikramawatara- 
nindita crnggalancana digwijayotunggadewanama tina 

4. behan makadi rakryan kanuruhan mpw i9wara mapanji jagwata i ping- 
sornyajna paduka crï maharaja kumonakenikang samya ha(ji 

5. t halap haryyan katnbang rawa sunghe makabehau makadi jwcwng 
padamlakna sang hyang ajna haji pracasti kmitauanya sambaudha 
gati 

6. mampakampak manambah i lbü ni paduka crï maharaja makasopana 
pangalasan mangaran gëngadëg majarakën yan 

7. ta sang limah ring jawa sira baji tuuiandah lawannanugrahanira 
51-1 rajakula munggwing ripta lamba( )wang ri hidepikang samya haji 
katandan 



6 göngadë^-gëngideg. 



173 

8. ta prabhu ita/ca hinyangakënya i paduka crï mabaraja 

mapratista 
ring linggopala tandan kr 

9. katandan sakapat ri paw^kawaca ning anugraba munggwing linggopala 
saksat payeh ni jayomaya parwwatagëng mwang paramamo/jfl 

10. ring amawa deca tumus tka ri wka wet gurnanti bumarep rama mne 
ning mne «angka ri huninga paduka crï mabaraja ri pangbyang 

11. pan jati ning kadi sira ksatriya prabbu mabawicesa wisnumurttyawatara 
sakala jagat palaka tan dadi tan pannruning waranugra | 

12. pwakasucrnsanikang samya haji katandan sakapat i paduka crï mabaraja 
makawyakti ri pang/itanya makarabinawngi mangarcca | 

13. tka ni catru wadwa kala sangke pürwwa ika tangdadyakën purwwarna 
i crï mabaraja ri kadacabhütanikang samya baji katandan 

14. lagi küala mwang kalasana deeanya padapuran crï mabaraja tat- 
kala ni n kentar sangke kadatwan ring katangkatang deni 

15. n/dn malr yatik kaprabbun crï mabaraja siniwi ring bhümi kadiri ma- 
tangyan iuubhaya sanmata panghyang nikang samya baji kata(udan) 

16. dewata sira crï tumaudab mwang anugraha nira crï rajakula ring 
linggopala tubun anugrabanira kalib ka ntyende 

1 7. n mrjila/jrangesrangan tan kakuana tundan agöng admit tan kaparabya- 
para dening alakwan ing » nwah tan kna salwirning mandi 

18. kang pakalingking lïïdan tïïtan pakrak pakrïk pabawuhawu pabarng- 
harng paduricikbi wawarang lakulaku ma 



19. ku(b) tibajawa tpung kawang limba kawah tan kneng walat sajawa- 
wana wnanganindikanundakamupubangrabanaguntinga(ng)ja 



20. dyan manimwa waluwalu ning wadwa baji samgat tanda rakryan 

mantri yan karabya denya kewala kadirinya 



13 ri-wi; 15 yatiA'-yatüi ; 17 louwuli-duwuli. 



174 

21. papan mapawwasanabwah kama aringringa banantën ma- 
nganggo kayu kuning ma mica inasta m&gw U 

22. ni tuka ënahanambilananya kapanggiha ning mahutang mundur 
aluhakamagayan sünggatandamingmasika/w 

23. lawakatimang sapi winaru gawayakna tawïïkung wnang 
ma yar a( )ksaraha 

24. hambalatandan manabap burin ri sapunyanwawasi tan swikaran 
yar hana hapapan catura 

25. hëracila wnang manganggo sa kuning mwang glang sisiran ham- 
bulungan salwiraning sandang i na mada ta r sa 

26. amuk ang lu s 

ka linggih ring kalaca gumla(r) 

27. asu tugel badawang taluwah mwang tan pangilangana wungwung sapra- 
karadi ma/r/nam kurung mwanga 

28. bayan 

29. ri tanhananingadawadawa 

nikang 

samya haji katandan saka 

30. hitikusa mwang amungwakna wiwarahut de sang pragwiwakya 

ntan hana ki 

31. samya haji katandan sakapat maka( )masa lak ring harëp ring wuri 
yan i 

Achterzijde. 

1. nya ri desanya ngke ri snnghe samangkana kayatnakna sang aua- 
g&tEyana pangkur tawan tirip mangi- 
lala draby haji wulu 

2. wulu ring dangïï makadi micra pangurang kring manimpiki paranakan 
limns galuh manguyyë//r/ lo\& ma ya | sungka dura panga- 
ruhan taji watu tajë 



30 pragwiwakya-pragwitokya. 



17ö 



r. 



3. m pajulung watu walang sukun lialu warak ramanang rakasang pining- 
lai katanggaran lapahaji airbaji | haji lablab Irltam tangkil 

4. trpan salyut linggi(ng) kyab parnanikan tnaniga sikpan rümban tirwan 
wilang thani wiji kawah manamhmgi tanghiran 



iuru 



5. gusali mangrunje (lees mangrumbe) magunjai tuhakambing juru judi 
juru huiïjëman wli tamba?i</ juru kling palamak pakalungkung dawu- 
tan | lan sungsung pangurang pasuk alas si | 

6. pat wilut jukung panginangin pamawasya palamak panrangan skar tahun 
upiban pabaye uiati | tih padwE ruas panlung atak "pinlalUn 

7. tulung butang pobhaya paprayac.citta kdi walyan widumangidung sam- 
bal sumbul bulun haji jenggi timur singga | wulungwulung watek i jro 
ityaiwamadi 

8. kabeh tan kumne parabyapara irikang samya haji tke sïma parasïma 
tka rikang sukhaduhkhagöng admit asinga ta | salwiranya kadyaugga- 
nikang wwah. tampama 

9. yang bont/bang walü rumatnbat ing natar wipati wangkai kabunan rah 
kasawur ing natar mijilaken wuryyaning kikir | mungpang hidü" kasirat 
sahasa wakcapa ■ 

10. la hastacapala dubilaten angcapratyangca danda kudënda yataika tan 
tama irikang samya haji katandan saka | pat lawan ri wnanganikang 
smia humarëp 

11. ikeng manmin madrabya gilingan pagret matulisa warnna salwirning 
wadwa haji makalaca baritung matanda pabangif /«a- 
swan daduuiasawing kuning pajengana ring natar 

12. yan sakaryya saprakara majnu kanaka skar m<mintan mapatarana ba- 
nantën dodot tinulis pralu/m manga | nggo salwirning ivali panan- 
dangakna 

13. wwai macuring mahulun pujut bhondan klente wungkuk 
tulai mwang umanggo salwirning sajamanggalya tu | n kalanyan 
mamüja i sang hyang ajna pra 

14. (s)asti ma^rima^/fï'A'akakaya ma /u macuring tlewelit kikir 
amagut pajëng putih kuning panguly | n salwirning anuraga juga 
kinonakën padu | 



3 tykatn, bovengeschreven kuiak', 9 bongbang =s bungbang. Brata Joeda, 63, 6,5; 10 si'raa-s«ma; 
12 manintan-niaüntan, 



176 

15. ka crï maharaja nya Itala pangnpux anira crï tumandah 
lawan sira crï rajakula' ri baywanikang j samya haji tka ring sima 
parasima atelier ma 

16. la drabya haji ring pasina muwahaku ira ikang wulu- 
wulu prawulu mabaka sa fcanya tuhunpa muwuh pra | ma 

rajanugraha i samya haji tka ri sima 

17. parasima kang wargga hajyan tan mijila prangeng buntu tan kneng 
nagariva satya suwargga wnang pragdha wnang kara | ri 
bumbung wnang kasatyaning brahmana mwang 

18. kuda wnanganguninguningaribërëh sawakanya mwang arugaktt h yan 
dosan ah de^anya lawan ri | duhkanya yadyan hana 
salahidëpaha 

19. n palanya drabya ning len kewala muliha ri hulihnya ha«a juga tan 
pasondangana wnangamurak muraka wungwung | nya ring tgal mang- 
hanakna bariimbung mapaka 

20. likan mapacf/ndanga lsën ma/fa la na ndul patban mapakï- 
ngana bwat hino magupurahani | momaha wdung tëmpak wyël 
muudak 

21. warugenantun bukur i tngah mawungwunga wingka samaugkana 
sanyanugraha ^rï maharaja kayatnaknanikang wargga | haji katandan 
sakapat muwah anu 

22. graha ^rï maharaja irikang wargga haji sunghe juga pramana irikang 
ralang ka?nalan pamahafcan ngo do9a 
tkeng wu 

23. luwulu prawulu pama ri ni sanjatanya ring maku i ^rl 
maharaja samangkana pagëhaknanya tkari | dlaha ning dlaha 
lahulaha 

24. de sanganagata prabhu pratyeka ning nama daya nikang wargga 
haji katandan sakapat tkeng sima parasima ma | tarima ing sang hyang 
rajapra^asti 

25. panungkalan kabayan ing pamalajaran nama kapingtiga nama 
iunasmin mangkwan nama sari | wuntat juru makasikasir 
kbo pangayat 

26. ryyalap haryyan kabayan ing pamalajaran nama ta^'r kapingtiga nama 
sulur sakwan makasikasir minda rajasingha karuhun rakryan 

27. i limh&ïig rawa kabayan ing pamalajaran nama ipuk kapingpat maka- 



27 <('mbang-Aëmbanjï. 



177 

sikasir bumbu bingung kapingtiga makasika | sir cuba dada sangkwan 
nama bungkal 

28. kadi juru makasikasir kbo j&ya, maka/raryyama i sungbe 
ping pamalajar nama abo kabaya | n nama lanlaliij 

29. makasikasir kdu(ng) wulung kapingpat nama suuiandha kapingtiga 
nama bla nama klog macan 

30. makasikasir nama sang rat karuhun rakryan layang maxigilala nikana- 
Icang sikisiki kikatyamangwar | mwang oma 

lih nama su 

31. tuha nama abol samangkana kweh wargga baji katandan sakapat nia- 
nadah anugraba tinulis de | ma wa ri desa 
pama 

32. onleesbaar: terwijl er nog een regel 

33. schijnt te ontbreken. 

LXXLV. 

Steen, staande bij den grooten tempel te Panataran (afd. Blitar, res. 
Kediri) ; voor de oudere litteratuur zie men Verbeek p. 274 sq. Abklatscben 
worden vermeld Not. 1869 Bijl. N, 1876 Bijl. II no. 4 en 1886 p. 113; Oud- 
beidk. Bureau no. 427. Dr. Brandes deelde Not. 1886 p. 32 mede, dat bet jaartal 
1119 caka was en voegde daar p. 113 aan toe: „deze abklatscb geeft ook het 
zegel van den toenmaals regeereuden vorst van die streek. . . . Wat dat zegel 
aangaat, men ziet bier dat A. C. Burnell's opinie „„seals do not appear to 
have been used in Java at all"" (South-Ind. Palaeography, 108) .... veilig 
kan worden tegengesproken. O. a. zijn bijv. bekend de zegelmerken van Air- 
langga (garudamukha) en van Jayabhaya (narasingha)." 

1. || o || swasti cakawarsatïta 1119 asadlia | 

2. marakih grahacara stha bani(ja kara)na yukla yoga ba 

3. dewata mahendramandala wr^cika ragi irika diwafany ajna paduka | 

4. gwara 9rï wikramawataranindita crnggalancana digjayotunggadewanama 
maka 

5. gra sang kki sira dangbyang pa( )ka muwah sira 
mpungku sama mpungkwi wuka | 

6. 9wara mpungkwi lokecwara mpu mahe9wara si 
ka ta mpungkwi mpa na 



5 sang-jjang; kfti-kd 



178 

7. umingsor i tanda rakryan ri pakirakiran makabehan makadi rakryan 
kanuruhan mpu(ng)kwi mapafiji ja ,samba?«dha 

8. rmmaka/ulya sdangnira 9ri maharaja sanityangkën pratidïna i sira 
paduka bhatare palah atëhër mapratistha ri linggo | (pala) 

9. ri bhuktiniran tan cari ksi nikang sangbyang catur lurah hinaru- 
haru nika 

san sira crï maharaja sa( )i [ 
10. nakinak pamrih ri haji 



11. prabhu wisnumïïrttya- 
watara sakalajagatpalaka tan dadi tan bhumancayakna, ka | 

12. laya nguningunini pa( )inggal ira kïrtty&göng P karnhun 
kaparipürnnaknanira paduka 

I 

13. sustubhakti i lbü ni paduka 9rï maharaja pürwwarna 

ri pratika rnmaksa saka ri mula | 

14. muwuhikadharmmoragahan antahala 

nikang samya *'«(ng) catur lurah ni pamajakënira ing sayaksu( )u | 

15. dïna i sira paduka bhatare palah apan atyanta göug nikaug laga( )naga 
nira crï maharaja ri kadharmmo(ra)gahan i | 

16. nusuk sïma nira paduka bhatara i palah wasakëu 
haji ningrat ika ta karana nira crï maharaja ta | 

17. sira lbü ni paduka ^rï maharaja man a( )ya iruhakën irikang samya 
sang catur lurah an rumaksa panggihakëna pa | 

18. mbigyan dyangkan pra/adana i sira paduka bhatare palah 
lwir nikang samya sang catur lurah ke sima 

19. wem pawuyahan panu( )angan ri sa sta juru gala hudangan lbak 
jagan daliri garigi saniwyan | 

20. 

halwang tanggung kinwung liri kalih | 

21. kidul ningalas 

padlëgan pagaran pikatan pakandangan | 
22. 

lawadan manganggil caluh ri wargga haji sakapa 
23. 

muwah kalih ma 



ö iulya^mlyai 10 ri-wi; 22 caluh-toaluh. 



179 

24. san tambak hya n samangkana samya 
sang catur lurah mangadgi ri pamüjan 

25. lmah torumbigyan sanityangken pratidlna i sira paduka bhatara i palah 
kayatnakna tka 

26. nguniweh de sang anagata prabhu kunang ri sdangauyandan mu- 
wus muwus apak sangruddhang 

27. knana nigraha ka 2 ma sn 10 atëhër unianggiba salwir ning mahapataka 
ring ibatra pa f 

28. mahabhïïta kita masu- 
king sarwwa tumon madoh maparö ringrabinengwngi 

29. mang sapatba samaya mami ri kita yawat 

tan macrë raadmit 

30. ya tarung ri nggan tampyal ri hi 
81. 

Recbterbovenboek van den achterkant niet boveneinde 
van het linker zijvlak (van voren gerekend). 
8 regels, einde van een pracasti. 

1. dmakning mong sahutning ula bisa yan 

2. ka wulangula ni wakanakratinya tke sakuia | santananya jah tasmat 
kabwat | 

3. hi bhuwanamandala nda samangkana lawasanyan | mukti pancagati- 
sangsara pa | 

4. nyasa umulahhulah sapagëh sang hyang rajapraca | sti 
tatkalanirampungkwi palah | 

5. pinakapari- 
wara nira crï ma | haraja ri pamüjakën ira 

6. i sira paduka bhatara i palah 
tlas a dura mpu dala dgan de 

7. ksa n gg u l samgat langka 
mpw amolo | jit laluh sang makmit wana \ 

8. hyang sang catur lurah rumak samagëhakna 
ya | graha || o || 

LXXV. 

Steen, afkomstig van Tjandi Përtapan (top vau den Pegat, afd. Blitar, 
res. Kediri), blijkens Hoepermans bij Verbeek p. 276 later naar Dermasari (bij 
Pinggirsari) overgebracht, thans volgens Rapp. 1908 p. 192 te Pinggirsari zelf 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. J§ 



180 

staande. De afmetingen worden daar opgegeven : hoog 0.78, breed boven 0.44, 
onder 0.35 M. Een abklatsch wordt vermeld Not. 1869 Bijl. N; thans is op het 
Oudheidkundig Bureau onder no. 425a slechts een klein fragment aanwezig. Bij 
Verbeek t. a. p. deelde Dr. Brandes mede, dat het jaartal 1120 caka is; op de 
transscriptie wordt gedubieerd tusschen dat jaar en 1320. 

byayanasmaru 

1. I swasti cakawarsatïta 1120 karttikamasa tithipaïïcadacï | cuklapaksa ha 
po | ga wara wugu grahacara agneyastba bharanï naksatra yama(de) | 
wata wyatighata yo 

2. ga tetila karana baruna parwweca agneyamandala irika diwafa | nya 
kaki ri subhasita ma | miwruh( )wadin kabuyutan i mukudütan ri rnang/m 
ri tanda mangaran i subhasita | samya lwir ti>arasamya j 

3. wleri <(/]wang jurang /nrikuruwil pandyasan su wwa 

j risi walat waduri kina | katyanikang kweh nira 

saksï sinungan cancut tuhun sira si | manwam atuha lwirnira isbi | 

4. i wleri i pandyasan luwëm i lajiraj i r&wadi i pandyasan | ma- 
kadi sira ri trinayema | muwah i jalasa( )i( )ha i lwapandak padëlgan 
pinggir ing tasik | samangkana kweh nira saksï | 

5. n düwan ri manghuri kabuyutan tunmg 
sunga lan kewala saka | miyranira kapwa niangikut ya ri 
sang hyang kabuyutan ri subhasita tka dha | haring dlaha tatkala 
bu | 

6. yut rama lm la jaya ri wleri bu( )yn( )ka buyut | lan juru 
rakryan pa | sung salai buyut bukung juru mpu santaraja biriug 
pinghai rakrya | n ri manghuri kabaya | 

7. n ring pamalajai-an mangaran sa( )la buyut san | kawi 

buyut sira [tsi] makasi(r)kasi(r) ranggarangga dabadas buyut ha | 
dyan makasirkasir bhata | 

8. mata makasirkasir rangga rangga | 

sama | ngkana kweh nira humarp hacala 

ring surat kinayatnake | ni sang hyang kalih 

9. mpa tldlia( )ndanisidawa atëhër kaksi mwang lani I 

iking tut hyang kalih it 

|| o || nahan hana | s&nghunga hya 

10. 
11. 



2 mVLhxxd.utan'piV>igkü düwjan: 3 en 4 panijyasaii-mandyasili. 



181 

LXXVI. 

Steen van onbekende afkomst, thans als D. 1 in het Museum te Batavia 
Dr. Brandes beschrijft hem in den Catalogus (p. 372) aldus: 

„Boveneinde in den vorm eener accolade. Blaauw. Andesiet. Zeer afgesleten. 
Aan vier zijden beschreven. Van de legende in oostelijk oud-Javaansch schrift is 
slechts een klein gedeelte aan de achterzijde en aan de smalle zijden bovenaan, 
nog leesbaar. Het zegelmerk op de voorzijde is onherkenbaar. Afkomst onbe- 
kend. Hoog in het midden 152, aan de smalle zijden 144; breed van boven 
84, van onderen 60 ; breedte van de smalle zijden van boven 25, beneden 20. 

Fragmenten van een oud-Javaanschen pracasti. Schenkingsbrief van koning 
Qrngga aan de bewoners van Biri. Aangezien de naam van dezen vorst, voluit 
genaamd frï Sarwwecwara triwikramawataranindita Crnggalaficana digwijayo- 
tunggadewa voorkomt op nog drie andere steenen uit het zuiden aan de resi- 
dentie Këdiri. waarvan er twee de jaartallen C/aka 1116 en 1119 (= A. D. 
1194 en 1197) geven, mag men vermoeden dat ook deze steen van die streek 
naar hier is overgebracht, en dat het opschrift uit omstreeks denzelfden tijd 
dasfteekeut". 



~o 



Rechter z ij kant. 

1. mï fuklapaksa po ka wr 

2. yoga tethila kara baruna 

3. watarauindita parakrama crugga digja 

4. puspadawa ntaregwara mapanji 

5. hamanwamakabehan makadi juru 

6. nira grï mahara 

7. huninga paduka crï maharaja 



8. 


tan 




nugraha ri samya 


9. 








10. 








11. 








12. 






moma 


13. 








14. 








15. 








16. 








17. 






de 


18. 






sdënganyanhana 


19. 






ajnanira luma 


20. 






pawlit tan kna 


21. 


pung kawung tan kna ring 


22. 


ta 






23. 


kna 


ring 


han 



182 



24. dubilatën liidukasirat ma 

25. watu walansf sikba 



'O 



26. misra hino misrangina 



&* 



27. pamawasya skar tahun 

28. na de sang mana katrlni 

29. 

30. 

Achterzijde. 

1. düwan i biri wnangikang sama humarëp sama hudus (lees: huwus) ka- 
sdahan tke mantan agili nggrët a 

wun halapadadu 

2. kanang wisecanyanugrabanira 91Ü mabaraja irikang düwan ing 
biri kadi padanda mpn brambang gangga mapanji 

n mapuspa bawam niüddha jama 

3. kunang ri sdanganyan hana paksangruddba umnlahulaha i 
sang byang rajaprayasti mon brabmana ksatriya wai 

9ya sndra lwiranya knana nigraba 

4. ka 2 su 10 atëhër manggiba salwiring mabapataka ring ibatra paratra 
ndab ta kita kanmng byang paficamababbüta kita mi 

lu manarima (lees: rïra) masaki sarwwabhüta 

5. delob aparë t rëngyëken tiking mangmang sapatba sama- 
yamami ri kita yawat ikaing wwang tan magöm tan ma 
ngmitirikana sang byang rajapra<,'asti 

6. ntatpatiya dwong ring pangadegan tampyal ri hiringan tutub tundanya 
pangan dagingnya rantan ususuya dudut batinya wëtwa 

kën dalëmanya rahnya 

7. yanya lewut butëknya cucup sumsumnya angcanayun parëng tgal sambë- 
rën ingglap alapën ring pamungwan yan pare 

ngalas dmakën ing 

8. yan pareng wai pasukananing tuwiran sangbapëning wubaya awüka 
tan turu sama pëpëdakën pranantika wnlanguna 

9. nya jah sasmat kabwafc karmmaknanya di ]awasang byang can- 
dra/ityan sumulubi tribhuwanamandala ndab samangkana lawasa 
nyan panmkti pancagatisangsara 

10. ya dlaba sakelikning janma tmabananya mangkana lwirnya ikang 

umulabulab anugraba crï mabaraja irikang düwan ing bi . 
ri || o || pratyeka nikang 



ij (/wong'-hvong; 8 pasuAana-pasufana: 9 sasmaWasmat. 



183 

11. yanikang dviwan ing biri manarima sang hyang rajanugraha juru ma 

buyut nama potrana 
ndhana sikiga buyut 

12. jamimanan buyut 
buyut buyut buyut buyut 

buyut jawimas 

13. nama potra kabayaning pamalajaran mangarau 
ginc/a iwruhanikang düwan ing biri tan 

sigasigu mapagöha. 

LXXVII. 

Steen, volgens Verbeek p. 263 indertijd staande in desa Watës (afd. 
Toeloeng-agoeng, res. Kediri), doch in Rapp. 1908 onder die afdeeling niet 
meer vermeld. Een abklatsch wordt opgegeven Notulen 1870 Bijl. II, no. 30, 
op het Oudheidk. Bur. thans niet meer aanwezig. Op de transscriptie teekent 
Dr. Brandes aan : 

„vier zijden (doch voorzijde en zijkanten zeer beschadigd). 

121 c.M. X 91 c.M. (beneden 78 c.M.) X 30 c.M. 

voorzijde 30 regels, achterzijde 28". 

Daar de inscriptie koning (^rngga noemt, is zij om dezelfde reden als 
de vorige te dezer plaatse opgenomen. 

V o o r z ij d e. 

1. masa 

2. wyatipata yoga karana brahma parwwe^a ma- 
hendra mandala mak ara rac/i irika diwacanya | jna padnka crï maharaja 
crï sa 

3. qrngga digjayotunggadewanama tinadah tanda rakryan 
ring pakirakiran makadi rakryan kanuruhan | hm(e)ewara 

nji 

4. düwan ri lawadan tkeng wisaya lwirnya pomwatan 

jjang wanwatngah tanggul herasih kunda glang turunasih maka(rama) | n 
thani i lawadan 

5. 

sang hyang ajüahaji pragasti kmitananya munggwing liuggopala tanda 

krta 

6. 

tan kneng pacra pacri pakalangkang pakalingking tan kneng lüdau 

tutan | tan kneng tundan 

7. 

karung pulih. wnang amangana salwir ning rajamangca wnang 

mangjamah rarai inakwakën wnanganu | 



184 

8. 

naburwan tan kneng patangiran tan kneng pakambaligi wnang 

prastha ma 

9. 

yadyan awaknya anaknya hulunya patyana yan maling tan karampasa 
tan pan galama | 
10. 

rnatumpyatak inabala ring hapapan momaha kayu pana sa i nasta binubut 

matulis warnna aringring banantën aguntinge ruhur s&lura masawung 

aïbuh apa | n wnanga 

12. 

tan kneng air haji tan kneng patangkil tan kneng tundan tuwuh ] 

su wnangaka 
13. padi ri po-mahan 

bunangwiwi mawnangwnanga hangfa mwang wiri gun- 

tingan tan kneng pawlangwlang patumbang yan | kanten 

14. 

apajenga putih pinagut angungkung wuri tan duhkha yan kapanggi- 
hana ni drwya sang prabhu mwang drwya hyang katë 

15. 

tan pangalapanan ( )sapi nguniweli ri tan kaciryyananistrï de sang hyang 

ajna haji malawanga( )habi matapa 

16. 

makajaran wnangagilingana panggrit matulisa warnna 

balitu angambuln 
17. 

salwir ning dali mangadë^wkna pajeng ring harëpan yan wiwi 

{kabi)x'\ macuringa madodotasusu | uran 

18. 

samalajaran tkeng wka wetnya tanpangiwak hyang 

angadalu ring deca ri lawadan tkeng | wisaya tu 
19. 

atelier duhka wnang matahil ring papinangan 

crï maharaja atëhër ika | kasempal 
20. 

naya/ay len kayu katunggal mimbulana tan mijil ring tuntuug 
wnang makaryyakaryya wariga | pvdar tan 



17 (lali-cali. 



185 

21. lawadan wnang 

wnang maorayoraya wnang amurakmuraka sapi ring tgal wnanga( )ngguja 

yan panghanakën up wnanga 

22. 

sira grï krtajaya irikang duwan ri lawadan tkeng ri papah mapanggiha 

tka ri dlaha ning dia [ha kunang ri sdenga 
23. 

nganggwa i rikang sakawnang sakesi i sang hyang rajanugraha umunggu 

ring linggopa | la apan jati ning 
24. 

kan sang lahilumpu tan ndadi tan pa«u 

niwaranugraha ri wwang pra 
25. 

tajaya matangyan wineli iking diïwan ri lawadan tkeng wisaya makmi- 

tana sang hyang ajria haji pracasti munggwing li | (ngg)opala tlas inu 
26. 

de samgët manghnri mangilala mpu lwadaya mapanji nadajaya 

haknanya tka ri dlaha ning dlaha katmuka [ lilirana ni wkawetnya tan 

27. kunang sdanganyan hana muwah prasiddha 
pagëhnyanngraha nira paduka frl maharaja irikang düwan i lawadan 
tkeng wisa | ya mne hlëm 

28. ajnahaji yatika knana dënda ka 4 su 10 atëhër amanggiha 
pancamahapataka || o || oin indah ta kita kamung 

29. cimottara madya agneya nairiti bayabya ai9anya urddhwa- 
madhah rawi ^a^i ksiti jala pawana hutasana yaja | 

30. gandharwwa graha kinnara catwari(ng) lokapala 

(pu)tr( )dewata panca 
31. 

Achterzijde. 

1. 

pamangmang mami ri kita 

2. kang wwang dnracara umulahulah haji nyanugrahanira gn maharaja 
yatika ikang wAvang mangkana kramanya 

3. fan patyaniya tarung ring adgan tarapyal i wirangan uwahi ri 
tngënan tutnh tundanya carik blah wtëngnya rantan usnsnya 



3 wirangan-wirmgan. 



186 

4. n dalëmanya duduk hatinya langgarahnya pangan dagingnya 
cangkuwak kapaianya cuculiutëknya tan patuiiasana salip 

5. pupuh ringa- 
dangsi wkasakën pranantika yan ring alas dmakëning moiig 
patukëning ula bisa yan pareng tgal | 

6. sëngliapëning wu(baya) tuwiran dudntën de sang 
hyang dalëmer salwlrni kelik ing janma tmahananya ring ihatra 
paratra 

7. rajanugraha urnunggü ring linggopala samangkana anugrahanira cri 
maharaja sira 91-1 krtajaya kawnanga denikang düti'an i lawadan tke 
wisaya | 

8. hyang ajïïa haji 

paripfirnna kabeh || o || pratye | 
9. 

10. 

11. bnyut 

12. n moniahoniah 

13. kbo jawa tar || ri paniwatan juru makasikasir 

14. buyut pü 1 mindba wnlnng a^a tiru ring pa- 
niandhiran bu | 

15. bnyut badyah makasikasir manjangan candi raras 
nama potra gajin 

16. kaping lima wi ring pamandbiran buyut mindba 
pangayat buyut wara ^rï gading [ 

17. || ri wanwa tngab buyut buyut badyan maka- 
sikasir kbo kdu nama potra bonang buyut | 

18. ftanal buyut dharaliru nama potra sayona buyut | 

19. || ri tanggul juru luma putih buyut hadyan makasi- 
kasir ti{ng) dwa ulnga nama potra talunan buyut ara 1 makasikasir 
kbo nama potra | 

20. bajra kaping tiga nama wi kaping pat nama pangalab kaping 
lima nama marin ring pamandbiran buyut gajah sali | buyut kbo 

buyut 

21. jawa || ri berasib juru ma 

wa buyut badyan makasikasir jigir/>angkuning bu | yut arik 

ipikimasapa samamangka | 

22. n buyut upan 

buyut bragaja kurai buyut gipadëg vasMijha \ dan nama marajing ma- 
sayu || ri kunda 



4 cangliMMiak-cangkraclak. 



187 

23. na kaping tiga mosirah kaping pat 
matgal kaping lima makaina ring pa(ma)ndhiran bn | 

24. ynt yangha( )n 
nama craha || ri glang jurn nama denda | buyut hadyan 
niakasikasir gnbar mëntas kama 

25. yan geleser yaya 
ring pamandhiran buyu | t naga wnk buyut kbo tadan 

buyut kbo | 

26. ja linisa( )mok 
buyut hadyan dada txxwa nama po | tra bhïïcaua buyut( )kpi //mina ma- 
kung kaping tiga 

27. buyut manak wgig 
ring parnalajaran na | maharum mrik samangkana kweh nikang dü | 

28. dïïwan i lawadan tkeng 
wisaya || o || 

LXXVIII. 

Steen, afkomstig van Tadji (afd. Magëtan, res. Madioen), daarna blijkens 
Hoepermans in Tijdscbr. XXI p. 161 eenigen tijd op bet controleurserf te 
Poerwadadi staande, thans als D. 31 in bet Museum te Batavia. Abklatscben 
worden vermeld Notulen 1869, Bijl. N; 1876, Bijl. I no. 21, II no. 9; Oud- 
beidk. Bur. no. 8 en 162; afgietsel Leiden Etbn. Mus. no. 2997 (Cat. Juynboll 
p. 234). Dr. Brandes beschrijft de inscriptie in den Catalogus (p. 383) aldus: 

„Klein steentje met dakvormig boveneinde, van onderen sterk inspringend, 
met voetstuk uit één stuk steen. Donker vaal. 11 Regels schrift overeenkomend 
met dat van den steen van Adoman (Merbaboe) op de voorzijde, en eenige 
woorden op de achterzijde. Afkomstig van den Lawoe (Tadji, Poerwadadi, Ma- 
dioen). Hoog in het midden 76, aan de zijden 58; breed van boven 69, van 
onderen 43; dik van boven 11, van onderen 11; voetstuk hoog 9, breed 
65 en 26. 

Geeft het jaartal Caka 1126 (A. D. 1204), doch taal en spelling belet- 
ten te gelooven dat dit opschrift met de daad van dien tijd, in dezen vorm, 
kan dagteekenen. Op- de ruggezijde leest men tinulad („gecopieerd") en drwya- 
hadji („koningsgoed")". 

V o o r z ij d e. 

swasti sakawarsati(ta) i 
sa/rase 1126 karatti kina masa 
tithi dwitiya cuk(la)paksa 
ha bu ni julung sasa i diwasa 

ngan( )ja ya(n) pamusu(k) sima \ambi (?) 
a 



188 

yata tolhi ni puna sima [ng] sira mpu tumambi 

ka ( ) ya 
ta gani Ie prmit si ko in alük lok 
kawitibasayuta sa ka( )la ing mesang ka 

lih sadung 
raku ju ri gu sindang tingginah cendat ki 

rimisi 
gi/i cimplëng jawawut tnnggë 

jali (ng) (ji)la(ng) 
byuhapinat 

A e h t e r z ij d e. 

tinulad drwya 

baji 

LXXIX. 

Zeven koperplaten, gevonden op het Wilis-gebergte en wel op dat ge- 
deelte, dat in erfpacht is afgestaan aan het nu genaamde perceel Pënampihan 
(afd. Toeloeng-agoeng, res. Kediri), in 1898 in particulier bezit (Notulen p. 131) 
van den Heer van der Plas; tegenwoordige plaats onbekend. Naar aanleiding van 
foto's en cliche''s van deze platen deelde Dr. Brandes Not. 1898 p. 78 sqq. 
mede, dat het een volledige oorkonde van Krtanagara uit 1191 was en knoopte 
daaraan eenige beschouwingen over de chronologie van dat tijdperk vast, welke 
hier niet herhaald zullen worden, daar aan Dr. Brandes zelve bij voortgezet 
ouderzoek later een andere opvatting de juistere leek. Genoemde geleerde ver- 
volgt dan : 

„Dit is geenszins het eenige, dat door deze oorkonde nader kan worden 
toegelicht. Terwijl het blijkt, dat het stuk uitgereikt is om aan een klacht van 
zekere personen van de wisaya punpunan sang hyang sarwwadharmma, „het 
onderhoorige gebied van St. Sarwwadharmma", tegemoet te komen, die nl. 
verzochten in rechten weder gescheiden te worden van de lieden van Thani- 
bala, van welken indertijd Jaya crï Wisnuwarddhaua hen gescheiden bad, le- 
vert het verschillende passages, die zeer belangrijk mogen heeten. Zoo leest men 
er in het betoog voor hun recht van de indieners van het verzoek, towi pwan 
hana turunyanugraha bh.ata.ra jayacrïwisnuwarddhana irikang sarwwadharmman 
sapiha sakeng thanibala, ngünïkala sang apanji patipati dharmmadhikarana, 
„en bovendien nog is door wijlen Z. M. Wisnuwarddhaua aan Sarwwadharmma 
de gunst geschonken, dat het gescheiden zou zijn van Tbanibala voorheen toen 
Apanji Patipati dharmmadhikarana was." Met hetgeen men toch omtrent Pati- 
pati in de Pararaton verhaald vindt (zie ald. bl. 60), is het geheel te begrijpen 
dat Wisnuwarddhana aan dezen persoon, of op een verzoek van hem vrijdom- 
men heeft geschonken, die door bijzondere, ons onbekende omstandigheden, niet 
ongedeerd waren gebleven. Het belangrijkste schijnt evenwel te zijn wat er 
van Janggala Pangjalu wordt gezegd. Er wordt verscheidene malen van 
gewaagd, maar hier juist laten de photo's den onderzoeker in den steek en 
zou het gewenscht zijn dat het volle licht op de zaak viel. Dit te meer nog, 
omdat er nog een opschrift bestaat, nl. het Sanskrit opschrift op het kussen 



189 

van het Mahaksobhy a-beeld te Simpang, dat op hetzelfde feit schijnt te zin- 
spelen, een feit dat weer verder verband houdt met een op Java naar het 
schijnt verloren gegane, althans zeer verbleekte traditie van het verdeeld raken 
van Java (oostelijk-Java, volgens de verdeeling naar de opschriften) na de 
regeering van Erlangga, die op Bali in verschillende geschriften wordt terug- 
gevonden, en ook in de Nagarakrtagama, waar ter plaatse óf één regel óf 
meer is uitgevallen, niet ontbreekt". 

Men zie ook Rapp. 1911 p. 120 over deze oorkonde. 



lb. 1. swasti crï cakawarsatïta, i caka 1191, karttikamasa tithi pancami cü 

2. klapaksa, ia, ka, wr, wara langkir, uttarasadha naksatra, wicwade 

3. wata, ganda yoga, wairajya muhürtta, banmaparwweca, walawa karana, 

4. mrcchïka raci, irika diwaganyajna erï sakalajagatnatheca, narasinghamur- 
ttyani 

5. nditaparakrama, acesarajanyacudamaninarpitabharanarawinda, cokasan- 
tapi 

6. tasujanahrdayarnbnjawawodhanaswabhawa frl krtanagaranamabhiseka, 
tinadah de rakrya 

7. n mahamantri katrini rakryan mantri hino, rakryan mantri sirikan, 
rakryan mantri halu, umingsor i paratanda 

2a. 1. rakryan ri pakirakiran makabehan rakryan apatih makasikasir kbo arema, 
rakryan dmung 

2. mapanji wipaksa, rakryan kanuruhan mapanjyanurida, makadi sang man- 
tri wagmima 

3. ya, paranitijiia, ntisantaramadhuranathanukulakarana, mapasënggahan sang 
ra ma 

4. pati, tan kawuntat sang pamgat i tirwan dang acaryya dharmmadewa, 
sang pamget ing kandamuhi 

5. dang acaryya smaradahana, sang pamgët i manghuri dang acaryya sma- 
radewa, sang pamgët ing jamba dang a 

6. caryya ^iwanatha, sang pamgët ing panjang jïwa dang acaryyagraja, 
mpungtu dharmmadhyaksa ri ka^e 

7. wan dang acaryya ciwanatha, mapanji tanutama, i pingsornyajna ^rï 
maharaja ku 

b. 1. monakën ring kabuyutan ri lokecwara, tkeng 

wisaya punpunan sang hyang 
2. sarwwadharmma, parhyangan, ityewamadi, 

padamla 



190 

3. kna sang hyang rajapracasti macihaa krtanagara kaparigkwaui wisaya 
punpunan sang byang sa 

4. rwwadharmma magëkakna pangraksa 9rï maharaja ri kaswatantran sang 
hyang sarwwadharmma, sambandha mpu 

5. ngku dharmmadhyaksa mapanji tanutama, dinulur deni wisaya punpu- 
nan sang hyang sarwwadliarrnma 

6. ing bhümi janggala pangjaln, pinakasopananyan 



7. kën 



sowang 



3a. 1. sowang fy/Miajyan lakwalakwanadohaparë, amijilaken padarfar, pamcfö- 
han, paga 

2. rem, mareng juru, buyut, kabayan, aweh patumbak tamwi, panghulu 
banu ngïïni 

3. ngüni pamüjakën tabun, padacangan, yatikanmabaken trasanya, an 
tinitih bcik 

4. dening thani bala, pinisakitan tan kinawrubinanya, nimittanyanapulung 
rahyangi 

5. ndidbbrta sakawat bhüming janggala pangjalu, marëk ri sang ramapati, 
mwang ri rakryan apatih makaso 

6. pana mpungku dharmmadhyaksa majjaiiji tanutama, sang ramapati pwa 
sakatadharmma eintana, tan hup tan 

7. kuminkining karaksaning sarwwadarmma, pi towi pwan hana turunyanu- 
graha bhatara jaya crï wisnuwa 

b. 1. rddhana irikang sarwwadharmman sapiha sakeng thanibala, ngünlkala 
sangapanji patipati dha 

2. rmmadhikarana, nimittanyanenak kakauiccayaniki pinintonakën sang 
apanji tanuta 

3. ma ri sang ramapati, karana sang ramapati dinulur de rakryan apatih 
sacchaya mwang sang apanji ta 

4. nutama, marëk ri frl maharaja ring wisaya punpunan sang hyang sarw- 
wadharmma, mratisubaddhakna panapih bha 

5. tara jayacriwisuuwarddhana, ring wisaya punpunan sang hyang sarw- 
wadharmma sakeng thani bala, makadona 

6. kaswatantran sang hyang sarwwadharmma, mangdadyakna sthïratarani 
palinggih prï maharaja ring ratna singha 



191 

7. sana, pinakekacatraning sayawadwipa, pinakottunggadewa sang samanta- 
prabbu ring bbïïmi 

Aa. 1. janggala pangjalu, mangkana rasani hatursang ramapati, winuriwuri deni 
baturakryanapati 

2. h pinirësepakën deni sang apanji tanutama, crï maharaja prabhudewangga, 
dbarmmamü 

3. rttyawatara, inabaken bhatara paramakarana, surnapwana kalëngkaning 
bbüwana, munarjïwakna 

4. sarwwadharmma, malwyaknaug jagaddbita, makawyakti gati sang prabbu, 
an satyadi wihitagilanucara, 

5. pitowipwan kakawa^a deni batur ning pada wagmimaya, sarisaryyang- 
baturakën beyopade 

6. ya, karana prï mabaraja, an wawang manganumoda ri batur sang ra- 
mapati, dinulur 

7. de rakryan apatih sacchaya mwang sang apanji tanutama, an tikang 
wisaya punpunan sang hyang sa 

b. 1. rwwadbarmma, sapiba sakeng tbaui bala, maryyanïïtakna byët danghani 
tbani bala, byët bajya 

2. nagöng adtnit, lakwalakwan adoh aparö, turuaturun sagëm sarakut sa- 
keng tbani 

3. bala, maryyamijilakna padadar, pamdiban pagagarëm, mareng juru, 
buyut, kabaya 

4. n, maryyaweba papinda pa[ng]ti, pati/.-langgas, pangbulubanu, mareng 
tbani balanya, sowang so 

5. wang, kunëng yan panuku banu ikang tbani bala panga^rayanya, tu- 
matatukwasapanut sa 

6. ni sawahnya ikang kalagyan, tanpamijilakna panulis, kunëng ikang 
tanpgatawijila 

7. knanya mareng thanibala, pamüja juga, wyaktyanyan tan pgata pama- 
ra5rayanya ring tbani bala 

5a. 1. yapwan bana kabarëp sang prabbu rikang wisaya punpunan sang hyang 
sarwwadharmma, byët hajyanan, lakwa 

2. lakwan, pinta palaku salwiranya kewala katëmwa ri mpungku dharm- 
madhyaksa juga, tan kabawa 

3. ta sakeng thani bala, kunëng kolabulaha sang hyang rajapracasti an 
piuüja denikang wisa 



192 

4. ya punpunan sang hyang sarwwadharmma, amagutapajöng kuning, acu- 
ringa rahinawngi, ndan haywa tekang wisa 

5. ya punpunan sang hyang sarwwadharmmarighiras watëk, angiwwa rare, 
abaiiwabanwa, apur/ata awarawaranga ri 

6. /f/mlanikapüjan sang hyang rajapra^asti, muwah kawnangaknikang wisaya 
punpunan sang hyang sarwwadharmma kha, 

7. lang kalagyan, paryyangan, mwang dharmma jumput, ri kalanyan pa- 
müja ri sang hyang prasada kabhaktyan 

b. 1. sowang sowang, wnang ajnwahalang, asumping tunjung siniwak, muwah 
anugraha ^rï maharaja 

2. amaluyaken kaswatantran sang hyang sarwwadharmma, tan kaknana 
de sang wisaya punpunan sang hyang sarwwa 

3. dharmma ri pamdang tanghiran, pakudur panghurang, pakris, pasrah 
anganggwawalï, tuwuh watu, huri 

4. pawak, këmbang ipöng tutunjung, tëpël sang ratu tunggak ning ga- 
ryyang, nawagraha, nagapuspa, wnanga 

5. nusuna salö, aguntinge ruhur bale, wnanganjamaha kawula, amupuha 
kawulenakwakë 

6. n, amupuhangrahana, ingirup ingirir ing parud amangana salwirning 
rajamang^a kadya 

7. ngganing badawang, wdus gunting, karung pulih, pjahaning rara, asu 
tugël, ananëma kamale rumambati 

6a. 1. ngumah, ananëma këmbang kunëriharëpan, ananëma galuguh, adrwyapa- 
tëtëngahan &ja 

2. ngwagading, ikang juru kula, mangkana rasanyanugraha g,n krfcanagara, 
ri wisaya punpunan sa 

3. rwwa dharmma sakawat bhümi janggala pangjalu, ri wruhanikang sakala- 
jana ryyati^ayanikadharmmapara 

4. yanan 91'ï maharaja anpinakekacchatraning sayawadwïpa, maluyakën pa- 
ngekl 

5. krtabhümi janggala pangjalu, matangyan dadi ta sang hyang raja 
pra^asti, malawölawö krtanaga 

G. ra, magëhakën kaswatantran sang hyang sarwwadharmma, sampun 

umunggwing ripta, hinlëpan pitawastra, pinangkwa 
7. ken irikang wisayadharmma samudaya, ri sanmata pai*atanda rakryau 

makabehan, manghaturakni 



193 

b. 1. kang wisayadbarmma, sa( )na, ka, 1, siï. 3, ri orï maharaja painuspanyan 
sampun krtanu 

2. graha, kuneng ri sdënganya hauang ruddbainungkilmungkila ri rasa sang 
hyang rajapracasti, salwiranya 

3. yadyan caturwarnna, brahmana, ksatóya, we«jya, cudra, atbawa, catura- 
craina, brabmacari, 

4. grbastha, wanaprastha, bhiksuka, makadi sang prabhu mautry anagata, 
mwang pinghayakurug auakthaui ya 

5. wat umulabnlabi rasa sang hyang raja pracasti, tan atguh karaksan i 
kaswatantrau sang hyang sarwwadharmma 

6. tastnat kabyët karmmaknauya, sakuia gotranyamuktya phalaning pataka, 
mahapataka, atipata 

7. ka, pbalanyan maogulahakën hanyayaprawrtti, kawulakan de sang hyang 
trayoda^a saksï, a 

7a. 1 )!. ditya candra panilonalacca, dyob bhümirapohrdayam yamacca, aha^ca ratra 

2. pca tatha^asanmya dharmma^ca janakinarayawrttam, mangkana pwa, 
yo rajanugraham hatwa, 

3. mohat murkho naro hi sah, paraparakulais sarwwaih, rorawam yantu 
sarwwada, yawat bhü. 

4. tanikah srstvva, tawad janmi punar yyadi, ksudra jantu fariraiii, prap- 
nuyarcca narodhama, ya 

5. di syan manusibbütah, kliwah kustapca bamanab, an( )omattohyapasmaro, 
kubjah pa 

6. nggub kunis tatha, nahan katmahanyan dadi wwang ri huwusnyan tu- 
mëmpuh ring maharorawa || a 

7. stu astu, astu || om nama^iwaya || o || 

LXXX. 

Steen, afkomstig van Petoeng-amba (afd. Blitar, res. Kediri), thans als 
no. 63 in de Verzameling op het regentserf te Blitar, waar hij in Rapp. 1908 
p. 43 beschreven wordt als „een accoladevormig afgedekte steen van andesiet, 
staande op een vierkant steenblok, waarmee bet een geheel vormt ■ — in afmeting 
0.51 M. lang, 0.48 M. breed en 0.31 M. hoog met 9 regels groot onregelmatig 
ingekapt schrift met letters van 0.03 M. tot 0.04 M. boog". In Notulen 1891 
p. 4 deelde Dr. Verbeek mede, dat deze steen het jaartal 1191 geeft (vgl. 
Verbeek p. 270). Abklatschen worden vermeld Not. 1.1. p. 5 en 1893 p. 112, 
naar aanleiding waarvan Dr. Brandes op p. 121 berichtte, dat de zin van het 
opschrift, hoewel de meeste letters groot, duidelijk en goed gespaard zijn, niet 
te vatten schijnt te zijn. Thans abkl. Oudheidk. Bureau no. 297 en 361. 



1) De eerste stroplie is Inclrawajra. Noot van Dr. Brandes. 



194 



V o o r z ij d e. 

1. om 1191 

2. paraduhan panumbanga bu 

3. yut i kamburan baïiak 

4. tiwir padagangan buyu 

5. nca rana kulumpang tan ba 

6. ya makari6otan 

7. but gaga kale a 

8. Ie kïdudulipas ba 

9. t lëbu kumulus 

10. mangkana ryyama -j- 

e 

Achterzijde. 

1. lëlebak jubun^ rub kbo 

2. tugar affrika dadi a 

3. ngfdihing gorone 

4. kabayan but lëbu pa 

5. ksa pauiwew^ turangga juga 

6. pit muwah sira paraguru 

7. ka uiban karma 

8. sang hyang mandala ta 

9. n na hmk parih 

Eerste z ij k a n t. 

1. [| swasti wa 

2. sira juru 

3. makaka 3 

4. sir kbo 

5. larapang 

6. sampung ka 

7. suk sigi 

Tweede z ij k a n t. 

1. sampu 

2. n ka9asen 

3. de sama 

4. halili 

5. gib maka 



195 



6. behana 

7. t || 

8. tlas karuh» 

9. para pe me 



LXXXI. 



Koperplaten, gevonden op den Goenoeng Boetak (afd. Modjokerto, 
res. Soerabaja), thans verloren. De serie bestond uit minstens 13 stuks, 
waarvan er tien uit afschriften bekend zijn, respect, te vinden in Raffies Hist. 
of Java II (p. 59, (63) en App. I p. CGXXIX-CCXXX (CXXXVI-CXXXVII), 
Verhand. Bat. Gen. VIII (p. 329), een bundel van den Panembahan van 
Soemanap, thans te Batavia (Not. 1886 p. 46) en voorts in de Rijksuniver- 
siteitsbibliotheek te Leiden uit de nalatenschap van Mr. Rau (Not. 1888 p. 52 
sq., Tijdschr. 47 p. 459 sq.) Voor de wijze, waarop uit deze gegevens een 
geheel werd samengesteld door Dr. Brandes, zie men Notulen 1886 p. 43 
sqq., 1888 p. 52 sq. en 131, op welke laatste plaats het volgend resultaat 
bereikt is : 

plaat 



1. 


Raffies, Rau 




2. 


Panembahan 




3. 


; Verh. VIII; 


Rau 


4,5 


Rau 




6. 


Verh. VIII; Rau 




7. 


ontbreekt 




8. 


Rau 




9. 


ontbreekt 




10—12 


Rau 





„ 13. vlgg. ontbreken. 

Het eerste deel der inscriptie (pi. 1 — 6) is reeds door Dr. Brandes uit- 
gegeven in Pararaton p. 77 sqq., waarheen verder verwezen kan worden voor 
nadere bijzonderheden ; dit gedeelte is hier niet nog eens overgedrukt. Daar- 
entegen volgen hieronder de overige platen volledig terwille van het verband, 
hoewel van plaat 11 en het begin van 12 reeds een transscriptie te vinden 
is in Pararaton p. Lil. . • 

8a. tauta kang samasanak i kudadu pamüja i £rï maharaja, ka 1, su 5, 
wdihan sayuga, rakryan mahamantrï katrini hinaturan pasëk pagëh sïï 
1, ma 4, wdihan sahlai sowang, sang pranaraja, sang nayapati sang 
aryyabikara, sang aryya wiraraja, hinaturan pasëk pagëh, sü 1, ma 4, 
wdihan sahlai sowang rakryan ka(nu)ruhan, rakryan dmung, rakryan 
apatih, hinaturan pasëk pagëh, su 1, wdihan sahlai sowang, sang pam- 
gët (t)irwan, sang pamgëti pamwatan, sang pamgëti jamb(i), rakryan 
duru (lees : juru) krtanagara, mpungkwi padlëgan, hinaturan pasëk pagëh, 
su 1, wdihan sahlai sowang, samgët i langa, wineh pasëk pagëh, ma 1, 



8a fcikara-o'iksra. 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX, 13 






196 

wdihan sahlai, kunëng gati nikang samasanak i kudadu, an sampun dadi 
sima lmahnya, pindah awaknyan dharmmang^a, manghaturaken ta pang- 
ragaskar i sang hyang dharmma i klëme, ma 2, ha 9 hayap rwang wa- 
sakyan 

b. , datëng i kala mujan sang hyang dha(r)mma, kunëng parimana ni lmah 
nikang sïme kudadu, ring pürwwa, akarwan kali lawan cëlag, angidu- 
lamne(r) sangkéng pürwwa, akarwan kali lawan jëlag, angetanainnër 
lor i talaga, asida(k)tan lawan jëlag, angidulamner wetan i talaga 
dudug tkeng agneya, anuju rawa i pakandangan, asidaktan lawau jëlag, 
angidulangulwan sankeng agneya, dudug tkeng daksina, asi daktan 
la(wan) wukir, muwah angidulangulwan sangkéng daksina, dudug tkeng 
nairiti, asidaktan lawan wukir, aloramnër sangkéng nairiti, asidaktan 
lawan wunut, mënrasangaloramnër wetan i gunung gunung asidaktan 
lawan mangunëng, muwah angaloramnër akarwan kali lawan mangu- 
neng dudug pat tkeng pa^cima, muwah mangaloramnër sangke pa^cima, 
akarwan kali la 

9a en /; ontbreekt. 

10a. n, mwang salwi(r) ningkipan, tuhanambi, juru gosali, juru hunjëman, 
ma(ng)rumbe, magunje, tuha judi, tuha dagang, pawulung, pawung kunung, 
pakalangkang urutan, dampulan, tampë sisir, skar tahun, pawuwuh, sipat 
wilut, jukung, panginangin, pamawa^ya, lopan, panrangan, pabaye, 
maprayafcita, panigangblah, pand(e) mas, panatat, pangra maninga- 
wur, pasukalas, tikëlanggas, wli tambang, wli hapu, wli hareng, wli 
panjut, widu, mangidung, micra hino, micranginangin, pobhaya, paka- 
rapa, pawalanda, pawulungwulung, kdi, sambal, sumbul, hulun haji, 
jëngi singgah, pammasi, ityewamadi hiwan tan tama irikang sïme 
kudadu, mwang sasukadukanya, kadyangganing mayang tanpawwah, 
walurumambating natar, wangke kabunan, rah kasawuring natar, wak- 
capala, duhilatën 

b. amingisakën wuryyaning titir, hastacapala, mamuk, mamungpang, tutan, 

tdasningmas, ang^apratyang9a, danda kudanda, mandihaladi, kewala 
samasanak ri kudadu, atah pramana ri sasukaduhkanya, mangkana rasa 
ny anugraha grï maharaja, tan tolaholaha de sanganagata prabhu tkari 
dlaha ni(ng) dlaha, kunëng pinëtëk, qrï maharaja irikang samasanak ri 
kudadu, haywa tan sama tëkwan mamrihakën yrï maharaja ring samara- 



86. eëlag'-jf'lag'. 



197 

karyya, makapagyëna tan wilambiganyang hiringaringa tatkala panglurug, 
^rï niaharaja, sangkëp julwariug sanjata, tanparihnanganya sdënganyan 
hana durjana, parangmuka i lbu paduka 91*1 maharaja, nguniweh yan hana 
carakaning 9-atru manibanibamangahwaya, sikëpënya wwatakënakënya 
ri 9rï maharaja, haywa tan kumaya, 

1 la. tnakën turunyauugraha paduka 9rï maharaja amagëhakën ri kaswatan- 
tranikang sïma ri kudadu, irikang kala rnanghaturakën ta samasanak ri 
kudadu ri 9rl maharaja pasëkpasëk, ma sü, 10, wdihan rajayogya, rakryan 
binihaji, ma sü, 8, kinapatanira, 9a jayanagara, ma sü, 4, mwang sang 
rnantrï katrini, rakryan mantrï hino, ma sïï ma 4, rakryan mantri sirikan, 
ma sü ma 4, rakryan mantrï halu, ma sü ma 4, umingsori paramantri 
ring pakirakiran, sang pranaraja, ma sü ma 4, sang nayapati, ma sü 
ma 4, makapramuka sang aryyawiraja, wineh pasëk, ma sü 1 (?) ma 
4, mwang sang wyawahara[wya]w(i)cchedaka, samgët (t)irwan, ma 
10, samgët jambi, ma 10, samgët 

b. pamwatan, ma 10, pungkwi padlëgan, ma 10, mwang raina tpi siring, 

ri tlas ning maweh pasaksi, ri tanda rakryan makabehan, mwang rama 
tpi siring, somilu ri kasusukan i tan sïma ri kudadu, pinarnnah teka 
saji sangakurug, kadyangganing hayam, hantiga sasiringnya sawidhiwi- 
dhananing manasak si ma ring lagi, ngkane sorning witana, munggwi 
ning pasabhan, mamüja ta sang wiku sahopakara ring dikwidik, mang- 
glar bhütabali, mwang yajfïa ring dewata, ri huwusning mamüja man- 
diri ta sang makudur mwang samgët ryyayyam tyas, huwus motara 
la sanqa? (sanggha), makalambi sangke harëp, amukamukan bandhana, 
mandëlan pana (lees pada), hinarepakning mangheyakuruganak thani 
ngkane soming turumbukan, lumka 

12a. s tekang makurug mangnyutuyut, mantek guluning hayam mamantinga- 
kën hantiga humarëp ring krodhade9a, angutumanapathani, amangmang 
sumambat ri sang minangmang ring dangu. makaprayojana ri kapra- 
tisubaddhanikananff sïma ri kudadu, tan hana ningamunffkil mnngkilanff- 
ruddha marawa9-amariksirnnakna mne hlëm, tka ri dlaha ni dlaha, nihan 
lingnya, otn indah ta kita kamung hyang haricandanagastya mahars(i), 
pürwwadaksinapa9cimottarorddhadhah, rawi 9a§i ksityapas teja waywa- 
ka9a, dharmmahoratrasandhyatraya, yaksa raksasa pi9aca, pretasura garu- 
dha gandharwa kinnara mahoraga, yama baruiia kuwera ba9awa putra 



10&. hiringaringa-hiringiringa ; fcumaya-iumaya ; llb manasak-manitSMk ; wanghe-;;anglie; 12a 

om-um, 



198 

dewata, paileakucika garggametrï kurusya pataüjala nandïcwara maha- 
kala, sadwinaya, nagaraja, durggadewï ca 

b. turacra, anakta hyang kalamrtyu bhütagana, sahananta mangraksa bhümi 

mandala, kita kewala sang sinangganing prfchiwiraandala, kita tumon 
prawrttining sarwwapranï ri rahineng kulëm, kita manarira umasuk i 
sarwwabhüta, at rengyëkën ike sapatha satnaya ruangmang mami ri kita 
kainu(ng) hyang kabeh, ikang samaya sapatha sumpah sinrahakën mami 
ri kita, yawat ikang wwang kabeh magöng admit salwiranya, yadyapin 
caturaerami, brahmacari grhastha, wanaprastha bhiksuka, athaca, catur 
warnna, bhrahmana, ksatriya, wecya, cvidra, mwang pingkeyakuruganak 
thani, yawat umulahulah i sarasanyajna frï maharaja, irikanang sïma ri 
kudadu, mne hlëm tka ri dlaha ning dlaha, tasmat karmmaknanya, 
parikalanënta ya wehën sang 

13a. ontbreekt. 

LXXXII. 

Steen van onbekende afkomst, staande op het regentserf te Blitar (Ver- 
beek p. 272) en Rapp. 1908 p. 50 onder no. 82 aldus beschreven : „andesiet, 
dakvormig afgedekt, hoog 1.46 M., grootste breedte 0.77 M., kleinste breedte 
0.58 M., dik 0.27 M., aan de voor-, achter en dikte-zijden beschreven met 
ingekapt oud-Javaansch schrift, op de voorzijde ten halve uitgewischt, op de 
achterzijde nagenoeg geheel". Abklatschen worden vermeld Not. 1891 p. 5, 
1893 p. 122; Oudheidk. Bar. no. 482. Dr. Brandes deelde Not. 1893 p. 121 
mede, dat deze steen „een piagëm draagt van Qaka 1236, maar waarvan de 
herkomst onbekend is. Reeds aan het schrift, dat hoekig en scherp is, is die 
betrekkelijk geringe onderdom van het opschrift te onderkennen. Ook hier is 
het stuk weer in rondloopende regels in den steen gebeiteld, en ongelukkig de 
steen, aan de voorzijde vooral, niet ongeschonden gebleven. Behalve den naam 
Wilwatikta (= Madjapahit), treft men hier ook den naam Dahanarajya 
(Daha?) aan''. 

1. || o I swasti crï (cakawar)sat(ïta) 1236 erawanam(asa) 

2. mandala madhuradi 

LXXXIIL 

Tien koperplaten, 37 X l 2 - 5 c - M m gevonden in 1884 en 1885 te Sido- 
teka (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), thans als E 25 in het Museum te Batavia 
(Not. 1884 p. 111 sq., 1885 p. 1). Dr. Brandes deelde in Not. 1886 p. 43 sq. 
mede, dat de oorkonde uit 1245 caka was en dat verscheiden termen overeen- 
kwamen met die van 1216 (hierboven no. LXXXI). 

la. I o || swasti crï cakawarsatlta, 1245, marggacirarnasa, tithi pancadaci eukla- 
paksa, tung, u, ang, wara, krulwut, pürwwasthagrahacara, adranaksatra. 



2 dhu-rtu. la. adra— leg. ardra. 



199 

rudradewata, barunamandala, brahmayoga, wïjayamuhürtta, yamapar- 
wwe^a, wawakarana, mit(h)una rafi, irika diwa9a ny ajna paduka £rï 
maharaja, rajadhiraja pa(ra)me9wara, 9rï wïralandagopala, acanggarahut- 
taraya, parinata/'<7M(7Aarajanyapuka«r/akotipunjapiüjarapadarawinda, a9a- 
mitaraiianipunaratirajafira^ceda bhayanaka, wijitaripu kuladayita jalanicaya 
puranmndalarnnawa, sakalasujananikarahrdayakumuda wikaganifakara, 
akilapratipaksani9andbakaraksayadiwakara, wipraksatrobhayakulawi9ud- 
dba, 9ri sundarapandyadewadliujwaranama rajabhiseka, wi 

h. kranmttunggadewa, tinadah de sang mantrl katrini, rakryan mantrï hino 

dyab 91Ü rangganatha, aratibhayangkara, rakryan mantrl sirikan dyab 
kame9wara, aninditalaksana, rakryan mantrï balu, dyah wi9wanatba, 
awaryyannjabbïma, makapurassara rake tuhan mapatih ring daba, dyab 
puruse9wara, ranarikampanakarana bhujaparakrama, saksat pranalam- 
ratisubaddhakën sthiratara ni palinggih 9rï maharaja siniwi ring kana- 
kamanimayatoranakalpawrksa, samering mwang rake tuhan mapatih 
ring majbapahit, dyah halayudha, aganita guiianinditalaksana, umingsor 
i paratanda rakryan ring pakirakiran makabehan, rakryan dmung pu 
samaya, rananggabhlrama, rakryan kanuruhan pw anëkakan, samarari- 
senantaka, rakrya 

2a. n rangga, pu jalu, rananindyabala, rakryan mapatih ring kapulungan, pu 
dedes, wïraniwaryya, rakryan mapatih ring matahun, pu tanu, ranaturasaha- 
ya, muang sang mantrl lurddheuggitajiïa, sang aryya patipati, pu kapat, 
paramanindita( )atya, sang aryya \vang9aprana, pu mënur, ranaranggabha- 
rana, sang aryya rajaparakrama, mapanji elam, nayawinayanindita, sang 
aryya jayapati, pu pamor, atisatyanuküla, sang aryya sundaradhirajadasa, 
pu kapasa, sa(ka)lagramaruragaguna, sang aryya rajadhikara, pu tanga, 
satatanayati9üksmacintanatandrita, saksat pinekabahudanda 91* l maharaja 
an satata umalocita ri karaksaning sayawadwlpamandala, tan /awuntat 
sang dharmmadhikarananyayanyayawyawaharawi9cedaka, sang pamgët i 
tirwan, da 

b. ng acaryya ragawijaya, mapanji sahasa, nyayawyakaranaparisamapta, sang 

pamgët i kamuhi, dang acaryya wi9wanatha, mapanji paragata, sang- 
kya9astraparisamapta, sang pamgët i manghuri, dang acary} r a ( )banatha, 
nyayawyakaranaparisamapta, sang pamgët i pamwatan, dang acaryya 
dbarmmaraja, nyaya9astraparisamapta, sang pamgët i jambi,dang acaryya 



la acangga-a&/<angga ; pukuwga-mukuta ; 2« iawuntat-ftawuntat ; 2b kamuhi — leg. kaudamuhi. 



200 

ciwanatha, nyayawyakaranaparisamapta, dharmmadhyaksa ring kaeaiwan, 
sang pamgët i ranu kabayan, dang acaryya smaranatka, nyayawya- 
karanaparisamapta, dharmmadhyaksa ring kasogatan, pnngkw i pade- 
lëgan, dang acaryya kanakamuni, boddhatarkkawyakaranaparisamapta, 
i pingsor ny ajfïa crï maharaja, knmonakën irikang wanweng 
tnha üaru, muang i knsambyan, padamlakna sang hyang ajna ha 

3a. ji pracasti tinanda mlnadwayalancana, thani waték atagan janatosan, 
( )cihna nikang tuhanaru muang knsambyan, an sinuk sïma swatan- 
tradëgringgit, sambandha, gati dyah makaradhwaja, manghyang waranu- 
graha crï maharaja, ri dadyanikang tuhanaru muang knsambyan susukën 
sïma swatantradëg ringgit, makaphala kaswatantrani sawka dyah maka- 
radhwaja, muang mëntasaknang kulawargga ring tuhanaru muang kusam- 
byan, maryyakaparatantra, kadi tingkahnya ring puhun malama, kewala 
sïma swatantradëg ringgit, mangkana rasa ni panghyang dyah makara- 
dhwaja i paduka erï maharaja, phalaphala ning drdabhakti ri crï maharaja 
abhimata dyah makaradhwaja, muang ri wruhanikang sakalaloka rika- 
dharmmaparayan dyah makaradhwaja, muang ri tan alangalang pamrih 
dyah makaradwaja, makadada 

6. ha swajïwita kuminkin sthïratara ni palinggih crï maharaja sini- 

wining sayawadwïpamandala, umisi laksana ning suputra, ikang drda- 
bhakti satata umalocita ri tanpanasarasangkeng maryyadayukti, kewala 
tumirwa kapararthan crï maharaja, sumaphalakna sih crï maharaja 
satatamaramarah ring heyopadeya, ika gati dyah makaradhwaja mang- 
kana, matangnyan turun waranugraha yrï maharaja api tuwin enak wruh 
9rï maharaja an tuhutuhu kuladipakaanggëh dyah makaradhwaja putra 
de crï maharaja matangnyan inayubbagya rasa panghyang dyah maka- 
radhwaja de crï maharaja, makaphala wruhanikang sakalajana ri ka- 
dharmmestan crï maharaja, ikang tan wuaug tan masih ring uwus mula- 
hakën dharmmaninsr sewa 



■& 



4a. kottama, muang tan pgat ning kaparahitan inulahakën crï maharaja, an 
tuhutuhu wisnwawatara inadhisthana sang paramasujana pinratista, 
irikang rajya i majhapahit kangkën prasada, makapranala rake tuhan 
mapatih dyah purusecwara, makapunpun anak ang sayawadwïpamandala, 
makangca ikang nüsa madhura tanjungpuradi, yatamijilakën ayabya- 
yaning sakalajanansatata bhakti mangarccana ri paduka prï maharaja, 



201 

muang po rfapawwat nikang nïïsapanïïsa kangkën pangragaskaï gati- 
nyantan kalügan praptangkën pratiwarsa, matangyan enak ta pangarccana 
nikang sewakottama mulahakën kaparahitan muang rumaksa tguhan 
ing swadharmma kangkën kriya japa samadhi ning manghyang turun 
i waranugraha <j:rï maharaja, an prasi 

b. ddha wisnupratiwimba makawyakti, wnang £rï maharaja wigrahanugraha 

ring sakalajana, dyah makaradhwaja pwa yogya turunana waranugraha, 
matangyan dinadyakën ta sang hyang ajna haji pra^asti tinanda mïna- 
dwayalancana, kmitana ni samasanak ing tuhanaru muang kusambyan 
sinusuk sïmadëg ringgit tan kaparabyapara kadi tingkahnya ring puhun 
malama, anghing samasanak ing tuhanaru muang samasanak ing kusam- 
byan atah pramana ri salëbak wukirnya, tkeng gaga rënëknya, kunëng 
parimana ni lmah nikang tuhanaru, muang kusambya(n), ring pïïrwwa, 
asidaktan muang ika pamulung, mangidul mëntas ing lwah, dudug ing 
agneya, annju tngu kulumpang, sapakliran muang pamulung, muang ka- 
walëdan, muang ikang wadu tngah, mangulwan mluk a 

ha. ngidul angulwan, tkeng daksina, sapakliran muang wanu tngah, muwah 
angulwan mluk, angidul angulwan muwah angulwan amnër tke pinggir 
mg lwah, sapakliran muang wanua tngah mangidul atut pinggir ing 
lwah, mangulwan atut pinggir ing lwah, dudug ing nairiti, sapakliran 
muang wanua tngah, muang padada, mëntas angalor sapakliran muang pa- 
dada, mangalor muwah tkeng paccima, sapakliran muang padada, mangetan 
mluk angalor aniku lalawa, mangalor amnër dudug ing bayabya, sapakliran 
muang bana, muang pangeran, mangetan anutug ing uttara, sapakliran 
muang pangeran, muwah mangetan dudug ing aig.anya, sapakliran muang 
pangeran muang pamulung, mluk angidul angulwan matra, muwah angidul 
amnër tkeug pürwwa, sapakliran muang pamulung, samangkana 

b. hïngan i lmah nikang tuhanaru, muang ing kusambyan, hana ta sawah 

phalagrama pangrënanikang samasanak ing tuhanaru i dyah makara- 
dhwaja, sawah tëmpah, 1, blah, muwah ikang samasanak ing kusambyan 
asung pangrëna i dyah makaradhwaja sawah tëmpah, 1, ' ika ta katëmwa 
kalilirakna tke dlaha ning dlaha kabhuktya deni sasantana pratisantana 
dyah makaradhwaja, tan kawungkilwungkila de samasanak ing tuhanaru, 
muang samasanak ing kusambyan, apan uwus parnnah phala^rama dyah 
makaradhwaja, mangkana krama nikang sïma i tuhanaru, muang kusam- 
byan, kunëng tingkah nika kalih, kewala sïma swatantradëg ringgit tan 



ia nusspanusa leg. nusaparanusa. 



202 . 

kolahulaha de sang prabhu mautry anagata, tke dlaba mug dlaba, muang 
tan kaparabyapara de 

6a. ning nayaka parllaya, tan kneng turuturun sagëm sarakut, bwat hajyan 
agëng admit lakwalakwan adoh aparë, muang tan katamana deni winawa 
saug mana katrini, lwi(r)nya, pangkur, tirip, muang pinghe wahuta rama, 
lawan sakweh ning mangilala drwyahaji, wuluwulu parawuluwulu agëng 
admit, makading micra parami^ra, pangburang, kring, padëm, manimpiki, 
paranakan, litnus galub, mangriüci, mangburi, parang, sungka, dhüra, pa- 
ngaruhan, sungging, pangunëngan, taji, watutajëm, sukun luwarak, raka- 
sang, ramanang, piningle, katangaran, tapabaji, airbaji, malandang, lca, 
lablab, kukap, pakuwangi, kutat, tangkil, trëpan, watu walaug, salyut, 
maniga, pamanikan, sikpan, rumban, wilang wanwa, wi 

b. jikawah, panggare, tingkis, mawi, manambangi, tanghiran, tubadagang, 

tubanambi, tuba judi, juru gosali, mangrumbe, manggunje, juru bunjëman, 
juru jalir, pabisir, pawuruk, pangjungkung, pawungkuuung, pakalangkaog, 
pakilingking, linggang, srëpan, karërëngan, pulung padi, pawlangwlang, 
pakuda, pabaliman, urutan, dampulan, tpung kawung, sungsung, pangu- 
rang, wli tamba, wli bapü, wli panjut, wli wadung, mi^rabino, micrangi- 
nangin, pabrësi, pakatimang, palaniak, sinagiba, sabulun haji watëk i jro, 
ityewamadi kabeh, tantamatab irikang sïma i tubanaru muang ing ku- 
sambyan mangkana tekang suka duhka, kadyangganing mayang tanpawwab 
walu ru(ma)mbat ing natar, wipati wangke kabunan, rab kasawur ing 

la. natar, wakcapala, hastacapala, dubilatën, bidukasirat, amijilakën wuryyaning 
kikir, amuk, amungpang, ludan, tütan, ang^apratyangca, danda kudanda, 
mandibaladi, kewala samasanak atab pramana ika kabeb tkeng mi^ranëm- 
bul, amabang, anglata, anggumarang, anarub, anulang wungkudu, anang- 
wring, angubar, angapus, amdël, anggula, angdyun, amubut, agawe suri, 
agawe kisi, wusuwusu, payung wlu, mopib, anipab, rungki, anganama- 
nam, anjaring, anëpis, anawang, amisandung manuk, anangkëb, akalakala, 
angrajut, yawat mnunggwirikang tubanaru, muang kusambyan, kewala 
samasanak atab pramaneriya, muang sadrwya hajinya muwah madr 

/*. wya ta samasanak padagang, lwirnya, atitib saprana, abbasana, sadasar, 

angawari, sadasar, angujal, satuban, adagang bakulan, sa isi ning gaga, sa 
isining sawab, sa isining rawa, sa isi ning sagara, sa isi ning rwaug, alib 
prana bïnganya, angulang kbo, 20, kbonya, angulang sapi, 40, sapianya, 



6« parttaya — leg. pratyaya ; 7« anglaia-anglaAa. 



203 

angulang wdus, 80, wdusanya, angulang celeng, sawurugati celenganya, an- 
gulang itik, sawantayan, agulungan, sarangkang, angarah, rwang lumpang, 
pande wsi, pande darig, pande mas, pande gangsa, pande dadap, amaranggi, 
kapwa rwang gusali, alukis rwang pajaran, undahagi, satuhan, acadar, 
rwang pacadaran, atwih rwang widay, amalantën, rwang pamalwau, ika 

8rt. ta hïngan i sambyawara nikaiig tuhanaru muang kusambyan, kinalihanya, 
kunëng yan lwih sangkeng pahlngan iriya, kaknana, ya de sang mangilala 
drwya haji sapaniskaranya, tuhunikang kinawnangakën samasanak ing 
tuhanaru muang kusambyan, rikawëbaning rare sütakadi, curing kinang- 
syan, amaguta pajëng tiga warnna, agilanggilang ampyal gading, askar 
katangkatang, makawaca, gelung grët, asëndi wulung, tinuntun ing alang- 
alang, apangharëp gënding, anukana kawö, kukuwaka, luwëluwër, wrtti- 
wali, kala, angku^a, anandang, salwirning ratna makadi manik agëng, apa- 
warana banantën, amanah kukulan, anuntun celeng, atkën, walira, cucyan, 
ungangan, tulis wtëng, andëlan susu, dinulang ing madhu parkka, santi, 
pasilih tamping, pasilih galuh, pa 

b. silih kambungan, pasilibëning kdi, pras watang, pras bunder, pras cira, 

pras grisadi, pras siddbayuga, pras tuwuhtuwuhan, aglang mas ring 
tangan ing suku, anandang tinulis ing ëmas, palungan pinikul inulësan 
banantën, anunggi rare yanggënding gënding, apanganjur tëwëk, wnang 
angndasapyaklubanapabangan, anuntuna talyasabuk, cawët, wnang amuk- 
tyakna rajamangsa, prang gdang yan polib, maling wnang usirën 
ing kawula ming(g)at, ndatan ulih nyanginggatakën, wnang usirën ing 
maling tls, tabirën yanpahutang, wnang anjamaba rare kawula, mang- 
kana kinawnangakën samasanak- ing tuhanaru muang kusambyan, ri 
tlasnyan paripürnna pagëh anugraha crï maharaja, mangbaturakën ta 
samasanak i tuhanaru muang samasanak ing ku 

9a. sambyan, pamuspa i crï maharaja, sayathacakti, muwah paratanda ring 
pakirakiran makabehan, inasëan pasëk pagih yathasambhawa kading 
lagi «owang sowang, muwah parasamya sapinakawadana nikang thani 
sakaparë, inasëan pasëk pagëh saparikramaring lagi, ri tlas ning adrun 
pasëk pagëh tiningkah ta saji ning awaju, raweh, wadibati, akudur, saha- 
pirak, ma, 1, wdihan sable sowang mangdiri tekang wadibati ring sabha- 
maddbya i sor ning turumbukan, tlas mottarasangga, mamukhawandhana, 
makalambi sangke harëp, mandëlan pada, sahawidhiwidbana ning anusuk 



8& grrisa<?i-&risadi; tahirën—leg. tahifén. 



204 

smia ring lagi hinarëpakning anawaju hanak thani, lumkas tekang akudur 
manëtëk gulu ning ayam, amantingakën hantiga, humarëp ing krodha- 
de^a, mamangmang manapathe, sumawakcang 

b. minangmang ring lagi, lingnya, om indah ta kita kamu liyang hari- 

candana agasti mabarsi, pïïrwwadaksina pa^cimottara ürddhain adhah 
maddhya, rawi ^a^i prthiwy apas tejo bayw akaca, dharmmahoratra, san- 
dhyatraya, yaksa raksasa pi^aca pretasura gandharwwa kinnara rnaho- 
raga, yama baruna kuwera basawaputra dewata, pancakugika nandl^wara 
mahakala sadwinayaka nagaraja durggadewï caturacrama, ananta hyang 
kalamrtyu, sakweh ta bbiïtagana, kita prasiddba rumaksa ng yawadwï- 
pamandala, kita sakala saksl tumon adob aparë. ring rahineug kulëtn, 
kita umasuk ing sarwwabhïïta, drngë teking sapatha samaya pamaug- 
maug mami ri kita kamu byang kabeh, yawat ikang wwang agëng admit 
sawakanya, yadyan caturwarnna, brahmana ksatriya, wai 

10a. yya, £udra, athaca, catura^ramï, brahmacarï grhastha, wanaprastha, bhik- 
suka, mwang pingbay awajuhakurug anakthana, makadi sang prabbu man- 
try anagata, yawat umulahulah ri kaswatantranikang sïma i tuhanaru, 
mnang kusambyan, muang ngaruddha mungkilmungkila, mari ksirnna- 
kna, mne hlëm tka ning diaha ning dlaha, ngüningüni yanpangdahuta 
sang hyang upala sïma, angalihakna ri tan yogya unggwananya, sal- 
wiraning manglilangakna kaswatantranikang sïma i tuhanaru, muang 
kusambyan, jah tasmat bwat karmmaknanya, patyananta ya kamu hyang, 
dayantat patyani ya, yan aparaparan, humaliwat ata ya ring tgal sahutën 
ing ula mandi, ring alas manglangkahana mingmang, dmakën deniug 
wyaghra, ring wwai sanghapën ing wuhaya, ring sagara, sanghapën 
dening mlnarodra, prangprang, timinggala ma 

b. hagila, ula lampe, yan turun kapagute luncip ing paras, kagulungeng 

jurang parangan, kasëmsëma rëkrëmpwa yan humaliwat ri sdëng ing 
hudan, sambërën dening glap, yan anher ing umah katibauana bajragni, 
tanpanoliha ring wuntat, tarung ring paugadëgau, tampyal ring kiwa, 
uwah i ri tngënai], rëmëk (k)apalanya, bubak dadanya, blab wtënguya, 
wëtwaken dalëmanya, cucup utëknya, inum rahnya, mangan dagingnya, 
pëpëdakën wkas i pranautika, wawa ring maharorawa, weha muktya 
sangsara, phalanya n angulahaku anyayapi'awrtti, kawulatan de saug 
hyang trayoda^a saksï | astu, o(ng), siddhir astu [| o j| 



96 drngé leg. drëngö; 10a tliana-tlmnj'.. 



205 

LXXXIV. 

Steen, afkomstig uit de residentie Soerabaja, thans als D. 38 in het 
Museum te Batavia; abklatsch Oudheidk. Bur. no. 242 en 243. Dr. Brandes 
beschrijft hem in den Catalogus (p. 385 sq.) aldus : 

.Fragment van een grooten steen. Aan de bovenzijde ontbreekt een 
klein stuk, aan de benedenzijde vermoedelijk het grootste gedeelte van den 
steen. Dwars over de voorzijde, van boven naar beneden, is een breed stuk 
uitgeslagen. Licht blaauw-grijs. Verweerde audesiet-breccie Typisch oud-Javaansch 
schrift van oostelijk Java, op de voorzijde 16 onderbroken of fragmentarische 
regels, op de achterzijde 15 regels, die meerendeels slechts gedeeltelijk te 
lezen zijn, op de rechterzijde 12 en op de linkerzijde 13 regels. Afkomstig 
uit het Soerabajasche, uit den boedel van den Heer Wardenaar. Hoog 78; breed 
van boven 88, van onderen 79 ; dik 23. — De volgorde is voorzijde, rechterzijde, 
achterzijde, linkerzijde, waar het opschrift eindigt met dezelfde Sanskrit strophen 
als men aantreft in den pracasti van Hayam Wuruk (Caka 1295) en aan het 
einde van het wetboek Purwadhigama". 

Hieraan knoopt Dr. Brandes t. a. p. een beschouwing over de konings- 
familie vast, welke hij later herzien heeft in Pararaton p. 120 sqq., waar 
tevens het begin van de inscriptie getransscribeerd is. Verder zie men nog 
over deze oorkonde Kern in Bijdr. Kon. Inst. Tl. Lnd. Vlk. Ned. Ind. 7 : IV 
p. 359 sqq. en Krom in Tijdschr. Ind. Tl. Lnd. Vlkk. 53 p. 419 sqq. (cf. ibid. 
p. 259), op welke laatste plaats de inscriptie gedateerd wordt tusschen 1256 
en 1272 (v.g.1. Pararaton p. 214). 

V o o r z ij d e. 

1. na, tularaci, irika diwaca ny ajna paduka crï maharaja cri w(i)snuwa(r)- 
ddha(ni krtana) 

2. garamaharajadohitra, crï krtarajasajayawarddhanamaharajaputrika, ma 

ninditajagadi 

3. cwara, sakalayawamandalabalyadiparadwipekacchatra, aticayadharmma- 
jnana (r)yyacesaksa 

4. 

tribhuwano 

5. ttunggadewï jayawisnuwarddhanïnama rajabhiseka, crï bhatara krtaward- 
dhana mahar(aja) , sahatvarata, 

6. mwang ajna crï mahalaksmyawatara, dahanagaryyadhistitanantawikra- 
mott(ungga) ara rnpanrtta 

7. di ma( )ika, sajjanahrdayakuinudacacangkasadrca, dyah wiyat, crï 

winama raja 

8. bhiseka, bhatara crï wijayarajasa maharaja bharttasahita, iniring deny 
ajïïa mara, njanma 

9. ^uddhabhuwanefwara, jiwanarajyapratistita, dyah ayam wuruk, bhatara crï 
ra(jasanagara) (n)ama rajabhi 



5. sahaivarata-sahacarata. 



206 

10. seka, makamanggalyajna bhatara krtarajasapatni, buddhamargganusari, 
tina(dah dening ma)ntri katrini 

11. rake mantri hino, ri kahuripan, dyak sonder, rake mantri sirikau dya(h) 

cecwara, ra 

12. ke mantri halu, dyah ipoh, nar/'ibita i katrini, kapwa sufilasurüpa, umi- 
(ngsor) i tauda rakrya 

13. n makabehan, sang wrddbamantri, sang aryyadewaraja, pw aditya, sang 
aryya dhiraraja, (pu) narayana 

14. , rake mapatih ring majhapahit, pu gajalimada, rake mapatih ring kabu- 
ripan, pu , rake dmang, 

15. pw alus, rake kanuruban, pu bajil, rake rangga pu ba , mang(i)ri(ng 
ra(ke) mingg , pu 1 

16. mbu nala, dharmmadhyaksa ring 

R e c h t e r z ij d e. 

1 . yuta ning bahudanda 

2. sang natha, marmma n yan tu 

3. run tanpabambal wara 

4. sanmata paduka ^rï ma 

5. liaraja, ngkane pa 

6. duka crï brahmaraja, 

7. irika ta samgat i tirwa 

8. n sang aryya wangcadhiraja 
.9. dang acaryya ciwana 

10. tba, sinarabhara mangu 

11. pacara sang hyang ajiia 

12. baji pra^asti, matangnya(n) 

A c h t e r z ij d e. 

1. ni santanapratisantana paduka crï brabmaraja, ri sdënganyanta 

2. bhyasakrIyopadecapari(jnanabbist)oddbarasid- 
dbantapaksa 

3. prapancasarabhidhana, kunang lukatnya ngka sang byang dbarmma, sa, 

4. 3, kunang kawibbasyannya, srfapaka, jong, 4, jyanya. jong, 2, ki, 2, 

5. magraba, amaca, arajab, apadmi, 2, jong, acandi, a 

6. kalpa, abubur, abat, akayu, aboma, adiu/ukuk, 1, 



Achterzijde 4 sdapaka-sthapaka. 



207 

7. jong, sowang, kunang ikanang 1, jong, 3, jari , mapakna ba 

8. ye, kunang tingkah sang hyang dharmma ri prapancasarapura, kewala 
swatantradëg ri 

9. nggit, tan katama deni winawa sang Diana katrini, saprakara, sakweh ning 

10. mangilala drwyahaji, hingan tan tamatah ri sang liyang dharmma ri 
prapaücasarapura, 

11. sang hyang dharmma ri prapancasarapuratah pramanerika kabeh muwah 
ma 

12. drwya padagang, sarwwap(r)pat, kunang kinawnangakën sang hyang 
dharmma, ri kewranira 

13. 

maka 

14. (pa)rimana ni lmah sang 
hyang dharmma 

15. ri daksï(na) 

Linkerzijde. 

1. hat murkko (naro) 

2. hi sah, parapa 

3. rakulaih sa 

4. rwwaih, rorawam 

5. yatu sarwwada, 

6. || yawat bhü 

7. tanikah srësta, 

8. tawaj jan mi puna 

9. r yyadi, ksudra 

10. jan tu yarïrani, 

11. prapnuyacca naro 

12. dhamah || yadi sya 

13. t manusibhütah, kli 

LXXXV. 



Vijf koperplaten, gevonden in het gehucht Bendosari der desa Djam- 
bangan (afd. Trenggalek, res. Kediri), thans als E 35 in het Museum te 
Batavia (Not. 1896 p. 45 sq., 64). Dr. Brandes deelde t. a. p. hieromtrent 
mede : 

„Vijf bladen, koper, van een stel dat oorspronkelijk uit zes bladen 
bestond, 29.5 X 9.5 c.M., aan weerszijden beschreven met vijf regels, behoudens 



7 ba-i; 8 ye-riya; 12 sarwwap(r)-sarwwap«. 



208 

de laatste plaat, die op de keerzijde er slechts drie beeft en ook geen volg- 
nummer draagt. De plaats van het volgcijfer is eigenaardig, want men vindt 
het cijfer hier aan de voorzijde van de platen, d. w. z. het cijfer van de blad- 
zijde, die steeds gevormd wordt door de keerzijde van het voorafgaande blad en 
de voorzijde van het volgende, staat hier niet links boven maar links onder aan 
de pagina, waaruit intusschen met zekerheid blijkt dat er slechts één plaat 
gemist wordt, want het stuk is uit met de reeds genoemde drie regels op de 
keerzijde van de plaat, die het cijfer vijf had kunnen of moeten dragen. 

De acte, die in deze platen gegrift is, is een jai/asong, d. i. een jaya- 
patira, of uitwijzing in een geding, tijdens de regeering van Dyah Hayam 
Wuruk (Qrï Rajasanagara, Qaka 1273 (?) — 1311), en in velerlei opzichten zeer 
leerzaam. Door het ontbreken van de eerste plaat mist men het jaartal van de 
uitvaardiging en den datum, alsmede de omschrijving van den regeerenden vorst 
door middel van de gewoonlijk talrijke honorifieke titels". 

Later is de oorkonde nog besproken door Krom, Tijdschr. Ind. Tl. Lnd. 
Vlkk. 53 p. 417 sqq., waar zij gedateerd wordt tusschen 1272 en 1287. 

2a. 1. ceka dyah hayam wuruk, iniring denyajna paduka crï tribhuwanottung- 
garajadewï jayawisnuwa 

2. rddhanï sakalarajamanggalabhawatlpratima, lalitamanoharajiïanapratapa- 
cobhita, sarddhanari 

3. cwara muang paduka bhatara crï krtawarddhana, acesarajapranipataman- 
dita, saccha}a muang ajna pa 

4. duka crï wijayadewï, maharajaraja^ekaradhistitaninditawïryyalangkara, 
sakalagunapra 

5. walabuddhisahita, sarddhanarïcwara muang paduka bhatara crï wijaya- 
rajasa, sanggramawïryyalangkrta 

b. 1. tinadah de rakryan mahamantrï katrïni rakryan mahatnantrï i hino, 
dyah icwara, rakryan mahamantrï 

2. sirikan, dyah ipo, rakryan mantri i halu dyab kancing, umingsor i 
tan da rakryan ring pakirakiran ma 

3. kabehan, sang aryya senapati pu tanu, sang aryyatmaraja pu tanding, 
rakryan dmung pu gasti, rakryan ka 

4. nuruhau pu turut, rakryan rangga pu lurukan, rakryan tumënggung pu 
nala, sadugopikadurjjanawi 

5. nigrahatatpara, mawastha patih ri pajang, samahiring muang rake juru 
pangalasan pu ptul nayawi 

3a. 1. nayadhara, makapramuka samantrïnggitajna prajalangkara, rake mapatih 
pu mada, sakalanïtiwrha 
2. spatisanggramika, pranaraksaka crï maharaja pranalamratisubaddhakën 
pangdiri 9rï maharaja 



209 

3. ngkën icwarapratiwimba, gumawayakën hitakarmmaning yawadwipa- 
mandala, muang wicirrmaning prangmu 

4. ke paduka c.rï maharaja, dbarmmadhyaksa ring kacewan, sang aryya 
rajaparakrama, dang aca 

5. ryya dharmmaraja, dbarmmadhyaksa ring kasogatan, sang aryya dbiraja 
dang acaryya kanakamuni, 

b. 1. boddhacastrawyakaranaparisamapta, tlas karuhuu pang dharmmaprawak- 
tawyawaharawicchedaka, sang pamgë 

2. t i tirnan, sang aryya wangcadhiraja, dang acaryya ciwanatha, bhairawa- 
paksanyayawyakaranaca 

3. straparisamapta, samgët i kanclamuhi, dang acaryya marmmanatha, 
naapanjyangcuman, sorapaksanyayawya 

4. karanayastraparisamapta, samgëti manghnri, dang acaryya smaranatha, 
bhairawapaksanyayawyaka 

5. ranayastraparisamapta, samgëti jamba, dang acaryya jayasmara, sorapak- 
sacangkyacjïstraparisama 

4a. 1. pta, samgëti pamuatan dang acaryyagrecwara bhairawapaksanyayawyaka- 
ranacastraparisamapta 

2. samgëti kandangan rarai, dang acaryya munïndra boddhacastraparisamapta, 
mangrasarasani sangkarigöng niya 

3. dirauktinikang wyawabari kalih, ku/nwapgat kawiwaksanya de sang 
pragwiwaka matgub ri kapaksadharmman 

4. ri dalem nagara, marmmanikang wyawabari kalih sacchaya mampakam- 
pak humatnri tanda rakryan ring - 

5. pakirakiran makabehan mintonaken paksanya sowang sowang kunëng 
sungan warawarah aki 

b. 1. santana, mapanji 9arana, muang sarowangnya, ki karnna, mapanji mana- 
kara, ajaran reka, ki siran, ki jumput 

2. ungsun madrwya lmah punang manahimanuk, kayoning sawah, adawung, 
lirih, 1, i berëm, lirih, 1, i pa 

3. jnon kiduling umah, lirih, 2, pajnon kubwan, kunci, 1, pangeran, kubwan, 
kuoci 1, tiga thani, ka 

4. yoning sawah wareng, lirih, 1, kayon waluntas, lirih, 10, tiga thani 
kubwan, kunci, 1, dinana 

5. kën.ing tuhatuha maring katyagan pakandangan, lirih, 10, maring man- 
dala ring kuku, lirih, 2, maring jangganing pa 



210 

5a. 1. ngle, lirih, 1, kabhukti dening aniadrwyakën lirih 33, pindah lirih 67, 
punika ta sthiti bhukti sangkeng ta 

2. hatuha, bapa, kaki buyut, pitung, auggas, muning, krpëk, tan hanang 
suwanda, apan anadi kabhuktyanipun, maka 

3. wyakti kirttiui tuhatubani ungsun bale i mandala i kasdakan, sakakala, 
919, wayuhanëngah ra 

4. kwa aranipun, punika ta samanakala lawan sawah, apituwin tan bana 
sawahipun pamasanak i punang sï 

5. ma tiga, liwating watës pakandangan, tan punika dawakta lmab i ung- 
sun tanpatahil tan kajnëngan ta 

b. 1. n pinakaparanati dening deca, makabetu anadi kabhuktyanipun, tan wrub 
ta ungsun panangkanipun a 

2. pan anadi, mangke ta inakunipun pasandan pun samasanak i sïma tiga, 
makadi punapanji anawung harsa, kunëng 

3. sungan warawarah samasanak i sïma tiga, makadi sang apanjyanawung 
harsa, ungsun madrwya punang lmah sawidab 

4. pitung lirih wicarawisaya, sinandakën i pitungi unguning pirak kalitngab 
takër, duk punang bbumi jawa tanpaga 

5. gaman pisis ika tang paksa kalih, pinametakën castradrsta, decadrsta, 
udaharana, guru kaka, 

6a. 1. makatanggwan rasagama ri sang byang kutaramanawadi, manganukara 
prawrttyacara sang paudita wyawaharawiccheda 

2. ka ring pubun malama, atbër tanda rakryan motus atanatana irikang 
pinggi siring udasina, polihana nyaya 

3. nyayanikang paksa kalih kunang pajar nikang pinggir siring, angrungu 
yan sïma sasandan ndan awidhita ta sangkaning u 

4. jar irika ta yan katmu sori paksa samasanak i sïma tiga, makadi mapan- 
jyanawung harsa, makabetu 

5. tan hananing pramana, yan pitung sangapafijyanawung harsa anandaken, 
muang asambawaning wruha, makadi 

b, 1. ng anadi kabhuktyanipun, matangnyan balawan paksaki santana mapanji 
sarana, muang sarowangnya, hetunya 

2. n pinunga kmitana sang hyang ajna haji jaya song, mratisubaddbaken 
pagëbi pangraksa tanda rakryan ri pa 

3. ksa sang apanji sai'ana, ri wruha sangapanji sayana prayatna || o || 

6a. 2 polihana-?MOliliana. 



211 

LXXXVI. 

Kleine badkuip, waarvan blijkens Notulen 1891 p. 101 een afteekening 
werd ontvangen van den administrateur van Nabo (afd. en res. Kediri). Dr. 
Verbeek deelde t. a. p. mede, dat het jaartal 1275 was. 

1. 1275 

2. kirtinira padiwi (?) 

LXXXVII. 

Groote badkuip, waarvan blijkens Notulen 1891 p. 101 een afteekening 
werd ontvangen van den administrateur van Nabo (afd. en res. Kediri). Dr. 
Verbeek deelde t. a. p. mede, dat het jaartal 1277 was. 

1. 1277 

2. pangarëpira kiti (?) 

LXXXVIIL 

Steen, staande te Selabradja (afd. Malang, res. Pasoeroehan), in Rapp. 
1902 p. 295 beschreven als „van boven flauw accoladevormig gehouwen, hoog 
0.66 M., breed van boven 0.37 M., beneden 0.33 M. Op de eene zijde van den 
bovenkant is één regel Kawischrift, op de keerzijde, eveneens op het boven- 
gedeelte daarvan, zes regels — een en ander in relief-karakters". Een abklatsch 
wordt vermeld Not. 1887 p. 7; Oudheidk. Bur. no. 409. Dr. Brandes deelde 
bij Verbeek p. XVIII mede, dat het jaartaai 1336? is. 

V o o r z ij d e. 

|| rasabeddhabed(//m 

A c h t e r z ij d e (a) 

1. sang hyang manda ring awaban, ■purwwdka ning mapas 

2. yu kbo glis rangkëpi kbo duran, kangkëna 

3. ra sang hyang mandala ri sagara na dang map, tingkaha 

4. hyang mandala ring awaban, lawan tingkahanira sang 

5. ngapalungguh tunggal tunggalawatéksagara, kaya 

6. tnakna sangadrwya kabuyutan ma(ng)kana samatung 

7. ga(l)dapur o o o o (o) o 

Van de achterzijde bestaat ook de volgende eenigzins afwijkende trans- 
scriptie (b). 



3 na dang map — nradangmam. 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX. 14 



212 

1. sang hyang mandara (lees la ri) ngawadan, purwwakaning mapas 

2. yu kbo glis rangkepi kbo duran, kangkina 

3. ra sang hyang mandala ri sagara tirjgkaha (nira sang) 

4. hyang mandala ring awadan, lawan tingkahanira si 

5. ngapalungguh tunggaltunggala bilcmg&va, kaya 

6. tnakna sang adrwya kabuyutan ma(ng)kana sama tung 

7. ga(l) dapur. 

LXXXIX. 

Voetstuk van een staand beeld, indertijd blijkens het Leidsch MS. Or. 
327G (Mal. hds. 765) leg. v. d. Tuuk aanwezig te Tamiadjeng in Soerabaja en 
waarvan verder niets bekend is. 

1. 1380 

2. kitinira l(i)ga 

XC. 

Steen, afkomstig van Penampihan tegen het Wilis- gebergte (afd. en res. 
Kediri), vermeld door Noordziek in Tijdschr. 5 p. 427, thans als D 8 in het 
Museum te Batavia; abklatsch Oudheidk. Bar. no. 35. Dr. Brandes beschrijft 
hem in den Catalogus (p. 374) aldus: 

„Van boven fraai gehouwen in den vorm eener tweemaal verlengde acco- 
colade. Rechts en links ligt op de verlengden van dat bovengedeelte een dubbel 
blad. Grijs bruin. Zeer verweerde andesiet. Schrift: overgangstype naar het 
Soekoe-schrift. Op één zijde beschreven. 19 Regels. Afkomst onbekend; vermoe- 
delijk de steen van Penampihan (Penampikan) genoemd in Tijdschr. Ind. T. L. 
en Vk., V, 430 noot. Hoog in het midden 1 69, aan de zijden 85, breed 54, dik 22. 

Crï cakakala 1383 (lees 1382). Nog niet ontcijferd". 

1. om titi sakawarsatita 1382 diwasa ki 

2. salugohara samadaya marëp mat ( )s 

3. rama ya prar samadaya hadol buuii ri sang hyang bu 

4 . blaharla dalaga 

5. hangalor tapihan 

6. tutug ri kali ri bahëk wetawi lo 

7. bumi 

XCL 

Steen, staande in het gehucht Padoekoehan Doekoe der desa Këmbang 
Sore (afd. Modjokerto, res. Soerabaja) en in Rapp. 1907 p. 111 beschreven als 
„een kolossaal steenblok, onbehouwen, aan de voorzijde min of meer geglad, 
1 M. hoog en 2 M. breed, met 6 regels verweerd, ingeslagen Javaansch schrift". 
Een abklatsch wordt vermeld Not. 1888 p. 12; Oudheidk. Bur. no. 512. Dr. 
Brandes deelde Not. 1888 p. XIV sq. het volgende omtrent dezen steen en de 
vier hier volgende mede : 



XC, 3 ya prar-dapur. 



213 

,,De inscriptien van Majajejer, Dukuhan duku en Jiyu (2 steenen) belioo- 
ren bijeen. Zij handelen over één persoon, Cvrï Brahmaraja Ganggadhara, naar 
alle waarschijnlijkheid een andere dan de Brahmaraja die genoemd is op no. 38 
van de beschreven steenen van het Genootschap (Groeneveldt, Catalogus, bl. 
38(3). De twee steenen van Jiyu (in het opschrift Jiwu) maken te zamen één 
oorkonde uit. Op den eenen steen vindt men het begin, op den andere de tweede 
helft. De vlakken dragen, als zoovele bladzijden, een volgcijfer, van 1 tot 
en met 8, doch de steen waarop het begin staat is van boven beschadigd. 
Daardoor is bij twee zijden van dien steen dat volgcijfer verloren, en ontbreekt 
tevens het jaarcijfer. Terwijl deze oorkonde zeer lang is, vandaar dat zij twee 
steenen beslaat, zijn de beide andere opschriften, die van Majajejer en Dukuhan 
duku kort. Deze geven behalve het jaarcijfer ook het zegelmerk van den vorst, 
bestaande uit de afbeeldingen van twee voetzolen, waarboven een uitgespannen 
payung, geflankt aan de eene zijde (links) door een stok waarom zich een slang 
kronkelt, een bloem, een figuur die ik niet herkennen kan en een lingga met 
voetstuk, aan de andere zijde (rechts) door een gëndi met voetstuk en een kris (?). 
Zóó op den steen van Dukuhan duku. Op den steen van Majajejer vindt men 
rechts wat elders links staat en omgekeerd, terwijl enkele zaken ontbreken. Het 
schrift van deze opschriften is, zooals boven reeds werd gezegd, een overgang van 
oud-Javaansch tot nieuw-Javaansch ; hetzelfde kan ook worden opgemerkt omtrent 
de .taal waarin de stukken zijn opgesteld, en de spelling die gebruikt is. Be- 
vreemden kan dit niet, want twee der opschriften dragen het jaarcijfer 1408 
Caka, en reeds wisten wij, bijv. uit Cohen Stuaet's Kawi oorkonden no. IV, 
waarin men de jaartallen 1316 en 1317 Caka aantreft, dat in dien tijd het 
Javaansch reeds zeer belangrijk naar het nieuw-Javaansch overhelde, terwijl 
geconstateerd kan worden dat dat grootere verval in de mij bekende stukken uit 
de 13e Caka-eeuw nog niet wordt aangetroffen. Om de belangrijkheid wijs ik 
hier bijv. op vormen als tan den-siddhigaweha, op hang in plaats van ikang, 
op angclan voor angwelan uit angn welnu, op pangxdu-bana in plaats van pamulu- 
bnTiH, die alle voorkomen in de hier besproken steenopschriften. Eigenaardig is 
de spelling »<»~^ en gw met upapanji en ulu pëpët te gelijk. 

De inscriptie van Dukuhan duku is iets ouder dan die van Majajejer. 
De eerste is uitgereikt in de maand Dyesta, de laatste in de maand 
Karttika van het jaar 1408 Caka, de laatste dus vijf maanden later. En 
aangezien het opschrift van Jiyu en dat van Majajejer beide handelen over 
een vrijgebied te Trailohyapuri, en het kleine gedeelte van den datum van 
het Jiyu opschrift, dat nog gespaard is, juist luidt als het overeenkomstige 
in dat van Majajejer, vermoed ik, doch bewijsbaar is het niet, want het 
kan een toevallige overeenkomst zijn, dat deze beiden op denzelfden dag zijn 
uitgereikt. 

Op den steen van Dukuhan duku leest men dat in 1408 Qaka door 
cri bhaldra prablm Girindrawarddhana, die in zijne prille jeugd den naam dgah 
Hanawijaya kreeg, een schenking is bevestigd van twee vroegere vorsten, waar- 
van de laatste rust te Mahdlayabhawana. Deze hadden namelijk aan cri Brah- 
maraja Ganggadhara de desa Pelalc geschonken. Wie deze beide vorsten waren, 
kan door mij niet worden uitgemaakt. Als aanleiding tot die schenking wordt 
opgegeven: hamrih laldigwijaijanira sang munggwing Jinggandunayunayunanyüdha- 
lawaning majapah.il, wat ongelukkig niet geheel te verstaan is. Het slot kan 
beteekenen : „dat hij den strijd bestond tegen Majapahit", maar onzeker is het 
of de lezing, zooals zij hier gegeven is, wel geheel juist is, ook daarom omdat 
de sambandha der andere opschriften, die beide mede handelen over cri Brahma- 
raja Ganggadhara, geheel iets anders geeft. Uitermate belangrijk is het dat deze 



214 

inscriptie voorts het volgende bevat: saprakdraning bhuklinya cri Brahmardjd- 
mukliha the sanlana pratisanlana, yananahapakmbhumi salwiraning janmanyamari- 
hdbhumi, cri Brahmardjdlah pramdndmukliha, hetgeen kwalijk iets anders kan 
beteekenen dan: ,,al wat er van te genieten valt, zal Cri Brahmaraja, zijn 
kinderen en kindskinderen genieten; als er iemand beweert (of: volhoudt, 
omdat hij rechten heeft of had) eigenaar van den grond te zijn, wat voor soort 
van mensch het ook moge wezen, hij zal ophouden eigenaar van den grond te 
zijn, Cri Brahmaraja zal voortaan als machthebber er het genot van hebben". 
De inscriptie van Majajejer, ook in 1408 Caka uitgereikt, noemt den 
vorst: padufca cri mahdrdja, cri Wilwalilda Daha Jnnggala Kadiri, prabhu nalha, 

cri Girindrawarddhana ndma dyah Ranan ijaya, bhatdra enz. De vrijbrief werd 
uitgereikt bij gelegenheid van het crdddha-oÉev voor den mohla ring Indrabha- 
wana in het twaalfde jaar na zijn dood. Bij die gelegenheid werd aan denzelfden 
Brahmaraja Ganggadhara een gift aan grond geschonken te Trailokyapuri. Daar 
Girindrnwanddhana aan Giri doet denken, wijs ik er hier op dat de vorst zich 
ook noemt vorst van Majapahit, wat echter ook het geval zou kunnen zijn als 
door hem Majapahit was veroverd, hetgeen volgens de traditie in Caka 1400 
zou zijn geschied, terwijl deze inscriptie uit Caka 1408 is. Daarom zou het 
weer zeer wel kunnen zijn dat de lezing van het gedeelte van het opschrift 
van Dukuhan duku, zoo even medegedeeld, toch juist is. Doch van Mohamme- 
danisme is op geen der steenen eenig spoor te ontdekken. 

Ook op de steenen van Jiyu komt de naam van denzelfden vorst voor, 
doch niet als hoofdpersoon. Na een inleiding, waarover zoo aanstonds, leest 
men daar cri Brahmaraja miniakdsihing bhalldra prabhu garbbholpallih cri Rana- 
wijaya; sira sang dwijcndra cri Madhawdcdryya mwang rakryan apalih Mahawi- 
roüama pu Tahan makasopdna humalur, yalhd cri B inatvijaya mralisubaddhaken 
kirllydnugrahanira sira harananira manganugrahani rajapracdsli Girindraworddha- 
nalaïicana, subaddhapageh kirtlyanuyraha cri Singhawarddhana ike santanapratisan- 
tana cri Brahmaraja Ganggadhara mamuktiha : „Qrï Brahmaraja vroeg bijstand 
aan Z. M. Ranawijaya; de brahmaan Madhawacaryya en Rakryan Pu Tahan, 
de palih, brachten dat over, zoodat Z. M. Rauawijaya het gunstbewijs heeft 
bevestigd, hem een koninklijk bevelschrift schenkende voorzien van het zegel 
der Girindrawarddhana. Het gunstbewijs van Z. M. Singhawarddhana zal tot 
en met zijn kinderen en kiudskindei'en Brahmaraja ongestoord genieten" 1 ). 
Hieruit moet men afleiden dat een zekere Singhawarddhana Brahmaraja heeft 
willen begiftigen, en dat dit geschied is op een gebied waarover Ranawijaya, 
die blijkens de andere reeds besproken opschriften niet minder zijn gunsten 
over Brahmaraja heeft uitgestort, vorst was. Ook die Singhawarddhana heet 
Giriiidraivarddhana, zooals met Ranawijaya op die beide andere inscripties van 
Dukuhan duku en Majajejer het geval is. Na het nog resteerende gedeelte van 
den datum begint het opschrift namelijk °y ajna pdduka cri mahdrdja bhatdra 
Kling, gri Girindrawarddhana nama rdjdbhiseka cri Singhawarddhana garbbholpal- 
tindmadeya dyah Wijayakusuma kumonakm enz., d. i. „het bevel van Z. M. den 
vorst van Kling, Z. M. Girindrawarddhana, koning onder den naam Singha- 
warddhana, Dyah Wijayakusuma naar zijn kindernaam, gelast enz." waarop 



1) De vertaling-en hier gegeven zijn vrij. Het is schier ondoenlijk om het oorspronkelijk 
woordelijk weer te geven en toch verstaanbaar te blijven. Sira harananira is overgeslagen, daar ik niet 
zeker ben van de beteekenis- De bedoeling van garbbhotpattih (elders in deze en in de inscriptie van 
Dukuhan duku duidelijker "ndma) is boven reeds opgegeven. In de Babad Tanah Jawi (ed. Meinsma, 

bl. 22) vindt men een patih Wahan (oxuntHi/i^ waarvan men wel aannemen mag dat het ontstaan 

is uit itp<L'ii a^ d. i. het asniunao^ (Tahan), zooals hier op den steen voorkomt (sic). 






215 

beschikt wordt over de dorpen, die later het vrijgebied te Trailokyapura uit- 
maken en naar waarschijnlijkheid op Java in het Surabayasche hebben gelegen. 
Behalve Girindrawarddhana, dat zooals boven reeds werd gezegd aan Giri, doch 
misschien ten onrechte, doet denken, heet deze vorst Bhatara van Kling, ter- 
wijl Ranawijaya in de andere inscriptie heer heet over Majapahit, Daha, Jang- 
gala en Kadiri. Daar ook iu dit opschrift gesproken wordt van een crdddha- 
offer in het twaalfde jaar voor den mohteng Indra(iii)bhawana ligt de gevolg- 
trekking voor de hand dat Wijayakusuina en Ranawijaya broeders waren. Toch 
blijft de eigenlijke verhouding duister. Wat namelijk met Kling is bedoeld, is 
naar mijne meening met den tegenwoordigen stand onzer kennis niet voetstoots 
uit te wijzen. Reeds wees ik er elders op dat Kling meer dan eens wordt aan- 
getroffen als naam van een gedeelte van Java, zie Tijdschr. Ind. T. L. en Vk., 
XXXII, 188 en 393. Het zou anders misschien voor de hand liggen aan En- 
gelsch-Indië te denken, maar daarvoor zal het noodig zijn eerst de verhouding 
van Java tot die streek, in de periode die hier in aanmerking komt, te onder- 
zoeken. Van rechtstreeksche verbindingen is tot nog toe voor dien tijd zeer 
weinig gebleken, en na hetgeen omtrent Kling, als een naam op Java aan den 
dag is gekomen, acht ik het noodzakelijk ook omtrent hetgeen men in de 
Sajarah Malayu vindt, een nieuw onderzoek te beginnen. Daarom is het veili- 
ger de zaak vooralsnog onbeslist te laten". 

1. || o I swasti crï cakawarsatïta 1408 dyesta masa, tithï dacami cukla, ma 
pa ta (of ca) wara, tolu, aicanyastbagrahacara, citranaksatra, twasta 
dewata, kanya raci 

2. irika diwasa crï bhatara prabhu girindrawarddhana, garbbhotpattinama 
dyah ranawijaya, tuuddhopadeca, hiniring de rakryanapatih pu thahan, 
hamagëhakën susuwgrira bhatara prabhu sang mokta ri mrtta//(« 

3. salaya mwang sang mokteng mahalayabhawana, samasung ganjarawing 
crï brahmaraja ganggadhara, decakalawya ring ptak sahampihanyengëmbu, 
salbak wukir sakëndëng sëngkërnya saprakaraning bhuktinya grï brah- 
marajamukü'ha tke santa 

4. napratisantana, yananahapaksabhumi salwiraning janmanya marihabhumi, 
prï brahmarajatah pramanamuktiha, karananing sinung ganjaran hamrih 
kadigwijayanira sang munggwing jingga«r/(/nayunayunanyü(///alahaning 
majapahit 

5. maring ptak sumanggala pu nya, dening kawëwnanganing de9a ha 
( )o ring saka wëwnanganira crï brahmaraja, acandrarkkasthayi, asta- 
bhogatejaswamya, luputa saprakara, wnanga sakalwiranya, muwah yanana 
mangruddha sarasa ning andika 

6. prala suprafasti, sakalwiran ing janmanya makadi sang anagata prabhu, 
dadya bhasmibhntyatad( )ahning ka la kali blmtapicacadi tumpur 
bhrasta sahananya, astu, om (?). 



2 hamagëhakëii-hamacëhakën ; 4 la/(aning , -lawaning'. 



216 

XCII. 

Steen, afkomstig van desa Djijoe (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), later 
staande te Modjodjedjer (Verbeek p. 246), thans als no. 61 in de Verzameling 
te Modjokerto, in Rapp. 1907 p. 37 beschreven als „een steenblok met voet- 
stuk, uit een stuk, in den vorm van een vierzijdige pyramide, waarvan de vier 
zijden met flauwe buiging boven samenloopen ; aan de vier zijden bebeiteld met 
zeer verweerd en geschonden oud-Javaansch schrift. . . . Hoog 1.20; breed, 
over het zegel, onder 0.55 M., midden 0.50 M., boven 0.38 M." Een abklatsch 
wordt vermeld Not. 1888 p. 12; Oudheidk. Bnr. no. 71 en 503. Over den 
inhoud zie men de nota van Dr. Brandes opgenomen bij het vorig nummer. 

1. || swasti crï pakawarsatïta 

2. 1408, karttika, masa, tïthi, pratipadakrsna 

3. paksa, u, cu, wara, kalawu, agneyastha, graha 

4. cara, rohininaksatra, prajapati dewata, parigha 

5. yoga, wrgikaraci, irika diwacanyajna paduka 

6. crï maharaja, crï wilwatikta daha janggala kadiri, prabhu 

7. nalha,, crï girindrawarddhana nama dyah ranawijaya, bhatara (i kling) 

8. (ku)monang lampahikang dwadacawarsa craddhasampïïrnna Imrya 

9. mokta ring indrabhawana, ring crï mahadwijacresta, bhara dra 

10. tra, sahsaswamusutra, caturwwesaparaga, sarwwacastra 

11. samapta, paduka crï brahmaraja ganggadhara, sita 

12. sinung bhumidana ring trailokyapurï, sahampihanya ring talasan 

13. ü gi n g janggala ring ftungatayumtusimanya, sakëndeng sengkërnya, sa 

14. nya, sadrwya hajinya, bate sarasaningpracasti ring trai 

15. lokyapuri, wnanga sakalwiranya, luputa saprakara, bha nika 

16. simampaji/^opari ma tuku, sakalwiranya, sawyawa li 

17. mpalalusadama 

XCI1I. 

Steen, afkomstig van desa Djijoe (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), vol- 
gens Verbeek p. 246 in loco, terwijl uit Rapp. 1907 p. 90 niet blijkt, of hij 
nog ter plaatse is. Een abklatsch wordt bij Verbeek 1. 1. vermeld ; Oudheidk. 
Bur. no. 530. Dr. Brandes deelde t. a. p. mede, dat de inscriptie van 1408 £aka 
is. Hoe de verschillende hieronder volgende stukken met elkaar in verband staan 
blijkt uit de transscriptie niet. 

1. || om || swa 

2. sti crï cakawa 

3. rsatita 1408 

4. karttikamasa, tithi, 

5. pi*atipada krsna paksa 



9 clra-dw; il sitd-sira. 



217 



6. wu, ma, yu, wara, kulawu, agne 

7. yasthagrahacara, rohi 

8. ninaksatra, prajapatidewa 

9. ta, mahendramandala, parigba 

10. yoga, wrsikaragi, irika diwa 

11. sanj^a i paduka crl brahmai - aja ga 

12. nggadhara, reni dharmmasima ri trailo 

13. kyapuri, tkeningakakampihane, ri ta 

14. lasan, pung, batu, mwang santana pratisantana 

15. paduka crï brahmaraja samenajiian ri ta 

16. nhanabaningwismati ring kapujanira sang r 

17. sïgwara bharadbwaja mwang bhatara 

18. wisnu, makadi pamaiicadaci carwi sang 

19. hyang dharmma sarwwabbira pulanjina 

20. go 3, bhatara rama sarwwapawitra 

kalaningsu 
ksira ratunggala 
s&pucadhi muwab prati 
masa tangga 

1 ping 13 jyesta 

muwab puripujan bhatara yama 

15, ka, 10, carwananira, bha 

tarï durgga ring mabamantri ring ka 

buyutanangken paneadayi, de 

ning pnjauagung ing kabuyutan angkën 

pancama ning asadha, mwang ka, 5. pa 

nangkaning parabeya saprakara sa 

wah baye, salore ka 

li pakembangan winib sangga, 15 

muwab. sawahi talasan awinih 

sangga 15, pung, winib sangga, 20, 

katuring sang hyang dharmma tka ni de 

ceng batu, sacesaning paradipa 

ri puja sa 
prakara kabhu 
ktiha de 
ne ka 21 



Na 13 de cijfers in oud-Javaansche karakter. - carwananira-carwaftanira; paradipa-paradisa. 



218 

pbaye muwali ka 
rëpbaye sa 

gi^wara halampa 
kna papalia nira 

sang hyang dliarmma, sakuia maka 
rufiuh, helingsa hamukti 

rena sowang sowang haja sawa 

la dening santananira i9wara kang tan 
lisiprasasikadumanakuw/eksa 

cesa 

dharmma muwali de 

nira kang la 

mpahakanaryya sang hyang 

dharmma tu i/a. saktiha, mari 

hamukti, rena 

kani ^isya siddha natha, ni 

lakanta sa/mhi talasan winih 

, sowang, kunang yan hana 
miruddha i paduka 9x1 brahma 
raja, sahananya makadi sa 
ngagata prabhu, mantri 9ïghra tiba 
kna krodha bhatara yama kala 
gni warsa tadahën denira bhata 
ri durgga, cucuputëknya, la 
ngga rudhiranya, rimarima hati 
nya, hamelamël dagingnya 

hulanya tumpur bhrasta sa 
hananya, umangguha catu 
spataka, sahasrako 
ti janmanya kalbwing kawah 

astu 

XCIV en XCV. 

Twee steenen, afkomstig van desa Djijoe (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), 
volgens Verbeek p. 246 in loco, terwijl uit Rapp. 1907 p. 90 niet blijkt, dat ze 
nog ter plaatse zijn. De beide steenen bevatten één inscriptie. Een abklatsch 
wordt vermeld Notulen 1888 p. 12; Oudheidk. Bureau no. 501 en 506. Over 
den inhoud zie men de nota van Dr. Brandes, opgenomen bij no. XC1. 

mato-mana. 



219 

Eerste steen. 
a. 1. 

2. ndala, parigha yoga wrsika 

3. yajüa paduka yrï maharaja bhatare kling, crï girindra- 
warddhana 

4. nama rajabhiseka crï singhawarddbana, garbbhotpattinamadeya dyah 
wijayakusuma kumo 

5. naknikang wanwe sawek, mwang pung, talasan, batu, crï bhagawan 
dharadwajapratista, pagawayakna sang hyang ajna ba 

6. jipracasti, girindrawarddbanalancana, umunggwi salab sikyaning tamra- 
riptopala, sambandhekang wanwa bhanganamnai-pptin&km 

7. mahadwijacresta, caturwwedaparaga, sarwwaijastraparisamapta, paduka 
crï brahmaraja ganggadbara, paramapuro 

8. hita ttidwan, samaradurandbara, tripurantakaprabhawa, mwanganglam- 
pabi dwadacawarsa rraddha sampürnna crï paduka bhatara ring da 

9. hanapura, sang mokteng indranibbawana, inutus de paduka crï 
singhawarddbana, sambandbekang wanwa makadi sawek sinunga 

10. kën dana ring brahmaraja ganggadbara, acandrarkkasthayi, sampun sinung 
sïma parbyangan, aü/abhisekang sang hyang 

11. dharmrna trailokyapurï, di( )nawu, maharsi saradhwaja pratista, 
mwang crï bbatara rama pratista trailo 

12. kyakatha, uwus tinanjëngan tugu, asta diksa ri punga, uwus dadi han- 
dika tambra, mogba sira kala( )cu manturning ciwa 

13. bhawana, tan tulus kïrttyanugraha crï maharaja muwah crï brahmaraja, 
minta kasihing bhattara prabhu, garbbbotpattih 

14. crï ranawijaya, sira sang dwijendra crï madhawacaryya, mwang rakrya- 
napatih mahawïrottama, pu waban maka 

15. sopana humatur, yatha crï ranawijaya mratisubaddhakën kïrttyanugra- 
hanira sira harananira, manganugrahani ra 

16. japracasti girindrawarddbanalancana, subaddha pagëb kïrttyanugraha crï 
singhawarddbana, tke santana 

17. pratisantana crï brabmaraja ganggadhara, mamuktiba, muwah kasiman 
/mèroparimana ri trailo 

18. kyapurï, mwang talasan, pung, banu, sakalwiraning janmanya kangadr- 
we kasiman tan den siddhi gaweha muwah 

19. mariba madrwya bbïïmi, sang hyang dharmrna atah pramaua madrwya, 
muwah dening sawah pagiliran sawe 



5 sawek-saten ; n nowu-nwwu; 14 ?t>ahan-£akan. 



220 

20. taning walahar ing talasan, winih, sa, 2 tan kasiddhi gaweha saki(ng) 
r/arm ma, kahaturani we</yamari(ng) 

21. paduka ranini gandhana ri talasannangkën pürnnama ning asadka, muwah 
sang hyang dharmma swatautra, wnanga astabho 

22. gatejaswamya, wnanga hanganggo sakalwiraning ralha larangan, raja- 
wali, tan katama 

23. na dening nala sang manakatrini, mwang sakweli sang mangilala drwya 
haji, wuluwulu, agëng admi 

24. t, mi^ra paramifra, sahulunaji kabeh, ityewamadi, tan katamanatah sang 
hyang dharmma ring 

25. trailokyapuring pramaneriya kabeh, mangkana tekung sukaduhka, ka- 
dyangganing mayang ta 

26. npawwah, waluh rnmambating natar, rab kasawuringawan, wangke 
kabnnan, wakcapala, 

b. 1. 

2. mnk pandnng tëlës, usirnikang strl larangan, sampun labdhawara 
anngrahanira 

3. prï bhattara prabhn, hinalëpan sïtawastra, kinaryyabanning paduka prï 
brahniaraja, muwah £rï 

4. bhattara prabhu inaturan pang hyang, ma, su, 10, sawastra, mwang gtï 
paduka bhattara samudaya sa 

5. menaturan pang hyang, ma, su, 5, sawastra, sang mantri katrinyaman- 
canagara makadi rakryanapa 

6. tih, mwang sang puropapatti, sang dwija^angkapanya, sama sinung 
piwruh sudana, ma, su, 3, so 

7. wang sowang, sawastra, kunëng parimana purwwa ring trailokyapuri, 
walahar sigarada, tu 

8. gu watu pëpërangan maharsi bharadhwajalancana, padaraksa, catrada air 
kamandalu, suryyacandra hi 

9. lining tugu, saparimananya, sigarada lawan garmma tkeng kdung ka- 
</»tmen, tugu wetaning 

10. kdung sigarada lan garmma, mingërangetan sigarada mwang garmma, 
umingëranutukdung sang lumbung sigarada mwang sang 

11. lan mangidulamengëranutug tugu wetaning sang lumbung, siga- 
rada mwang sang kalan, wetaning salumbung 



20 we.oya-wetya. 



221 

12. bliuming trailokyapuri tugu walahar sigarada lawan sangkalan, tutuga- 
ngidulamnger sigarada lawanya 

13. n tugu tngahing walaliar tutugingagneya parimana trailokyapuri, 
wetani(ng) rapu(ag), 

14. tutugagneya, dpa, 330, kagneyeng rangrë, tugu hagu,kiduling sawah 
salumbung, mangalorning 

15. dëdër, saparimana lawafijiwu mwang srangan, mangulonatüt pinggir 
lor ing kali tugu, hangulwa 

16. n wah tugu mangulwan jawahing kalyagung kaling trailokyapuri, 
hadawuhan bhumi jiwu, hangulwa 

17. n parimana kaling panambangan, kiduling tugu parimana galeng, sawah 
kayon katimang, kiduling 

18. galeng sawah jiwu, t/tr/ahi galeng tugu, loring galeng sawah ( )tu kuma- 
laca, Irnëh trailokyapuri 

19. kiduling galeng tugu, parimana kali tadah resan, mangulwananuju sawah 
kaywaning padada 

20. n bhumi trailokya puri, kiduling galeng suming jiwu, tugu tngahing 
lwah, tutug bhuming daksi 

21. dpa, 373, hangidulangilyau parimana ka 

22. li sigarada lwan jiwu, kiduling ka 

1. 

2. tngah ing galeng 

3. tumdun i wa 

4. lahar tuAw;a 

5. gung, tutug 

6. nairiti, 

7. dpa 220 

8. kidulweh ji 

9. wu, kulwan wi 

10. jnanasara 

11. da laha si 

12. garada mwang 

13. trailokya 

14. puri, parima 

15. na wetaning 

16. dor/dogan 



14 alor-ulo; 15 flëdër-dérlgër?: 18 sawah-wwwah. 



222 



17. dawuha 

18. n trailo 

19. kya puri 

20. mwang wijiianasa 

21. ra tngabinff dawu 

22. han tugu, si 

23. garada ma 

24. ngalor ( ) 

25. tugu tiigabing wa 

26. lahar, tu 

27. miba bhumi 

28. hatiban 

d. 1. dpa 4 (?) 

2. 4 (?), sigara 

3. da ngalo 

4. kulwaning sa 

5. wahnya swa 

6. nya ma 

7. n, kedung bhuming 

8. trailokya 

9. puri, tngahing 
1(F. walaha(r) siga 

1 1 . rada hanutu 

12. g marggauya tu 

13. gu, lor ing mar 

14. gga tugu, dpa 3 

15. 85, wala 

16. har mula, 

17. ngalor mange 

18. tan bhuming trai 

19. lokyapuri, 

20. sigarada mwang 

21. majaring, tugu pa 

22. rimana lwahangi 

23. dulanigara 

24. da mwang bëlnm 

25. tugu, dpa 98 



6 nya-npn. 



223 

Tweede steen. 

a. 1. kulwaning kalinari gegër, bhumi trailokyapuri 

2. wetan bhumi bluk, mi//(/gudangidulangetan walaharanigarada mwang 
bluk, ku 

3. Iwan bhumi trailokyapuri, sawah kayoui sëndang, kiduling parimaneng 
bl»kdunff daua bhumi trai 

4. lokyapuri tkaning gëgër tpining walahar, tpi lor bhumi bluk kdung 
kabuyutaning langling, mingërangalor lwah 

o. sigarada, nusa lmahëluk, tugu kulwan papaiicilaning trailokyapuri, we- 
tauing rawa kdung gumanting sigarada, tngahing kdung 

6. tugu, lor papancilan tugu, kulwaning ranini marawa kanang dawa bhumi 
trailokyapuri, tugu, sigarada mwang bluk, dpa, 508, 

7. muwah lwah sigarada mwang kudur, tugu, dpa 40, tpi wetan rangdu 
bhumi trailokyapuri, (?) lor bhuming linggiran tutug ( )aya( )u 

8. galeng mujurangetan tugu, mingër kali halit mujurangetau tugu ping- 
gir kidul, tatangga lor parimana, linggiran, kidul ka 

9. yoning sawah watu gajah, tugu, dpa 440, bhumi trailokyapuri tutug 
uttara, umingërangetan parimana galëngagurig, lo 

10. ring galëng tugu loring sawah watu gajah bhumi trailokyapuri, mange- 
tanamngër tugu, lor parimana linggiran mangetan amngër lor ing galëng 

11. tugu, lor parimana linggiran, mangetan sawah kajuburuha bhuming 
trailokyapuri, parimana kali mujurangetankidul ing umah li 

12. nggiran tugu tutug ri(ng) aicanya, dpa, 250, walahar mujurangidu(l) 
sigarada mwang margga, tugu, mangidul këdung trailokyapuri, mingë 

13. ra[(nge)tan] wanigaja/>«n tugu tngahing walahar, wetaning sawah widaru 
kdungagung, bhumi trailokyapuri lawan kdung min«/angidulangulwan 
tugu 

14. ring purwwa, dpa, 416, dening parimana ning decampikaning trailokya- 
puri, ring talasan, batu, munggwing tamra ripta, makadi kawëwnangan 

15. da/awan sang hyang dharmma, dening pangulubaiïu, saking trailokya- 
puri, mari(ng) jiwa, pisis, 2300, dawuhan wetaning umah ing jiwu 

16. miling kaling panambangan, muwah sawah kumala^a kahilen banu saking 
jiwu, marggagalëng, kaling siwalan dawuhan bhumi jiwu, pangulu banu 

17. 2200, padaha^rah kangkën purnnamaning ( )sa ( ), lawan pari cing, 8, 
kangkën lung, 15, ka, 3, makadege/cma/^ilen ga da 

ring (?) 

3 dawa-da/ia; 4 tkaning- tkaring; G kawang-kaAang : 13 wanigaja&Mn-wanigajawi/an : 15 jiwa- 
jiwM; 17 Aangkën-wangkën. 



224 

18. (j)iwu katëmpuhana salonglonging sawah kang tan kahilen banu, tur 
kalagi( )nikël sagung ing pangulu banu, dening pangragaskar maring 

19. kanci, saking trailokyapuri, saking talasan, marihacrahing kafici, hingel- 
yan bhukten pakingaXuvuwiili, pisis, 8500 

20. mtu /.angkën tang, 15, ka, 3, mapakna a.ruku baturing sang byang 
dbarmma ring kanci puriinamaning kapat lalakka, 7, muwah deca siri 

21. nangga pasek pagëh, hanaksyani( )k sinuk dbarmma ring trailokyapuri, 
duk ananjëngakeii tugu, saksi deca siring, sama 

22. nakseni parimana sowaug sovvang, tutatii/i/a deca purwwa, sangkalan, 

n buyut wnga, janaka, dece gaimuia buyuta 

1 . deceng srangan narain/anar, dece tuhamulad-i( )da su 

2. nia//a, deceng babad, baran patrm, wabas, ring winjakasara, ka 

3. bayan sagrk, deceng katidur buyut andon, ?,'arab, mula, decengëluk, 
mandala 

4. ;nana, wTrakrama, deceng kudur, baran nektah, ring linggirin, baran 
patrm, wabas, ring subaki, baran pa 

5. ling, deceng dukung, buyut leba, ringalituwung, buyut gora, de9eng 
kanci buyut sërg, sungsang, tayaka, sama sinung pa 

6. sëk pagëh, ma, 1, bawi prani, 1, tumpëng, 30, sajëng, 2, ring sadeca 
deca, dening deca sosoran kang kabilen banu saking trailokya 

7. puri pada haweh pangulu banu maring trailokyapuri, deceng subaki basrab 
pangulu banu, pisis, 8400, pari, sa, 4, wong ka 

8. tidur asrah pangulu banu pisis, 8400, pari, saug, 4, hadawubaning do 
( )n, ring këpub, bhuming trailokyapuri sigarada, ringaliwu 

9. wung basrab pangulu banu, 6000, pari cing, 8, ring jukung apangulu 
banu pisis, 6000, pari, cing, 8, ring kamënjing banu tutuko 

10. n, 6090, pari cing, 8, ring glëng atuku banu, 4000, ring garmma, 
400, pari cing, 3, ring ëluk atuku, 800, kudur pangulu banu 100 

11. 0, linggirin, 400, pari cing 3, pada bacrah /.angkën tang, 7, ka, 9, 
yekanang dec^a sosoran hamet paragada ta kaweba pangulu banu 

12. hagagamana handika, raja mudra rë/gksa, nëlëktakmandiba, muwah 
denira cri brahmaraja batingkah rena ring trailokyapuri, denira 

13. potranira sama dinuman rena, nini ciwaditya, karang kulwan sabakubwan, 
mwang sawah watu gajab winih sangga, 20, kaki ciwatmaja, karang lo 

14. ring pasar saha sawah sakuloning kali tutug lor, winih sangga, 7, nini 
9iwaprïya karang kulwan tëpining walaha, r sawah kayon pomahan 



18 salonjïlrmg'-palonK'long': 19 pakinffali-saking'ali: 21( )k-ng , an: 1 rfanar-jauar : du-ma; 3 «arah- 
fcarah; 4 jnana-rfnana; 5 taya/a-taya«a ; 8 n-k; 11 ^angkön-Hang-kën. 



225 

15. winih sangga, 8, kaki ciwasuta, karang lorikarangira nini ^iwapriya, 
saha karang gëgë, r sawah, kayon kumalaya, winih, sangga, 7, dening 
bhukte&i de 

16. £a hampihan parakna ring dewakaryya dening agiliranabay<?, dening 
revnne ni sucaritri karang lor ing dharmma, sawah ring 

17. talasan winih sangga, 7, tan milwabaye, niuwah padnka crï brahmaraja 
wilaeasnng npajiwa ring kaki lëmbn sarwwa rena 

18. ka ivala na luk dpa, 30, pangetanya, dpa, 20, rasel wetan kulwa- 
nya sar/inya dpa, 30, karangulu, nairiti jurang sawah 

19. tutug parimana ai^anya, winih sangga, 20 lawan milwa giliran baye 
saparalimanya lumampaha ring dewapuja snbhakti 

20. ha ring sang hyang dharmma, atutadulura mwang santana crï brahma- 
raja, knnang yanana mangruddha hangrunguhaknapariksirnnakna sang 
hyang 

1. dharmma ring trai 

2. lokyapnri 

3. tkeng ampi 

4. ban, ring mang 

5. ke tkeng dia 

6. ha ning dlaha, 

7. yadyapi sa- 

8. wakanya, ngu 

9. niweh sa 

10. nganagata 

11. prabhu umanggu 

12. ha sarbwo 

13. padrawa, mwang 

14. dewadanda, 

15. sarwwotpa 

16. tadi tadahning 

17. kalakali, 

18. bkutapicaca 

19. di, tampur bhrasta 

20. sahananya 

21. tkeng santana prati 

22. santananya, cu- 



&20 hangrunguhakna-liangru&uhakna. 



226 



23. mundukaring ya 

24. maloka, si 

25. mbatëning yamaba 

26. la, sahasrako 

27. ti lawasing warsanya 

<l. 1. kalbwing kawab 

2. tanpatm(nha bang) 

3. janma || swa( )tga 

4. dwi punyëm 

5. paradattanupa 

6. lanëm, paradatta 

7. pabareua, 

8. swadattëm nispba 

9. lëm ka wet || 

10. swadattëm bada 

11. bwa( )yaba 
12. 

13. /rem, sasti wwarsa 

14. sabasrani, wi 

15. stayëm jaya 

16. te krimih( )a 

17. yn(r)ba(r)niryya 

18. «jobanih, ha 

19. nih prajnasuka 

20. nayah, dbarmmasa 

21. ndbanaba/iifcë, sa 

22. n( )tesart-bana 

23. ksaudeni 

24. ra sanghyang 

25. trayoda, 

26. ^.asaksi 

27. yin tadabë 

28. ndenira dewi 

29. durggastu || o || 



17 niryya-Mryya. 



II 

ONGEDATEERDE INSCRIPTIES. 



XCVI. 

Steen, waarschijnlijk afkomstig van den Diëng, thans als D. 11 in het 
Museum te Batavia. Over de steenen van den Diëng zie men de litteratuur- 
opgave onder II. De steen is no. 1 1 van het lijstje van Dr. Brandes in Notulen 
1889 p. 131. Abklatsch Oudheidk. Bur. no. 188 en 330; afgietsel Leiden Ethn. 
Mus. no. 2981 (Cat. Juynboll p. 232). Dr. Brandes beschrijft den steen in 
den Catalogus (p. 375 sq.) aldus: 

„Pyrarnidaalvormig steentje, met dito boveneinde, gekroond met een bloem- 
knop. Licht bruin-geel. Poreuze bazalt. Op twee der opstaande vlakken resp. in 
10 en 9 regels met oud-Javaansch schrift van Midden Java beschreven. Afkomst 
onbekend. Hoog in het midden 79, aan de zijden 62; de opstaande vlakken 
breed van boven 33, van onderen 37. 

Tempelinventaris. Begint namacciwaya dewadrawya. Naar het schrift te 
oordeelen behoort het tot de oudere inscriptien onder de opschriften van 
Midden-Java". 

a. 1. namacciwaya debadra 

2. wya hulun duapuluh 

3. karbo sapuluh alas 

4. kacangan dua, padyusan 

5. dua | gagun | karaha padwa 

6. tu | tatas lanang | caranti li 

7. ma | watu | parsarinasi 

8. yan tambaga | sapuluh wu 

9. ta | mas dutahil | jang mi 
10. i/ga padwatu | caturanggaw/ 

b. 1. kail laki | sajugala || 

2. lungsir sawatu || wita 

3. dua watu | tanda tanda 

4. dualapan | suruy ga 

5. ding | carmin | batu cërmi 

G. n | wungwung bala | karantiga du 

Verhandelingen Bat. Gen. Dl. LX, 15 



228 

7. a | sanduk dua | guci 

8. patwatu | watu kakkyab 

9. dua | dang | ika teja danghyang 

XCVII. 

Steenfragment, afkomstig van den Diè'ng, thans als D. 15 in het Museum 
te Batavia (Not. 1863 p. 238). Over de inscripties van den Diëng zie men de 
literatuuropgave bij II; deze steen in no. 1 van de lijst van Dr. Brandes in 
Not. 1889 p. 131, cf. Verbeek p. 109. Dr Brandes beschrijft hem aldus in 
den Catalogus (p. 377): 

„Fragment van een kleinen steen. Rechter benedenhoek. Zwart. Zeer ver- 
weerde andesiet. 13 Fragmentarisch leesbare regels in Oud-Javaansch schrift 
van Midden-Java. Volgens Tijdschr. Ind. T., L. en Vk., X, 307; Not. II, 182, 
afkomstig uit de Banjoemas, blijkens brieven en afteekening van de Pangonan 
op den Diëng. Vgl. Tijdschr. Ind. T. L. en Vk., XXIII, 43. Hoog 51, breed 40. 

Rechter fragmenten van de laatste regels van een pracasti". 

1. 

2. arddhacandrama 

3. i bhatara, i bhatara kuinara brat 

4. hu pirak dha 7, masambah senapati ma 

5. mas 1 ambad 1 arddhacandra 5 taturakyang yu 4 bra 
G. 1 saks(i) 

7. 
8. 
9. dapra p(i)tamaha paramaciwa i ta 

10. i humpan dewa i kü 

1 1 . bhagawanta manda 

12. guru hyang kapila, ma tatkala dangacaryya 

13. dapunta ciwanetra || o || 

XCVIII. 

Steen, evenals de vorige afkomstig van den Diëng en tegelijk met dezen 
in het Museum te Batavia gekomen als D. 30. De steen, waarvoor verder naar 
de opgave bij II verwezen wordt, is no. 2 van de lijst van Dr. Brandes ; ab- 
klatsch Oudheidk. Bur. no. 197 en 202. Dr. Brandes beschrijft hem in den 
Catalogus (p. 383) aldus : 

„Klein fraai gebeeldhouwd steentje met voetstuk, uit één steen. Aan de 
zijden lofwerk met bloemen. Vaal. Andesiet-tuf. Zeer beschadigd. Oud-Javaansch 
schrift van Midden-Java op ééne zijde, 18 regels, waarvan schier niets meer te 
ontcijferen is, en dito drie op de voorzijde van het voetstuk. Volgens Tijdschr. 
Ind. T., L. en Vk., X, 307; Not. II, 185 afkomstig uit de Banjoemas, blijkens 
brieven en afteekening van de Pangonan op den Diëng. Vgl. Tijdschr. Ind. T. 
L. en Vk., XXIII, 43. Hoog in het midden 53, aan de zijde 47; breed 32; 
dik van boven 10, van onderen 11; voetstuk hoog 26, breed 42 en 23". 



69 teja, leps «eja. 



229 

1. om namacciwaya, (swa)sti cakawarsa 

2. tita 13, waicakha masa 

3. cukla paksa 

16. saksi 

17. ni aminta lraali ri sang hadyan juru wadihati huwa 

18. kawikwan 
Op 't voetstuk. 

1. patapan 

XCIX. 

Steen, afkomstig van den Diëng, thans als D. 57 in het Museum te 
Batavia. Over de Diè'n g-inscripties zie men de litteratuuropgave bij II. Deze 
steen werd in 1877 (Not. 1878 p. XV sq.) in vier brokstukken opgegraven; 
het is no. 8 en 9 van de lijst van Dr. Brandes in Not. 1889 p. 131; abklatsch 
Oudbeidk. Bur. no. 89, 90, 92 en 260. Nadat no. 5 van de lijst van Brandes in 
1909 als D. 116 in het Museum te Batavia gekomen was, deelde de Heer Rouffaer 
(Not. p. 176) mede, dat dit fragment het begin van D 57 was (cf. p. LXXXI 
en LXXXV van die Notulen). Üit de hier volgende transscriptie blijkt, dat de 
oorkonde op D. 57 een begin heeft, dat met de transscriptie van D. 116, zoo- 
als die in Not. 1886 p. 29 en 1909 p. 156 gegeven is, niet overeenstemt, behalve 
dat beiden met dezelfde woorden beginnen; de rest wijkt echter af. Ook de 
schriftsoort is een andere. Daaruit volgt, dat D. 116 geenszins het begin van 
D. 57 inhoudt, doch een geheel afzonderlijke inscriptie is, die met de hier 
behandelde niets te maken heeft. 

1. om namacciwaya || swastieakawa(rsatlta 

2. mi krsnapaksa , po, tatkala sa 

3. mbyakan sïma miïlcha ni si winli i ha 

4. müwah i tepoh muwah i triwuah watak h muwah i 

5. wuah watak kalumwayan muwah i rakidan watak 

6. k patapau, ikana kunang samaya guru hyang 

7. ta mahapita bhagawanta danga 

8. kw(ai)h ni pinasuk ing dihyang, sang hyang 

9. d dbarmma ?Vsya tan kalilirana deni 

10. tan waihan waca, guru hyang silih atah (prama)na ri sang hyang 
dharmma, manghatura 

11. kan i dlaba guru hyang i wangknd tatra saksï pitamaha i hladan 
bhagawanta tirwan 

12. hyang harita sang hadyan kunjara sang ha(dyan) wara i lala 

13. lihi sang hadyan garan pu dwi 

14. (ci)tralikhita dapunta sada i wa (einde) 



XCIX 3, müMa-müla. 



230 
C. 

Gouden plaatjes, gevonden op den Penanggoengan, daarna in het bezit 
van den Heer J. P. Moquette te Weltevreden; thans blijkens Not. 1912 p. 
114 en CXXX1V in het Museum te Batavia (no. 788/>; invent. 5263). 

1. om prasasnaya nama sang predana 

2. sang dewa sang /n - amaspi angkus 

3. si kiu/al sa (of s)wasti sang dasuk 



a u 

m 2 ) 



CL 

8teen, van onbekende, afkomst, thans als D. 43 in het Museum te 
Batavia; abklatsch Oudheidk. Bur. no. 163. Dr. Brandes beschrijft hem in den 
Catalogus (p. 388 sq.) aldus: 

.Pajongvorming boveneinde Vaal bruin. Andesiet-tuf. Besebreven met 
8 slechts gedeeltelijk te lezen regels in oud-Javaansch schrift van Midden-Java, 
op e'éne zijde. Afkomst ontbekend. Hoog in het midden 89, aan de zijde 81; 
breed 42, dik 13. 

Te fragmentarisch om te kunnen worden verstaan Hier en daar slechts 
een enkel woord leesbaar". 

Volgens den Heer Rouffaer (Not. 1909 p. LXXX) is ook de andere zijde 
beschreven geweest. 

1. 

2. hyang guru 

3. wuatan guruhyang guruhyang i hyan 



Cf 



guru 



4. daksïnanira sama sowang kiuonnira manganggapa ha sang 

5. ( )k pwa samas pirak sowang, samangkana ika sa atena 

no 

6. samangkana ikana nïti guru hyang sa( )ahakan 

7. winehakan ikanang patapan, sa( )lga, ha sang 
hyang 

8. limntti pu sang pra ya la/.7w dapunta 
capatah || o || 



i) bijgeschreven „met tarungs"': 

G Voor guru hyang. zie men Ken Arok. bladz. 15 einde. Noot van Dr. Brandes. 



231 

CII. 

Koperplaat, waarvan de vindplaats of verblijfplaats niet bekend is. De 
eenige aanwijzing is het boven de transscriptie staande: „Een koperen plaat 
uit de verzameling van Dieduksniau'', terwijl ter zijde nog geschreven staat: 
„lang ; breed . aan weerszijden met 15 regels schrift. Naar een photo- 

graphie in 't Museum". Onder de foto's van het Bataviaasch Genootschap bevin- 
den zich onder no. 90, 91, en 874 afbeeldingen van deze plaat, waarvoor 
men vergelijke Notulen 1886 p. 27 en 1892 p. 35. Op eerstgenoemde plaats 
bespreekt Dr. Brandes de afbeelding van deze koperen plaat, „handelende 
over den sima van den lihalara i (Ham, waarover ook handelt de plaat als B 
bekend gemaakt in Verh. XXXÏX. Wat op deze plaat te lezen is mist zoowel 
begin, als slot. Naar het voorhanden zijn van de voorafgaande en volgende 
bijbehoorende platen werd dan ook reeds navraag gedaan. Om de hooge belang- 
rijkheid haal ik hier uit deze plaat, die in schrift en in taalvormen merk- 
waardig overeenkomt met No. I der door Cohen Stuart in zijn Kawioorkonden 
uitgegeven oud-Javaansche pracasli's waarschijnlijk dus evenals deze dagteekent 
uit de eerste helft van de 9e caka-eeuw, het volgende aan uit het eedfor- 
mulier: tuwi sii/iwelil'i dewnld prasiddha runuiksn ng hadalwan en mahdraja i 

inalaram, d. i. „voorts alle gij goden die steeds het rijk van Z.. M. den koning 
van Mataram bewaakt", waarbij ik een commentaar overbodig acht". De trans- 
scriptie vertoont geen scheiding der regels. 

a. 1. lumpang muang saji ni manusuk wdihan ni kulumpang ragi yu 4 mas 
ma 4 wadung 1 rimbas 1 taratarah 1 tampilan 1 linggis 4 landuk 1 
wangkyul 

2. 1 kris 1 kurumgagi 1 gulumi l nalayrnda 1 tahap 1 buri 1 padamaran 
1 saragi paganganan 1 bras pada 1 wsi ikët 1 wdus prana 1 

3. pasilih yu 1 argha 4 wras hinantraan 5 manunggal sukat wsi ura 10 (of 1,) 
sowang, hnyam 4 hantrini 4 gandha dlmpa puspaksata nahan munggu 

4. i tngah ning pasabhan muang sang hyang brahma caturasrakunda winong 
sawidhiwidhana dadi lnmkas sang wahuta hyang kudur manapathai 
inangsian wdihan ragi 

5. yu l mas ma 4 hinarëpakën samgat lua pu guuottama, muang (sa)mgat 
pamasaran pu bandhya, muang wahuta patih rama i gilikan muang 
rama tpi 

6. siring, mamang nispanapathai mamantingakan hantlïï muang manëtëk 
lniyam, anda /ita hyang basundhara basundharT hyang prthiwï kita 
ginawai rahyangta rumuhun 

7. hyang nagaraja letërta, kadi tguh sang hyang gunung lalian hana 
umulah uhih sira mangkana tguhanikeng lmah sawah punya crï maha- 
raja sTma bha 

8. tara i glam, yan hana pua umulah ulah ya patïta hyang prthiwï, te 
patënggëakna ya te pakarakna ya te patnaddakna ya, te 



2 kiirumgagi-kurum&//ag'i; 6 <ita-Aita. 



232 

9. patunasakna ya te pacesakna ya pëpëdda/ën wkasakën hawu kerir yan 
hana uang anyaya lumëbura ikanang sawah punya i bhatara ing 

10. glam ndah kita byang kulurnpang kita inandëlakën sinusukakën kaha- 
nanning gana bbüta banaspati byang padudutan, byang pa/.enggengan 
attbana ta 

11. kita kabaih tiluinabömmangbirëng bulu tadahakm talinga pangrëngö ta 
an sinusukan wungkal ikaing lm ah sïma bhatara ing glam kabiku 

12. an i gilikan yan hana pua umulah ulah ya patïta hyang gana bbüta 
pisaca te pacesakna ya te patuaddakna ya te patu 

13. nassakna ya te pakarakna ya pëpëddakën wkassakëu hawu kerir yan 
hana uang anyaya lumbura ikeng sawah sïma bhatara i glam, 

14. indah kita kamung hyang hayam tulih ulih ta 'kawungyra ttanyu wulu 
pilih sarano lumirit turah ning hlang, hantlü ko tan kaguli 

15. tëtës ko tan wükan lumëngai ko ring tgal tan sambër kongnguluugngulun 
tan sikap, kong ngalapalap lumëngai ko ring lsung 

1. tan katiban halu tan palu konganutu, apan ko d in ai pan gr aha sima 
kulumpang pasëk lagi lagi sumpah lëmah palar matyautaya uang 

2. anyaya lumbura sïma bhatara ing glam, tasmat kabnattaknanya 
kadyanggannikanang hayam mati tan pasangkan mati tan pawuittan 
huwus ma 

3. mangan manginum mangkana hamnganta nikanang uang, anyaya lum- 
bura ikeng sïma bhatara ing glam indah kita hyang baprakecwara 
brahma wisnu 

4. mahadewa caci ksiti jala pawana hutacana yajamana kalamrtyu gana 
bhüta saddhyadwaya ahoratra yama baruna kuwaira basawa yaksa 

5. raksasa pisaca rama dewata, sura garuda gandbarwwa kinnara widya- 
dhara dewaputra nandïcwara mahakala nagaraja winayaka kita tuwi 
sakweh 

6. ta dewata prasiddha rumaksang kadatwan erï mabaraja i mataram kita 
umasukki hati ning uang kabaih tan kawna(ng) tina/ran tyan ha 

7. na uang anyaya lumbura sïma bhatara i glam sawah tampah 4 duduk 
batinya sbit wtangnya rantan usüsnya udulakën r/(dunya wtuakën 

8. dalammannya, tampyal i wirangan uwahi i tnganau yan para ingngalas 
pangananning mong patukenningngula ya pulira 

9. kna ni dewamanyuh yan para ya ing tgal alapanniug glap ya panga- 
nanning wuil si u( )uan sampalanning raksasa, andah kamung ku 



10 atthana = at hana; 4 saddhya-sawdhys. 



233 

10. sika gargga metrï kurusya patafijala, suwuk lor kidul, kuluan wetan, 
buangaken katiiung hyang kabaih tibakën ing 

11. mahasamudra, klammakën ing dawukan alapan hyang i dalam air 

duduttën ning tuwiran matya ikeng uang anyaya lnmbura sïma 

12. bhatara ing glam kabikuan i gilikan upadrawa ing dewata tan tmua 
sama bhrasta liputën ni phïra, muliha 

13. ing naraka ing maharorawa yan hana uang anyaya lumbura ikaing 
sïma bhatara i glam, naban mangmang sang makudur ar panapa 

14. thai i harëpan sang wabuta patih muang i barëpan sang anak wanua 
tlas sang makudur manapatbai umangsö sang wabuta patih mu 

15. ang ramanta rainanta muang rama tpisiring kabaih manambah i sang 
hyang wungkal, muang kulumpang, masapatha sira ing sabha lingnira, 
ndah kita 

cm. 

Koperplaat van 43 X 21 c.M., vroeger behoorend tot de collectie-Die- 
duksman te Jogjakarta. Blijkens Not. 1886 p. 27 handelt hij over hetzelfde als 
de vorige. Naar aanleiding van afgietsels en facsimiles (Not. 1877 p. 137, 147) 
gaf de Heer Holle in Verhand. XXXIX B p. 2 een transscriptie, waarbij hij aan- 
teekende dat de oorkonde , incompleet (is) en handelt over het opbrengen van 
belasting (o. a in kains), en noemt personen, die daarvan zijn vrijgesteld. Het 
schrift .... heeft groote overeenkomst met dat op de koperen plaat, voorko- 
mende in de Kawi-oorkonden van Dr. Cohen Stuart sub no. XVII. De letters 
zijn duidelijk en was de lezing gemakkelijk". 

a. sang hyang susuk jawataku magawaya papa muang anyaya lumwura 

sïma bhatara ing glam sawah tampah 4 sakwaih ni punyangku pata- 
ningku sala kamulanku ityewamadi tanpaphala bhatara mangkana tka i 
wkangku wetku puyutku bhatara mangkana pratijna sang wabuta patih 
i harëpan sang hyang kulumpang muang sang hyang wungkal sïma, 
muang i harëpan sang hyang brahma umilu i susukan sïma patih i gi- 
likan si jaluk winaih pasekpasëk mas ma 4 wd(i)han ragi j 7 u 1 patih 
waduan si abhï winaih kain wlah 1 tunffgü durungf si cumban rama ni 
dunak winaih mas ma 1 wdihan yu 1 tungglï durung anakwi si dunak 
kain wlah 1 rama i gilikan hulu ron si dharanï rama ni jaluk, rama 
matuha si panu rama ni bo, winkas si widya rama ni këbëh kapua 
winaih mas ma 4 wdihan yu 1 sowang sowang, winkas anakwi si dimt 
winaih ken wlah 1 gusti i gilikan si kandung sinrahan wdihan yu 4 
hlai 1 tuha banna si kamwul rama ni balusuk parujar si mamwang rama 
ni raja, muwah gusti si gaista rama ni lunggat muwah gusti si tëwik 



234 

rama ni danes kapua winaih mas ma 4 wdihan yu 1 sowang sowang 
tuha wërëh si dana rama ni komwolok, wariga si pviug, muwah wariga 
si tokeng, papasak i sang mawanua si mandon rama ni kutang, muwah 
wariga si daya rama ni kundu, kapua winaili mas ku 1 wdihan hlai 
1 sowang sowang, rama marata si hunur, kaki wrnt si kiruh rama ni 
këlëni wuai si tamwir rama ni mjit si glo si kadik, si kintya si bobol(?), 
si durung si kamo, si wngal, si guwinda, si panding, si don, si tanggan, 
si dhana, si daiwoh, si masya, si bayï, samangkana ikanang milu mana- 
dah jaga, tan kua ring pasëk pasëk j| rama tpi siring i kinwu kali ma 
si bulu rama ni prabhü, rama ri amwilan kalang si bhawita rama ni 
tuinwn, parnjar si karnna, rama i lintakan si kirana rama ni rupï, rama 
i pamratau gusti si danghuan rama ni dalung, marhyang i gilikan si 
gurumét rama ni dalung halair (? hulu air) i gilikan si kaladi rama ni 
kamwang, rama i parang tuha kalang si nawa rama ni danu, rama i 
kasugihan tuha banna si drsti rama ni wlahan, kapua winaih pasëk 
pasëk mas ma wdihan ragi yu 1 sowang sowang, madaug si gondong 
rama ni sanjaya, mawuai si sadya, ata ri pitapuag (?) wanua i tamwing 
watëk ta 

b. lang, wariga, i danu si tuluk rama ni riwut kapua winaih pasëk pasëk 

pirak ma l whihan hlai 1 sowangsowang, mangla samgat pamasaran winaih 
wdihan yu 1 tuha padahi si kenjur rama ni bacing anak wanua i kasu- 
gihan muwah tuha padahi si wanua rama ni brkut anak wanua i turu 
mangamwil, widu si laksana kapua winaih mas ma 4 wdihan yu 1 



sowang sowang || o 



CIV. 

Twee koperplaten (20.5 X H c.M.), in 1873 te Batavia ontvaugen van 
den regent van Bandjarnëgara (res. Banjoemas), sindsdien in het Museum aldaar, 
no. E 17. (Not. 1873 p. 91, 97, cf. 1874 p. 40. De Heer Holle gaf in Tijdschr. 
25 p. 120 een facsimile uit (Not. 1873 p. 168, 1878 p. 65) en in Verhande- 
lingen 39, 111 p. 4, een transscriptie, waarbij hij opmerkte, dat de platen wellicht 
gedeelten van twee oorkonden bevatten. Blijkens Not. 1911 p. XXIV wordt 
er een vorst Jayakirttiwarddhana in genoemd. Gelijk men ziet, komt \b met 
2a overeen. 

la. ni mangrakat pu kunjang, matanda pu tosti, parujar pu dakut, ama- 
sangakan pu maudyas (mandyus?), manghint(u) sang wuyagung abalun 
pu nista, citralekha pu mitra, kapwa winaih pasak pasak mas ma 6 
wdihan yu 1 sowang, wahuta rikanaug kala kamwang 51*1 sang krti, 



235 

patih datar pu balo, patih karung dung pu parwwata, kalang mamawa 
tripsindan mpu ni pukï, winaih pasak pasak pirak dha 10 ma 12 kina- 
patan, ramanta i salud mangli pu canita juru raina ni pujyan, panijar 
raina ui daki, rama marata pu radi pu lawëan, pu nahusa, pu tadah, 
pu manggarit, pu mahatmi, pu harl, winaih pasak pirak dha 1, kina- 
baihanya, winaih ramanta i salud mangli manadaha ri nahan ro 

b. nnira, hinanakan pinakanak matuba mauwam laki bini, mamangan 

manginum, majnu, maskar, majigal (lees: mangigal), malapalapan mtu- 
akan seuak ning amwak, winaih ng anak man wam pasak pasak pirak 
dha 1 hinanakan wanwa tpisirih (lees: siriug) i dalyantan rama pu 
simpau, i kayu hurang rama pu hima ing nusa rama pu ^akti, ing ku- 
pang rama ^anti, winaih pasak pasak ma 5 ing sawanua sawanua saug 
rama i limo manis winaih pasak pasak ma 4 tuba padahi sïka, winaih 
pasak ma 4 guru bya(ng) i kelasa winaih ma 4 anantarakala, tka ma- 
haraja dyah gwas £rï jayakï(r)fctiwarddhana, mara i kupang sumapar 
sira ring er hangat, kapangguh sang hadyau bam(w)una, mamaban ring 
alas sinïmanira, samlpa ning er ha(ngat) 

2d. (== 1, b) nnira, hinanakan pinakanak matuba manwam laki bini, mama- 
ngan manginum, majnu, maskar, mangigal, malapalapan mt(u)akan seuak 
ni ng amwak, winaih nganak manwam pasak pasak pirak dha 1 hina- 
nakan wanwa tpi siring, i dalyantan rama pu simpan, i kayu hurang 
rama pu hima ing nusa rama pu ^akti, ing kupang rama pu ganti, winaih 
pasak pasak ma 5 ing sawanua sawanua, sang rama i lïmo manis winaih 
pasak pasak ma 4 tuba padahi syaja, sïka winaih pasak ma 4 guru hyang 
i kelasa winaih ma 4 anantarakala, tka mabaraja dyah ta gwas erï 
jayakï(r)ttiwarddhana, mara i kupa(ng) sumapar sira ring er hangat ka- 
pangguh sang hadyan bamwuna mamaban ring ala(s) sinïmanira samïpa 
ning er hangat manamwah sang bamwuna i maharaja inanugraban sira, 
kinon samgat tilimpi(ki) mujarana sang anak wanna ing saludmangli 
muang wabuta patih sïma i layu watang an tuuun (lees: turun) anu- 
graha maharaja i sang ba 

b. mwuna, sïma ni ratanira tan katamaua deni(ng) mangilala (dra)bya haji, 

tapa haji, airhaji, taji, tiruan, manghuri, senamukba, unggah karas, pa- 
ngaruhan, manimpiki, limus galuh pinilai katanggaran, walyan, kring, 
padamapuy, hulun haji, widu, mangidung, cadar, tan hana tumama rika- 
nang saprakara ni sukhaduhkhanya, sang hyang dharmmatah parauanya, 



oq 



6 



kunang yan hana mulah ikiug sïma ing siludmangli (lees: saludmangli) 
salwïrani jatinya, badyan pamgat rnawanwa, nayaka, wuluh panawï, 
wahuta patih, rama magamman, hulu wras jataka, rarai matuha laki 
wadwan, jah tasmat kabuat karmmanya tan panggnha ng inak kanaraka 
sangsara anaknya, wkanya kabaih, ikanang uang umulahhulah ikïng 
sïma susuk kulumpang tinanam kinabaihan pinaduluran sang anak wanua 
kabaih sinusuk sang badyan bamwuua mwang bobo wijyan 

su( )k kapwa sira masima sima 

sinusuk 

CV. 

Ruwe riviersteen, staande te C4andasoeli (afd. Tëmanggoeng, res. Kedoe), 
vermeld als no. 2 bij Verbeek (p. 139 sq.), doch niet, gelijk daar staat, bet 
jaartal 769 dragend, hetwelk op de 19 regelige inscriptie voorkomt, wier trans- 
scriptie hierboven onder no. III gegeven is. De steen wordt in Rapp. 1911 
p. 273 sq. aldus beschreven: „Op een rotsblok, waarvan de hoogte boven het 
maaiveld bedraagt + 1-27 M., de lengte + 2.25 M., de breedte + 2 M. Op 
het vrij vlakke gedeelte van de lengtezijde is gekapt een verdiept vlak, hoog 
0.52 M., breed 1.13 M., en daarin is gebeiteld eene inscriptie van 15 regels 
(de 15e half) Javaansch schrift". Abklatschen worden vermeld Not. 1869 Bijl. 
N; 1876 Bijl. I no. 16, Il no. 20; Rapp. 1911 p. 20, 274; Oudheidk. Bur. 
no. 136 en 291; afgietsel Leiden Ethn. Mus. no. 2992 (Cat. Juynboll p. 233). 
Een afteekening is blijkens Tijdschr. 47 p. 455 in de Rijksuniversiteitsbibliotheek 
te Leiden, waarbij is aangeteekend, dat de steen in 1841 te voorschijn gekomen is. 

A. 

1. || nama^iwaya om mahajana disa hing alas partapan tuba nguda laki 
wini mandangar wuattanta pa/mwis, dhimi 

2. gatinda dang karayan partapan ratnamahecwara sida busu mor na- 
manda dang karayan laki busu iti namanda dang karayan wini, 

3. atyanta da mimpa sida duah ayanda karayan laki parpuan wajanna- 
kabwi namanda, ayanda dang karayan wini parpuan panuahhan nama 

4. nda lima inandua aruni cjranida na punuma 

adinda dang karayan lolingusa;»abwa namanda, i par da 
dang karaya 

5. n parttapan busu bamba bi bu srtta na dajanda sanak busu tarala busu 
dakde, dangdanda sapopo hnwuriya na pimanda mïuihu/v//« naman- 
da sa di 

6. nayaka watak bunut tathapi dangdanda sapopo bu(ug)su pada/ung dar 
manda sanakrt( )nayaka basa tathapi nanat sida busu 
putih padi, tai la 



1 pawawis-pawgawis; 4 punuma-sunuma; 6 dar-da«a. 



237 

7. paliit swasta si awak aria da la putri inan pangawis 
tathapi datar wwatu pagadnri siwahasambuh witaka dada wiwara 
da ri inanta h&na 

8. kiia anakda dang karayan partapan punya prakathanda dang karayan 
partapan kathamapi sukha subhiksa ya gantya di raksa iya sabanakna 
ya c« i ta 

9. pürwwadaksina paccima uttara itastata/w iya inangstuti inanda dang kara- 
yan partapan, tathapi ada Eda ryyanda/wlawa namanda sthapa/ea sida 
tathapi 

10. bapahmunda dang karayan siwajita namanda nayaka di prakapulang 
sida inan pangawis sipata sahayanda di dharmma punya kucala iya ma- 
kangadi pra 

11. tista di hyang haji tarkalata hyang wintang prasada saprayukta lyai sahita 
iya matraiïa winih na tra di tanah buda/t t/u barih. prar/aluh a 

12. pamandyan tlu lattir /ina ayun ampa lattir curing tlu lattir puwijahhan 
dua lattir kaywaramandar dua lattir wabu salattir tundu 

13. dua lattir kakalyan salattir tan ukan salattir, matraiïa winih di tanah buda 
pa»ga,v/\s anipa poluh salattir partukka di walunubpados pa 

14. di pra 9a ( ), p£rpuanta( )patih manalu namanda naiyaka di kyubuug- 
ngan sahayanda bupatih pulïpasi namanda yeka dimantya ni 

15. dapunta mahajana na( )mw;a namanda 

B. 

Er is van dezen steen een tweede transscriptie, klaarblijkelijk naar een 
andere abklatsch gemaakt, daar woorden, die op de ééne duidelijk zijn, op de 
andere ontbreken. Aangezien zoowel de lezing als de woordafdeeling aanmer- 
kelijk verschilt, volgt hier ook de tweede transscriptie. 

1. || namacciwaya om mahajana disa hiw/yalas partapan tuhangu da lakiwini 
mandangar wuattanta pa»/</awis dhimi 

2. gatinda dang karayan partapan ratna mahecwara sida sumor namanda 
dang karayan praki busu iti namanda dang karayan wini, 

3. atyanta mis/a sida dnah ayanda karayan laki parpuan wa nnabwi 

namanda ayanda da(ng) karayan wini parpuan pamuahhan (lama 

4. nda lima inanda a a ra cyani 

adinda dang karayan loli 
namanda iparda dang karaya 



9 itastatawa-itastatah '?; 10 di-wi; 14 patili-rpatih; 3 mista-miwa. 



238 

5. n parttapan busu hoera buswattana dajanda sanak busu tarala bu(ng)su 
d&hde dangdanda sapopo busu huwuriya na mipiliiinda, mïinhu 

u amanda pa 

6. nayaka watak bu tathapi dangdanda sapopo bungsu padarung da 
ramanda sEuafjaraja nayaka wata tathapi 

sida busu putih padi kai la 

7. pabit swasta ssi awak i a nanda putri inan 
pangawis tathapi datar wwatu pagaduri siwabasambu witaka dada- 
uhvaraiveni iuanta 

8. kna sanakda dang karayan partapau pu hyang pra/.</thanda dang kara- 
yan partapau katbaniapi sukha sugik maya gan/ya di / aksa iya sabanaküa 
ya( )eca i la 

9. pürwwa daksiua paccima uttara itastatana iya mangstuti nanda dang 
karayan partapau, tathapi ada a ryyanda lawa»amanda stha- 
paka sida, tathapi 

10. bapahmunda dang karayan si wajita narnanda nayaka di praka pulang, 
si(/a inan pangawis sipatasa //öyanda di dharmapunyakucala iya maka- 
ngi dipra, 

11. tista dihyang hajilarkalota hyang wintang prasada suprayukta ya 
sahita iya matra wini cuna di tanab but/ah tlu barih 
pra luh a 

12. pamandyan tlu lattir /i(ng) na ayuna palattir curi tlu lattir puwi- 
jahhan dua lattir kaywaramandar dua lattir UYibu salattir 

13. duang lattir kakalyan salattir tanakau salattir matrana winih di tanah 
huvga sa wis ampapoluh salattir partukkar diwa lunu pados pa 

14. di ^ra 9a pu parpuanta rpatima nalunamanda naiyaka dikyabung- 
ngan sa yanda bu pa tih pu lila si/wa kadimantyani 

15. narnanda. 

CVI. 

Koperplaat van 34 X 6.5 c.M., afkomstig van Magelang, waarschijnlijk 
Ngabean (coll. Not. 1892 p. 24), thans als E 18 in het Museum te Batavia 
(Not. 1893 p. 101). In Not. 1893 p. 68 deelt Dr. Brandes mede: 

„De plaat is blijkbaar één der vele waarvan o. a. gesproken is iu Not. XXX 
(1892), 23. Een jaartal komt er wel niet op voor, doch ook hier weder wordt, zeer 
kort, gehandeld over sawah siuia (vrije sawahs) voor de desa's Kwak en Mulak". 

T. a. p. wordt n.1. vermeld, dat in 1803 een dertigtal plateu te Nga- 
bean gevonden is, waarvan de bewaard geblevene eveneens de velden te Kwak 
behandelen. 



5 mipiftw-mipima 7 siwahasambu-siwahasamwu; 10 makangi-niakanga. 



239 

a. 1. || o || mülaning sawah sïma i kwak tamah 5 makna i sang makarma i 

prasada i landa, marhyang tampah 4 muang lanjanya, gawaya 

2. nira dumawuttana dukufc ning prasada i rubur, muang tamwak, muang 
inataga ikanang masawah iug sïma gumawaya ikanang pamahujanggan 

3. kyan mahala, muang pacarnan kyan mahala, muang humarappa ikanang 
bicuwa, muang caru angkau parbwani, sawaha sang hyang tampah 1 

4. paknanya pabiyuwa muang pacaru akan parwwani lanjanya tamwabani 
bbukti sang pangajyan i landa, sawaha sang dewata ing paca 

5. ndyan i kwak su ku 1 paknanya caru akan amawasya sawa ni wka sang 
dewata lumah i kwak su ku 4 asing ngumulih i kwak gawayani 

6. ra manapua manamwah hyang 6(?) muang hum ara ikanang patuba akan 
amawasya || o j| muwah mülaning sawah sïma i mulak tampah 4 blah 
1 pa 

7. knanya sawaha sang pangajyan i landa tampah 1 muang lanjanya, sa- 
waha sang dewakarmma blah 1 gawayanira manamwah hyang i mana- 
pua i dala 

b. 1. m sawahaning mapagar muang manapn i landa tampah 1 || o || 

CVII. 

Koperplaat van 14 X 7 c.M., afkomstig uit het regentschap Temang- 
goeng (res. Kedoe), thans (Not. 1875 p. 83; 1876 p. 73) als E 14 in het 
Museum te Batavia. De Heer Holle gaf in Verhand. 39, II p. 3 een trans- 
scriptie uit, waarbij hij aanteekent: „Slechts één plaat en wel plaat II (denke- 
lijk de derde van de serie) is van deze oorkonde bekend. Naar het schrift te 
oordeelen, dat slechts ondiep in de plaat gegriffeld en vrij onduidelijk is, als 
ook naar de taal, houd ik dit stuk voor minder oud. Het schijnt te bevatten 
een soort instructie voor een loerah". De transscriptie van Dr. Brandes is 
klaarblijkelijk een verbetering van die van Holle, niet een opnieuw naar de 
plaat zelf gemaakte. 

a. 1. n durung sucu wka si tundan tanpaling wadhana hulu nyan 

mwang kanalan 

2. ling patana sira tundan, sawah tanpa . . luranahayahana ngatu parung 
kunalan wwang 

3. kanalan ku lura ha nira tanpa na sira prihambak sakehira 
ngapiting bra(u)ha 

4. muwah janana lungha tan pa mit patahun tan patahun kanalan 

b. 1. sira nguninguni yan lungha rabi tanpa desa sira muwa sang kunang 

yanana sira lu 
2. ngha tigal gawe lurah humansung tajenana rara salirna gawe lurah 



240 

3. kanalau sira, muwah yanana, sira latnh skul paka asujo ta sira sata- 
hun ring ngadok 

4. sira niuliha, ana sira lungha ka rung ta hu kira sadita sira soteh 

CVIII. 

Koperplaat van 45 X 19 c.M., als E 19 in het Museum te Batavia 
(Not. 1911 p. XXIV). Bij de transscriptie staat geschreven: „van Li Dj ok Ban, 
Ngadirëdja, Kedoe". Verdere aanwijzingen ontbreken geheel. 

a. 1. naih mas su 5 wdihan rangga yu 1 rakryan anakwi nyah wraiyan 
winaih mas su 4 kaiu wlah 1, juru i ayam tëas rua miramirah pu ra- 
yung wanua i miramirah watak tëas, mangra 

2. ngkappi halaran pu dhanada wanua i paramuan cima ayam tëib, juru 
makudur rua patalësan pu wiryya wanua i wadung, poh watak pangku 
doh. mangrangkappi wacaha pu danta 

3. wanua i katguhan watak hamëas kapua winaih mas ma 4 wdihan 
rangga yu 1 sowang sowang || ayam tëas lumaku manusuk pu wrayan 
wanua i pandamuan sima wa 

4. dihati, i makudur sang waringin wanua i sumangka watak kalu warak 
i tiruan pawatrungan wanua i kawikuan ing wdi tadahaji pu il, juru 
wadua rarai i pata 

5. pan pu kumla wanua i sumangka watak tangkil putih kapua winaih 
mas ma 4 wdihan rangga yu 1 sowang sowang || sang juru i patapan, 
matanda pu tema, juru ning lampuran ra 

6. kai pipil juru ning kalula sang nirmala, juru ning mangdakat sang 
manorawa winaih pirak dha(?) 1, kinabaihanira, patih rikang kala 
kayu mwuban rakai aindo rama ni kapur su 

7. kun si gambhira rama ni dudu airbarangan si daha rama ni surasti 
wahuta pëtir si drawida rama ni laghawa pandakyan si tajik rama ni 
gilirana kapua winaih mas ma 4 wdihan ra 

8. ngga yu 1 sowang sowang, wahuta lampuran si sanjaya ramani pawaka, 
pandakyan si tanda rama ni nara, kapua winaih pirak ma 8 wdihan 
rangga yu 1 sowang sowang || parujar 

9. ni patih kayumwungan si harus ramani kudu, parujar ni patih sukun 
si watu rama ni wiryyan parujar airbarangan si wi9ala kapua winaih 
pirak ma 5 wdihan rangga yu 1 sowang 

10. sowang || kalima i pëtir si pujut rama ni nakula juru si jana rama ni 
cuddka, juru i dandakyan si mandon rama ni sonde samwal si pingul 
ramani madhawa kapua winaih 



241 

11. pirak ma 4 wdihan rarigga yu 1 sowang sowaug || rama i tpi siring 
rikang kala i munduan gusti si guwi rama ni krami, i haji huma gusti 
si hiwa, i tulang bair gusti si palarasan ra 

12. ma ni bahu, i wariugin gusti ri waringin rama ni dangëu, i kayu asam 
gusti si wujil rama ni grak. i pragaluh gusti si mni rama ni bbasita, 
samwal rama ni sada, i wunut wiukas 

13. pu mamwaug rama ni dhananjaya, i tiruan winkas si lbur rama ni su- 
kik (?) ri air hulu si kidut rama ni karna, i sulang kuning winkas si 
kuda rama ni diwi, i langka tanjung winkas si sahiug rama ni 

14. taniuy, i samalagi winkas si tara, i wungkal tajam winkas si autara 
rama ni juwë, i hampran kalima si ina rama ni bana, i kagugiban 
winkas si bayu, i pubun 

1. winkas si pawa ramani sumingkar, i pruk tuba winkas singayuh rama 
ni sangkan, i wuatan winkas si tirip rama ni lreka (of loka), i paman- 
dyan winkas si siwa rama ni wipula, i tpu 

2. san winkas si aja ramani kwyen, i turayun i sor winkas si guta, i 
ruhur winkas si wabi, i kalandingan winkas si bauua, i kdu kalima si 
dbarmi, ika ta kabaih ka 

3. pua winaih, pasëk pasët kayauurüpa ikanang wanua makëng winaih 
pirak ma 2 wdihan rangga yu 1 sowang, ikanang wanua madmit wi- 
naih pirak ma 2 sowang sowang || 

4. || winusimajangut, matapukau si barubub, juru padahi si nanja, ma- 
ganding si krësnï rawanahasta si maudal, kapua winaih wdihan hlai i 
pirak ma 8 sowang sowang || mangla 

5. si kirata rama ni bliasita, muang si butër, mabungwa si busü rama ni 
garagasih muang si rubih kapua winaih pirak ma 2 sowang || pisora- 
ning anugraha rikang kala patih 

6. mantyasih sang krësna rama ni ananta, muang soaraning rama i man- 
tyasih kabaih pu kola rama ni di , pu punjëng rama ni babad pu 
kara ramani labdha, pu tëi'ö rama ni bisis, pu 

7. këcih ramani snï, pu mandadi, rama ni wacita pu bikray ramani baruna 

1 saprakara ning saji sang makudur ing mandala inenas pamasanya su 

2 ma 2 ku 3 || i sampuni ma 

8. waih pasëk pasëk manadah sang wahuta hyang kudur muang wadwa 
rakryan sang pinakapangurang muang patih wahuta rama i tpi siring 
kabaih 11 lwirning tinadah hadangan wök ki 

9. dang wdus, ginawai samenaka, muang saprakarani(ng) harang harang II 



242 

i sampuning manadah mangdiri sang raakudur lurakas manapate mama- 
tingakan hantrini manawurakan hawu, manëtë 

10. t hayam i harapan wadwa rakryan muang patih wahuta rama i tpi 
siring, umuwah ya i ronya || nahan cilinanyan sampun mapagëh ikanang 
wanna i mantyasih muang 

11. ikanan wanua i kuning kagunturan inanugrahakan rikanang patih man- 
tyasih sima kapatihara, yapuan hana umulahula ya dlaha ning dlaha 
pancamahapata 

12. ka pangguhanya, papa ni matï brahmana wihikan mangaji 108 papaning- 
mamatï lamwukanya 108 papani gurudrohaka, papani brunaghna, mang- 
kana papa tmüni 

13. kanang wang umulahulah ikai sima, matangya kayatnanta soninikai 
prasasti ya manyat swastha || o || 

CIX. 

Paaltje, volgens Hoepermans bij Verbeek p. 136 en 150 afkomstig van 
Tjandi Bongkol (afd. Tëmanggoeng, res. Kedoe), later overgebracht naar het 
residentielmis te Magëlang, thans (Not. 1890 p. 11, 63 en 76) als D. 83 in 
het Museum te Batavia. Een abklatsch wordt wellicht vermeld Not. 1869 Bijl. 
N en Not. 1876 Bijl. II no. 13, daar gezegd te zijn van een inscriptie van 
Moentoeng (?) ; thans Oudheidk. Bureau no. 326. 

paki hum jah dasama rake mawwch ring alih tinghal 

cx. 

Een transscriptie, waarop alle aanwijzingen ontbreken, zoodat zelfs niet 
te zeggen is, of het er één van een steen of een koperplaat is. 

1. 

2. ning mong, patukning ula pandening danawa, 
yan pareng tgal sambërning glap ring pamungwan panganën 

3. sëmpalning raksasa, yan pa alapën dening da- 
lëmer, sanghapëning wuhaya, wiltën dening wwil, tuwwiran, rëbu 

4. iwakagöng, umunggu ya ri asthananya, sarwwa rogaman- 
caya, arah ta kita kamung hyang kusika, gargga, metri, kurusya, 
patanja 

5. lor kidul, kulwan, wetan, bwangakna ring akaca, salambitakën i 
sang hyang kabeh, timakën ring mahasamüdra, ka 

6. (/awahan, lak prthiwf, upadrawa ya ring dewa ra frrasta 
tën dening pitara, muliha ring naraka tibakna ring maha 



5 salambitakön-sidambitakën. 



243 

7. kawah tambragomukha, klan dening yama(ba)la, pupuhen dening 
/ringkara, ping pi["g] tu tay ananimban papa taya sangsara 

8. sarïïpaning lara pangguhënya, 



3. jur mangalor pagër wetan 5 
sekër muwah ing lakman pagër 

4. sumira pinggiring lwah pagër jur mangidul 
ing biku(an) 

CXT. 

Koperplaat, waarvan een afteekening voorkomt in den bundel van den 
Panëmbaban van Soemanap (Jav. HS. Bat. Gen. no. 42; zie Not. 1886 p. 
46), onder no. 2, doch waarvan verder noch de afkomst, noch de tegenwoor- 
dige plaats bekend is. De transscriptie is naar de afteekening in bovengenoemden 
bundel vervaardigd. 

laraning gagajah, ing batu, ring nairiti, watëskulumpang larani(ng) batu, 
ing ganggang, ring cri, akarwan margga, laraning ganggang, ring bayabya, 
minggëk matra, akarwan(m)argga, laraoftng ganggang kapahiring, ing 
bbad, ing gurang, ring ïïttara, watës(ku)lumpang, lawan ing rapah, 
i cëmëng, ri aicanya, akarwan margga, lawan ing cëmëng, atëtëmu tke 
pilrwwa, sSmangka(na) ,ta parimana nikang lmah ing jumput, tan(h)ana 
lmah len sumlipit sakerika, pinrsna ikang sawah, mangkana kramanya, 
i jut lugu muwah ana ta tutukon duta mpungku samba, lmah hi tulur, 
ring pas, ma ka, 3, su 12, lmah kabeh, antukawgranimpil i su ma bding, 
kunëng parimananya ring ptïrbwa, akarwan margga lawan ing su pab- 
ding, ring agueya, a 

CXII. 

Serie koperplaten, waarvan het volgende bekend is: Bij de transscriptie 
van de hieronder het eerst gedrukte no. 8 teekent Dr. Brandes aan: „Ont- 
vangen van K. F. Holle, wien de bladen waren toegezonden door F. A. Lief- 
rinck. Een no. 8 uit een serie. Van Bali '. en verder: „Is wel een gedeelte van 
de oorkonde voor de dbarmma Wimalacrama in de bundel van den Panëmbaban". 
Bedoelde oorkonde, welks platen in de afteekening van den Panëmbaban (zie 
over dien bundel hierboven CXI) de cijfers 16 en 11 dragen, volgt hier dus 
als deel van hetzelfde geheel. Naar aanleiding van plaat no. 8 deelt Dr. Bran- 
des in Notulen 1889 p. 19 sqq. het volgende mede: „De plaat, waarvan de 
afdruk vervaardigd is. is lang 32 c.M. en breed 12 l / 2 c.M., en moet aan weers- 
zijden beschreven zijn. Zij geeft een fragment van een oorkonde te lezen, er- 
gens uit het midden van zulk een stuk. De mij gezonden afdruk van die ééne 
zijde draagt het cijfer 8 als volgnommer, het geheele stuk zou dus ongeveer 
uit 16 of nog meer bladen hebben moeten bestaan. Een eigenaardigheid is dat 



CX. 3. Het cijfer 5 in Oud-Javaanseh karakter. CXI lara-laiüa ; bba,d-wwa.ü\ pas-ntès; ma bding- 
»a bding. 

Verhandelingen Bat. Gen. Cl, LX, IQ 



244 

de bladzijde acht (8) regels heeft. Onder de stukken op koper die met oostelijk 
oud-Jav. schrift gesebreven zijn en tevens den typischen vorm hebben, d. w. z. 
+ 2V 2 maal zoo lang als breed zijn, zooals dit met het oorspronkelijk van 
den afdruk het geval is, is dit, voor zoover mij bekend is, de eerste die deze 
eigenaardigheid vertoont. Daarom dient er op gewezen te worden dat zich in 
den bekenden bundel van den Panëmbaban afsebriften bevinden van twee ko- 
peren platen, beide aan weerszijden besebreven, blijkbaar bijeenbehoorende, en 
naar de afschriften te oordeelen evenals de plaat waarover hier gesproken wordt, 
ook telkens met acht regels op éénen kant. Oorspronkelijk was mijne meening 
dat de regels van het origineel van die afschriften in de copie van den Panem- 
bahan verloopen waren, maar daar staat tegenover dat ook de achtste onderste 
regel telkens vol is, en over het algemeen blijkt dat de Panëmbahan waar hij 
koperen platen copieerde, zijn copie gewoonlijk ook de gedaante van het oor- 
spronkelijk gaf. De bladen van den Panëmbahan, telkens respective twee blad- 
zijden, vertoonen ter plaatse waar men het volgcijfer van het oorspronkelijk 
zou zoeken, de getallen 11 en 16, wat zooals uit het voorafgaande aan den 
dag komt, al evenzeer wijst op eenig verband tusschen deze afschriften en den 
ontvangen afdruk, terwijl ook de schriftvorm van de legende van dien afdruk 
en van die afschriften zeer nauw verbonden is. Wellicht zijn dan ook deze 
gegevens voldoende om te vermoeden dat zij te zamen drie fragmenten verte- 
genwoordigen van ééne oorkonde, een oorkonde waaromtrent ook zonder dat 
wij er wat meer van weten, nog enkele verdere belangrijke zaken kunnen 
worden geconstateerd. 

Het afschrift namelijk van de koperen plaat die het cijfer 16 draagt 
is dat hetwelk door mij genoemd is in de inleiding bij den inventaris van de 
beschreven steenen van het Genootschap, onder letter K op bladz. 861, en 
naar het t. a. p. geciteei'de nl. angraksa kadalwan rahymigla ri md-mg (ra gumi) 
te oordeelen zou het dus een oorkonde zijn uit den tijd vóór Mpu Sindok Crï 
Icanawikrama. Daarmede is de verdere phraseologie van de fragmenten in den 
bundel van den Panëmbahan gespaard, geheel in overeenstemming. Verder blijkt 
uit die zelfde stukken dat de oorkonde een vrijbrief is aan een dhavmma te 
Wimalacrama, waarbij opgemerkt dient te worden dat voorshands een veronder- 
stelling dat dit wimalacrama hetzelfde zou kunnen zijn als het bimalacrama, 
dat op een steentje op den Diëng (thans in het Museum) is aangetroffen, geuit, 
doch niet bevestigd zou kunnen worden. Ik vermoed op dit oogenblik liever dat 
het Wimalacrama van de oorkonde op koper eerder ergens in Oost-Java bijv. 
in het Soerabaja'sche zal dienen te worden gezocht. Belangrijk is dat onder de 
geschonken rechten er vermeld worden die op den scheepvaart betrekking heb- 
ben, evenals dit ook voorkomt in het opschrift van den steen van Tubau (thans 
in 't Museum), doch wat de oorkonde betreft waarover hier gesproken wordt 
kan dit ook betrekking hebben op de binnenvaart. Daaruit zou dan volgen dat 
de dharmma Wimalacrama lag aan een groote, een bevaarbare rivier. Doch genoeg 
om aan te toonen dat ook deze oorkonde een stuk van beteekenis is, dat het hare 
zal kunnen bijdragen tot vermeerdering van onze kennis van Oud-Java." 

8(7. 1. sukhaduhkhanya, kapwa ta ya i kanang masambyawahara mangautï 
sang hyang sïma, hininganan kwaihanya anung tan 

2. kna dening mangilala drabya haji, an tlung tuhan ring sasambyawakara, 
yan pangulaug kbo 40 kbo 

3. wanya, yan sapi 40 sapiyanya, yan wdus 80 wdusanya, yan andah 
sawantayannandahanya, agi 



245 

4. lingan tlung pasang, angarah tlung tuhan, amatër tlung fcumpung, 
apandai mas tlung paryyën, apandai ta 

5. mbra tlung paryyën, apandai wsi tlungububan, jalagralia tlung tuhan, 
undahagi tlung tuhan, apada 

6. hi tlung kilan, atitih tlung kulit, acadar tlung pacadaran, amaranggwi 
tlung tuhan, atwih tlung wadai 

7. , maramwan tlung ramwan, parahu 6, masunghara 6 kunang ikang hili- 
ran 6, akirim agöng 6, akirim ta 

8. mbatamba 6, amayang 6 amukët kakap 6 amukët krp 6, atadah 6 ang- 
lamboan G, amar'wg 

h. 1. , G, anglam, 6, amuntamuuta, G, pukët clago, 6, kirim dwal baryyan 6, 
kirim panjang 6, anglaha 6, 

2. anjala 6, anjalawirawir 6, aüjala bsar G, amuwümuwü 6, amintur 6, 
ailjaring balanak G 

3. , jariug kwangkwang 6, jaring kakab 6, amibit 6, waring sugu 6, waring 
tundung 6, waring tadah 6, anghilihilï 6, i 

4. ka ta kabaih tan kaknana ya soddhara haji, kunang ikang langkapan, 
wlah galah 6, kalima tundan, parahu pa 

5. nawa kalima tundan, parahu pakbowan sawiji kapat tundan, parahu 
jurag 5, parahu panggagaran 

6. 5, parahu pawalijan 5, parahu pangngayan 5, mwangapadaganga, ku- 
nang wwitaning padagang bhataran pamli bha 

7. nda adgan ring paradepa makanutan kna ring siwuran, ika ta kabaih 
tan knana ya de sang mangilala dra 

8. bya haji, soddhara haji, yapwan pinikul bhandanya, kadyangganing ma- 
basana, mangawari, masayang, makawah surih ma 

16a. la mara, manguüjal kapas, wungkudu, bsar tambra, gang^a, timah, wuyah, 
pja, gula, lawe, pucang, sërëh, kasumbha, saprakara na dwal, pinikul kalima 
bantalan ring sakuyan pikul pikulanya, ikanang sang mangkana tan 
knana de sang mangilala drabya haj(i) saparananya de ( )an( )an makmi- 
tana ta ya tulis pitngën yapwa lwih sangke panghïnganiri /wsaknaua 
ya sakalwihnya de sang mangilala drabya haji sowara haji, tan adhi- 
ka, ikanang kala, sampun apagëh panusuk mpungku muhtan, gandha 
koti i wimalacramawihara/tTatna matangyan panghanakën mpungku mun- 
tun tpi siring makadi wahuta patih i palinjwan sang nala, sinungan 



16, pasaknana-payaknana ; so'.yara-sod/*ara. 



246 

pasëk pagëh ma su 3, wdihan oa (?) yu 1, patih mangarëp sang ralu 
sinungan pasëk pagëh ma sa 3, satigang pangkah juru tngah i wadihati, 
sang dalaka, sakala, sang dwaja, sang barika, sang kiratya, wineh wdi 

b. han ga (?) yu 1 kinabaihanya, i wawap sang kola, sang jugul, sang baru, 

sa wineh pasëk pagëh ku 2, wdihan ga yu 1, kinabehanya, ing pepe, sang 
goreh, sang dhiti, wineh pasëk pagëh ku 2, wdihan ga yu 1, i wungkal 
manda, sang lawun, sang midra winkas u/ri, wineh pasëk pagëh ku 2, 
wdihan ga yu 1, i kapulungau, sang yaga, sang sotara, wineh pasëk pagëh, 
ku 2 wdihan ga yu 1, ing gayam, sang janaka, sang mariga, wineh pasëk 
pagëh ku 2, wdiban ga yu 1, i daryyas, sang walakung, sang mana, sang 
lona, wineh pasek (pagëh) ku 2, wdiban ga yu 1. ing galah sang bisa 
sang pola, sang yariaka, wineh pasëk ku 2 wdihan ga yu L, i putut, sang 
prataman, sang ugit, sang layü, wineh pasek ku 2, wdiban gayu 1, i frl 
manganti, sang jan aki, sang yata, sang manambat, wineh pasëk ku 2 
wdihan ga yu 

11a. [ta prasiddba raksa kadatwan rahyang ta ri mdang, ■ ragumï] *) naksi, 
si galah, si pawawang, wineh wdiban hlai 1, awayang wwang piuanggu(ng) 
sirandingah, wineh wdiban hlai 1, pasëk pagëh ku 2, atapukan pinang- 
gung, si jaladï, wineh wdiban hlai 1, pasëk pagëh ku 2, apajahi (lees apa- 
dabi) samgët sarta wineh wdihan hlai 1, pasëk pagëh ku 2, kabayan ning 
blah mata i paskiran, sang grota, wineh wdihan hlai 1 , pa?ëk pagëh ku 
2, makadi sang hadyan juru lampuran i rakryau ram ram, kabayan sang 
adyah wineh wdihan hlai 1, pasëk pagëh ku 2, samangkma kwaih nikang 
pinakasaksi tkeng pinggir siring kabeb hinanakën i susukan sang hyang 
dharmma i wimala^rama yathayukti sakrama daugü pinarnnah t(e)kang 
saji i sor ning witana i tngab ning kalangan i wimala5rama sawidhi- 
widbana ning manusuk ring lagi, mamüja ta sang pinakawiku, a/ajuri 
watu daica, suinangaskara i sang hyang wungkal snsuk watu kulum- 
pang, mandiri ta uga 

h. yëmbyës a/udur tumaniaring kalangan, tlas mottara sengga mamuka- 

wandhana i sor ning witana, mandela(n) pada binarë(pa)kën dening pinghe 
makurug anasuani, rama atagan mwang para pinggir siring somilu pina- 
kasaksi i susukan sang hyang kuti i wimalacrama lumkas ta sira manguyut, 
manëtak guluning hayam, linandësakan ri watu kulumpang, amantingakan 
hantiga ring watususuk mamangmaug manapathe, sang minangmang ring 



1) [ ]\s Uet einde van b.; b yëm&yës-yëm<yës, 



217 

dangu, i katguhakna sang hyang wungkal susuk ikana ling nira, indah 
ta kita kamung hyang haricandana, agasti maharsi pürwwa daksina 
paccimottara, maddha urddhamadhah, rawi cacï ksiti jala pawana hütasana 
jayamauakaca dharmma ab.orarai.ra sandhyad waya y aksa raksasa pisaca preta- 
sura gar»da gandharwwa kinnara malioraga, catwari lokapala 

yama baruna kuwera basawa, putra dewata, pancakusikandicwara raaha- 
kahi, sadwinaya(ka) nagaraja, durggadewï caturacraya, ananta hyang 
kalamrfcyu ganabhüta ki(ta prasiddha r(um)aksa kadatwan rabyang ta 
ri mdang i bbümi) 

CXIII. 

Steen, staande in desa Lawan (afd. Lamongan, res. Soerabaja) en in 
Kapp. 1907 p. 270 besebreven als „een zoogenaarade(n) besebreven steen, waarop 
geen enkel letterteeken te ontdekken was. De steen, dakvormig afgedekt, stond 
op een dubbel lotuskussen, uit één stuk, waarvan de blad-belijning verdwenen 
is.... Hoog 1.40 M.. met kussen 1.64 M.; breed van boven L.ll M., beneden 
0.90 M.; dik 0.125 M. Onder bet lotuskussen was een rechthoekig gekapte pen, 
waarmee de steen eens in een voetstuk was vastgezet '. Een abklatsch wordt 
vermeld Verbeek p. 221; Oudheidk. Bur. no. 537. 

O o s t z ij d e. 

1. kolaholahan ra mabamantri bino silasing rika 

2. umulahulah panugraha 91-ï paduka pungku, astu salwirningu- 
padrawa katmwa denya 

3. mpaln de sang hyang pancamahabhüta, sulambitakna ri hyang kubera, 
siwak ka 

4. nya dawut utëknya langga rujiranya uwadawid ususnya denta kamung 
hyang 

5. mahabhüta, wigran de sang tingkara yamabala, tëtë]n ring mabaro 

6. uiatra hana hiris poh, sakinaririsaning sarat, astu wacana crï padu 

7. pungku amukti sakaring wisa, apan crï paduka mpungku sakrt bha 

8. mahefwai'a, sira dumënda salwir ni mangulabulah panugraha pa 

9. duka mpungku bhatara tipurusa dumënda nguri , iniring de 

10. pancamahabhüta kabeh nguniweh paradewata matangnyan ha 

11. ji tigatiga yan sira wena.ni/a, om paöcamababbüta 

12. brahinane namah, om wisnawe namah, om paramecwara namah 

13. lokebhyah indradibyo namah, om namaciwaya 

14. ya wijaya swaha, om jayajayastu kadi katguh 

15. 2/mtguhana sima astu astu ujar hyang || o || 

16. (onleesbaar?) 



a&acja-anacja; i bhumi-ra gumi; CXIII 4 dawu^-dawufc; 5 iingkara-fcingkara. 



248 

CXIV. 

Steen, vroeger staande te Bangle (afd. Berbek, res. Kediri), en wel volgens 
Verbeek p. 255 bij de warme zoutbronnen Banjoe Oemboel. In de inventarisatie 
van Kediri in Rapp. 1908 wordt hij niet meer vermeld. Een abklatsch komt 
voor Notulen 1869 Bijl. N.; Oudheidk. Bureau No. 400. 

Voorzijde. 

1- II 

2. marggana tinadali sang tuba 

3. n nïa/ra ban umajaranakaka ngba i ja 

4. langu ma ika i munder prasu( )nca, 

5. kwebnira mangila drabya baji dangïï prakara paramicra 

6. wuluwulu prakara | sang hyang ajna baji kmitan ikang ramauta 
i kabikwan sandunga 

7. n ser i ja | mbi i munder au pamïjilakan sangkal pat mwaug 

| n patih 

8. ti sana 1 samas pirak 
pakalangka domas pirak, si | domas pi 

9. rak pinda pa | weweh nikanang kabikwan sandangan ser 
i jambi i mmidër J angkan tabu 

10. n ma 1 ku 2 | len sakarikana sangkal pat prana an papakna pa | 
miwye sang hyang 

11. i mundur | o yatika inubbaya i sanmata crï maharaya o yata 
mata(ng)nyan | ikanang 

12. punta i kabi | kwan sandungan ser i jambi munder mak(m)itana ajna 
ha | ji iniringnya 

13. jna rakryan | i tan kaparabyapara ni ka(nang) kabikwan saudungan 
ser | i jambi i 

14. munder | dening patih i jambi ser pangkur kalangkapa rama mwang 
salwir nidra | byahaji wu 

15. luwulu ho | pan air haji magöng madmit kipakipa kmitan tnndan mang- 
gala pa | tamba ityai 

1G. wamadi ngila drabyabaji ring dangu makadi micra para- 

mi^ra magöng madmit | kabeh mwang salwi 

17. rnisalab palcumi \ tya ca( )ra pu 

J ngi A'an tama iri 

18. kana kabikwan I ndungan ser i jambi i munder kewala sa 
kahaywakna sang | hyang 9.iwa i mnnde 

19. r i pa nika | na sakari göngnyaram^?/ fi'ï maharaja i ka 
ha na i sang hyang tirtha | i munder, mi 



249 

20. «ya ka suhuha | k kana deyanikanang patih ri jambi sor 
kalangka rama i I mundër 

21. kbanwa mwang kwai | h nira mangilala drabya haji ring dangu o 
makadi micra parami^ra w ui uw ui u \ prakara, tan mara 

22. byapara rama | nikanang kabikwau sandungan i ser i jambi i mundër 
tan pina lir 

23. la( )ran praka | ra apan hm a göngnyanngraba £rï mabaraja an 
24 i mundër i 

kabikwan 
25. i mu r a | tlas nugraha i 

26. 
27. 

A c h t e r z ij d e. 

1. ra patih i jambi mu 

2. ikanang rampa jataka 

3. sukannisagatinirampu i wahu 

4. ka marffga rake momabumah rake 
marggana sambandba bana kabi 

5. kwan saiidungan ning sor i jambi i mundër mamaja(ra)kan sangkal pat 
muang 

6. prakara lawan papatipati 
mas pirak ka 

7. mas pirak jro mas pirak 
nikanang kabikwan 

8. sandungan iambi i mundër kan 

9. na, yatika matra dening rama i pa/>rm>ungau i tan kapa 
10. rabyapara dening ser 

ma uguniweh i ta 
11. 

mi^ra magörig madmit 
12. 
13. 
14. 

crï maba 
15. 

kana 
10. 

i mundër kabeh 



21 wara-para. 



250 



17. 


tan 

n jambi i mundër 




18. 


tan 

n tlas pagöngnya 




19. 








sang hyang tirtha 


»( )i 




- 


cxv 



Twee koperplaten, afkomstig uit de residentie Soerabaja, thans door de 
collectie Raffles in het Britsch Museum te Londen. Blijkens Notulen 1882 
p. 134 waren er galvanoplastische afdrukken van in het Museum te Batavia, 
thans verdwenen. De Heer Holle gaf in Tijdschr. 28 p. 488 sqq. een trans- 
scriptie uit, daarbij aanteekenende: „Zij bevatten slechts een stuk formulier, 
betreffende voorrechten en belastingen en voorrechten op een stuk grond rustende 
of daaraan verbonden, en passen, voor zoover ik heb kunnen nagaan, niet bij 
de reeds uitgegeven incomplete oorkonden. De platen zijn ongenummerd". 

la. han marga ikang pabuharan sapahinganan muang piyapiya, lumaris 
mangulon anutug kulon sapahinganan muang wadihadi, midëraugalor 
anunggali marga ikang pabuharan sapahinganan muang wadihati, lumaris 
mangalor tumurun ing luah angalihi luah sapahingan muang dariyas, 
lumaris mangetan angalihi luah ikang pabuharan tutug tkeng pasir 
sapahingan muang winaya, samangkana parimana nikang lmah hasi- 
nan susukan sima i pabuharan, sampun katamrapracastyapageh de dang 
acarya ugra, tumadah racanyanugraha lbu paduka 91-1 maharaja, ataratah 
kaswatantra 

b. n i sawka dang acaryya ugra inanugrahan de lbu paduka yrï maharaja, 

senanggoning brahmakula muang ksatriyakula, kunang pratyeka ning 
wka dang acaryya dug ing dyah kataywat, dyah nariyama, ika ta maka- 
drabya ikang kaputrawangcan, lukat, tampah 1 muang kamuladharm- 
man, lukat, ki, 1, makamukya sawah bhatara kabhaktin, an lukat, jeng, 
1, irikang kala mangasëan ta dang acaryya ugra pasek pasek i rake 
pamgat, ma su, 1, ma 4, wdihan tapis yuga, l, rake anakbi nayaka i 
kaladi, muang bu rake mabuwur x ), wineh ma su, 1, ma 4, ken sawlah, 
rake air botang dyah pangheran wineh ma su, 1, ma 4, ken sawlah 
samgët akudu 

2a. (da)ng acaryya ugra, ika ta padangatguhakn ikanang susukan lmah asi- 
nan ing pabuharan apan atyanta rena paduka crï maharaja, i dangacaryya 

l) Vergelijk Diëns-steen. Br. 
1 b. frotang-iïetang'. 



251 

ugra, an nitya pinakacrïya ri kaswastha ning rat, muaug ri langgënga- 
niran siniwï, au mangkana kaswatantranikang susukan, siraa lmah asinan 
ing pabuharan tan katamana deni sang winawa katrinï, pangkur, tawan, 
tirip, muang saprakara ning mangilala drabya baji, wuluwulu prakara, 
misra, paramisra, pangurang kring, padëm, manimpiki, paranakan, limus 
galuh pangaruhan, Aaji, watu tajëm, sukun, balu warak, ramanang, pi- 
riingle, katanggaran, tapa haji, ber baji, malandang, lca, leleb, pakalang- 
kang, kutak, tangkil, trpan, saliut pamanikan, maniga, sikëpan, 

b. tiruau, wilang wanua, wiji kawah, tingkes, mawi, manambangi, tangbiran, 

tuwa dagarjg, juru gusali, mangrumbe, manggunje, tuba nambi, tuba 
judi, tubaa unjaman, pawungkunung, puluug padi, misra hino, misra- 
nginaugiu, wli tambang, wli (wa)dung, wlihapu, wlipa(n)jut, pakalungkuug, 
urutan, dampulan tpn(ng) kawung, sungsung pangurang, sipat wilut, 
jukung, panginangin, pamawasya, bopan pawrangan, sëkar tabum, garihan, 
pinta palaku, pobbaya, tampasirik, tulung hutaug, kipakipah, ng 

haji magëug adëmit, pagulung, widumangidung, kdi walian, sambal, 
sumbul, bulunaji, janggi, singgab, pabrsih watëk i jro ityewamadi, tka 
ri suka, duhka, mayaug taupawub, walub rumambati(ng) natar, wipati, 
wangke kabunan, rah ka(sa)wuring natar, dubilatan 

CXVI. 

Inscriptie boven een bhüta-kop (banaspati), welke blijkens het Leidsch 
MS. Or. 3276 (Mal. Hs. 765) leg. v. d. Tuuk aanwezig was te Tamiadjeng in 
Soerabaja en waarvan verder niets bekend is. Dr. Brandes verwijdt naar bet 
vignet vóórin Juugbubn's Java. 

1. ki(r)tinira 

2. li(ng)ga || || 

CXV1I. 

Een transscriptie, waai'op alle verdere aanwijzing ontbreekt, en die er 
uit ziet als één van een koperplaat. 

a. 1. mandibala, pasamba, pasambu, parajer, pakikis, palihkuwu, aha- 

wuhawu, palmn)/ dilah ?(/wuh o muwah sëköni lmah 

2. dyah kaki waharu, lwah kiduling umah, maugulwan ing gonda, makabingan 
ing gorogon, ngalor ing sla, darmmaga, ing saragan 

3. matunggali(ng) dyah kaki waharu mangalor ing taman, uiakahingan ing 
tumpöng, mangetan ing domas makahingan lor ing gëntër, pinggir 



2 <70nda-6&oncla. 



252 

4. makahingan ing hipëng, Iwah ma pinggir kul wan dharmmagga, 
maugalor makahingan kali ing sukanarta, galëng, mangidul makahingan 

5. si kadal, lwah pinggi wetan makahingan kapulungan, pinggir mangidul 
mahingan ing si gbok, galëng mangidul makahingan 

6. pinggir kidul ing sadang, mangkana hingani lmah dyah kaki waharu o 
kunang saka.'mla samangulah i dyah kaki waharu makamuka hf/jung, 

7. nik, ka( ), ka( ) garuda samangkana, samangkana kweh samangulah 
i dyah kaki waharu ika ta mangis ni mamindapangki, ma 2 ku 2 isiku 

8. muwah pinta palakwama 1 inganya katmu rinuwut samangulah i 
dyah kaki waharu samangulah 

b. 1. kahemban tutu dening dyah kaki waharu ka- 

hëban 

2. ha ri candana, 

3. hutasana, yajamanakaca sakalasaksibhïïta 
tu 

4. sapa sumpah mangmang manë yawat ikang wwang 
duracara tan magëm makmit i sapatha 

5. hyang makudur, brahmana ksatriya, wecya cudra, hadyan hulun, ma- 
tuha rare, lakilaki wadwan, grhastha wiku widu la 

6. mpuran, mwang pinghai wahnta ra(ma) matuha manwam, nayaka pra- 
tyaya, asing umulahulah tan yukta i dyah kaki waharu dlaha ning 
dlaha = o = 

7. o jah tasmat kabwa(t) karëmaknanya, matya ta ya (yau 
tan panggiya tatkaranalih ha wutat,) ttan tinghala ikungan 

8. tarung i padëgan, tarnpyala i hiringan, uwahi i hiringan, tutu 
/undahnya, blah kapalanya, cawuk utëknya, sbitakëh wtëngnya, 

CXVIII. 

Steen, afkomstig van Toeban (res. Rembang) en door Brumund in Ver- 
hand. XXXIII p. 182 als daar staande vermeld, thans (Notulen 1871 p. 65, 
82; 1872 p. 154) als D. 23 in het Museum te Batavia. Een afteekening wordt 
vermeld Not. 1871 p. 57, terwijl er zich blijkens Tijdschr. 47 p. 452 ook een 
in de Rijksuniversiteitsbibliotheek te Leiden bevindt. Een abklatsch is onder 
no. 167 op het Oudheidk. Bureau, Dr. Brandes beschrijft den steen in den 
Catalogus (p. 380 sq.) aldus: 

„Groote steen met rond hoofd, eenigzins gewelfde vlakken en voet- 
stuk, uit één steen. Licht geel bruin. Zanderige kalksteen. De voorzijde is geheel 
vernield. Daar de steen niet dik is en de regels op de achterzijde onmiddelijk 
aan elkander sluiten, mag men vermoeden dat hij slechts aan twee zijden 
beschreven is geweest. Op die achterzijde staan 31 regels in cursief oostelijk 
oud-Javaansch schrift. Afkomstig van Toeban, Not. IX, 57, 65, 82; X, 154. 



253 

Hoog in het midden 144, aan de zijden 109; breed van boven 95, beneden 80; 
dik van boven 18, van onderen 15; voetstuk hoog 14, breed 102 en 15. 

Pracasti van een vorst, wiens zegelmerk de garudamukha was, aan de desa 
Kambang putih. In dezen pracasti worden eeuige privilegies verleend met liet 
oog op den handel over zee". 

1. idu ilatën, idu kasirat a(mijilakën) 

2. wuriningkikir, amuk, amumpang lïïdan 

3. angcapratyangca katiban , wangke kabunan, kadal mati 

4. danda kudanda, mandihaladi, yawat umunggu irikang sima i kam- 
bang putih, tawa 

5. t juga prëmana irika kabeh, kunang ikang pakarmma, pande mas, pande 
gangga, pande , pa 

6. nde singesingen, pande wsi, pande glang, amanara ikang sima i kambang 
putih prëmana irika kabeh, yan pa 

7. ngulanga 40 kboanya ring satuhan yan pangulang sapi 40 ring satu- 
han yan pangulang wdus 80 ring satuhan yan 

8. (ce)leng 100, ring satuhan, yan andah sawenteyan ring satuhan parahu saju- 
ragan karwa pabkëlan padati patang padati, 

9. dwal pikupikulau, pitung pikul, banawa karwa timdan, samangkana 
kawnang ikang kambang putih wnang apadaganga wdi tali pahinga 

10. nanya, dwalanya pahingani bhumi 91-1 maharaja, wnang katëmwaua- 
ning adagang kurakuri atutugana ri mangalu kampyak 

11. wuln bagala tinurawa ajajangaknatpakar, wnangababaka, ungsireni 
rare kawula m(i)uggat, ungsirening strï larangan, ungsire(n) 

12. inujahadyaken, lëmbu mati, ahatëpa wingka ring padüwaharan, agalang- 
ganga pingul, angululana galanggang agopura ring galanggang amuli 

13. hi kna sawung, agunting ring baganjing, tan kua hinijohijo, wnanga- 
sipisipinga, akalunga mpulungngan a( )mbal tan kua pinta palaku sa 

14. kupang satak, yan hana sira tamuy sakeng sangkanira, sasaban katmu- 
tinmu, lawan gangan wilukasirijeni lawan, wuyah sa 

15. keng sumbul, tan kna ring tadah katulih, wnang amangana salwirning 
rajamang^a, lwirnya kura, baning, hasu tugël, wdus gunting, hayam 
wadwal pinolang 

16. karuug dinimpa, makadi badawang, alungguhani kalasa gunilar, ariringa 
bananten humalang, ajnu hnmalang, asumpinga tunjuug siniwak, apa- 
langka 



11 abaiaka-abafiaka. 



254 

17. binubut, aprasawatang, karang pupuh wawar se dj pal, wnangagarantimga 
rwang puluh ( )ra kula vvnang, angada tanwaga, puspa, tutuuda, 
palangka 

18. gading, kumbaiig i pting putih tunih tatkala niiig mangigla, iringën 
dening rare dacadaci wnangoga singkila putih kuning, dambayangana 
sinilanglang, mjaja papo, pang 

19. nggo, ciwapati - a, pawwanawwan, wnaugapayunga, acaringa, atapakan sirah 
ning kbo, samangkana turunyanugraha crï karasakan, irikang sima i 
kambang 

20. putih, kunang kwebnika rama i kambang putih, umangkwakën sang 
byang ajiia haji, makamukba buyut i( )ip, buyutambu, buyut bala , 
buyut 

21. buyut owah, buyut carangwak, buyut bodo, buyut wwaddbana, buyut 
kapir, buyut jungkir, buyut kapanggih buyu 

22. winingkis, samangkana kwaih nikang rama i kambang putih, umang- 
kwakën sang hyang ajna haji prasasti tinanda garudamnkba, apagëha 
tan sigasi 

23. gajia yathanyan katmwa dening sawka wetnya, tkari dlahaning- 
dlaba, yapwau hana tanpamisinggih rasa sang hyang ajna haji, dan- 
danya ri 

24. sahapanngah salwirning mahapataka bhuktinya, ring hatraparatra klan 
ring kawab de sang yama bala, tan tmwa pala ning dadi wwang, salir- 
ning lara kelikeli tmu 

25. nya, wudug, singkël, buta radiu, hayan, an, kdëvvungkuk buyau 
bu( ), bisu swka wetnya putunya bu 

26. yutnya pitunya kumëmpula ring kawah sang yama, sadakala ni janma- 
nya tumëmwa hala, yan parengalas sahutningula mandhi, 

27. ndungatënghas, tanpatambana, pulirakna dening dauawa, singhapëning- 
mong yan pareng sawah sambërën ing glap tanpahudan 

28. pende sapamungwan wunuhën denira raksasa, yan pareng lwah sabu- 
tning wuhaya, sabutning tuwiran sënghapën deningi 

29. yan pareng paprangan matyangaiidepanakadgan katadaha denira b} r ang 
kala, atmanya dumununga ring nai - aka papa, sadakala 

30. mwa naraka papajoh tasuiat kabvvat karmma kna(iia)nya, om 
inasarwwawijuana astu dhij'ghayusauiira tankatamana lara ta 

31. jana astu. — 



28 pende, bovengeschreven: ing. 



255 

CXIX. 

Koperplaat, afkomstig van desa Pelëm (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), 
thans (Not. 1902 p. 95, 107 sq. ; 1903 p. 16) als E 36 in bet Museum te 
Batavia. Zij draagt bet cijfer 10. Bij de transscriptie teekent ür. Brandesaan: 
„Rajasanagara". Dit slaat daarop, dat in bet stak een pracasti van dien vorst, 
welke dezelfde is als Hayam Wuruk, vermeld wordt. 

a. 1. na drewya kelyasing awakanya, kasambut pwa ya denyanganambangi, 
tan dosan tekang anambangyamalaku phalacramanyananibut angraksa, 

2. ndan sapawebnyangadrëwya tanggapën ya, mangkananugraha crï maha- 
raja, irikang anambangi sayawadwïpa, makadyajaran rata, paccat 

3. , ring wkasan, mangbaturakën sambab tekang anambangi sayawadwïpa- 
mandala, makadi paüji marggabbaya, kyajaran rata, mwang 

4. païïjyangraksaji, aneka maharghyawastrapramukhanamaskara, ikang a- 
neka wastrangkën sarini puspauyangbaturakën sa 

5. mbah ri lbü paduka crï mabaraja, sangkarigëngnyadhimuktinikang 
anambangi, winehakmitaua sang byang ajna baji pracasti, ra 

6. jasanagaralancana, muwab rakryan mantri katrïni, sinüngan pasok pasok, 
sayatbakrama, muwah rakryan dëmung, 

h. 1. rakryan kanuruban, rakryan rangga, rakryan tumënggung, kapwa wineh 
pasok pasok, sayatbakrama, makanai-yyama, sang dbarmmadbya 

2. ksa ring kacaiwa(n sang) dbarmmadhyaksa ring kasogatan kapwa 
wineb pasok pasok, sayatbakrama, sang dbarmmopapatti samudaya, 
kapwa 

3. wineb pasok pasok, sayatbakrama, makapbala, mratisubaddhaknanu- 
graba paduka crï mabaraja, irikang anambangi sayawadwl 

4. pamandala, makadi panji marggabbaya, kyajaran, rata, mwang païïjyang- 
raksaji, kyajaran ragi, tlas labdhapagëh, kunëng yan hana u 

5. mulahulab sarasa sang byang ajna baji pracasti, kmitanikang anam- 
bangi sayawadwipa mandala, makadi paüji marggabhaya, kya 

6. jaran rata, mwang païïjyangraksaji, kyajaran ragi, nguniweb yan panglbura 
kaswatantranikang anambangi sayawadwïpamandala, a 

cxx. 

Koperplaat, gevonden bij opgraving in de nabij beid van de overblijfselen 
der Tjandi Gambar (Verbeek p. 266 no. 543), thans als E 37 in het Museum 
te Batavia. In Not. 1902 p. 29 deelde Dr. Brandes mede, dat zij de laatste is 
van een stel van 14 en het slot van eene acte geeft. 

In de oorkonde wordt een pracasti van Wikramawarddhana vermeld ; 
deze vorst is de schoonzoon en opvolger van Hayam Wuruk, 



250 

a. 1. watikang wwang tan magëhakën tan akmitike sang hyang ajiïa liaji 

pra^asti, kmitani sang hyang dharmmeng satyapura, sawakanya, mon 
brahmana, 

2. ksatriya, waijya, sudra, pinghe, wahuta rama, asing sakawwanganya, 
yawat umulahulaha, pagëhnyanugraha crï maharaja ta 

3. smat, kabwataknanya, patyananta liyang kamung hyang, deyantatpatïya, 
tan panoliha ri wuntat, tan tinghala ri likuran, 

4. tarung ring pangadëgan, tampyal ri hiringan, uwahi ri tëngënan, tutu- 
hundu hatinya, rantan usnsnya, wëtwakën dalëinanya, si 

5. wakapalanya, pangan dagingnya, inum rahnya, pëpëdakën wkasaken 
pranantika, mangkana yan pareng alas, panganën ing mong, sahu 

b. 1 . tën ing ula mandhi, yapwan pareng tgal samberën ing gelap, yapwan pareng 

wwe sanghapën ing wuhaya, alapën i dalëmer, yan lu 

2. mbwingumah, awuka tan tëmu sama, sangsara tanpabisa || yawaccandra- 
£ca süryyacca, bhuwana ni prakacate || den kadi lawasang 

3. hyang candraditya, sumnëngandabhuwaua, mangkana lawasanikang wwang 
amuktya sangsara ring ihatra paratra, \)ha\ar\y ananyriya prawrëtti 

4. nya, yanahyunanirnnakna sang hyang ajna haji pracasti, £rï wikrama- 
warddhanalancaua, kmitanikanang dharmmeng satyapura, mangkana 

5. rasanyanugraha paduka £rï maharaja || om wagïcwaryai namah, sid- 
dhirastu om II o II 



III 

INSCRIPTIES VAN BUITEN JAVA. 



CXXI. 

Zeskantige, pyramidaal geslepen steen, blijkens Notulen 1893 p. 106 sq. 
gevonden bij de monding der Muudo-rivier, in de streek bekend onder den naam 
van Kota Kapoer, op Bangka, nabij de overblijfselen van een aarden wal. De 
steen is thans (N T ot. 1893 p. 141, 157) als ü] 90 in bet Museum te Batavia. 
Een abklatscb wordt vermeld ter eerst aangehaalder plaatse; thans Oudheidk. 
Bureau no. 274. Het schrift der inscriptie is Wenggi-schrift; de taal oud- 
Maleisch '). 

1. || siddha || titaug hamban wari awai, kandra kayet nipaihumpaannamu 
ha ulu lawan tandrun luah maka matai tandrun luah winunu paihum- 
paan hakairu muah kayet nihumpa danai tungai 

2. umenteng bhakti ni ulun haraki, danai tungai „kita sawanakta dewata 
mahardhika sannidhana, mangraksa yang kadatuan crï wijaya „kita 
tuwi tandrun luah waiiakta dewata niülana yang parsumpahan 

3. parawis, kadadhi yang urang di dalangna bhamiparawis drohaka hangun 
sauia wuddhi lawan drobaka, mangujari drohaka, ni ujari drohaka talu 
dindrohaka, tïda ya 

4. rnan'dah tïda ya bhakti, tida ya tatwarjjawa diyaku dngan di iya niga- 
larku sanya sa (/atiia, dhawa wuatna urang inan, niwunuh ya sumpah 
nisuruh tapik ya mulang parwwaudandatu crï wi 

5. jaya, talu muah ya dngan gotra santanaüa tathapi sawanakna yang 
wuatna jahat, rnakalam/it urang, makasakit, makagïla, mantra gada 
bisa prayoga, üduh tuwa, tambal 

6. sarambat, kasïhan, wa^karana, ityewamadi jangan muwah ya siddha, 
pulang ka iya muah yang do.yaïïa wuatna jahat inan, tathapi niwunuh 
ya sumpah tufti mulang yang niaïïu 

7. ruh marjjahati, yang marjjahati yang watu nipratista ini tuwi niwunuh 
ya sumpah talu muah ya mulang, sarangbhana urang drohaka tida bhakti 
tida tatwarjjawa diyaku dhawa wua 



1. Deze inscriptie is inmiddels uitgegeven en besproken door Prof. Kern in Bijdr. Kon. Inst. 
v. d. Tl. Lnd. Vlkk. v. Ned. Indië, 67 (1913) p. 393-400. 
I. wari-dari; awai-adai; danai-wnai; 2. ld. 



258 

8. tna niwunuh ya sumpah ini gringkadadhi iya bhakti tatwarjjawa 
diyaku, dngan diyang nigalarku sanyasadatüa, fanti muah kawuatana, 
dngan gotrasantanana 

9. samrddha swastha niroga nirupadrawa subhiksa muah yang wanuafia para- 
wis „^aka warsatïta 1080 1 )di pratipada cuklapaksa wulan waicakha, tatkalaüa 

10. yang mangmang sumpah ini, nipahat di welana yang wala crï wijaya 
kaliwat manapik yang bhumi jawa tida bhakti ka crï wijaya. 

CXXII. 

Steen, afkomstig van Boekit Gombak (Padangsche Bovenlanden), tbans 
te Pagarroejoeng. Een litteratuur-opgave vindt men in het Oudheidk. Verslag 
van 1912, 2e kwartaal, p. 42 onder no. 23. De steen is o. a. besproken door 
Prof. Kern in Bijdr. Kon. Inst. 3, VII, p. 289 sqq., VIII p. 188 sqq., 4, I 
p. 159 sqq. Abklatschen Oudheidk. Bureau no. 54, 59 en 352; afgietsel Leiden 
Ethn. Mus. no. 2750 (Cat. Juynboll p. 235). Een nieuwe, van den steen zelfgemaak- 
te transscriptie, welke van die van Dr. Brandes in enkele opzichten afwijkt, is 
opgenomen in het Oudh. Verslag vnd. p. 51 sq. 

1. swasyamtu prabhu madwayadwaja nrpa adityawarmma criya, wangcassri 
amararyya 

2. wangsapati aradhita „maitrïtwam karuna mupeksa mudita 
satwopa 

3. karaguna, ya twam raja sudharmmaraja krtawat lekhesitatisthati || o || 

4. frï kamaraja adhimukti sadastrakintha, ramyabhisekasutathagata 
bajraweya, a 

5. gajïïa pancasadabhijna supurnnagatra adityawarmmanrpate adbirajarajah 
|| o || swasti || 

6. crïmat 9rï ayadityawarmma pratapaparakrama rajendramolimani- 
warmmadewa maharajadhi 

7. raja, sakalalokajanapriya, dharmmarajakula tilaka saranagatabajrapa- 
njara ekanggawïra, du 

8. stan' grahacrista paripalaka saptangga raja sayada manguddharana 
patapustaka pratimalaya yam ta 

9. llah jirnna padasapta swarnna bhïïmi, di parbwatkan bihara nanËïwidha- 
prakara sahatambak gopura kalampura 

10. nan pancamahacabda, jalanda barbwat maniyamakryadipauruna 
mawasya di sanmuka 

11. k bramhanawaryyopaddhyaya tyada kopadrawa tyada malisamun, tyada 
rabutrentak 



1) Bijgeschreven: 1089?; 608? Dit laatste jaartal kwam Dr. Brandes in Encycl. v. Ned. Indië 
s. v. Oudheden het waarschijnlijkste voor. 

6 ByE-adwayE; 9 katampura-ka$rampura; 11 bramhanaiüSryy n -bramhanücaryy n . 



259 

12. sakala pya sampürnna sakyanyam mahima diwasak dadatu, ya 
datra pimyambarum yam ba 

13. ndak barbwinaca sasanenan sapapanam gobattya sapapanam matapita- 
drobi sapapanani 

14. swamidrohi gurudrobi, tulu ta yam mangumodana dharmmenan sapu- 
nyanam yam ngüram mamr 

15. ta wana annadana, ya punyana yam ngüram matapitabhakti, swami- 
bhakti 

16. gurubbakti, dewabhakti, sapimyana ngüram maraksa cilapurnamawasya, 
antyat(7ma 

17. nubbawa samyak sambuddhamargga || o || satwopakiïrakrta punya sudana 
dharmmam jirnno 

18. lama ya janacraya punya wrksamanittya pratapakiranai sadalokasacri, adi 

19. tyawarmmanrpate maniwarmadewa || subbam astu gate cake, wasur mmuni 
bhuja sthalam 

20. waicakha paiïcadacake, site buddha^ca ranjyatu || o j| krtiriyam acaryya a 

21. mpuku dharmmaddhwajanama dbeyassya, abhicekakarunabajra || o || 

CXXIII. 

Steen, staande te Lima Kaocm, Koeboer Radjo (Padangscbe Bovenlanden), 
vermeld in Tijdschr. 4 p. 459 sq. en Notulen 1880 p. 10 sq., 85 sqq. Op die 
laatste plaats is een voorloopige transscriptie van Prof. Kern opgenomen, welke 
daaromtrent mededeelt: „Zooveel zie ik, dat bet een reeks van losse woorden 
is op Adityawarma zonder samenbang. Het zijn louter uitroepen of woorden 

in den nominatief Zonder den minsten twijfel heeft het stuk betrekking 

op denzelfden Adityawarma, van wien ook 't opschrift van Pagar Roejong 

is Onderscheidene woorden die in dat opschrift voorkomen, komen 

in het Koeboer-radjasche terug". De steen is no. 20 op pag. 41 van het 
Oudheidk. Verslag 1912, 2de kwartaal; abklatscben Oudheidk. Bureau no. 21, 
134 en 173. i) 

1. om manglawïraga 

2. adwayawarmmadewa 

3. mputra tanaka 

4. madinindra dha, 

5. cukrta awüa 

6. gdha kusalapra 

7. pru maitri karu 

8. na amuditammu/rt 

9. p(e)ksa a, yacakka 



1) Deze inscriptie is inmiddels uitgegeven en besproken door Prof. Kern in liijdr. Tl. Lnd. 
Vlkk. v, Ned. Ind. 67 (1913) p. 401-401. 

3 (ana-ftala ; 8 ta-td w. * 

Verhandelingen Bat, Gen, Dl, LX, lf 



260 



10. jana kalpataru ra 

11. mmadana a, adi 

12. tya warm mam bhupa kulisa 

13. dhara wa pra 

14. tïksa awatara 

15. crï lokecwara 

16. dewa _ mai 



CXXIV. 



Steen, afkomstig van Soeroeaso (Padangsche Bovenlanden), thans staande 
op het controleurserf te Fort van der Capellen. Hij is in twee stukken gespleten 
en bevat aan weerskanten dezelfde inscriptie. De steen wordt vermeld Notulen 
1911 p. 128 en Oudheidk. Verslag 1912, 2de kwartaal, p. 46 sq. no. 41 ; ab- 
klatschen Oudheidk. Bur. no. 18, 48, 144, 147, 148 en 170. 

1. subhamastu ]| o || dwaragrecilalekayat krta 

2. gunacriyauwa mpadam, namnaccapi a 

3. nanggawarmma tanaya adityawarmmapraboh, 

4. tiratwamahimapratapa balawan wairigaja 

5. kesari, sattyammatapitagurokaruna 

6. yapobajranityasmrtih || 

cxxv. 

Steen, afkomstig van Kapalo Boekit Gombiik (Padangsche Bovenlanden), 
thans te Pagarroejoeng. Zie Oudheidk. Versl. 1912, 2e kwartaal p. 43, no. 28; 
abklatsch Oudheidk. Bureau no. 37, 132, 157. 

1. om pagunnira tumanggung ku 

2. dawira 



IV 

REEDS GEPUBLICEERDE TRANSSCRIPTIES. 



De hier volgende reeks bevat de in de transscriptie-verzameling voor- 
komende stukken, welke reeds elders gepubliceerd zijn. Wanneer er niet bij 
vermeld staat, door wien de uitgave geschiedde, beteekent dit, dat zulks door 
Dr. Brandes zelf heeft plaats gehad. 

CXXVI. 

Steen van 700, gevonden in de nabijheid van Kalassan (res. Jogjakarta), 
later in de collectie-Dieduksman te Jogjakarta (Verbeek p. 16-1), thans verdwenen. 
Een foto wordt vermeld Not. 1886 p. 55, nu Bat. Gen. 873; abklatschen Not. 
1886 p. 55, 60, 1889 p. 149; Oudheidk. Bureau no. 292. Abklatsch 271 is 
van een „namaaksteentje", terwijl deze inscriptie blijkens Notulen 1911 p. 43 
eveneens aanleiding heeft gegeven tot een valsche koperplaat, nu als E 39 in 
het Museum te Batavia. In Not. 1886 p. 25 deed Dr. Brandes een voorloopige 
mededeeling. 

Uitgegeven: Tijdschr. 31 p. 240 — 260 (Een nagarï-opschrift, gevonden 
tusschen Kalasan en Prambauan) cf. Journ. Bouibay Br. Roy. As. Soc. 17 3 
p. 1 sqq. 

CXXV1T. 

Drie zilveren payung's, één van 765, gevonden blijkens Notulen 1887 
p. 35 in het gehucht Mandang, desa Soetjen (afd. Tëmanggoeng, res. Kedoe), 
thans als 685 a — e in het Museum te Batavia. Dr. Brandes gaf hieromtrent 
twee nota's, te vinden in Notulen 1888 p. 20 — 25 en 111 — 117. 

Uitgegeven: Notulen 1888 p. 21 sq. 

CXXV1II. 

Steen van 788, afkomstig van Berahol, (afd. Wonosobo, res. Kedoe), later 
staaude te Wonosobo, thans (Not. 1890 p. 3 en 11) als D. 74 in het Museum te 
Batavia. Abklatschen worden vermeld Not. 1878 p. 114, 1888 p. 161 sq.; 
Oudheidk. Bureau no. 262, 306, 372 en 373. 

Uitgegeven: Notulen 1889 p. 16. 

CXXIX. 

Zuiltje van 803. gevonden op den heuvelrug Goenoeng Gondang, ten Zuiden 
van desa Troedjoek (afd. Klaten. res. Soerakarta), thans als D. 64 in het Museum 
te Batavia (Verbeek p. 192). Een abklatsch wordt vermeld Not, 1888 p. 74; 
Oudheidk. Bur. no. 369. 

Uitgegeven: Notulen 1888 p. 75. 



262 

cxxx. 

Koperplaat van 849, indertijd (Verbeek p. 164) in de collectie-Dieduksman 
te Jogjakarta. Naar aanleiding van een facsimile en afgietsel (Notulen 1877 p. 137, 
147) gaf Holle in Verband. 39 LA. p. 1 sq. een transscriptie. Een foto wordt 
vermeld Not. 1880 p. 27; thans Bat. Gen. no. 89, 91 en 874. 

Uitgegeven: Tijdschr. 32 p. 98 — 149. (Een Jaypattra of acte van eene 
rechterlijke uitspraak van Caka 849). 

CXXXL 

Steen van 952, gevonden aan den oever der Tjitjatih nabij Tjibadak (afd. 
Soekuboeini, res. Preanger-Regentschappen), thans als D. 73 in het Museum te 
Batavia, zie Notulen 1890 p. 14 sq. Een abklatsch 1.1. vermeld, Oudheidk. Bureau 
no. 445. 

Uitgegeven: Notulen 1890 p. 15. 

CXXXII. 

Steentje van 1125, waarschijnlijk uit Soerabaja afkomstig, thans als D. 13 
in het Museum te Batavia, en door Dr. Brandes op p. 377 van den Catalogus 
beschreven als: „ Klein bladvormig steentje met gespitste top en voetstuk uit één 

stuk. Licht bruin-geel. Hoornblende-andesiet Hoog in het midden 55, 

aan de zijden 47, breed van boven 39, van onderen 30; dik van boven 11, van 
onderen 13; hoogte van den voet 10, breed 31 en 17". Abklatschen bevinden 
zich in het Oudheidk. Bureau no. 185 en 336, afgietsel Leiden Ethn. Mus. 
no. 2980 (Cat. Juynboll p. 231). 

Uitgegeven : Catalogus Groeneveldt p. 327 noot. 

CXXXIII. 

Ganecabeeld van 1161, afkomstig van desa Diembeh (afd. Blitar, res. 
Kediri), thans staande in de doekoeh Bara der desa Toeliskrija (zelfde afd.). Het is 
uitvoerig beschreven in Rapp. 1908 p. 135 sq. en afgebeeld bij Van Kinsbergen 
no. 240 — 242 (cf. Not. 1867 p. 76). Aan den achterkant staat een kalakop met de 
inscriptie. Afteekening vermeld bij Verbeek p. 268, foto Not. 1894 p. 101, Bat. 
Gen. no. 36 en 37. 

Uitgegeven bij Verbeek, Oudheden van Java, p. 267. 

CXXXIV. 

Aksobhya-beeld van 1211, afkomstig van Kandang Gadjah, bezuiden Madja- 
pahit (Not. 1872 p. 111 en 142, cf. Tijdschr. 31 p. 241 (noot) en 613 (noot); 33 
p. 2, 6, 12), thans in het Kroesen-park te Soerabaja; een beschrijving wordt 
gegeven Rapp. 1907 p. 204 sq. Om het voetstuk de inscriptie. Abklatschen Oud- 
heidk. Bur. no. 415 en 416, foto Bat. Gen. no. 684 en 685; afteekening in de Rijks- 
universiteitsbibliotheek te Leiden blijkens Tijdschr. 47 p. 453 sq. (en 451). 

Uitgegeven door Prof. Dr. J. H. C. Kern in Tijdschr. 52 p. 99-108 
(De Sanskrit-inscriptie van 't Mahaksobhyabeeld te Simpang), cf. ibid. p. 193 sq. 

cxxxv. 

Rotsinscriptie van 1212, aan den Andjoek, kampong Andjoek van desa Asta 
(afd. Soemënëp, res. Madoera). Na het bekend worden ervan (Not. 1886 p. 150) 
deed Dr. Brandes in Not. 1887 p. 74 (cf. p. 16} een voorloopige mededeeling. 



263 

Abklatschen worden vermeld Not. 1.1. en 1889 p. 132; Oudheidk. Bureau no. 364 
en 429; een afteekening Not. ibid. p. 107. 

Uitgegeven: Notulen 1889 p. 132 sqq. 

CXXXVI. 

Het eerste .deel der inscriptie van 1216 ; zie hierboven onder no. LXXXI. 

Uitgegeven : Pararaton p. 78 sqq. 

CXXXVIL 

Badkuip van 125., vroeger staande op het assistent-residentserf te Modjokerto 
(Notulen 1899 p. 11), thans (ib. p. 141) als no. 392r/ in het Museum te Batavia. 
Hij wordt__t.e.a.p. beschreven als zijnde van grijze steensoort, aan de bovenzijde 
in horizontale doorsnede vrij zuiver elliptisch afgeplat en naar beneden min of 
meer spits toeloopend; hoogte + 1.30 M., lengteas bovenaan van binnen + 
2 M.; korte ± 0.97 M.; diepte 0.50 M.; dikte van de wanden 0.13 a 0.15 M. 
De daarbij ^vermelde afdruk is verloren. 

Uitgegeven: Notulen 1899 p. 171 sq. 

CXXXVIII. 

Steen van 1273, in 1904 gevonden in den vijver naast de langgar van Kjai 
Napii, Z. O. van Tjandi Singasari (afd. Malang, res. Pasoeroehan), zie Rapp. 1904 
p. 2 sq.; thans als D. 111 in het Museum te Batavia. De inscriptie werd even- 
eens besproken door Prof. Kern in Bijdr. Kon. Inst. 7, IV p. 655 sqq. Abklatsch 
Oudheidk. Bureau no. 449; foto Oudheidk. Comm. nos. 741 en 741a. 

Uitgegeven: Rapport 1904 p. 4 sq. ; Tjandi Singasari p. 38 sq. (met 
plaat 66). 

CXXXIX. 

Steen van vóór 1287, staande in de desa Nglawang (afd. Bangil, res. 
Pasoeroehan) en in Rapp. 1904 p. 33 beschreven als lang l a / 2 voet, breed 2 voet, 
dik 1 voet. Abklatsch Oudheidk. Bureau no. 543. 

Uitgegeven door Dr. N. J. Krom in Tijdschr. 53 p. 411 — 434. (De 
inscriptie van Nglawang). 

CXL. 

Koperplaat van na 1287, gevonden te Sëkar (afd. Badjanegara, res. Rem- 
bang), waarvan een afteekening werd ontvangen door Dr. Brandes van Mej. de 
Vos te Malang en waarvan verder niets bekend is. 

Uitgegeven door Dr. N. J. Krom, als boven (transscriptie p. 433 sq). 

CXLI. 

Inscriptie van 1307, op de Zuidelijke poort te Djëdoeng (afd. Modjokerto, res. 
Soerabaja); over de poort zelf zie men de litteratuur bij Verbeek p. 243 sqq. en 
Rapp. 1907 p. 80 sq. De inscriptie is opgenomen bij Holle, Alphabetten p. 48; 
abklatsch vermeld Not. 1888 p. 12 en 14; op het Oudheidk. Bureau niet meer 
aanwezig. Een afteekening is in de Rijksuniversiteitsbibliotheek te Leiden blijkens 
Tijdschr. 47 p. 456; cf. foto Oudheidk. Comm. no. 1257. 

Uitgegeven: Notulen 1903 p. 25. 

De transscriptie geeft in plaats van nora: tan. 



264 

CXLII. 

Steen van 1319, staande in desa Karanglo (afd. Modjokerto, res. Soerabaja), 
blijkens Rapp. 1907 p. 78 daar nog aanwezig. Een abklatsch vermeld Notulen 
1888 p. 12, op het Oudbeidk. Bureau niet meer aanwezig. 

Uitgegeven: Notulen 1888 p. XIX. 

CXL1II. 

Steen van 1324, staande te Wangkal (afd. Kraksaan, res. Pasoeroeban) 
en daar blijkens Rapp. 1904 p. 112 nog aanwezig en breed 1.10 M. Teeke- 
ningen worden vermeld Verbeek p. 311; Tijdschr. XI p. 398; Notulen 1877 
p. 77 en een abklatsch Not. 1887 p. 7, thans Oudheidk. Bureau no. 423. 

Uitgegeven: Pararaton p. 216. 

CXLIV. 

Koperplaat uit 1327, van 29.5 X ?• ° c.M., gevonden te Wonodjojo onder 
Pënandjangan (Tengger), thans (Not. 1899 p. 62) als E. 28 in het Museum te 
Batavia. 

Uitgegeven: Notulen 1899 p. 64—69. 

CXLV. 

Steen van 1358, uit de trapleuning van Tjandi Botjok (afd. Malang, res. 
Pasoeroeban), thans (Not. 1863 p. 90) als D. 47 in het Museum te Batavia. Over 
den tempel zie men de litteratuur bij Verbeek p. 288, benevens Rapp. 1902 p. 285. 
De steen, waarvan een abklatsch onder no. 339 op het Oudbeidk. Bureau is en 
een afgietsel te Leiden Ethn. Mus. no. 2988 (Cat. Juynboll p. 233), wordt door 
Dr. Brandes in den Catalogus (p. 390) beschreven als zwart en hoorublende- 
andesiet, het schrift als overgangstype naar het Suku-schrift. 

Uitgegeven : Catalogus Groeneveldt p. 390. 

CXLYI. 

Losse steen van 1378, gevonden bij poort C, te Djedoeng (afd. Modjokerto, 
res. Soerabaja), cf. Verbeek p. 243 sqq. en Rapp. 1907 p 80 sq. Een abklatsch wordt 
vermeld Notulen 1888 p. 12 en 14, cf. p. XIX; thans Oudheidk. Bureau no. 527. 

Uitgegeven: Pararaton p. 218. 

CXLVII. 

Steen van onbekende afkomst (volgens conjectuur van den Heer Rouffaer 
in Not. 1909 p. LXXIX uit Galoeh, Tjirëbon), thans als D. 29 in het Museum te 
Batavia endoor Dr. Brandes in den Catalogus (p. 382 sq.) beschreven als riviersteen, 
vaalgrijs, andesiet, hoog 51, breed 33, dik 16. Abklatsch Oudheidk. Bureau no. 193. 

Uitgegeven: Catalogus Groeneveldt p. 383. 

CXLVIII. 

Steenblok, afkomstig van Tjandi Sewu (res. Soerakarta), thans in het 
Museum te Magelang (zie laatstelijk Oudheidk. Verslag 1912 p. 26) en in 
Rapp. 1902 p. 5 1 beschreven als langwerpig vierkant en rustend op twee 
vooruitspringende banden, terwijl het voorvlak een bloempot in bas-reliëf ver- 
toont. Een foto wordt vermeld Not. 1898 p. 61, thans Bat. Gen. no. 805 en 884. 

Uitgegeven: Notulen 1898 p. 81 — 83. 



265 

CXLIX. 

Twee steenen platen, afkomstig van Tjandi Sewu, tegenwoordig (Not. 1889 
p. 91; cf. 1911 p. 53) in het Museum te Batavia. Een foto wordt vermeld 
Not. 1886 p. 26, thans Bat. Gen. no. 872. 

Uitgegeven: Notulen 1886 p. 26. 

CL. 

Steen, gevonden bij de fundeering naast de Tjandi Singasari (afd. Ma- 
lang, res. Pasoeroehan), zie Rapp. 1904 p. 2; thans als D. 112 in het Museum 
te Batavia. Foto Oudheidk. Conim. no. 740. 

Uitgegeven: Rapport 1904 p. 2; Tjandi Singasari p. 39 (met plaat 66). 

CLI. 

Gebakken steen, gevonden te Pesantren (afd. en res. Kediri), thans (Not. 
1886 p. 114) als D. 52 in het Museum te Batavia en door Dr. Brandes in den 
Catalogus (p. 391) beschreven als vierkant en rood, met schrift van Oostelijk 
type, hoog 22, breed 34, dik 10. 

Uitgegeven: Notulen 1886 p. 114—116. 

CLI1. 

Bronzen Lokanatha-beeld van 946, afkomstig van Goenoeng Toewa in 
Padang Lawas (Not. 1888 p. 60), thans (Not. 1887 p. 175) als no. 626t/ in het 
Museum te Batavia. 

Uitgegeven: Notulen 1887 p. 175 — 178, met aanvulling door Prof. 
Kern in Not. 1889 p. 15 en 1890 p. 16. 

CLIII. 

Zuiltje van 1294 (of 1194), afkomstig van den berg Sorik Merapi (Zuid- 
Tapanoeli), thans (Notulen 1891 p. 83) als D. 84 in het Museum te Batavia. 
Nader vermeld in Pararaton p. 104 en 213. Abklatsch Oudheidk Bureau no. 327. 

Uitgegeven: Notulen 1891 p. 83—85; Pararaton p. L04. 

CLIV. 

Zuiltje, afkomstig als voren, thans (Not. ibid.) als D 85 in het Museum 
te Batavia. Abklatsch Oudheidk. Bureau no. 328. 

Uitgegeven: Notulen 1891 p. 83 — 85; Pararaton p. 104. 

CLV. , 

Zuiltje, afkomstig als voren, thans (Not. 1888 p. 89 sq., 151, 191; 
1889 p. 27) als D. 65 in het Museum te Batavia. Abklatsch Oudheidk. Bureau 
no. 261 en 376. 

Uitgegeven: Notulen 1889 p. 28—32; Pararaton p. 104. 

CLVI. 

Zuiltje, waarschijnlijk van dezelfde afkomst, thans als D. 53 in het 
Museum te Batavia en door Dr. Brandes in den Catalogus (p. 391) beschreven 
als een klein kegelvormig steentje, vaal geel, zandsteen, hoog 22, doorsnede 
boven 10, beneden 19. Abklatsch Oudheidk. Bureau no. 199, 200, 269 en 375. 

Uitgegeven: Notulen 1889 p. 28—32; Pararaton p. 104, 



V 

AANTEEKENINQEN 

op door anderen uitgegeven transscripties. 



Kawi=Oorkonden van Dr. A. B. Cohen Stuart. 

K.0. I. 



1. 


2. staat: sannatanuraga 


lezing Dr. Brandes: 


sanmatanuraga 




5. 


matangyannilu 




matangnyannilu 


2. 


10. 


ni kanangkangan 


nikanang kangan 




13. 


sawahuta 




sangwakuta 


3. 


21. 


inah 


K.0. XII. 


indah (?) 




1. 


i snpit 




i yupit 




3. 


matakasu 


K.0. XIV. 


mata ka su 




12. 


ahuminu 


K.0. XVIII. 


anu milu 




6. 


giri-bangï 




gurumwangi 




7. 


pingswar 




pingsor 




9. 


salri n'pï kanang 


salwir nikanang 








K.0. XXVII. 






1. 


umalung 




danialuug 



b. 

van Prof. Dr. J. H. C. Kern. 

1. 

Over afwijkingen van Dr. Brandes' lezing op de steenen van Toegoe, 
Këbon-Kopi en Djamboe zie men Prof. Kern zelven in Tijdschr. Bat. Gen. 52 
p. 123 — 125 (Epigrafische aanteekeningeu). Voor deze en die van Tjiaroetén 
cf, Notulen 1909 p. 177. 



267 



Inscriptie van Tjangkring (Poeh-Sarang) in Kediri, uitgegeven in Tijdschr. 
28 p. 490. Voor de afwijkende lezing van Dr. Brandes zie men Notulen 1898 
p. 25, waar tevens die van Dr. H. N. van der Tuuk en Dr. G. A. J. Hazeu 
zijn medegedeeld. 

De overige transscripties van Dr. Brandes van reeds door Prof. Kern 
uitgegeven inscripties zijn conform de lezingen van dien geleerde. 



van Prof. Dr. J. S. Speyer. 

Amoghapaca-bronsjes, afkomstig van Tjandi Toempang, uitgegeven in 
Versl. Mecled. Kon. Acad. v. Wetensch. Afd. Lett. vierde reeks, deel VI, p. 
138 — 144 en 253 — 262. De lezingen van Dr. Brandes betreffen twee andere 
exemplaren, dan de door Prof. Speyer behandelde. 

8. punyantadbhawatw ; Dr. Brandes eenmaal: punyanudbkawatw 

9. pürwwamgamam ; „ „ beide malen : pürwwagamam 
12. phalawaptaya (ye) ; „ „ ééns: °ye, de andere maal: 

bhalawapusa. 



Plaat 1. 




Z 

< 
> 

z 

u 

u 

H 



Plaat 2. 




Z 

< 
> 

•z, 

w 

W 
H 

CA) 



*m> <**M 



Plaat 3. 




2 

< 
> 

2 

LU 

f- 

00 



Plaat 4. 



) 





V' - l 



2 

< 
> 

< 
< 
J 
Cu 
05 
UJ 
Cu 
O 



' "VV 



15 .; 










f$ 


, 


KI' 








; < 't ' 




\ -"• 




c* 


v i f 


ifv' 


(* - 


V ' 


''' i 


IV 




br- 


' V 


M/ ' 






iC 


1 i -\ 


v ' 






f» ï 


■ r 


V ' 


;.-■> 






v *••" " 






^1 






■ C" 


< — 


* ■> 








t — 


C\i 


£S 




C*"^ 




'■' .■ \ 




A \ E 


f S 


'tl>^ 


'- ~«j 


t(^- 




' "^ \ 


* ^j 


■> i 


"" 


-. 


.v 








■• 


rr** 


> 


iv r 






£ks 




^xs ■ 


V. 


' /,- 




f* 






'. 






U 


**-* 


' " 


i : -*> 


^ 




i t— 


(. - 


Vp 


t: 


I s 


*.— 


c 


Lt ~ 


• (e- 






J ,1 *> 


!•— s 


{— V, " 


*-' 






Sv 


tl.' 







Plaat 5. 




iü 

UJ 

tü 
Q 
Z 

ÜJ 

o 
w 
z 



■f* 



o 

UJ 

CO 

< 
O, 

ce 
u 
o. 
O 



> 



5 ^ 



Plaat 6. 




XIX. STEEN VAN 813. 



Plaat 7. 




00 
CM 

00 

Z 

< 
> 

Z 

u 
w 
H 

00 

> 

X 



Plaat 8. 




2 

> 

z 

u 
u 

co 

x' 

X 

X 

X 



Plaat 9. 




z 

< 
> 

z 

UJ 

w 

H 
c/5 



> 



Plaat 10. 




Z 

< 
> 

2 

W 

w 
c/3 



> 
X 



Plaat 11. 



■: ■'-■;-■': 




CXXXII. STEEN VAN 1125. 



Plaat 12. 




CNV 



■<m 



wè 






lip :f 
iSfe 

• m m 



# -II- aP 



\ 



®--:ém[ü& 



:t\S\. 




z 

< 
> 

< 

CL 

<x 

W 
CL 
O 



X 
X 



Plaat 13. 




mMh 






A'Jk; 



I?» 



l/v 

jrv» 



* :v 



(1 

f 
i 



i 'f4 r' 

; V ■/ƒ,'}" £ 






l\) 






• i' 
f * 
'i. -* 

ï 



* V 

1 i 



il m 






1M 



K 



...■ ~\ 






O ■ 
h-J 

i; 









|3 



>' 






'uJ 



"^ 



2 

> 

< 

< 

Cu 
CC 

ÜJ 
Cu 

o 
> 

X 
X 



v V; 



Plaat 14. 



.ma ~ JBKJv ' S '■'■' '% 




XC11. STEEN VAN 1408. 




MCZ ERNST MAYR LIBRARY 




3 2044 118 681 



47 



'vmm 



\të$ : X 






HM : 



£ Jfo%t., 



***s 






»»*. 






■h#»-l 



'f i v 



1*. <*?!* 





ft* 






*ft ,; » « > 


3r* «-'IK, 


Xi -^r*-^É 



' > ' > Jt > , 



$C;$ IfM 









Vv 3i' •* 


#* 




& 1 ! 




» 


4*7 ,.^v^, Sttr 



n*Wi 



,-< *^ 









V-#t 





«V 


fc* 'I* •- v-Aa i 


|:';!Hft^